ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-09-2025 |
| Datum publicatie: | 02-09-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8189 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond. |
A2025/8189
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 2 september 2025 op de klacht van:
A,
wonende te B, klager,
tegen
C,
huisarts,
werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de huisarts.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat
dit een
dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een
onjuiste
diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager onterecht
niet heeft
doorverwezen naar een specialist.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 20 februari 2025;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- een USB-stick met geluidsopname, ontvangen van klager;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 30 juni 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
Op 10 juli 2024 is klager bij zijn huisarts op consult geweest voor het laten onderzoeken
van een
zwart plekje/zwelling op zijn rechterbovenbeen. Een week later heeft klager het
plekje laten
wegsnijden door de huisarts en is het opgestuurd voor pathologisch onderzoek. Uit
het onderzoek is
gebleken dat sprake was van een dermatofibroom. Klager heeft een litteken overgehouden
aan de
ingreep.
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts dat hij:
a) een verkeerde diagnose heeft gesteld;
b) een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd;
c) klager onterecht niet heeft doorverwezen naar een specialist.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdelen a en b) verkeerde diagnose en onjuiste behandeling
5.3 Deze klachtonderdelen hangen nauw met elkaar samen en zullen gezamenlijk worden
behandeld. De
huisarts heeft op goede gronden aan klager voorgesteld het plekje te verwijderen.
Uit niets is
gebleken dat de huisarts – zoals klager in zijn klaagschrift heeft gesteld – de
diagnose
‘gerstekorrel’ heeft gesteld. In het verweerschrift wordt vermeld dat de huisarts
de afwijking
passend achtte bij een dermatofibroom, maar dat zekerheid pas na histopathologisch
onderzoek
verkregen kon worden. Dit komt het college voor als een terechte en passende diagnose
en
handelswijze bij dergelijke beeldvorming.
5.4 Voor zover het college kan beoordelen is het plekje ook op de juiste wijze verwijderd.
Het
verwijderde weefsel is ter histopathologisch onderzoek opgestuurd. Het is vervelend
voor klager dat
hij een naar litteken heeft overgehouden aan het verwijderen van het plekje. Littekenvorming
is
echter inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de
persoon zelf. De
lezingen van partijen verschillen erover of dit van tevoren met klager is besproken,
maar dit vormt
geen onderdeel van de klacht. Verder heeft het college geen aanwijzingen dat de
behandeling onjuist
is uitgevoerd. De klachtonderdelen a en b zijn ongegrond.
Klachtonderdeel c) onterecht niet doorverwezen naar een specialist
5.5 Een huisarts hoeft een patiënt met een verdenking op een goedaardige tumor
in beginsel niet
door te verwijzen naar een specialist (dermatoloog) voor verder onderzoek of het
verwijderen ervan.
Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te
verwijderen en het
weefsel op te sturen voor verder onderzoek. Door het weefsel op te sturen voor verder
onderzoek
heeft de huisarts zijn werkhypothese bevestigd en heeft hij geen ernstige aandoening
over het hoofd
gezien. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Slotsom
5.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 2 september 2025 door E.A. Messer, voorzitter, J.C.J.
Dute,
lid-jurist, V.M. Schijf, G.J. Dogterom en M.C. Wolfs-Smits, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan
door T.C. Brand, secretaris.