ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45
| ECLI: | ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 12-06-2025 |
| Datum publicatie: | 02-09-2025 |
| Zaaknummer(s): | 759677 / NT 24-45 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM
Beslissing in de klacht met nummer 759677 / NT 24-45 van:
1. [naam klager 1],
wonende te [plaats],
2. [naam klager 2],
wonende te [plaats],
3. [naam klager 3],
wonende te [plaats],
4. mr. [naam klager 4], bewindvoerder,
kantoorhoudende te [plaats],
tegen:
mr. [naam notaris],
oud-notaris te [plaats].
Partijen worden hierna klagers, de bewindvoerder en de notaris genoemd.
1. Ontstaan en loop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift van 3 november 2024;
- e-mail met producties van klagers van 9 november 2024;
- e-mail met productie van klagers van 13 november 2024;
- het verweerschrift van 5 februari 2025.
1.2. De kamer heeft de zaak mondeling behandeld op de openbare zitting van 24 april 2025. Klagers, klager sub 1 namens klager sub 3, en de notaris waren aanwezig. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd. Uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1. Klagers sub 1,2 en 3 zijn de kinderen van mr. [naam] (hierna: de vader).
2.2. In mei 2021 is bij de vader de diagnose Alzheimer gesteld door het UMC Utrecht. In januari 2022 heeft ook de afdeling neurologie van het OLVG Amsterdam deze diagnose gesteld.
2.3. In mei 2022 is de vader gevallen. Daarbij liep hij een complexe bovenbeenbreuk op. Vervolgens is hij tijdelijk, tot omstreeks mei 2023, in een zorgvilla in Maarssen komen te wonen.
2.4. Bij indicatiebesluit van 1 juli 2022 heeft het CIZ bepaald dat de vader 24-uurs intensieve zorg nodig heeft omdat de vader Alzheimer en een dijbeenfractuur na een val heeft.
2.5. In augustus 2022 hebben klagers de aanvraag voor onderbewindstelling van de vader in gang gezet.
2.6. Bij e-mail van 9 november 2022 heeft de heer [naam], werkzaam op het notariskantoor (hierna: de medewerker van de notaris), aan de vader geschreven: “Bijgaand zend ik u het concept van uw testament. In dit concept legateert u aan mevrouw [naam] de woning, de inboedel en de sloep Mars II. Dit legateert u vrij van rechten en kosten. De erfgenamen betalen de hierover verschuldigde erfbelasting. Deze erfbelasting zal op basis van de huidige gegevens ongeveer € 142.745 bedragen. (..)”
2.7. Bij e-mail van 9 november 2022 heeft de medewerker van de notaris aan klager sub 1 geschreven: “Zoals u met notaris [naam notaris] besproken heeft, zend ik u hierbij het concept van het testament van uw vader.”
2.8. Bij e-mail van 10 november 2022 heeft klager sub 1 aan de medewerker van
de notaris geschreven: “Dank voor het toezenden van het concept van het testament van mijn vader. Gisteren
sprak ik dhr.[naam notaris]nog even telefonisch. Helaas hebben wij gisteren wederom
moeten constateren dat onze vader inderdaad soms heel consistent kan praten maar niet
overziet wat hij doet. Dat is zeer passend bij zijn Alzheimer. Want er was alweer
binnen 1 week 4300 door hem overgemaakt. Voor ons is niet de erfenis van belang, maar
wel het feit dat hij het afgelopen jaar consequent grote bedragen naar zijn ex-vriendin
overmaakt. Daardoor komt het inkopen van de zorg die hij nodig heeft, in het geding.
Wij hebben daarom tot onze spijt bewindvoering moeten aanvragen, zodat in elk geval
maandelijks de vaste lasten van zijn zorgsituatie geborgd zijn. Ik stuur u voor de
volledigheid ook de WIZ indicatie toe als bijlage.
Daarnaast zouden wij graag willen opmerken dat er fouten in het testament staan
met betrekking tot de vorderingen op ons. De daar genoemde bedragen zijn onjuist.
