Zoekresultaten 18951-19000 van de 47604 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:216 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 634767
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 05-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:216
Hoge kosten door meerdere executie handelingen. Niet gebleken is dat Btag niet is nageleefd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 265/2018
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 25-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:37
Klacht tegen verpleegkundige. Verweerster werd in de bereikbaarheidsdienst gebeld voor een benauwde patiënte in het verpleeghuis die daar ter overbrugging naar huis na ontslag uit het ziekenhuis werd opgenomen. De klacht houdt in dat verweerster de zaak onjuist heeft gepresenteerd aan de huisarts van de huisartsenpost, toeredenerend naar haar diagnose maagklachten terwijl er sprake was van ernstige benauwdheidklachten. De volgende ochtend is patiënte wel ingezonden naar het ziekenhuis. De klacht is kennelijk ongegrond, ook wat betreft het verwijt dat verweerster niet heeft aangedrongen op een spoedvisite.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:15 Accountantskamer Zwolle 18/1091 en 18/1092 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 25-02-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:15
Klacht over rapport uitgebracht op verzoek curator over overname van een (later gefailleerde) onderneming. Rapport wordt gebruikt (in weerwil van verbod om het aan derden ter beschikking te stellen) in civiele procedure ter onderbouwing vordering tegen verkoper onderneming. Over inhoud en wijze van totstandkoming rapport wordt te laat geklaagd. Klacht dat betrokkenen eerdere fouten niet hebben gecorrigeerd is tijdig ingediend en gegrond. Betrokkenen hebben niet onderkend dat zij een persoonsgericht onderzoek hebben verricht. Zij hadden daarom de verkoper van de onderneming moeten horen alvorens het rapport op te stellen. Bevindingen betrokkenen in rapport berusten niet op deugdelijke grondslag. Grondslag moet uit rapport zelf blijken. In het rapport wordt omschreven welke beoordelingsmaatstaf betrokkenen hebben aangelegd bij het onderbouwen van hun bevindingen en hun conclusie. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:223 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/636093 / DW RK 17/968
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 20-11-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:223
Beslissing op verzet. De klacht betreft het vermelden van een verkeerd bedrag in de dagvaarding, de dagvaarding betekenen op een geheim adres, de postbezorging op dat adres en het niet gebruiken van een bekend e-mailadres. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:217 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 636162
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 05-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:217
Tuchtrechter kan niet oordelen of vordering terecht is. Proces-verbaal inbeslagname: de inhoud daarvan staat vast.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 324/2018
- Datum publicatie: 25-02-2019
- Datum uitspraak: 25-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:38
Klacht tegen collega bedrijfsarts-verzekeringsarts die andere mening heeft. Niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:211 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 628232
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:211
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond: voorzitter heeft terecht geoordeeld dat er sprake was van een executiegeschil, waarin tuchtrechter niet bevoegd is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/402
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 19-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:22
Klager verwijt de huisarts van zijn echtgenote, met wie hij van tafel-en–bed gescheiden is, dat hij ten onrechte geen ‘bemoeizorg’ verleent aan zijn echtgenote. De echtgenote van klager is zorgmijdend en volgens klager wilsonbekwaam. Volgens verweerder is de echtgenote van klager wilsbekwaam en kiest zij er zelf voor geen zorg te willen ontvangen. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 213/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:32
Klacht tegen verzekeringsarts bezwaar en beroep UWV. De klacht houdt in dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep klager niet heeft onderzocht en gehoord over zijn (toegenomen) klachten en beperkingen en een onjuist rapport heeft uitgebracht. Het college verklaart klager niet-ontvankelijk, voor zover de klacht is gericht tegen de rapportage van de arbeidsdeskundige, en verklaart de klachten voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:10 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646282/ DW RK 18/194 en C/13/646289 / DW RK 18/195
