ECLI:NL:TGZRGRO:2019:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen F2018/04

ECLI: ECLI:NL:TGZRGRO:2019:4
Datum uitspraak: 19-02-2019
Datum publicatie: 19-02-2019
Zaaknummer(s): F2018/04
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Gegrond, (voorwaardelijke) schorsing inschrijving register
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen fysiotherapeut over bejegening, professioneel handelen en dossiervoering. Het college gaat mede gezien de proceshouding van verweerster uit van de volledigheid van de door klager overgelegde patiëntgegevens. Gezien de ernst van de tekortkomingen en het ontbreken van inzicht bij verweerster volgt een voorwaardelijke schorsing voor drie maanden.

Rep.nr. F2018/04

19 februari 2019

Def. 014

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE GRONINGEN

Beslissing op de klacht van:

A,

klager,

wonende te B,

tegen

C,

werkzaam als fysiotherapeute te B,

verweerster,

BIG-reg.nr: -.

1. Verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van het klaagschrift van 6 september 2018, ingekomen op

7 september 2018.

Bij brief van 10 oktober 2018 heeft het college een afschrift van het klaagschrift naar het adres van de praktijk van verweerster, C. te B, aangetekend verzonden en is verweerster verzocht om uiterlijk op 7 november 2018 een verweerschrift, met het relevante gedeelte van het medisch dossier, in te dienen.

Hierop is van verweerster geen reactie ontvangen. Uit de gegevens van PostNL volgt echter dat voornoemde brief op 11 oktober 2018 op het praktijkadres is bezorgd en dat er voor ontvangst van de zending is getekend.

Bij brief van 8 november 2018 is verweerster nogmaals verzocht om binnen een week een verweerschrift in te dienen. Ook hierop heeft verweerster niet gereageerd.

Op 15 november 2018 heeft het college het BIG-register geraadpleegd, waaruit is gebleken dat er van verweerster geen adres in Nederland bekend is. Wel was er een mobiel telefoonnummer beschikbaar, maar het college is er, ondanks poging hiertoe door het secretariaat, niet in geslaagd verweerster op dit nummer te bereiken.

Op 16 november 2018 is door het college nader onderzoek verricht naar de contactgegevens van verweerster en is nogmaals geprobeerd om verweerster telefonisch te bereiken.

Op 19 november 2018 is er vanuit het secretariaat van het college telefonisch contact met verweerster geweest en heeft zij toegezegd diezelfde middag terug te bellen. Verweerster heeft niet teruggebeld.

Op 22 november 2018 is er door een juridisch-administratief medewerker van het college opnieuw telefonisch contact met verweerster opgenomen en is wederom afgesproken dat verweerster diezelfde middag of de volgende dag zou terugbellen.

Op 23 november 2018 is er vanuit het secretariaat van het college telefonisch contact geweest met verweerster, waarbij zij heeft aangegeven dat zij het afschrift van het klaagschrift niet heeft ontvangen. Afgesproken wordt dat nogmaals een afschrift van het klaagschrift aan verweerster wordt toegezonden. Door verweerster is toegezegd dat zij binnen twee weken een verweerschrift zal indienen en dat zij zal bellen als ze het klaagschrift halverwege volgende week nog niet heeft ontvangen.

Op 27 november 2018 wordt het afschrift van het klaagschrift opnieuw aangetekend naar het adres van de praktijk van verweerster verzonden, waarbij verweerster wordt verzocht om uiterlijk op 11 december 2018 een verweerschrift in te dienen.

Op 11 december 2018 is geen verweerschrift ontvangen en op 18 december 2018 wordt de brief van 27 november 2018 retour ontvangen van PostNL.

Op 20 december 2018 wordt er door het college een uitnodiging voor de zitting van

8 januari 2019 per reguliere post naar het adres van de praktijk van verweerster verstuurd.

Op 27 december 2018 wordt deze uitnodiging per aangetekende post verzonden. Deze wordt niet afgehaald.

Op 7 januari 2019 heeft een advocaat van advocatenkantoor E. zich gesteld om verweerster in deze procedure bij te staan. Er wordt verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak omdat het klaagschrift nooit is ontvangen, er pas op 7 januari 2019 door verweerster kennis is genomen van de uitnodiging voor de zitting en verweerster op

8 januari 2019 een kijkoperatie moet ondergaan. Door de voorzitter van het college is telefonisch contact opgenomen met de advocaat en medegedeeld dat de behandeling, gelet op de procesgang in deze zaak, niet op voorhand zal worden aangehouden. Na dit gesprek heeft E. zich aan deze zaak onttrokken. Verweerster heeft vervolgens meermalen gebeld met het college en aangegeven dat zij zal proberen haar afspraak in het ziekenhuis te verzetten.

