Zoekresultaten 18751-18800 van de 48227 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:88 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-073/DH/RO

    Raadbeslissing. Verzoek ex artikel 60b lid 7 Aw is toegewezen. De raad is van oordeel dat verzoeker de (financiële) problemen in zijn praktijkvoering (grotendeels) heeft opgelost en dat de relatie met zijn aanstaande ex-echtgenote is verbeterd. Nu de deken geen bezwaar heeft tegen de opheffing van de schorsing, hij de praktijkvoering van verzoeker zal volgen en verzoeker zich heeft gecommitteerd aan de voorwaarden van de deken, ziet de raad geen beletsel om het verzoek tot opheffing van de schorsing toe te wijzen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-762/DH/RO

    Verweerder heeft geen uitvoering gegeven aan de opdracht van klager om schadevergoeding te vragen. Klager is daardoor benadeeld. Mede gelet op het feit dat verweerder niet heeft gereageerd op de klacht en op het tuchtrechtelijk verleden van klager acht de raad de maatregel van schorsing voor de duur van vier weken passend.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-336

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Naar het oordeel van het College heeft de bedrijfsarts de beperkingen van klaagster voldoende erkend en meegenomen in haar advies naar de werkgever. Verweerster heeft op goede gronden geoordeeld dat sprake was van een arbeidsconflict en haar advies daarop aangepast. Het College deelt het standpunt dat overspannenheid geen reden is om niet aan een oplossing van het conflict met de werkgever te werken, ook al had klaagster door haar overspannenheid op dat moment medische beperkingen. Niet gezegd kan worden dat de bedrijfsarts niet onafhankelijk is geweest of alleen in het belang van de werkgever heeft gehandeld. De door de werkgever van klaagster genomen besluiten kunnen verweerster niet aangerekend worden. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-983/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Het klachtrecht is niet voor eenieder in het leven geroepen maar alleen voor degene die door een handelen of nalaten van een advocaat rechtstreeks in zijn of haar belang is of kan worden getroffen. Hoewel aannemelijk is dat klaagster belang had bij de uitkomst van de procedure tussen de heer B. en Stichting V., is klaagster daarin geen partij geweest. Het voor het bestaan van een klachtrecht vereiste rechtstreekse belang van klaagster bij het handelen van verweerster ontbreekt dan ook.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:274 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-705/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een advocaat tegen een advocaat over de gang van zaken rondom de overname van een strafzaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017 / 100

    Dierenartsen wordt verweten, in hoofdzaak, dat voorafgaande aan een bestralingsbehandeling, veterinair nalatig is gehandeld met betrekking tot het onderzoek van een hond die een hersentumor had. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-523/DH/RO

    Klager is deurwaarder. Hij verwijt verweerder betrokkenheid bij vervalsing van een proces-verbaal van bevindingen van een dagvaarding. De raad acht zich onvoldoende voorgelicht en verwijst de zaak naar de deken voor nader onderzoek.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18155

    Klager verwijt een verzekeringsarts dat zij op onzorgvuldige wijze een medische expertise heeft opgesteld. Het college oordeelt dat het door verweerster opgestelde rapport niet voldoet aan de eisen. Verweerster heeft klager niet zelf gezien maar alleen telefonisch gesproken en haar conclusie volgt niet logisch uit de bevindingen. Tevens heeft verweerster een aantal e-mails van klager niet beantwoord en houdt het college verweerster verantwoordelijk voor het feit dat de instelling waar verweerster werkzaam is ten onrechte en zonder toestemming van klager een rapport ter beschikking stelde aan een arbeidsdeskundige. Klacht deels gegrond, het college legt een berisping op. Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal deze beslissing worden gepubliceerd.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/7

    Klachten tegen een dierenartsassistente en een dierenarts. De assistente wordt verweten bij een kat onbevoegd gebitselementen te hebben geëxtraheerd en de dierenarts wordt verweten dit te hebben toegestaan. Beide klachten gegrond, waarschuwingen. Nadere aanscherping regels: Rolverdeling tussen dierenarts en assistente bij een gebitsbehandeling moet helder zijn en een assistente behoort geen gebitselementen uit de bek van een dier te verwijderen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/41

    De klacht is gericht tegen een veeverloskundige, die wordt verweten te hebben geweigerd een visite af te leggen, terwijl hem was medegedeeld dat een koe aan het kalven was althans tekenen vertoonde die op een bevalling wezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18174

