We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 18751-18800 van de 47654 resultaten

  • ECLI:NL:TNORDHA:2019:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-48 en 18-49

    De notarissen hebben in de – hen bekende – onjuiste handelwijze van de hypotheekhouder ten onrechte geen reden gezien om hun ministerie te weigeren . Klager heeft in dat verband gesteld dat de schikking op bedrog berust en dat er geen sprake was van verzuim. De veilingvoorwaarden zijn niet in een notariële akte opgenomen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:42 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/15

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een kat qua onderzoek en diagnostiek tekort te zijn geschoten, waarbij niet zou zijn onderkend dat de kat een ernstig vochtprobleem had en daardoor onnodig heeft geleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:63 Raad van Discipline Amsterdam 18-797/A/NH

    Klacht over advocaat wederpartij.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:57 Raad van Discipline Amsterdam 19-068/A/NH

    Voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2019:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-41, 18-42 en 18-43

    De notarissen hebben onder valse voorwendselen een kopie van het testament opgevraagd bij de notaris van klaagster.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:43 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/33

    Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten bij de behandeling en het hechten van een wond op de borst van een hond. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:64 Raad van Discipline Amsterdam 19-077/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht van (voormalig) advocaat over deken. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het onderzoek naar de klacht van de heer N over klager te sluiten en klager over deze sluiting niet uit eigen beweging te berichten. De sluiting van het onderzoek lag immers, zoals verweerder terecht stelt, geheel in lijn met de brief van 25 november 2015 aan de heer N, welke brief in afschrift aan klager was gestuurd. Er was voor verweerder voorts geen aanleiding om op mogelijke niet-ontvankelijkheid van de klacht van de heer N te wijzen wegens tijdsverloop. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:58 Raad van Discipline Amsterdam 18-894/A/DH

    Klacht over advocaat wederpartij (zie ook 18-890/A/A, 18-891/A/A en 18-892/A/DH).

  • ECLI:NL:TNORDHA:2019:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-36 en 18-37

    Klaagster verwijt de notarissen dat zij is voorgelogen en dat ten onrechte er een kopie van het testament opgevraagd is bij klaagster.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:44 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/97

    Dierenarts wordt verweten dat hij veterinair tekort is geschoten met betrekking tot een onderbroken chirurgische ingreep bij een paard en met betrekking tot de zorg die in de daarop volgende dagen is verleend, met als gevolg dat het paard is overleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:65 Raad van Discipline Amsterdam 18-889/A/A

    Klager is niet de cliënt van verweerder geweest, zodat het verweerder niet vrij stond om klager een toelichting te geven op de door hem voor zijn cliënt uitgevoerde werkzaamheden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:38 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/6

    Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten in de begeleiding van de bevalling van een hond. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:59 Raad van Discipline Amsterdam 18-981/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. De raad gaat ervan uit dat verweerder het voicemailbericht heeft achtergelaten als grap tussen twee vrienden, en aldus in de privé-sfeer. Naar het oordeel van de raad is er in onderhavig geval evenwel voldoende verwevenheid met de praktijkuitoefening om de daarvoor geldende maatstaven toe te passen. Daarbij acht de raad van belang dat verweerder en mr. V elkaar de dag vóór het voicemailbericht hebben getroffen in de rechtszaal waarbij zij allebei als advocaat optraden, en verweerder zich in het voicemailbericht kennelijk heeft voorgedaan als één van de bij die procedure betrokken partijen, namelijk klager sub 9. Dat verweerder stelt zich niet te kunnen herinneren de naam van klager sub 9 te hebben gebruikt overtuigt de raad niet. De raad gaat er niettemin vanuit dat het gaat om een grap tussen twee vrienden, waarvan het niet de bedoeling was dat dit openbaar zou worden. Het is ongelukkig dat dit bij de wederpartij terecht is gekomen, temeer nu klager sub 9 zich hierdoor gegriefd heeft gevoeld. Dit maakt evenwel nog niet dat de betamelijkheidsnorm is geschonden. Gedragsregels 29 en 30 (Gedragsregels 1992), waar klager sub 9 naar verwijst, zijn niet voor deze situatie geschreven. Dat verweerder zich onnodig grievend over klager sub 9 heeft uitgelaten kan de raad, gelet op het verweer van verweerder, niet vaststellen. Het had verweerder wel gesierd als hij direct op 22 december 2017, nadat duidelijk was dat de advocaat van klagers op de hoogte was geraakt van het voicemailbericht, kenbaar had gemaakt dat hij degene was geweest die het voicemailbericht had achtergelaten en daarvoor zijn excuses had aangeboden. Dat verweerder dit heeft nagelaten maakt evenwel niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klagers sub 1 t/m 8 niet-ontvankelijk wegens onvoldoende belang. Klacht voor zover ingediend door klager sub 9 ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:45 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/99