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:10
Klacht van de belangenvereniging van gerechtsdeurwaarders over participatie van een derde in gerechtsdeurwaardersorganisaties. De gerechtsdeurwaarders wordt samengevat verweten dat zij niet voldoen aan het bepaalde in de Verordening onafhankelijkheid 2010. Bij constructies waarin de derde weliswaar voor 49% minderheidsaandeelhouder is, maar door preferentie op de aandelen een winstrecht heeft van bijna 100%, is er geen sprake van (slechts) ‘enige’ vorm van betrokkenheid. In de praktijk zal het optreden van de gerechtsdeurwaarders blootstaan aan de invloed van deze grote particuliere belangen. Daarnaast wordt de gerechtsdeurwaarders verweten dat zij handelen in strijd met de indirecte opdrachtgeversregeling. De derde is zowel grootaandeelhouder als opdrachtgever. De door de gerechtsdeurwaarders gevoerde (ontvankelijkheids-) verweren, dat de gerechtsdeurwaarders in loondienst zijn en geen zeggenschap hebben over de structuur van de onderneming, de klacht is ingediend buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn van drie jaar, de vereniging geen eigen belang heeft bij de klacht, de gerechtsdeurwaarders mochten vertrouwen op eerder goedgekeurde ondernemingsplannen en de indirecte opdrachtgeversregeling als opgenomen in de Verordening 2010 in strijd is met het Unierecht en de mededingingswet, worden allemaal verworpen. De klacht wordt gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd vanwege het feit dat het een principiële procedure betreft, waarbij voor de eerste keer een inhoudelijk tuchtrechtelijk oordeel wordt gegeven over de participatie van derden in gerechtsdeurwaarderskantoren. De kern van de beslissing berust op de grond dat de wetgever zich van meet af aan op het standpunt heeft gesteld dat (financiële) participatie van derden (anderen dan gerechtsdeurwaarders) in gerechtsdeurwaarderskantoren op gespannen voet staat met de onafhankelijke positie van de gerechtsdeurwaarder. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat in de Gerechtsdeurwaarderswet een verbod is opgenomen om ambtshandelingen te verrichten voor rechtspersonen waarmee een te nauwe persoonlijke band bestaat en in artikel 12 a van de Gerechtsdeurwaarderswet een algemene norm is opgenomen inzake de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder. Participatie in gerechtsdeurwaarderskantoren door anderen dan gerechtsdeurwaarders zou als hoofdregel moeten worden uitgesloten omdat deelname van participanten die indirect bij opdrachten aan het kantoor betrokken zijn, zich niet verhoudt tot de positie van de gerechtsdeurwaarder en zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:212 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 632286
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:212
verzet te laat ingediend. Geen bijzondere omstandigheden gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 166/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:33
Bedrijfsarts wordt berispt omdat hij onvoldoende onderzoek doet naar ziekte oorzaken voor het niet kunnen functioneren van klaagster maar er zonder meer vanuit gaat dat die er niet zijn. Hiermee in tegenspraak beperkt hij het aantal door klaagster te werken uren vanwege “disbalans” zonder dit nader te (kunnen) verklaren. Voorts wordt hem verweten dat hij klaagster op geen enkele manier begeleidt.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:7 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646337/ DW RK 18/196
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:7
Klacht van de toezichthouder (BFT) over participatie van een derde in een gerechtsdeurwaardersorganisatie. Door de wijze waarop die participatie is vormgegeven, is er sprake van verstrengeling, die gecombineerd met de uitingen van de derde in haar jaarverslag, een objectieve schijn wekt van afhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarders ten aanzien van de derde, hetgeen voor de gerechtsdeurwaarder niet is toegestaan. De door de gerechtsdeurwaarders gevoerde (ontvankelijkheids-) verweren, dat de klacht is ingediend buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn van drie jaar, de klacht is ingediend in strijd met handhavingsbeleid van het BFT de gerechtsdeurwaarders mochten vertrouwen op eerder goedgekeurde ondernemingsplannen, de gerechtsdeurwaarders in loondienst zijn en geen zeggenschap hebben over de structuur van de onderneming, de indirecte opdrachtgeversregeling als opgenomen in de Verordening 2010 in strijd is met het Unierecht en de mededingingswet, worden allemaal verworpen. De klacht wordt gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd vanwege het feit dat het een principiële procedure betreft, waarbij voor de eerste keer een