Op 8 januari 2019 wordt namens verweerster door een advocaat van F. een aanhoudingsverzoek gedaan, omdat verweerster op deze dag een gastroscopie moet ondergaan in het G te H. Hiervan wordt door het college een bewijsstuk opgevraagd. Aan het college wordt daartoe een e-mailbericht overgelegd, dat door het G. zou zijn verstuurd. Omdat het college twijfelt aan de juistheid van het vermelde e-mailadres van het G., heeft de secretaris zonder daarbij de naam van klaagster kenbaar te maken contact opgenomen met het ziekenhuis en gevraagd of een dergelijke e-mail vanaf het vermelde adres door hen is verstuurd. Hierop wordt ontkennend geantwoord. Nadat dit aan F. is teruggekoppeld door het college, heeft ook dit kantoor zich aan deze zaak onttrokken.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van 8 januari 2019. Partijen zijn verschenen.

2. Vaststaande feiten

Voor de beoordeling van de klacht gaat het college uit van de volgende feiten.

2.1

Verweerster is sinds 1998 werkzaam als fysiotherapeute. Zij heeft een eigen praktijk in B. Klager is eind 2017 met de praktijk van verweerster in contact gekomen vanwege klachten ten gevolge van de ziekte van Ménière (evenwichtsstoornissen) en is per januari 2018 bij verweerster in behandeling gegaan.

3. De klacht

3.1 Beschrijving van de gang van zaken volgens klager

De klacht ziet niet op de kwaliteit van de behandelingen van verweerster; klager heeft hier baat bij gehad. Vanaf halverwege augustus 2018 werd klager echter in toenemende mate ontevreden over het contact met verweerster. De ontstane klachten betreffen de totstandkoming van het behandelplan en het verloop van en de communicatie rondom de planning van de behandelingen. Daarnaast zijn er fouten gemaakt bij het declareren van de behandelingen. Ten gevolge hiervan heeft klager het vertrouwen in verweerster opgezegd, zijn de behandelingen stopgezet en heeft klager verweerster verzocht het reeds betaalde bedrag aan behandelingen terug te betalen en zijn medische gegevens aan hem terug te geven.

3.2 Klachtonderdeel 1

Verweerster heeft aangegeven contacten te hebben met een team specialisten in het ziekenhuis in J, alwaar een succesmodule met een slagingspercentage van 90% zou worden toegepast bij patiënten met soortgelijke klachten als klager. Verweerster zou in overleg met en onder supervisie van dit team het behandelplan opstellen. In de verstrekte patiëntgegevens ontbreekt deze informatie echter en bevindt zich enkel een protocol/behandelplan van K. Verweerster weigert daarnaast de contactgegevens van de geconsulteerde specialisten in het ziekenhuis door te geven.

3.3 Klachtonderdeel 2

Klager voelt zich onjuist bejegend door verweerster in de omgang en in het contact met hem.

Het maken van afspraken met verweerster verliep moeizaam en meermalen zijn afspraken kort van tevoren afgezegd of was er niemand op de praktijk aanwezig. Verweerster kwam ook terugbelafspraken niet na en deed geen moeite om het contact met klager te onderhouden.

Daarnaast zijn er door verweerster foutieve declaraties bij de zorgverzekeraar gedaan via K. in J. Verweerster heeft toegezegd het betaalde bedrag aan behandelingen terug te betalen, maar dit is tot op heden nog niet gebeurd.

Nadat klager het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (verder: het KNGF) had bericht over het handelen van verweerster, heeft verweerster bij de geschillencommissie van het KNGF geen verweerschrift ingediend en heeft zij niet op de daartoe strekkende verzoeken gereageerd. Aan verzoeken om een kopie van het fysiotherapeutisch dossier van klager te verstrekken werd lange tijd ook niet voldaan.

3.3 Klachtonderdeel 3

Door verweerster is uiteindelijk op 28 augustus 2018 een incompleet fysiotherapeutisch dossier verstrekt. Hierin ontbreekt onder meer het overzicht op welke dagen de behandelingen hebben plaatsgevonden. Het fysiotherapeutisch dossier is ook niet goed bijgehouden.

