ECLI:NL:TGZRZWO:2019:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 187/2018

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2019:34
Datum uitspraak: 22-02-2019
Datum publicatie: 22-02-2019
Zaaknummer(s): 187/2018
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen verloskundige. Informed consent. Partijen verschillen van mening over de omvang en duur van de echo waarvoor klagers toestemming hebben verleend.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 22 februari 2019 naar aanleiding van de op 28 juni 2018 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A en B , beiden wonende te C,

k l a g e r s

-tegen-

D , verloskundige, werkzaam te C,

bijgestaan door D. Benamari, verbonden aan VvAA Rechtsbijstand te Utrecht,

v e r w e e r s t e r

1.    HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-          het klaagschrift van 21 juni 2018;

-          het verweerschrift van 13 augustus 2018 met bijlagen;

-          het proces-verbaal van het op 22 oktober 2018 gehouden mondeling vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 18 januari 2019, alwaar klager en verweerster, met haar gemachtigde, zijn verschenen.

2.    FEITEN

Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Sinds 1990 is verweerster werkzaam als verloskundige. Verweerster is tevens opgeleid tot echoscopist.

Vanaf 1992 voert verweerster met twee collega’s een praktijk in E en omstreken.

In het medisch dossier van klaagster is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

Zwangerschapsconsulten

Datum                                    Ad

03-05-2018 telefonisch            8+6

wil graag afspraak voor TE, zijn al 6 jaar bezig om zwanger te raken, hele irr.cyclus, laatste jaar cycl. van 6 wkn.

07-05-2018 regulier                 9+3

MB: Af en toe last van misselijkheid. Wensen graag de NIPT, denken na over nevenbevindingen.

A wil graag zo min mogelijk schade voor de baby, dus zo kort mogelijk echo en doptone gebruik.

31-05-2018 regulier                 12+6

A geeft duidelijk aan zo kort mogelijke echo te willen ivm oz in de VS dat er toch 100 dcb vrij zou komen. Uitleg gegeven dat uberhaupt echo’s niet noodzakelijk zijn, maar als er een echo gemaakt wordt de benodigde tijd voor een goede meting en interpretatie genomen dient te worden. Denken na over de SEO.

Bij e-mail van 21 juni 2018 heeft klager zich beklaagd over het verloop van het consult op 31 mei 2018. Verweerster heeft bij e-mail van 25 juni 2018 op deze klacht gereageerd, met het aanbod om, eventueel, samen met een onafhankelijk klachtenfunctionaris, de klacht met partijen te bespreken. Van dit aanbod hebben klagers geen gebruik gemaakt.

3.    HET STANDPUNT VAN KLAGERS EN DE KLACHT

Klagers verwijten verweerster – zakelijk weergegeven – dat (a) zij een medische behandeling heeft uitgevoerd, terwijl was afgesproken dit niet te doen en dat (b) zij misbruik heeft gemaakt van het overwicht van haar positie om de bezwaren van klager tijdens het onderzoek naast zich neer te kunnen leggen. Volgens klagers valt verweerster ter zake een tuchtrechtelijk verwijt te maken.

4.    HET STANDPUNT VAN VERWEERSTER

Kort samengevat heeft verweerster tegen de klacht ingebracht dat haar ter zake geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Volgens verweerster heeft zij bij haar handelen steeds het belang van klagers vooropgesteld.

5.    DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1

Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Volgens het Beroepsprofiel Echoscopist Verloskunde en Gynaecologie van de Beroepsvereniging Echoscopisten Nederland (april 2017) past de echoscopist bij het uitvoeren van het echoscopisch onderzoek het ALARA (As Low As Reasonably Achievable)-principe toe, hetgeen wil zeggen dat de energie-uitzending van het apparaat en tijdsduur van het onderzoek worden beperkt tot wat voor goede diagnostiek noodzakelijk is.