    Dierenarts wordt verweten bij de keuring van een paard veterinair onjuist c.q. nalatig te hebben gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:66 Raad van Discipline Amsterdam 18-805/A/A

    Ongegronde klacht van een voormalig advocaat tegen de advocaat die hem heeft bijgestaan in de tuchtprocedure die heeft geleid tot zijn schrapping.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:39 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/8

    Dierenarts wordt verweten bij de euthanasie een hond veterinair onjuist c.q. nalatig te hebben gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:60 Raad van Discipline Amsterdam 18-890/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij (zie ook 18-891/A/A, 18-892/A/DH en 18-894/A/DH).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 219/2018

    Een van de drie klachten tegen arts/internist betreffende cardio vasculair risicomanagement. Het gevoerde beleid was zorgvuldig en adequaat. Klachten kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:46 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/23

    Klacht tegen twee dierenartsen over een uitgevoerde castratie bij een hond en de na de castratie verleende nazorg. Ten aanzien van een van de dierenartsen gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:40 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/10

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een kat, die in verband met plasproblemen enkele dagen op de praktijk opgenomen is geweest, qua behandeling tekort te zijn geschoten, alsook met betrekking tot de instructies over de nazorg, met als gevolg dat de gezondheidsgesteldheid van de kat uiteindelijk zodanig achteruit is gegaan, dat tot euthanasie moest worden besloten. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:61 Raad van Discipline Amsterdam 18-891/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij (zie ook 18-890/A/A, 18-892/A/DH en 18-894/A/DH).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 242/2018

    Een van de drie klachten tegen arts/internist betreffende cardio vasculair risicomanagement. Het gevoerde beleid was zorgvuldig en adequaat. Klachten kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:41 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/11

    Dierenarts wordt verweten bij de uitvoering van een zogenoemde ‘TTA Rapid’ operatie met betrekking tot een gescheurde voorste kruisband in de linker achter knie van een hond tekort te zijn geschoten, alsook met betrekking tot de nazorg. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:62 Raad van Discipline Amsterdam 18-892/A/DH

    Klacht over advocaat wederpartij (zie ook 18-890/A/A, 18-891/A/A en 18-894/A/DH).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:56 Raad van Discipline Amsterdam 19-067/A/NH

    Voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 243/2018

    Een van de drie klachten tegen arts/internist betreffende cardio vasculair risicomanagement. Het gevoerde beleid was zorgvuldig en adequaat. Klachten kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.044

    Klager verblijft in een Forensisch Psychiatrische Kliniek in het kader van een ter beschikkingstelling. De aangeklaagde gz-psycholoog werkt in de functie van behandelcoördinator in deze kliniek. In het kader van de verlofregeling is diverse malen geconstateerd dat klager zich niet aan de voorwaarden houdt. Het behandelteam heeft een delictgerelateerde overtreding geconstateerd en daarop is besloten de onbegeleide verloven stop te zetten. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij klager onjuist en foutief heeft beoordeeld. Zij heeft met het team beslist dat de verloven van klager zijn beperkt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover hij daarin een nieuwe klacht heeft aangevoerd en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:23 Accountantskamer Zwolle 18/2082 Wtra AK