3.4 Klachtonderdeel 4

Klager verwijt verweerster zijn privacy te hebben geschonden doordat zijn MRI-scan steeds zichtbaar voor anderen op haar bureau lag. Verweerster ging niet professioneel om met de aan haar toevertrouwde informatie.

4. Het verweer

4.1 Beschrijving van de gang van zaken volgens verweerster

Verweerster heeft ter zitting mondeling op de klachten gereageerd en hierbij naar voren gebracht dat klager bij verweerster onder behandeling is gekomen, omdat hij niet tevreden was over de behandelingen bij een collega-fysiotherapeute uit de praktijk van verweerster. Verweerster was van mening dat zij klager kon helpen en heeft hem daartoe een financieel voordelige regeling in de vorm van een abonnement aangeboden. Verweerster heeft voorgesteld het geld voor de behandelingen terug te betalen als deze niet zouden aanslaan. Verweerster en klager hadden een goede relatie totdat er onenigheid ontstond. Verweerster heeft het conflict op een goede manier willen oplossen en daartoe aangeboden het betaalde bedrag aan behandelingen terug te betalen. Zij heeft naar eer en geweten gehandeld.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel 1

Verweerster herkent zich niet in dit verwijt. Zij heeft enkel intercollegiaal overleg gehad met verschillende specialisten van het ziekenhuis te J, onder wie een bevriende manueel fysiotherapeut. Ook heeft zij een gepensioneerde revalidatiearts geraadpleegd over de diagnose om er zeker van te zijn dat ze niets over het hoofd had gezien. Verweerster wil de namen van deze personen niet noemen, omdat zij haar hebben gevraagd hen buiten deze procedure te houden.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel 2

Verweerster erkent dat het is voorgekomen dat klager voor een dichte deur stond, maar in die gevallen was klager er tevoren van op de hoogte gesteld dat de afspraak niet doorging.

Verweerster heeft meermalen contact gezocht met klager, nadat hij de behandelingen had stopgezet. Klager wenste echter op geen enkele wijze meer contact met haar. Vervolgens is het verdere contact via de vrouw van klager gelopen.

Verweerster heeft in eerste instantie aangegeven dat zij het fysiotherapeutisch dossier alleen aan klager zelf wilde overhandigen. Uiteindelijk heeft zij de patiëntgegevens aan de vrouw van klager overhandigd. Verweerster heeft pas later vernomen dat klager aanvullende medische informatie wilde. Deze heeft zij niet verstrekt, omdat zij zich door de opgelopen spanningen tussen haar en klager bedreigd voelde.

Verweerster heeft wel contact gehad met het KNGF. Haar is geadviseerd om zelf met klager in gesprek te gaan. Het KNGF heeft niet om een verweerschrift gevraagd.

De declaraties zijn door de assistente van verweerster via het declaratiesysteem van K. in J. verwerkt, omdat er problemen waren met de computers van de praktijk van verweerster. Dit was voor verweerster nadelig, omdat zij er minder aan overhoudt als de declaraties op deze wijze worden verwerkt. Verweerster was zelf niet gemachtigd tot het invoeren van deze declaraties via K., zodat zij hiervoor niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Zij heeft voorgesteld om de ingediende declaraties bij K. te crediteren en bij klager te factureren, maar klager liet het liever zo.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel 3

Verweerster stelt dat zij het fysiotherapeutisch dossier op de juiste wijze heeft bijgehouden en dat zij dit aan de vrouw van klager heeft overhandigd. Verweerster stelt echter dat dit een completer dossier is geweest dan het afschrift dat door klager ter zitting is overgelegd. De data van de behandelingen ontbreken in het dossier, omdat hier discussie met klager over is ontstaan.

4.5 Ten aanzien van klachtonderdeel 4

Van een schending van de privacy van klager is volgens verweerster geen sprake. De

MRI-scan van klager is enkel getoond aan klager wanneer hij alleen bij de balie van de praktijk stond.

5. Beoordeling van de klacht

5.1

Het college wijst er allereerst op dat het er bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Verweerster heeft aan het college geen kopie van verstrekt van enig fysiotherapeutisch dossier, dat zij over klager heeft bijgehouden terwijl het college verweerster daarom wel heeft verzocht en zij alle gelegenheid heeft gehad om dit in te brengen. Het college gaat daarom uit van hetgeen over de behandeling ter zitting naar voren is gebracht en van het door klager met toestemming van verweerster ter zitting overgelegde afschrift van de patiëntgegevens, zoals dit door verweerster aan de vrouw van klager is overhandigd. Het college gaat ervan uit dat de ter zitting ingebrachte patiëntgegevens het fysiotherapeutisch dossier vormen, zoals dat door verweerster over klager is bijgehouden.