inhoudelijk tuchtrechtelijk oordeel wordt gegeven over de participatie van derden in gerechtsdeurwaarderskantoren. De kern van de beslissing berust op de grond dat de wetgever zich van meet af aan op het standpunt heeft gesteld dat (financiële) participatie van derden (anderen dan gerechtsdeurwaarders) in gerechtsdeurwaarderskantoren op gespannen voet staat met de onafhankelijke positie van de gerechtsdeurwaarder. Participatie in gerechtsdeurwaarderskantoren door anderen dan gerechtsdeurwaarders zou als hoofdregel moeten worden uitgesloten omdat deelname van participanten die indirect bij opdrachten aan het kantoor betrokken zijn, zich niet verhoudt tot de positie van de gerechtsdeurwaarder en zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Het beeld zou kunnen ontstaan dat de betrokken gerechtsdeurwaarders zich in zekere mate vereenzelvigen met hun opdrachtgever/participant. Alleen dat is al schadelijk voor het publieke vertrouwen in de ambtsvervulling door de gerechtsdeurwaarder en moet daarom worden vermeden. Het toestaan van dergelijke participaties tast de geloofwaardigheid aan van het rechtsstelsel, waarin de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder een belangrijk aspect is voor de acceptatie van het stelsel door de maatschappij. gerechtsdeurwaarder een door de Kroon benoemde ambtenaar is die in die functie openbaar gezag uitoefent.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:213 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 624221
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 05-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:213
Openbare verkoop van auto is niet doorgegaan. De gerechtsdeurwaarder weigert echter het beslag op de auto op te heffen. Beslag laten liggen op auto zonder het doel deze openbaar te verkopen is klachtwaardig.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 153/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:40
Klacht tegen huisarts ongegrond. Klacht over niet serieus nemen oogklachten, uitlatingen in telefoongesprek en bemiddelingsgesprek. Klaagster is verwezen door collega van verweerder. Klaagster was al jaren in de praktijk bekend en bij ongerustheid had zij een duidelijke en stellige geruststelling nodig. De uitlatingen van verweerder moeten in dat licht gezien worden. Het klachtonderdeel omtrent beschuldiging van verweerder in de richting van klaagster omtrent chantage en bedreiging mist feitelijke grondslag. Afwijzing klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 187/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:34
Klacht tegen verloskundige. Informed consent. Partijen verschillen van mening over de omvang en duur van de echo waarvoor klagers toestemming hebben verleend.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:8 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646341/ DW RK 18/197
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:8
Klacht van de toezichthouder (BFT) over participatie van een derde in een gerechtsdeurwaardersorganisatie. Door de wijze waarop die participatie is vormgegeven, is er sprake van verstrengeling, die gecombineerd met de wijze waarop wordt gefinancierd, de jaarlijkse aflossing daarvan en de indirecte deelname in het kantoor, een objectieve schijn wekt van (financiële) afhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarders ten aanzien van de derde, hetgeen voor de gerechtsdeurwaarder niet is toegestaan. De door de gerechtsdeurwaarders gevoerde (ontvankelijkheids-) verweren, dat de klacht is ingediend buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn van drie jaar, de klacht is ingediend in strijd met handhavingsbeleid van het BFT, de gerechtsdeurwaarders mochten vertrouwen op eerder goedgekeurde ondernemingsplannen, de gerechtsdeurwaarders in loondienst zijn en geen zeggenschap hebben over de structuur van de onderneming, de indirecte opdrachtgeversregeling als opgenomen in de Verordening 2010 in strijd is met het Unierecht en de mededingingswet, worden allemaal verworpen. De klacht wordt gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd vanwege het feit dat het een principiële procedure betreft, waarbij voor de eerste keer een inhoudelijk tuchtrechtelijk oordeel wordt gegeven over de participatie van derden in gerechtsdeurwaarderskantoren. De kern van de beslissing berust op de grond dat de wetgever zich van meet af aan op het standpunt heeft gesteld dat (financiële) participatie van derden (anderen dan gerechtsdeurwaarders) in gerechtsdeurwaarderskantoren op gespannen voet staat met de onafhankelijke positie van de gerechtsdeurwaarder. Participatie in gerechtsdeurwaarderskantoren door anderen dan gerechtsdeurwaarders zou als hoofdregel moeten worden uitgesloten omdat deelname van participanten die indirect bij opdrachten aan het kantoor betrokken zijn, zich