    Klager verwijt een verzekeringsarts (onder andere) dat hij met zijn handelen de gezondheid van klager forse schade heeft toegebracht en dat de door verweerder opgestelde rapportage op onzorgvuldige wijze is opgesteld. Deze klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Het klachtonderdeel, dat verweerder heeft nagelaten een gesprek met de huisarts van klager in het medisch dossier vast te leggen, wordt gegrond verklaard. Het college legt geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/39

    Dierenarts wordt verweten veterinair tekort te zijn geschoten in de zorg voor een hond en haar ongeboren pups, met als gevolg dat de pups zijn overleden. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/42

    Dierenarts wordt verweten ten aanzien van een hond, die een epileptische aanval had gehad, onvoldoende onderzoek te hebben verricht en ook anderszins veterinair onjuist en/of nalatig te hebben gehandeld. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18177

    Klager verwijt een verzekeringsarts dat hij onterecht een persoonlijkheidsstoornis aannemelijk heeft geacht, dat hij onvoldoende informatie heeft opgevraagd in het kader van een militair geneeskundig onderzoek en dat hij bij de beoordeling is uitgegaan van onjuiste feiten. De klacht is op verzoek van klager behandeld achter gesloten deuren. Het college wijst de klacht af en oordeelt dat het rapport van verweerder voldoet aan de eisen en dat de Lisv-richtlijn ‘Communicatie met behandelaars’ is gevolgd op grond waarvan verweerder niet verplicht was nog aanvullende informatie op te vragen bij een bepaalde behandelaar van klager.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/40

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een uitgevoerde sectio en hysterectomie bij een hond veterinair onjuist en/of nalatig te hebben gehandeld, ook met betrekking tot de verleende nazorg. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/46

    De klacht houdt in, samengevat, dat de dierenarts veterinair onjuist heeft gehandeld bij de euthanasie van een hond, met name doordat hij heeft nagelaten de hond voorafgaande aan euthanasie te sederen, waardoor de hond onnodig pijn heeft geleden en de eigenaar de euthanasie van de hond als een traumatisch heeft ervaren. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2019:7 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/92

    Dierenarts beroept zich in verweer op het feit reeds met pensioen en niet meer als dierenarts werkzaam te zijn. Het college volgt de dierenarts daarin en bepaalt dat de procedure om die reden niet wordt voortgezet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-639/DH/RO

    Raadbeslissing. Klacht deels gegrond. Waarschuwing. Verweerder heeft ’s nachts een datum voor kort geding aangevraagd bij de rechtbank, terwijl klager hem had medegedeeld dat hij diezelfde dag, zo vroeg mogelijk, zijn verhinderdata zou doorgeven. Onder de gegeven omstandigheden was het handelen van verweerder naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk verwijtbaar, omdat hij gelet op de mededeling van klager op die opgave had behoren te wachten. Verweerder heeft met zijn handelwijze onvoldoende transparantie (in de communicatie) betracht in de richting van klager. Voorts nagelaten om niet gelijktijdig een afschrift heeft gezonden naar klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:272 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-662/DH/HvD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belangverstrengeling en dat hij onvoldoende bereikbaar was. Klachten zijn kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klacht 18-661.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18125

    Klacht na overlijden patiënt die zich meerdere keren tot huisarts had gewend met klachten en signalen die pasten bij cardiale problematiek en die voldeed aan het risicoprofiel. Verweerder had moeten doorverwijzen. Ook het uitblijven van enige vorm van nazorg aan de nabestaanden is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:273 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-221/DH/DH

    Verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd over de datum waarop een zitting gepland stond. Verweerder heeft zich zodanig kort voor deze zitting onttrokken aan de zaak, dat klaagster geen redelijke termijn had om een vervanger te zoeken. De belangen die voor klaagster op het spel stonden in aanmerking genomen, heeft verweerder daarmee niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Berisping

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18138

    Klacht tegen huisarts deels gegrond, waarschuwing. Na een val is aan klager geen wekadvies gegeven en heeft geen vervolgcontrole plaatsgevonden. Het dossier van klager bevatte stukken die niet hem betroffen. Klacht over (blijven) voorschrijven van medicatie die rijvaardigheid beïnvloedt ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:110 Raad van Discipline Amsterdam 19-016/A/NH

    Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft niet aan de zorgvuldigheidseisen voldaan door herhaaldelijk niet of niet tijdig te reageren op verzoeken van klager en zich niet te houden aan de gemaakte afspraken over de te verrichten werkzaamheden. Voorwaardelijke schorsing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:111 Raad van Discipline Amsterdam 19-032/A/A

    Klacht over de eigen advocaat deels niet-ontvankelijk en deels gegrond. Verweerder heeft in strijd met de instructie van zijn cliënt gehandeld door zonder overleg beslissingen te nemen over de strategie en aanpak van de zaak. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/162

    Klacht tegen neuroloog. Een patiënt die al langer bekend is met nekproblematiek wordt met een wervelfractuur opgenomen in het ziekenhuis na een val van een ladder. Klager wordt ruim een maand nadat hij opgenomen is geweest, verwezen naar de neuroloog, verweerster, omdat hij uitvalsverschijnselen heeft. Verweerster zou volgens klager op de MRI hebben gemist dat een eerder geplaatste cage (een in de nek/rug geplaatst element ter vervanging van een tussenwervel) in zijn nek gebroken is. Hierdoor zou verweerster geen adequaat beleid hebben ingezet en heeft klager nog steeds last van diverse pijnklachten. De klacht vindt geen steun in het medisch dossier. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerster de gebroken cage heeft gemist, noch dat zij een verkeerd behandelbeleid heeft ingezet. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:112 Raad van Discipline Amsterdam 18-955/A/A

    Verzetzaak. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn cliënte er een gerechtvaardigd belang bij had om het uittreksel uit het personenregister op te vragen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:271 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-859/DH/RO

    Herzieningsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/163

    Klacht tegen orthopeed. Een patiënt die al langer bekend is met nekproblematiek wordt met een wervelfractuur opgenomen in het ziekenhuis na een val van een ladder. Hij verwijt verweerder dat deze op de gemaakte röntgenfoto’s heeft gemist dat een eerder geplaatste cage (een in de nek/rug geplaatst element ter vervanging van een tussenwervel) in zijn nek gebroken is. Hierdoor zou verweerder geen adequaat beleid hebben ingezet en heeft klager nog steeds last van diverse pijnklachten. De klacht vindt geen steun in het medisch dossier. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder de gebroken cage heeft gemist, noch dat hij een verkeerd behandelbeleid heeft ingezet. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:113 Raad van Discipline Amsterdam 18-875/A/A

    Verzetzaak. Klacht tegen eigen advocaat. Gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder kan de raad niet vaststellen dat verweerder zichzelf als advocaat van klaagster bleef presenteren ondanks dat klaagster kenbaar had gemaakt dat zij van zijn diensten geen gebruik wenste te maken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen A2018/04

    Klacht tegen apotheker. Klager is het niet eens met het feit dat hij van verweerder preferente geneesmiddelen verstrekt krijgt in plaats van de merkmiddelen die hij van zijn vorige apotheker kreeg. Verweerder volgt hiermee het preferentiebeleid van klagers zorgverzekeraar. Aangezien bij klager niet gebleken is van een medische noodzaak om de merkmiddelen te gebruiken en de geneesmiddelen ook niet bekend staan om verhoogde risico’s bij omzetting naar een generiek middel, verklaart het college de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-795 DB/OB

    Voorzitter heeft in zijn beslissing een niet limitatieve opsomming gegeven van een aantal voorbeelden ter toelichting op de klacht. Dit betekent niet dat de klacht niet volledig is behandeld door de voorzitter. Klacht had betrekking op een advocaat in diens hoedanigheid van deken. De voorzitter heeft terecht overwogen dat de maatstaf die bij de beoordeling van de klacht in acht moet worden genomen is of de advocaat zich in die hoedanigheid zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Voorzitter heeft terecht overwogen dat dit niet het geval was. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:114 Raad van Discipline Amsterdam 18-869/A/A

    Verzetzaak. Klacht tegen eigen advocaat. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:109 Raad van Discipline Amsterdam 19-219/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Klachten zijn onvoldoende onderbouwd. Niet is gebleken van valse informatie of opzettelijk verzwijgen van informatie. Verweerster is niet buiten de grenzen van de haar toekomende vrijheid getreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.283

    Klacht tegen huisarts. Klager klaagt mede namens zijn beide zoons en verwijt verweerster met name dat zij heeft geprobeerd klagers enkele malen en zonder vooraankondiging thuis te bezoeken en voorts dat zij de beide zoons belangrijke psychiatrische medicatie heeft onthouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.305