Ook legaten van een vlet en een zeilboot (de een is vergaan en de andere heeft onze
vader verkocht) lijken ons niet te kloppen. Als laatste horen wij graag wat er gebeurt
als het kapitaal ontoereikend is om de erfbelasting op de woning in Breukelen te voldoen.”
2.9. Bij e-mail van 23 november 2022 heeft klager sub 1 de medewerker van de notaris geschreven dat zij nog geen antwoord had ontvangen op haar e-mail van 10 november 2022.
2.10. Vanaf medio mei 2023 woont de vader zelfstandig in een appartement met 24-uurs thuiszorg.
2.11 De notaris heeft het testament gepasseerd op 28 november 2023.
2.12. Op 2 februari 2023 hebben klagers sub 1, 2 en 3 een verzoek tot onderbewindstelling van de vader ingediend. Bij beschikking van 3 april 2023 van de rechtbank Midden-Nederland is de vader onder bewind gesteld.
2.13. Op 5 december 2023 is de vader weer gevallen. Sindsdien woont hij in een zorgcentrum in Amsterdam.
2.14. Op 13 april 2024 is onder de omschrijving “declaratie 2023” een bedrag van € 2.009,- afgeschreven van de bankrekening van de vader, ten gunste van het notariskantoor van de notaris.
2.15. Per 1 januari 2025 is de notaris gedefungeerd.
3. De klacht
3.1. Klagers verwijten de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de
wijziging van het testament van de vader. De notaris had zijn ministerie niet mogen
verlenen. Zij begrijpen niet dat de notaris kon beoordelen hoe de cognitie van de
vader was, zonder enige vorm van tests of beeldvorming.
Ook vinden klagers het onethisch dat de notaris heeft meegewerkt aan de wijziging
van het testament ten gunste van een persoonlijke vriendin, zijnde de ex-vriendin
van de vader. Bovenal vinden klagers het onbegrijpelijk dat de notaris heeft gelogen
dat hij niet zou hebben geweten van de diagnose Alzheimer.
3.2. In oktober 2022 hoorden klagers dat de ex-vriendin van de vader een afspraak
had gemaakt bij de met haar persoonlijk bevriende notaris om het testament van de
vader te wijzigen. Klager sub 1 heeft naar aanleiding daarvan de notaris gebeld op
26 oktober 2022 en verteld dat de vader Alzheimer had en ook beschreven hoe hij niet
meer in staat was om te overzien wat de consequenties van zaken zijn.
Op 9 november 2022 heeft de notaris klager sub 1 gebeld: hij vertelde dat de vader
zijn testament ging wijzigen: de ex-vriendin zou meer gaan krijgen. De notaris zei
toen “Alzheimer is daarbij niet relevant”, aldus klager sub 1.
Op de vraag van klager sub 1 of de notaris medisch advies had gevraagd over de verstandelijke
vermogens van de vader antwoordde de notaris ontkennend.
Daarom heeft klaagster op 10 november 2022 het indicatiebesluit van het CIZ aan
de notaris gestuurd. Op die e-mail noch op de herinneringsmail van 23 november 2022
heeft klager sub 1 antwoord ontvangen.
3.3. De bewindvoerder heeft de notaris gebeld over een overboeking van 13 april 2024 ten gunste van het notariskantoor. De notaris zou toen hebben verklaard dat hem nooit iets is verteld over Alzheimer bij de vader en dat hij dat ook niet heeft gemerkt.
4. Het verweer
4.1. De notaris meent dat klagers niet gerechtigd zijn om te klagen over de wijziging van een testament zolang degene die het testament heeft gemaakt nog in leven is. De bewindvoerder heeft geen belang bij het al dan niet maken van een testament, aldus de notaris.
4.2. De notaris heeft ook inhoudelijk verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris zal voor zover relevant worden besproken in de beoordeling.
