ECLI:NL:TGDKG:2025:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2025:80 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-08-2025 |
| Datum publicatie: | 28-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht ongegrond. Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de hoogte van de vordering die voortvloeit uit het betreffende vonnis. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter op de inhoudelijke beoordeling van (de hoogte van) de vordering in te gaan. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 27 augustus 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klaagster,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 15 oktober 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Klaagster heeft haar klacht aangevuld bij e-mails, ingekomen op 17, 22 en 24 oktober 2024. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 15 november 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Op 23 juni 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder nadere producties ingebracht. Klaagster heeft schriftelijk medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 9 juli 2025 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. De uitspraak is bepaald op 27 augustus 2025.
1. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- De gerechtsdeurwaarder is belast met een ten laste van klaagster gewezen vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 september 2024.
- Op 1 en 8 oktober 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder verschillende beslagen gelegd.
- Op 10 oktober 2024 heeft klaagster bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het bedrag waarvoor de beslagen zijn gelegd.
- Bij e-mails van 10 oktober 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder aangegeven dat de waarborgsom inmiddels in mindering is gebracht op de vordering en heeft hij de vordering toegelicht.
- Tussen 12 en 24 oktober 2024 is tussen klaagster en de gerechtsdeurwaarder gecorrespondeerd (en getelefoneerd) over de hoogte en opbouw van de vordering en over de waarborgsom.
2. De klacht
Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder beslagen heeft gelegd voor een te hoog bedrag en niet inhoudelijk wil reageren op de bezwaren van klaagster.
3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
4. De beoordeling van de klacht
4.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
4.2 . Klaagster stelt dat de gerechtsdeurwaarder een onjuiste uitleg geeft aan het dictum van het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 september 2024, waardoor zij met een te hoge vordering wordt belast. Klaagster heeft dit meermaals aangekaart en de gerechtsdeurwaarder, zo blijkt uit de producties, heeft op haar beurt meermaals inhoudelijk gereageerd op de bezwaren van klaagster. De gerechtsdeurwaarder heeft klaagster geadviseerd haar bezwaren te bespreken met een advocaat.
4.3 De kamer overweegt als volgt. Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de hoogte van de vordering die voortvloeit uit het vonnis. Het door de gerechtsdeurwaarder ten aanzien daarvan ingenomen en met argumenten onderbouwde standpunt is verdedigbaar, althans niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm die inhoudt dat marginaal getoetst moet worden of een titel een voldoende grondslag biedt voor de executie. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter op de inhoudelijke beoordeling van (de hoogte van) de vordering in te gaan. Klaagster zal zich met dit geschil moeten wenden tot de gewone rechter waar zij de uitleg die zij geeft aan het vonnis geeft aan de orde kan brengen. De door klaagster ingediende klacht stuit hierop af.
4.4 Ten overvloede merkt de kamer op dat de schriftelijke communicatie aan de kant van de gerechtsdeurwaarder in deze zaak niet uitblinkt in helderheid. Het kan helpen met (nog) meer klare taal een standpunt toe te lichten als een schuldenaar bij herhaling vraagt om een toelichting.
4.5 Nu geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen is gebleken, wordt op grond van het voorgaande beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, en mr. M.C.M. Hamer en
M.F.J. Pijnenburg, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2025, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.