    Klacht over uitlatingen betrokkene die namens hem zijn gedaan in een civiele procedure (die uitlatingen zijn in strijd met de waarheid en in strijd met wat betrokkene in een andere zaak op een eerdere zitting van de Accountantskamer heeft verklaard). Klacht valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht, zoals bepaald in artikel 42 van de Wab (ten aanzien van zijn beroepsuitoefening). Innemen van een standpunt in een civielrechtelijke procedure door een accountant is alleen in strijd met de fundamentele beginselen als het bewust onjuist of misleidend en dus te kwader trouw is gebeurd of naar zijn aard moet worden beschouwd als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Dat is hier niet aannemelijk geworden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/346

    Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij 1) onvoldoende onderzoek heeft verricht; 2) onverantwoord heeft gehandeld in de communicatie met klager en de werkgever; 3) zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden; 4) samenzweert met de werkgever en 5) zijn terugkoppeling aan klager en de werkgever niet gelijktijdig en schriftelijk heeft gedaan. De bedrijfsarts heeft volgens klager door zijn handelwijze het re-integratietraject van klager benadeeld en ernstige irritatie veroorzaakt tussen klager en de werkgever. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:37 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2018/4

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts handelt bij de inzet van antibiotica en een cascademiddel op een pluimveebedrijf niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Volgt geldboete van €1.000, waarvan € 500 voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:24 Accountantskamer Zwolle 18/932 Wtra AK

    Klacht over handelen accountant (verduisteren gelden) bij het doen van de administratie van de ouders/de moeder van de accountant is gedeeltelijk niet-ontvankelijk omdat dit handelen voor 1 januari 2013 als privé-handelen moet worden aangemerkt. Ditzelfde handelen valt na 1 januari 2013 wel onder de reikwijdte van het tuchtrecht. Klacht over handelen als executeur van de nalatenschappen ook ontvankelijk. Klachten voor zover ontvankelijk ongegrond want onvoldoende aannemelijk gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/354

    Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn beroepsgeheim en privacy jegens klager heeft geschonden en dat hij ten onrechte een second opinion heeft geweigerd. Daarnaast verwijt klager de bedrijfsarts dat hij niet integer heeft gehandeld en partij heeft gekozen voor de werkgever. Deels gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 249/2018

    Klacht tegen neurochirurg. Klager ondergaat een operatie naar aanleiding van een hernia, waarna een klapvoet optreedt. De klachtonderdelen zien op het informed consent gesprek, de uitvoering van de ingreep, nazorg, communicatie en bejegening. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.045

    Klager verblijft in een Forensisch Psychiatrische Kliniek in het kader van een ter beschikkingstelling. Klager verwijt de aangeklaagde psychiater dat hij een verkeerde en/of onjuiste diagnose heeft gesteld wat voor hem bepaalde gevolgen heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft op grond van het “ne bis in idem” beginsel klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:71 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.226

    Klacht tegen een arts, werkzaam als keuringsarts bij het CBR. Klager is op enig moment strafrechtelijk veroordeeld voor rijden onder invloed. In de jaren daarna heeft klager zich meermalen laten onderzoeken op zijn rijgeschiktheid en een rijbewijs gekregen voor een periode van 1, 3 en 5 jaar. In het kader van de “eigen Verklaring procedure” is klager op verzoek van het CBR onderzocht en gekeurd door de arts en een psychiater (supervisor). Na onderzoek is een rapport opgesteld. Klager is door het CBR aanvankelijk niet rijgeschikt verklaard voor de rijbewijscategoriën in verband met alchoholmisbruik. Hiertegen heeft klager bezwaar aangetekend. Na onderzoek bij de huisarts bleek van een recente Hepatitis E infectie. In de afgelopen negen jaar was nooit eerder sprake geweest van afwijkende leverwaarden. Het CBR heeft naar aanleiding hiervan de eerdere beslissing herroepen. Klager verwijt de arts dat het rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat de conclusie ‘alcoholmisbruik’ onvoldoende wodt ondersteund door bevindingen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt de arts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:233 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 639444