niet verhoudt tot de positie van de gerechtsdeurwaarder en zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Het beeld zou kunnen ontstaan dat de betrokken gerechtsdeurwaarders zich in zekere mate vereenzelvigen met hun opdrachtgever/participant. Alleen dat is al schadelijk voor het publieke vertrouwen in de ambtsvervulling door de gerechtsdeurwaarder en moet daarom worden vermeden. Het toestaan van dergelijke participaties tast de geloofwaardigheid aan van het rechtsstelsel, waarin de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder een belangrijk aspect is voor de acceptatie van het stelsel door de maatschappij. gerechtsdeurwaarder een door de Kroon benoemde ambtenaar is die in die functie openbaar gezag uitoefent.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 137/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:35
Klacht over huisarts, die ook buurman van klaagster is. Huisarts zou onzorgvuldig tijdens een visite hebben gehandeld door klaagster niet goed te onderzoeken en medicatie voor te schrijven, waaraan klaagster verslaafd is geraakt. Toezegging om ’s avond nogmaals langs te komen, zou huisarts niet hebben nageleefd en hij zou klaagster stelselmatig hebben lastig gevallen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:9 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646346/ DW RK 18/198
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:9
Klacht van de toezichthouder (BFT) over participatie van een derde in een gerechtsdeurwaardersorganisatie. De gerechtsdeurwaarders wordt verweten dat zij geen zorg hebben gedragen voor een gebalanceerde opdrachtgeversportefeuille op grond waarvan zij zich in alle gevallen onafhankelijk tegenover opdrachtgevers op kan stellen. Bij alle afgesloten contracten is een derde indirect betrokken. Nagenoeg alle omzet van de gerechtsdeurwaarders wordt verkregen van een drietal opdrachtgevers, waarvan de derde (mede)eigenaar is. Ook is er sprake van een (financiële verstrengeling tussen de gerechtsdeurwaarders en de derde waarmee een objectieve schijn van afhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarders wordt gewekt, hetgeen voor de gerechtsdeurwaarders niet is toegestaan. De door de gerechtsdeurwaarders gevoerde (ontvankelijkheids-) verweren, dat geen rekening wordt gehouden met de jonge leeftijd van het kantoor, de klacht zich niet verhoudt met eerdere goedgekeurde toetsingsverslagen en adviezen, twee gerechtsdeurwaarders in loondienst zijn en geen zeggenschap hebben over de structuur van de onderneming en dat de klacht prematuur is ingediend, worden verworpen. De klacht wordt bij gebreke van verder inhoudelijk verweer gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd vanwege het feit dat het een principiële procedure betreft, waarbij voor de eerste keer een inhoudelijk tuchtrechtelijk oordeel wordt gegeven over de participatie van derden in gerechtsdeurwaarderskantoren.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:14 Accountantskamer Zwolle 18/736 Wtra AK
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:14
Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding drie- en zesjaarstermijn. Ontvankelijk deel van de klacht ziet op de aangifte inkomstenbelasting 2013. Betrokkene heeft de door klagers overlegde gegevens niet, dan wel onvoldoende geverifieerd, en heeft zich er zodoende onvoldoende van vergewist dat hij een juiste aangifte inzond. Klacht op dit punt gegrond, voor het overige ongegrond. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/447
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 14-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:20
klager verwijt verweerster dat zij incompetent is op neurologisch gebied van lumbale stenose, zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en klager ten onrechte niet heeft doorverwezen. Tevens verwijt klager verweerster dat zij gebrekkig heeft gecommuniceerd, onvoldoende informatie heeft verstrekt aan klager en zich onvoldoende heeft ingespannen om een oplossing te vinden voor het medisch probleem en pijn van klager. Zij heeft onjuiste feiten vermeld in haar verslag aan de huisarts. Klager vindt ook dat er fysieke en emotionele schade is toegebracht door disfunctioneren van verweerster. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:210 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 624667
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:210
Beslagvrije voet: klaagster heeft op 23 december 2016 het formulier geretourneerd. De gerechtsdeurwaarder heeft daar pas op 31 januari 2017 op gereageerd. Dit heeft te lang geduurd. Klaagster is hierdoor in financiële problemen geraakt. Maatregel berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/305
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:21