5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel 1

Tussen partijen bestaat verschil van mening over de afspraken die zijn gemaakt ten aanzien van het behandelplan van klager. Klager stelt zich op het standpunt dat was afgesproken dat dit in overleg met en onder supervisie van specialisten van het ziekenhuis zou plaatsvinden. Verweerster ontkent dit en spreekt van intercollegiaal overleg met specialisten van het ziekenhuis, onder wie een bevriende manueel therapeut, en het raadplegen van een gepensioneerde revalidatiearts. Zij heeft de gegevens van deze specialisten niet op voorhand aan klager willen verstrekken en evenmin ter zitting van het college bekend willen maken. In de overgelegde patiëntgegevens ontbreken aantekeningen over een behandelplan onder supervisie van het ziekenhuis, dan wel door verweerster gevoerde intercollegiale overleggen over behandeling van klager. Ook ontbreken in de overgelegde gegevens een voldoende concreet omschreven behandelplan en aantekeningen over het al dan niet instemmen van klager daarmee. Verweerster heeft onvoldoende openheid van zaken gegeven omtrent de inhoud en de totstandkoming van het behandelplan aan klager en het college, zodat dit klachtonderdeel gegrond wordt verklaard.

5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel 2

Het college leidt uit hetgeen over de bejegening en het contact tussen klager en verweerster naar voren is gebracht het volgende af. Onder 5.3 is reeds overwogen dat verweerster de gegevens van de door verweerster geconsulteerde fysiotherapeut of fysiotherapeuten van het ziekenhuis en de gepensioneerde revalidatiearts niet heeft willen verstrekken. Verder erkent verweerster onder meer:

- dat afspraken zijn afgezegd ten gevolge waarvan klager voor een dichte deur heeft gestaan;

- dat het terugbetalen van het reeds betaalde bedrag aan behandelingen - ondanks de toezegging daartoe - nog niet heeft plaatsgevonden;

- dat pas na meerdere verzoeken van klager een deel van het fysiotherapeutisch dossier is overhandigd en dat later niet de rest van gegevens zijn verstrekt, omdat zij zich bedreigd voelde, en

- dat de declaraties van de behandelingen bij de zorgverzekeraar niet via het systeem van haar eigen praktijk, maar in het systeem van K. te J. zijn verwerkt.

Voor wat betreft de klacht over het niet nakomen van terugbelafspraken en het niet reageren op de verzoeken van het KNGF gaat het college uit van de lezing van klager. Verweerster heeft de lezing van klager hieromtrent naar het oordeel van het college onvoldoende overtuigend betwist. Het college weegt daarbij mee dat verweerster zich gedurende deze procedure op een vergelijkbare wijze richting het college heeft opgesteld.

Uit het hiervoor overwogene blijkt dat dat de verwijten van klager richting verweerster betreffende de inhoud en de wijze van de communicatie doel treffen. Het college is van oordeel dat verweerster als professional op de aan haar gerichte verzoeken dient te reageren, afspraken en toezeggingen dient na te komen en zich transparant en toetsbaar dient op te stellen. Nu zij hierin meermalen tekort is geschoten, is ook het tweede klachtonderdeel gegrond.

5.5 Ten aanzien van klachtonderdeel 3

De klacht heeft betrekking op de kwaliteit van het fysiotherapeutisch dossier dat verweerster over klager heeft bijgehouden.

Zoals onder 5.2 overwogen gaat het college ervan uit dat de patiëntgegevens, die door klager ter zitting met instemming van verweerster zijn overgelegd, het fysiotherapeutisch dossier vormen, dat door verweerster over klager is bijgehouden. Verweerster heeft ter zitting gesteld dat dit weliswaar de gegevens zijn die zij klager op zijn verzoek om een afschrift van zijn dossier heeft verstrekt, maar dat dit niet het volledige dossier zou zijn. Verweerster heeft zelf echter, ondanks herhaalde verzoeken van het college daartoe, geen patiëntgegevens overgelegd. De proceshouding van verweerster laat het college geen andere keuze dan uit te gaan van de volledigheid van de door klager overgelegde gegevens.