    Klacht tegen psychiater. Verweerder diende te beoordelen of klager geschikt is om een rijbewijs te hebben. Klager verwijt verweerder met name dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en bij het stellen daarvan onzorgvuldig heeft gehandeld, terwijl het onderzoek en het rapport gebreken vertonen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van verweerder.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.329

    Klacht tegen huisarts. Door omstandigheden heeft verweerster de zorg over het patiëntenbestand van een naburige praktijk op zich moeten nemen. Klaagster was aanvankelijk patiënte in die andere praktijk en verwijt verweerster dat zij te lang in het ongewisse is gelaten over de correcte uitslag van een bloedonderzoek en voorts dat de afhandeling van een door haar ingediende klacht veel te traag is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster. Daarbij is overwogen dat verweerster van de vertraging die is opgetreden in de afhandeling van de klacht van klaagster, gelet op diverse omstandigheden, geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.396

    Klacht tegen psychiater. Klager was opgenomen in een ggz-instelling en verwijt verweerster onder meer dat zij tijdens zijn verblijf aldaar onvoldoende is opgetreden bij door klager gestelde incidenten en voorts dat zij rondom zijn ontslag verwijtbaar heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.162

    Klacht tegen uroloog. Klager verwijt de uroloog onder meer onvoldoende onderzoek naar en onvoldoende behandeling van zijn prostaatkanker en een gebrekkige informatievoorziening over zijn aandoeningen. Het Regionaal Tuchtcollege acht alleen de klachtonderdelen betreffende de informatievoorziening gegrond en legt aan de uroloog een waarschuwing op. Klager komt in beroep; de uroloog stelt incidenteel beroep in. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de gegrondverklaring van de klachtonderdelen die zien op de informatievoorziening en oordeelt dat een ander klachtonderdeel betreffende de schending van klagers privacy eveneens gegrond is. Het Centraal Tuchtcollege legt aan de uroloog een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.223

    Klacht tegen psychiater. Verweerder diende te beoordelen of klaagster geschikt is om een rijbewijs te hebben volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000. Klaagster verwijt verweerder met name dat hij heeft geoordeeld dat bij klaagster sprake is van alcoholmisbruik in de ruimste zin. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en het beroep van klaagster wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.282

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich een aantal malen bij verweerder gemeld met buikklachten en verwijt verweerder dat hij naar aanleiding van die klachten geen echo heeft laten verrichten. Voorts verwijt klager verweerder dat deze hem gedurende langere tijd famotidine heeft voorgeschreven waardoor klager stelt een ernstig kaliumgebrek te hebben opgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste klachtonderdeel gegrond en legt aan verweerder ter zake de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-093b

    Klacht tegen een arts deels niet-ontvankelijk, voor het overige ongegrond. Klager, die klaagt namens zijn overleden moeder is ontvankelijk in de klacht nu er geen gerede twijfel bestaat of klager met het indienen van de klacht de veronderstelde wil van de patiënte vertegenwoordigt. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de arts bij het onderzoek van de patiënte en het in overleg met zijn supervisor bepaalde beleid bij het beroepsmatig handelen niet binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Het college ziet niet voldoende aanleiding de arts ter zake de communicatie een tuchtrechtelijk verwijt te maken, omdat kennelijk wel de mogelijkheid van beademing ter sprake is gekomen en er, ook bij een opname op de IC of MC, daadwerkelijk geen andere behandelingsmogelijkheden waren waarvan enig positief effect kon worden verwacht. Het derde klachtonderdeel is gericht tegen de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Nu in het tuchtrecht alleen de persoonlijk verwijtbaarheid van de aangeklaagde zorgverlener aan de orde is, kan klager niet in dit klachtonderdeel worden ontvangen. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.220

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij hem ten onrechte detentiegeschikt heeft verklaard zonder hem persoonlijk te hebben onderzocht. Klager, die diabetes heeft, is onder meer van mening dat hem niet de benodigde zorg kan worden geleverd, dat hij niet het juiste dieet krijgt waardoor hij is afgevallen, dat er niet adequaat wordt ingegrepen als hij een hypo heeft en dat er geen controles plaatsvinden. Verder voert klager aan dat hij aan zijn hart is geopereerd en dat ook op dat punt de controle van de medische dienst onvoldoende is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-093C