5. De beoordeling
5.1. De kamer dient te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging oplevert in de zin van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna). Notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen voor wie zij optreden en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De notaris is gedefungeerd met ingang van 1 januari 2025. De notaris die niet meer als zodanig werkzaam is, blijft aan de tuchtrechtspraak onderworpen voor voornoemd handelen of nalaten gedurende de tijd dat hij als zodanig werkzaam was (artikel 93 lid 2 Wna).
Ontvankelijkheid klagers
5.2. De kamer stelt het volgende voorop. Ingevolge artikel 99 lid 1 Wna kan ieder die daarbij enig redelijk belang heeft een klacht indienen. Het begrip ‘enig redelijk belang’ moet ruim worden opgevat. De wetsgeschiedenis vermeldt hierover:
“(…) Dit belang kan volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of bestaan uit een belang bij de handhaving van de beroepsnormen en -regels voor het notariaat. Naast de cliënt van de notaris, de KNB en het Bureau kan hierbij, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, worden gedacht aan belangenorganisaties, het openbaar ministerie en instanties die zijn belast met het taken die raken aan werkzaamheden van de notaris, zoals gemeenten, de belastingdienst of het kadaster. Er geldt dan ook een ruim belanghebbendenbegrip: een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist, ook een indirect of afgeleid belang van de klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure beoogd; ter ondersteuning van de corrigerende functie van het tuchtrecht en het zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep. (…)” (Kamerstukken II, 2009-2010, 32 250, nr. 3, p. 26-27).
5.3. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. [1]
5.4. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de kamer ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer zal klager sub 4 niet-ontvankelijk verklaren in de klacht.
Inhoudelijk; wilsbekwaamheid
5.5. Aan de orde is de vraag of de notaris (de aanpassing van) het testament van de vader in 2023 mocht passeren en of de notaris voldoende zorgvuldig heeft getoetst of de vader ten tijde van het passeren van dat testament wilsbekwaam was.
5.6. Uitgangspunt is dat op een notaris een ministerieplicht rust: een notaris moet een (wijziging van) een testament passeren tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als de notaris vaststelt dat de betrokken cliënt niet wilsbekwaam is. Het is vaste rechtspraak dat bij de beoordeling van wilsbekwaamheid van een betrokken cliënt primair moet worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt. Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen.[2] De kamer moet dus niet beoordelen of de betrokken cliënt ten tijde van de verrichte rechtshandeling wilsbekwaam was, maar of de notaris daaraan in de gegeven omstandigheden (redelijkerwijs) moest twijfelen.
5.7. Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid van de cliënt en/of als aanleiding bestaat om te vermoeden dat mogelijk sprake is van beïnvloeding door derden, is in het algemeen verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking. In het Stappenplan staan indicatoren die aanleiding kunnen vormen voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid. Indien een notaris - ook al heeft hij/zij kennis van het bestaan van één of meerdere indicatoren - geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de cliënt, hoeft hij het Stappenplan niet te volgen. Bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid zal het in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken die een notaris met de cliënt voert, als de wijze waarop de cliënt zich daarbij presenteert.
Standpunt klagers
5.8. Klagers menen dat de notaris gerede twijfel had moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van de vader. Klager sub 1 heeft de notaris op 9 november 2022 telefonisch gesproken over het feit dat bij de vader de diagnose Alzheimer was vastgesteld.
De notaris zou tegen klager sub 1 hebben gezegd dat bij de aanpassing van het testament ‘Alzheimer niet relevant’ was. Klagers menen dat de notaris, wetende van de diagnose, een (medisch) deskundige had moeten inschakelen om de wilsbekwaamheid van de vader te beoordelen.
5.9. Klagers vermoeden dat de ex-vriendin de vader heeft beïnvloed bij het wijzigen van het testament. Klagers twijfelen eraan dat de vader de wijziging van 2023 wel echt wilde: de vader zou niet meer weten dat het uit is met de ex-vriendin. Een notaris dient te voorkomen dat (financieel) misbruik wordt gemaakt. Dat was voor klagers reden om de klacht in te dienen.