Het college constateert dat het door klager overgelegde afschrift van de patiëntgegevens niet voldoet aan de geldende beroepsnormen voor dossiervoering, vastgelegd in de KNGF-richtlijn fysiotherapeutische dossiervoering (2016). Zo is er, naast de onder 5.2 al geconstateerde onduidelijkheid over het behandelplan, volstrekt niets in het dossier aangetekend over de door verweerster bij klager toegepaste behandelingen, de conditie van klager en de mate waarin de behandelingen resultaat hadden. De patiëntgegevens voldoen hiermee niet aan de voornoemde vereisten. Aldus is geen sprake van een correct en volledig bijgehouden fysiotherapeutisch dossier. Ook het derde klachtonderdeel is daarom gegrond.

5.6 Ten aanzien van klachtonderdeel 4

Dit klachtonderdeel ziet op de vraag of er sprake is van schending van de privacy van klager. Nu de verklaringen van partijen, over het al dan zichtbaar zijn van de MRI-scan van klager voor anderen, tegenover elkaar staan en de feiten die aan dit klachtonderdeel ten grondslag liggen niet zijn komen vast te staan, geldt in de tuchtrechtelijke procedure dat aan het standpunt van de één niet meer geloof kan worden gehecht dan aan dat van de ander. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van de aangeklaagde, maar op de omstandigheid dat voor het oordeel of een bepaalde, verweten gedraging van de aangeklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar is, eerst moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan het college in dit geval niet vaststellen, zodat dit klachtonderdeel ongegrond wordt verklaard.

6. Motivering van de maatregel

Zoals hiervoor is overwogen wordt de klacht in drie van de vier onderdelen gegrond verklaard. De conclusie van het college is dat verweerster ernstig tekort is geschoten in de bejegening richting klager en op alle fronten in gebreke is gebleven voor wat betreft de dossiervorming en de verstrekking van stukken aan klager en aan het college in deze procedure. Daar komt bij dat verweerster er op geen enkele wijze blijk van heeft gegeven dat zij inziet dat zij niet juist heeft gehandeld, laat staan dat zij er lering uit heeft getrokken. Het college is van oordeel dat het belang van de individuele gezondheidszorg met zich brengt dat voor het voorkomen van een herhaling van ernstig nalaten door verweerster – zoals hier het geval is geweest – niet kan worden volstaan met de maatregel van berisping. Aan verweerster zal daarom een voorwaardelijke schorsing worden opgelegd voor de duur van drie maanden onder voorwaarden zoals hierna omschreven. Als bijzondere voorwaarde zal daarbij opgenomen worden dat verweerster gedurende de proeftijd van twee jaren supervisiegesprekken dient te voeren met een supervisor gericht op professioneel handelen ten aanzien van patiënten en eventuele klachten, dossiervorming en praktijkvoering.

7. Beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen:

- verklaart het eerste, het tweede en het derde klachtonderdeel gegrond en het vierde klachtonderdeel ongegrond;

- legt aan verweerster de maatregel op van schorsing van de inschrijving in het register voor de duur van drie maanden, met bevel dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het bevoegde regionale tuchtcollege later anders mocht bepalen op grond dat verweerster voor het einde van een proeftijd van twee jaren

a) zich heeft schuldig gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met de goede zorg die zij als fysiotherapeute behoort te betrachten dan wel in strijd is met het belang van de individuele gezondheidszorg;

b) dan wel zich niet heeft gehouden aan de navolgende bijzondere voorwaarden:

- dat zij gedurende de proeftijd op aanwijzing van en onder toezicht van een door

de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) aan te wijzen supervisor

gesprekken heeft zolang de IGJ dit nodig acht;

- dat deze supervisiegesprekken zich richten op professioneel handelen ten

aanzien van patiënten en eventuele klachten, dossiervorming en praktijkvoering;

- bepaalt dat de proeftijd ingaat op de dag dat deze beslissing onherroepelijk is geworden;

- bepaalt dat de proeftijd uitsluitend geldt gedurende de periode dat verweerster in het register is ingeschreven.

Aldus gegeven door:

J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter;

H.C.B. van der Meer, lid-jurist;

P.U. Dijkstra, lid-beroepsgenoot;

S.E. Dekker, lid-beroepsgenoot;

J. Sybesma, lid-beroepsgenoot;

bijgestaan door C.A. Verstraaten, secretaris,

en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2019 door de voorzitter, in tegenwoordigheid van L.C. Commandeur, secretaris.

De secretaris:                             De voorzitter:               

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door: a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard; b. degene over wie is geklaagd; c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat. Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.