klaagster verwijt verweerster dat zij klaagster niet op het eerste verzoek het dossier heeft verstrekt en dat het dossier diverse onjuistheden bevat, die klaagster gerectificeerd wil zien. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:205 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 624225
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:205
Klacht over betekening bankbeslag buiten de termijn van 475i Rv zonder valide reden is gegrond. Dat klager geen belang had bij betekening omdat hij al wist van het beslag doet niet al aan het wettelijk vereiste te betekenen. Beslag had ook aan klager betekend moeten worden aangezien het een schuld van de echtgenote betrof en beslag werd gelegd op een gemeenschappelijke rekening. Maatregel: berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-880
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 20-02-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:36
Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege het verstrijken van de termijn als bedoeld in art. 46g lid 1 Advocatenwet. Klacht deels kennelijk ongegrond omdat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zonder instemming van klaagster antwoord te geven op een vraag van de advocaat van de man.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:206 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 632623
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:206
Beslissing op verzet. Nieuwe klachten in verzet kunnen niet worden getoetst. In tuchtrecht geen plaats om te toetsen of verjaringsregels vordering juist zijn toegepast.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-860
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 20-02-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:37
Voorzittersbeslissing. De klacht is onvoldoende onderbouwd. Niet gebleken dat verweerder is tekortgeschoten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:207 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 638430
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:207
Incassokantoor en gerechtsdeurwaarderskantoor opereren onafhankelijk van elkaar. De gerechtsdeurwaarder en het incassokantoor hebben geen gezamenlijke derdengeldrekening meer. De betaling aan het incassokantoor kon daardoor niet bekend zijn bij gerechtsdeurwaarder. Dat het incassokantoor de betaling niet kon traceren, valt niet onder verantwoordelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-34 en 18-35
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 13-02-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:3
1. Er zijn overbodige werkzaamheden verricht. 2. Dubieus contact tussen de toegevoegd notaris en de advocaat van de zusters. 3. Weigeren door de toegevoegd notaris om informatie te verstrekken over dat contact met de advocaat. 4. Te lang heeft de toegevoegd notaris het beheer van de ervenrekening onder zich gehouden. 5. Onjuiste en onterechte declaraties. 6. Fouten in het financiële overzicht oftewel vaktechnische tekortkomingen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:208 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 645985
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:208
De brief die door de gerechtsdeurwaarder aan klager en andere debiteuren is gestuurd is in strijd met artikel 8 beroeps- en gedragsregels. Het dreigen met controle en ophouden aan de grens zijn maatregelen die buiten de bevoegdheden van een gerechtsdeurwaarder vallen en die in het onderhavige geval ongepast is, nu op het inkomen van klagers al jaren loonbeslag ligt en het niet voor de hand ligt dat zij op vakantie zouden kunnen gaan. Maatregel boete opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-39
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 13-02-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:4
Klager verwijt de kandidaat-notaris – samengevat – dat hij in de gegeven omstandigheden onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van zijn zuster bij de totstandkoming van haar testament op 23 december 2013.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:209 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 623647
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:209
Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder een volstrekt kansloze procedure heeft gevoerd bij het ontruimen van de door klager verkregen onroerende zaak.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-51 en 18-52
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 13-02-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:5
Klagers verwijten de notarissen dat zij niet professioneel hebben gehandeld. Zij zijn niet zorgvuldig geweest in een zaak waar de belangen voor klagers groot waren. Als klagers niet goed geïnformeerde en volhardende consumenten waren geweest, was de koop niet doorgegaan met alle gevolgen van dien of hadden zij € 150.000,- teveel belasting betaald.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2019:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-58