Standpunt notaris
5.10. Het eerste contact van de notaris met de vader over de wijziging van het testament was op 13 september 2021. De vader woonde toen zelfstandig. De vader heeft, naar de notaris heeft verklaard, zelf de afspraak gemaakt. De notaris heeft toen de vader onder vier ogen gesproken. Door de beenbreuk van de vader heeft het een tijd geduurd voordat de notaris de vader opnieuw sprak. Dat gesprek vond plaats in café Krom, waar de vader alleen naar toe was gekomen. Voor het passeren van het testament heeft de vader ook weer zelf een afspraak gemaakt en heeft de notaris onder vier ogen met de vader, in diens appartement, gesproken. Ten tijde van het passeren van het testament op 28 november 2023 woonde de vader zelfstandig in een appartement in Amsterdam.
5.11. De notaris heeft het Stappenplan doorlopen. De notaris was op de hoogte van het feit dat de vader de diagnose Alzheimer had gekregen. De notaris bestrijdt dat hij tegen klager sub 1 zou hebben gezegd dat die diagnose niet relevant zou zijn: ter zitting heeft hij bevestigd dat die diagnose wel degelijk relevant kan zijn. Wel kan hij hebben gezegd dat die diagnose niet altijd bepalend hoeft te zijn.
Noch de (voorgenomen) onderbewindstelling noch de diagnose Alzheimer stond, naar zijn eigen waarnemingen, aan het passeren van het gewijzigde testament in de weg. De notaris was en is ervan overtuigd dat de wijziging van het testament de wil van de vader was en is.
5.12. De aanpassing van het testament in 2023 betreft een relatief overzichtelijke wijziging. Er is sprake van een consistente gedachtegang. Dat aan zijn ex-vriendin het buitenhuis van de vader toekomt is een standpunt dat de vader al sinds 2008 inneemt, aldus de notaris. De aanpassing van het testament in 2023 is slechts een vrij kleine aanpassing van het testament uit 2016, dat een aanpassing was van het testament uit 2013, dat weer een aanpassing was van het testament van 2009. De crux van de wijziging van het testament in 2023 is dat de vader wilde dat het legaat van het buitenhuis vrij van rechten en kosten zou zijn. In de testamenten van 2009 en 2013 was dat legaat ook vrij van rechten en kosten. In het testament van 2016 had de vader dat echter gewijzigd in ‘niet vrij van rechten en kosten’.
5.13. De vader en de ex-vriendin hebben elkaar leren kennen in 1982/1983. In 2014 is de ex-vriendin bij de vader weggegaan, maar zij voelen zich nog steeds zeer sterk met elkaar verbonden, aldus de notaris. De notaris is een studiegenoot van de ex-vriendin van de vader; hij is met haar bevriend sinds 1977. De notaris kent de vader sinds de jaren 80. Als hij de vader niet ook had gekend, zou de vriendschap met de ex-vriendin hem terughoudend hebben gemaakt, zo heeft de notaris ter zitting verklaard.
5.14. De vader was - op eigen kracht - op de afscheidsreceptie van de notaris, ter gelegenheid van diens defungeren op 1 januari 2025. Op die receptie heeft de vader de notaris gevraagd om bij hem langs te komen voor een gesprek: de kinderen hadden een probleem met zijn testament. Op 23 januari 2025 heeft de notaris de vader bezocht in het zorgcentrum waar de vader nu verblijft en met hem onder vier ogen gesproken. In dat gesprek heeft de vader benadrukt dat hij veel langer met de ex-vriendin samen was geweest dan met de moeder van zijn kinderen en dat hij vond dat zijn buitenhuis aan de ex-vriendin toekwam.