    Verzet ongegrond. De gerechtsdeurwaarder heeft de vordering voldoende toegelicht

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/417

    Verweerder was de huisarts van klager. Klager verwijt hem bij het verwijderen van een moedervlek niet volgens de richtlijnen te hebben gehandeld door de moedervlek bij een eerste consult te verwijderen. Volgens klager heeft verweerder daarmee niet zorgvuldig gehandeld met als gevolg een pijnlijk litteken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.298

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is de dochter van een inmiddels overleden patiënt van verweerder. Patiënt leed aan de ziekte van Alzheimer en was opgenomen in een verpleeghuis. Verweerder was als huisarts aan dit verpleeghuis verbonden. De klacht ziet op de aan patiënt verleende zorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:234 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 639882

    Verzet te laat ingediend, daarom niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.394

    Klacht tegen de huisarts van de zuster van klager. Klager heeft de huisarts om een gesprek over zijn zuster gevraagd (buiten haar medeweten), omdat hij en zijn moeder zich ernstig zorgen over haar (zijn zus) maken. Klager wil deze zorgen met de huisarts delen. Klager verwijt de huisarts dat zij op stuitende wijze heeft geweigerd dit gesprek met hem aan te gaan, met een onterecht beroep op privacywetgeving. Ook verwijt klager de huisarts dat zij een legitiem verzoek volledig heeft genegeerd door een e‑mail van hem niet te beantwoorden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing. De huisarts is met haar handelen niet buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening getreden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:235 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 641845

    Verzet ongegrond. Dat een advocaat een onjuiste opdracht aan de gerechtsdeurwaarder heeft gegeven, en daarvoor disciplinair berispt is leidt niet tot de conclusie dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar handelt door die opdracht uit te voeren en een beschikking te betekenen, die niet meer geldig is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:45 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-042/DB/LI

    Grenzen van aan advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:21 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 628169

    Termijn vaststellen beslagvrije voet een maand en vijf dagen na ontvangst van de juiste gegevens is te lang. Klacht is terecht voorgesteld. Ook de klacht over de reactie op interne klacht na twee maanden, terwijl was toegezegd dat binnen 30 dagen gereageerd zou worden, is terecht voorgesteld.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:236 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 642769

    beslissing op verzet. Klager heeft in verzet aangevoerd waarom de hoogte van de vordering niet juist is. Ter beoordeling staat echter de vraag of de beslissing van de voorzitter op juiste gronden is genomen. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.352

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/353

    Verweerster was de behandelaar van de ex-partner van klager. Bij het beëindigen van die behandelrelatie heeft verweerster een overdrachtsbrief gestuurd aan de huisarts van de ex-partner. Klager verwijt verweerster dat zij in die brief waardeoordelen heeft over klager als persoon en als vader. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329304 / KL RK 17-185

    De klacht betreft het hebben van een negatieve kantoorsolvabiliteit en een negatieve privésolvabiliteit, waardoor de notaris redelijkerwijs moet verwachten dat dit ertoe kan leiden dat hij (te eniger tijd) niet zal kunnen voldoen aan zijn financiële verplichtingen. De kamer overweegt dat vanwege de geconstateerde negatieve solvabiliteit in de periode waar de klacht op ziet naar het oordeel van de kamer de vrees dat daardoor de notariële onafhankelijkheid verloren ging geenszins denkbeeldig was. Er was sprake van een situatie waarin in redelijkheid kon worden verwacht dat de notaris op enig moment niet aan zijn financiële verplichtingen had kunnen voldoen en een faillissement niet kon worden uitgesloten. De kamer overweegt verder dat vanwege het feit dat de Rabobank coulant is geweest en een hoge vordering heeft kwijtgescholden, het financiële tij is gekeerd en ergere financiële problemen zijn voorkomen. Zonder afbreuk te willen doen aan de inspanningen van de notaris om de financiële situatie alsnog ten goede te keren, verwijt de kamer de notaris dat hij onverantwoorde risico’s heeft genomen. De notaris moet te allen tijde voorzichtig zijn met geleend geld, ook in goede marktomstandigheden. Door dit niet te doen, heeft de notaris zichzelf in een zeer kwetsbare positie gebracht en is er langdurig sprake van een negatieve solvabiliteit. Dit acht de kamer verwijtbaar. De klacht is derhalve gegrond. Gelet op de ernst en verwijtbaarheid enerzijds en de door de notaris getroffen inspanningen om zijn positie te verbeteren anderzijds, acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:58 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338433 KL RK 18 - 76