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 13-02-2019
- ECLI:NL:TNORDHA:2019:6
Klager verwijt de notaris dat hij in zijn rol van executeur en afwikkelingsbewindvoerder niet heeft gehandeld zoals een goed notaris betaamt. De notaris heeft de woning tegen het laagste bod gegund. Verder heeft hij geldende gedragsregels geschonden en is hij lichtzinnig omgegaan met procedures en voorschriften.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:339 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.167
- Datum publicatie: 20-02-2019
- Datum uitspraak: 13-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:339
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:337 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.165
- Datum publicatie: 20-02-2019
- Datum uitspraak: 13-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:337
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-028 DB/ZWB
- Datum publicatie: 20-02-2019
- Datum uitspraak: 12-02-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:27
Advocaat trad op als advocaat van Vereniging. Klager was medebestuurder van die vereniging. De drie bestuurders waren gezamenlijk bevoegd rechtshandelingen te verrichten. Nu klager klacht in privé heeft ingediend komt hem geen klachtrecht toe. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:338 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.166
- Datum publicatie: 20-02-2019
- Datum uitspraak: 13-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:338
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:38 Raad van Discipline Amsterdam 18-374/A/A
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 08-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:38
Gegrond verzet en gegronde klacht. Bij het uiten van zware beschuldigingen als valsheid in geschrifte, diefstal en/of verduistering mag van een advocaat worden verwacht dat hij zich tevoren er van vergewist dat er voldoende grond voor dergelijke beschuldigingen bestaat. Het enkele feit dat aangifte is gedaan van een strafbaar feit is onvoldoende om als feit te stellen dat degene tegen wie de aangifte is gedaan, dit strafbare feit ook heeft gepleegd. Naar het oordeel van de raad had verweerder terughoudend behoren te zijn met het presenteren van dergelijke beschuldigingen als vaststaand feit, temeer omdat het verweerder bekend was dat er in het onderhavige geval geen strafrechtelijke veroordeling ter zake van valsheid in geschrifte, diefstal en/of verduistering had plaatsgevonden. Daarbij weegt de raad mee dat de beschuldigingen niet zijn geuit in een gerechtelijke procedure, maar in een e-mail aan derden, niet zijnde (juridische) professionals. Voorts kan verweerder zich niet verschuilen achter zijn cliënten, aangezien verweerder de verdenkingen van zijn cliënten in zijn e-mail van 7 november 2017 zonder enige afstand en zonder enig voorbehoud als feiten heeft gepresenteerd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder met zijn stellingname in de e-mail van 7 november 2017 jegens klager onbetamelijk en niet professioneel gehandeld door onvoldoende afstand te houden van de standpunten van zijn cliënten en klager zonder concrete onderbouwing te beschuldigen van valsheid in geschrifte, diefstal en/of verduistering. Klager is daardoor onevenredig in zijn belangen geschaad. Verzet en klacht gegrond, waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/341
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 19-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:23
Klaagster dient een klacht in tegen een specialist ouderengeneeskunde over onzorgvuldig en onprofessioneel handelen in de verzorging van klaagster echtgenoot tijdens diens verblijf in een verpleeghuis. Meer in het bijzonder verwijt klaagster de specialist ouderengeneeskunde een verkeerde diagnose te hebben gesteld, verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en onzorgvuldig heeft gecommuniceerd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:39 Raad van Discipline Amsterdam 18-803/A/A
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 08-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:39