5.3

Klagers voeren aan dat zij voorafgaande aan de 12-weken-echo op 31 mei 2018 duidelijk aan verweerster hebben aangegeven dat zij de exposure aan geluidsgolven willen minimaliseren, dat zij alleen de hartslag van hun ongeboren kind willen controleren en dat zij geen volledige controle willen, nu een dergelijke controle bij de 20-weken-echo zal plaatsvinden. Volgens klagers heeft verweerster tegen hun wens toch een volledig onderzoek uitgevoerd.

Verweerster betoogt dat zij aan klagers heeft toegelicht hoe een termijnecho verloopt en hoe het onderzoek is opgebouwd, waarna zij beiden hebben ingestemd met het uitvoeren van de echo.

5.4

Tussen partijen is niet in geschil dat verweerster op 31 mei 2018 aan klagers tekst en uitleg heeft gegeven over de 12-weken-echo en dat klagers daarna aan verweerster toestemming hebben verleend voor het uitvoeren van deze echo, zodat in zoverre sprake was van “informed consent”. Partijen verschillen van mening over de vraag waaruit deze toestemming heeft bestaan als het gaat om de omvang en de duur van de echo.

Volgens klagers hebben zij verweerster uitdrukkelijk verzocht om het onderzoek te beperken tot het beoordelen van de hartactie- en frequentie van de foetus, terwijl verweerster zich op het standpunt stelt dat zij aan klagers heeft uitgelegd dat “überhaupt echo’s niet noodzakelijk zijn, maar dat als er een echo gemaakt wordt de benodigde tijd voor een goede meting en interpretatie genomen dient te worden”, zoals zij ook in het medisch dossier van klaagster heeft opgetekend.

5.5

Het college overweegt als volgt. Duidelijk is geworden dat partijen met het echoscopisch onderzoek, zoals dat zou plaatsvinden op 31 mei 2018, een verschillend doel nastreefden. Het ware beter geweest als partijen hierover heldere en duidelijke afspraken zouden hebben gemaakt teneinde, zoals nu is gebeurd, teleurstelling en frustratie bij klagers over de omvang en intensiteit van het onderzoek achteraf te voorkomen. Voorts zou verweerster, in het geval dat een cliënt het verzoek doet om de exposure aan geluidsgolven te minimaliseren, zoals klagers hebben gedaan, het informed consent (tussentijds) kunnen controleren en (uitvoeriger) documenteren. In de veronderstelling dat er informed consent bestond voor het onderzoek heeft verweerster de echoscopie uitgevoerd. In zoverre is haar geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarbij heeft klager erkend dat hij zijn hiervoor bedoelde toestemming niet heeft ingetrokken, in die zin dat hij, noch klaagster, verweerster tijdens het onderzoek hebben verzocht dit per direct te beëindigen.

5.6

Over de wijze waarop een en ander is uitgelegd en besproken hebben partijen verschillende percepties. Aan de perceptie van klager kan bij gebreke van vaststaande feiten niet meer waarde worden gehecht dan aan die van verweerster.

Niet is gebleken en het college heeft evenmin aanwijzingen dat verweerster zich in het contact met klager(s) arrogant of hautain zou hebben gedragen dan wel zich niet behoorlijk professioneel zou hebben opgesteld.

5.7

Het voorgaande betekent dat niet geoordeeld kan worden dat verweerster als (voormalig) verloskundige van klagers bij het beroepsmatig handelen niet is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, zodat haar ter zake geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Beide klachtonderdelen worden daarom ongegrond bevonden.

5.8

Het voorgaande leidt het college tot de volgende beslissing.

6.    DE BESLISSING

Het college wijst de klacht af.

Aldus gedaan door F. van der Maden, voorzitter, en B.A.E. Bruijns en M.H.P. Klerkx, leden-beroepsgenoten, in tegenwoordigheid van P. van der Stroom, secretaris

en uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2019 door A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van H. van der Poel-Berkovits, secretaris.

                                                                                                                 voorzitter

                                                                                                                 secretaris

 

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b. degene over wie is geklaagd;

c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.