    Klacht tegen een klinisch geriater deels niet-ontvankelijk, voor het overige ongegrond. Klager, die klaagt namens zijn overleden moeder is ontvankelijk in de klacht nu er geen gerede twijfel bestaat of klager met het indienen van de klacht de veronderstelde wil van de patiënte vertegenwoordigt. De keuze voor het door de klinisch geriater in overleg met de arts ingezette beleid is naar het oordeel van het college verdedigbaar. Ook over het overige handelen van de klinisch geriater kan niet gezegd worden dat zij bij het beroepsmatig handelen niet binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Ter zake de communicatie valt de klinisch geriater geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het derde klachtonderdeel is gericht tegen de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Nu in het tuchtrecht alleen de persoonlijk verwijtbaarheid van de aangeklaagde zorgverlener aan de orde is, kan klager niet in dit klachtonderdeel worden ontvangen. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.277

    Klacht tegen huisarts. Klager verblijft in detentie in een instelling waar de huisarts als justitieel geneeskundige werkzaam is. Klager verwijt de huisarts dat hij klager niet serieus heeft genomen en hem niet de zorg heeft verleend die hij aan hem had behoren te verlenen. Daartoe voert klager onder meer aan dat de diabeteszorg niet naar behoren heeft plaatsgevonden, dat er geen rekening is gehouden met zijn dieetwensen en dat hij geen deugdelijk beddengoed heeft gekregen waardoor hij huidproblemen ondervindt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-093d

    Klacht tegen een klinisch geriater deels niet-ontvankelijk, voor het overige ongegrond. Klager, die klaagt namens zijn overleden moeder is ontvankelijk in de klacht nu er geen gerede twijfel bestaat of klager met het indienen van de klacht de veronderstelde wil van de patiënte vertegenwoordigt. Het starten van een comfortbeleid door de klinisch geriater is in overeenstemming met het bedoelde beleid en valt binnen de grenzen van het beroepsmatig handelen. Het verdient de voorkeur dat een zorgverlener die dienst heeft, direct bij het aangaan van een gesprek –ook als dat gesprek niet gepland is- duidelijk communiceert dat hij kan worden weggeroepen. Dat de klinisch geriater dit niet heeft gedaan is onhandig te noemen, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het derde klachtonderdeel is gericht tegen de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Nu in het tuchtrecht alleen de persoonlijk verwijtbaarheid van de aangeklaagde zorgverlener aan de orde is, kan klager niet in dit klachtonderdeel worden ontvangen. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-273a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klagers verkeren in de veronderstelling dat patiënt is overleden door de inname van de oxycodon, dit berust op een misvatting. De patiënt is overleden aan de ernstige ziekte waaraan hij leed. De toediening van oxycodon in de fase van het levenseinde maakt deel uit van de medische behandeling en is als zodanig aan richtlijnen gebonden. Voor een door de arts genomen beslissing tot levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding ziet het College geen enkele aanwijzing. Zij heeft zich verder uitermate professioneel en inlevend opgesteld. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/469

    Klager verwijt verweerder dat hij een onjuist rapport heeft opgesteld. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:36 Accountantskamer Zwolle 18/2332 Wtra AK

    Betrokkene is zakenpartner geworden van een voormalige cliënt en daarbij betrokken partijen. De samenwerkingsovereenkomst is meer dan 6 jaar geleden gesloten. Thans vraagt betrokkene nakoming van door de betrokken partijen bij die overeenkomst aangegane verplichtingen. Klachten rondom het aangaan en de inhoud van die overeenkomst stuiten af op de 6-jaarstermijn van art. 22 Wtra oud. Er gaat geen nieuwe termijn van zes jaar gelden, vanaf het moment dat betrokkene zijn wederpartijen aan nakoming van die overeenkomst houdt. In zoverre is de klacht niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/343659 KL RK 18-147

    De kamer acht het verwijtbaar dat de kandidaat-notaris onvoldoende heeft gereageerd op vragen en verzoeken van klagers en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie zonder dat hij hiervoor een afdoende verklaring heeft kunnen geven. Naar het oordeel van de kamer behoort het tot de taak en verantwoordelijkheid van de kandidaat-notaris om binnen redelijke termijnen te reageren op vragen en verzoeken die hem worden gedaan. Hiervan is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-681

    Klager verwijt de advocaat van de wederpartij niet te hebben voldaan aan de (schikkings)afspraken die tussen de advocaten zijn gemaakt over de opheffing van beslagen. Klacht ongegrond.