Klacht van curator over advocaat. Vaststaat dat verweerder, nadat de rechter op de zitting van 20 december 2016 een datum had bepaald voor het wijzen van een beschikking, zich bij faxbrieven van 22 en 28 december 2016 tot de rechter heeft gewend. Naar het oordeel van de raad kan de faxbrief van 22 december 2016 evenwel niet worden gezien als een poging tot beïnvloeding van de rechter. Evenmin wordt in die brief nieuwe informatie aan de rechter bekend gemaakt. Het verzoek om een nieuwe mondelinge behandeling van de zaak valt naar het oordeel van de raad dan ook niet onder de ratio van het bepaalde in Gedragregel 15 van de Gedragsregels 1992. Datzelfde geldt niet onverkort voor de faxbrief van verweerder aan de rechtbank van 28 december 2016. In de daaraan als bijlage gehechte brief wordt inhoudelijk ingegaan op het debat tussen partijen, zodat verweerder hiermee in strijd heeft gehandeld met Gedragsregel 15 lid 2 (Gedragsregels 1992). Dat valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten. Voor zover verweerder ten tijde van het versturen van deze faxbrief (nog) niet op de hoogte was van de stand van de procedure, zoals hij stelt, komt dat voor zijn risico. Verweerder had er immers rekening mee moeten houden dat de zitting van 20 december 2016 doorgang had gevonden. In dat kader had het op de weg van verweerder gelegen om, voorafgaand aan verzending van de faxbrief, te verifiëren wat de stand van de procedure was. Klacht deels gegrond, waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:33 Raad van Discipline Amsterdam 18-996/A/A
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 07-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:33
Voorzittersbeslissing. Klacht over deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/308VP
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 19-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:24
Klaagster dient een klacht in tegen een specialist ouderengeneeskunde over onzorgvuldig en onprofessioneel handelen in de verzorging van klaagster echtgenoot tijdens diens verblijf in een verpleeghuis. Meer in het bijzonder verwijt klaagster de specialist ouderengeneeskunde een verkeerde diagnose te hebben gesteld, verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en onzorgvuldig heeft gecommuniceerd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:40 Raad van Discipline Amsterdam 18-252/A/NH
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 08-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:40
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:34 Raad van Discipline Amsterdam 19-034/A/A
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 14-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:34
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels kennelijk ongegrond, klager voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen F2018/04
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 19-02-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:4
Gegronde klacht tegen fysiotherapeut over bejegening, professioneel handelen en dossiervoering. Het college gaat mede gezien de proceshouding van verweerster uit van de volledigheid van de door klager overgelegde patiëntgegevens. Gezien de ernst van de tekortkomingen en het ontbreken van inzicht bij verweerster volgt een voorwaardelijke schorsing voor drie maanden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:41 Raad van Discipline Amsterdam 18-541/A/A
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 08-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:41
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:35 Raad van Discipline Amsterdam 19-019/A/A
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 14-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:35
Voorzittersbeslissing. Klacht van een advocaat over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/286
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 19-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:26
Klaagster dient een klacht in tegen een specialist ouderengeneeskunde over onzorgvuldig en onprofessioneel handelen in de verzorging van klaagster echtgenoot tijdens diens verblijf in een verpleeghuis. Meer in het bijzonder verwijt klaagster de specialist ouderengeneeskunde een verkeerde diagnose te hebben gesteld, verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en onzorgvuldig heeft gecommuniceerd. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:36 Raad van Discipline Amsterdam 19-018/A/A
- Datum publicatie: 19-02-2019
- Datum uitspraak: 14-02-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:36
Voorzittersbeslissing. Klacht over managing partner van een advocatenkantoor kennelijk ongegrond. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Naar aanleiding van het verzoek van klagers om het ertoe te leiden dat twee kantoorgenoten van verweerder zich zouden terugtrekken als advocaten van de wederpartijen van klagers heeft verweerder met die betreffende advocaten gesproken en de conclusie getrokken dat er geen sprake is van een tegenstrijdig belang en die conclusie aan klagers meegedeeld. Hiermee heeft verweerder, als managing partner, voldoende gedaan.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 379
- Pagina: 380
- Pagina: 381
- ...
- Pagina: 953
- Volgende pagina zoekresultaten