oordeel kamer
5.15. Gelet op het voorgaande was niet sprake van zodanige omstandigheden dat de
notaris op grond daarvan moest betwijfelen of het daadwerkelijk de wil van de vader
was om zijn testament aan te passen in de zin zoals door de notaris geschetst. Het
feit dat bij de vader de diagnose Alzheimer was gesteld en de notaris daarvan en van
de CIZ-indicatie ook op de hoogte was, hoefde bij de notaris geen aanleiding te zijn
voor gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid van de vader. Die diagnose en indicatie
betekenen op zichzelf nog niet dat iemand zijn wil ten aanzien van een bepaalde rechtshandeling
niet zou kunnen overzien. Bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid zal het, blijkens
vaste jurisprudentie, in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken
die een notaris met de cliënt voert, als de wijze waarop de cliënt zich daarbij presenteert.
Ter zitting heeft de notaris verklaard dat de vader steeds het initiatief nam voor
het maken van de afspraken, dat er steeds niemand bij was en de vader ook steeds op
de afspraken was voorbereid. De passeerafspraak heeft een uur geduurd, de vader maakte
een goede indruk en was consistent in zijn bewoordingen en het uiten van zijn wil.
De omvang, complexiteit en (on)verklaarbaarheid van de gewenste wijziging van het
testament spelen daarbij ook een rol. De notaris kende de vader bovendien al meer
dan 40 jaar en de wens van de vader was begrijpelijk, verklaarbaar en herhaaldelijk
geuit. Tussen het eerste contact en het passeren van het testament heeft meer dan
twee jaar gezeten en de vader is in die periode niet van gedachten veranderd. Dat
er een (voornemen voor een verzoek tot) onderbewindstelling was hoeft op zich geen
reden te zijn voor nader onderzoek. De omstandigheid dat de vader volgens klagers
die het verzoek wilden indienen niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen,
betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament
zijn wil niet zou kunnen bepalen.
Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog
zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld
dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid
van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de
orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven.
5.16. Ten aanzien van het bovenstaande zij nogmaals opgemerkt dat een notaris een ministerieplicht heeft. Gezien de feiten en omstandigheden was er alle aanleiding voor de notaris om zeer alert te zijn, zodat hij kon vaststellen of het testament de wil van de vader juist weergaf, waarbij het Stappenplan is gevolgd. De notaris heeft de verantwoordelijkheid om op basis van die informatie een conclusie te trekken, waarbij ook moet worden betrokken dat de conclusie dat het testament niet in deze vorm kon worden gepasseerd (althans niet zonder nader onderzoek), ook consequenties zou kunnen hebben voor de vader. Op grond van de relevante feiten is niet komen vast te staan dat er voor de notaris redenen waren om zijn ministerie, zijn diensten aan de vader, niet te verlenen. Om de hiervoor beschreven redenen is de conclusie van de notaris dat het testament de wil van de vader juist weergaf begrijpelijk.
5.17. Volgens vaste rechtspraak dient de notaris te waken over de vrije en onafhankelijke wilsvorming van de testateur. Dat er sprake zou zijn van beïnvloeding van de vader door een derde, in dit geval de ex-vriendin van de vader, is de kamer niet gebleken. De notaris was weliswaar bevriend met de ex-vriendin, maar kende de vader bijna even lang. Alle eerdere testamenten van de vader zijn ook bij de notaris gepasseerd. Het lag dan ook in de lijn van de verwachting dat de notaris ook de wijziging van het testament in 2023 zou passeren. De vader maakte zelf de afspraken met de notaris en kwam zelf, zonder begeleiding, naar de notaris toe.
5.18. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De kamer voor het notariaat:
- verklaart klager sub 4 (de bewindvoerder) niet-ontvankelijk in de klacht;
- verklaart de klacht van klagers sub 1, 2 en 3 ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.J. Dijk, voorzitter, N.C.H. Blankevoort, E.W. Oosterbaan, A.C. Stroeve en O. Schlaman, leden, en uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2025, in aanwezigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).
[1] Zie: ECLI:NL:GHAMS:2022:3250 en ECLI:NL:GHAMS:2019:1383.
[2] Vgl: ECLI:NL:GHAMS:2023:1894.