    In een eerdere beslissing tussen partijen heeft de kamer geoordeeld dat de notaris op grond van artikel 55 Wna gehouden is een urenspecificatie te overleggen. In onderhavige zaak beklaagt klaagster zich over het feit dat de notaris, ondanks de eerdere kamerbeslissing, nog steeds geen urenspecificatie wenst over te leggen. Ook reageert de notaris niet op e-mails en heeft hij de gemachtigde van klaagsters telefonisch onheus te woord gestaan. De kamer is van oordeel dat het, gezien de beslissing van de kamer van 8 mei 2018 en de verzoeken van klager van 1 juni 2018 en 8 juni 2018, op de weg van de notaris had gelegen om zo spoedig mogelijk de specificatie als bedoeld in artikel 55 Wna aan de gemachtigde van klager te verstrekken. Door dit na te laten, althans ontwijkend te antwoorden op bedoelde verzoeken van klager om een urenspecificatie en om naleving van de beslissing van de kamer, heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld. De kamer weegt daarbij mee dat de notaris pas na de aanmaning van de advocaat van de gemachtigde van klaagster een specificatie heeft verstrekt. Deze specificatie van werkzaamheden heeft de notaris bovendien niet rechtstreeks aan klaagster, maar aan de kamer verstrekt. Van belang is verder dat de notaris niet heeft toegelicht hoeveel tijd hij aan welke werkzaamheid heeft besteed. Hij heeft ten onrechte volstaan met een opgave van het tot aan aantal aan de zaak bestede uren. Blijkens het overzicht heeft hij daarbij ook nog eens de tijd in rekening gebracht voor de behandeling van de eerdere klacht van klaagster. Deze tijd komt echter, gelet op de vaste rechtspraak en naar bij de notaris bekend mag worden verondersteld, niet in aanmerking voor declaratie bij klaagster. De kamer is daarom van oordeel dat de klacht op al haar onderdelen gegrond is en dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De kamer legt de notaris de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339157 / KL RK 18 - 85

    Klager verwijt de notaris allereerst dat sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie. Verder verwijt klager de notaris dat hij zich tijdens zijn schorsing niet heeft gedragen zoals van een geschorst notaris verwacht mag worden. Tot slot heeft klager bij de notaris op kantoor vijf akten aangetroffen die zijn gepasseerd maar niet waren ingeschreven in het repertorium, niet ter registratie waren aangeboden, niet waren ingebonden en ook niet waren opgeslagen in de kantoorkluis. De kamer heeft klachtonderdeel een en twee ongegrond verklaard. Het derde klachtonderdeel is door de kamer gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336214 / KL RK 18 - 56

    Klager stelt dat de notaris, gelet op artikel 138 lid 2 BW, niet had mogen meewerken aan de verkoop van de woning door de voorwaardelijke erfgenamen. Door dit toch te doen heeft de notaris het aanzien van de beroepsgroep geschaad. Verder verwijt klager de notaris dat hij met zijn handelen klager in een kwaad daglicht heeft gezet, aangezien klager als notaris zelf eerder zijn medewerking aan de verkoop weigerde vanwege de voorwaardelijke positie van de aspirant verkopers. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.