Zoekresultaten 1701-1750 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7940

    Klacht tegen een radioloog kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de enkelfractuur heeft gemist en röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-213/DB/OB 25-214/DB/OB

    Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-258/DB/LI

    Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7709

    Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is, na onderzoek door een andere neuroloog, door verweerster onderzocht met onder meer klachten van dubbelzien en uitvalsverschijnselen en de vraag of sprake zou kunnen zijn van de ziekte van Lyme. Zij maakt de neuroloog verwijten over haar bevindingen, verslaglegging en verwijzing naar de Lyme-polikliniek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7710

    Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts verwezen naar de afdeling neurologie in het ziekenhuis waar verweerster als neuroloog werkzaam is. Hier is zij onderzocht door een arts-assistent onder supervisie van verweerster en eveneens door verweerster zelf. De klacht heeft betrekking op het door verweerster verrichte onderzoek en haarsupervisie en begeleiding van de arts-assistent.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7706

    Klacht tegen psychotherapeut gedeeltelijk gegrond. De psychotherapeut heeft klaagster, die gedurende een periode van drie jaar bij haar onder behandeling was, tijdens een consult weggestuurd, nadat klaagster hevig emotioneel werd. Klaagster verwijt de psychotherapeut, dat zij haar ten onrechte wegstuurde tijdens dit consult, dat zij onvoldoende (na)zorg heeft verleend en dat zij onwaarheden schreef in de afsluitende brief aan de huisarts. Het college komt tot het oordeel dat de psychotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klaagster zonder waarschuwing vooraf weg te sturen. Ook de nazorg is onvoldoende. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8294

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster heeft na een zwangerschapsduur van 41 weken een dochter gekregen, die kort na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij het maken van de 20-weken echo fouten heeft gemaakt, onder meer door de placentalokalisatie en de navelstrenginsertie niet te beoordelen. Het college overweegt als volgt. Indien de navelstrenginsertie niet te beoordelen was, had van de verloskundige mogen worden verwacht dat zij het echoscopisch onderzoek zou herhalen. Als dan nog steeds sprake zou zijn van onvoldoende beeldvorming, had verwijzing en nader onderzoek moeten plaatsvinden. In het verslag van de 20-weken echo is aanvankelijk de placentalokalisatie niet vermeld. De verloskundige heeft dit later, na het overlijden van de dochter van klaagster, aan het verslag toegevoegd. Omdat het medisch dossier leidend is, gaat het college ervan uit dat de placentalokalisatie tijdens de 20-weken echo niet heeft plaatsgevonden. Het achteraf aanvullen van het dossier zonder dit kenbaar te maken is onzorgvuldig. Overig klachtonderdeel is ongegrond. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:187 Raad van Discipline Amsterdam 25-326/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels gegrond. Naar het oordeel van de raad kon van verweerder redelijkerwijs worden verwacht dat een inhoudelijk bericht aan de wederpartij opgesteld zou zijn, terwijl verweerder nadien slechts kwam met een vraag die algemeen van aard was en daarbij geen blijf gaf van bestudering door hetgeen klager hem reeds had aangereikt. Verweerder had meer kunnen doen, zoals hij had toegezegd, maar dat heeft hij niet gedaan. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarom niet gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mocht worden verwacht. De uitleg die verweerder heeft verstrekt acht de raad in dit verband onvoldoende. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad weegt hierin mee dat verweerder de eigen bijdrage aan klager heeft terug betaald en klager geen nadeel heeft ondervonden van het handelen van verweerder. Aan verweerder zal daarom geen maatregel worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7859

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde deels ontvankelijk, maar kennelijk ongegrond. College gaat uit van wilsbekwaamheid bij klaagster. Uit de klacht en hoe zij deze heeft verwoord valt niet af te leiden dat zij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake. Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat hij in het kader van een aanvraag tot verlenging van de rechterlijke machtiging een onjuiste medische verklaring heeft opgesteld. Het college oordeelt dat in de medische verklaring duidelijk is omschreven hoe zijn beoordeling luidt en waarop die is gebaseerd. Geen aanwijzingen voor tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:188 Raad van Discipline Amsterdam 25-329/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerder behartigde de belangen van de vrouw en hij mocht uitgaan van de informatie die hij van zijn cliënte had gekregen. Van een uitzonderingssituatie waarin hij de juistheid van deze informatie had moeten controleren, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Ten aanzien van het verwijt van klager dat verweerder niet zou zijn ingegaan op een mediationvoorstel van de kinderrechter, overweegt de raad dat het aan de vrouw was om hier al dan niet gehoor aan te geven. Het niet ingaan op een mediationvoorstel, voor zover daar al sprake van was, kan verweerder in ieder geval niet worden verweten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7728

    Klacht tegen neuroloog gegrond. Vanwege toenemende pijnklachten bij een incomplete dwarslaesie is klager naar de neuroloog verwezen. Deze heeft klager twee keer op consult gezien en één keer telefonisch gesproken. Klager heeft vervolgens om een verwijzing voor een second opinion gevraagd. Klager maakt de neuroloog verwijten over het door haar verrichte onderzoek en de verwijzing voor een second opinion. Het college verklaart de klacht in beide onderdelen gegrond en legt aan de neuroloog een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:189 Raad van Discipline Amsterdam 25-089/A/NH

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7260

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2024/7364

    Klacht tegen een psychotherapeut. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de psychotherapeut de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:190 Raad van Discipline Amsterdam 25-191/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:199 Hof van Discipline 's Gravenhage 250339

    Afwijzing verzoek tot verwijzing. Klager is ontevreden is over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerster waardoor volgens klager de behandeling van zijn klachten vertraging heeft opgelopen. De klachten die klager heeft over de wijze waarop verweerster zich jegens klager heeft opgesteld of heeft gehandeld, kan klager indienen bij de Orde van Advocaten te Amsterdam op basis van de interne klachtenregeling van die Orde. Het klachtrecht in de zin van de Advocatenwet is niet bedoeld om de werkwijze van de Amsterdamse Orde van Advocaten aan de orde te stellen. Verder is het klachtrecht niet bedoeld om een hernieuwde dekenvisie te krijgen. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid tot verwijzing van een onwelgevallige klachtbehandeling naar een andere deken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:198 Hof van Discipline 's Gravenhage 250265 

    Klacht niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een advocaat ter discussie te stellen

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7762

    Klager kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen arts. Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de beslissing om de patiënt, de vriend van klager, met ontslag naar huis te laten gaan zonder volledig te onderzoeken of de patiënt somatisch gezien in staat was om naar huis terug te keren. Voorzitter: er is sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven eraan te twijfelen dat klager de wil van de patiënt vertegenwoordigt waar het gaat om het indienen van een klacht tegen deze verweerster. Op geen enkele wijze kan ergens uit worden opgemaakt dat de patiënt over haar had willen klagen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:225 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-521/AL/ZWB/W 25-522/AL/LI/W 25-523/AL/LI/W

    Wrakingsbeslissing. De wrakingskamer verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-501/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder kan niet worden verweten dat zijn cliënte het griffierecht niet tijdig heeft vergoed. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:243 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8060

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar, kort samengevat, niet goed heeft begeleid door onder andere een foutieve inschatting van de klachten en het weigeren van een second-opinion.Klaagster wenste een second opinion vanwege gebrek aan vertrouwen enonveiligheidsgevoelens richting de bedrijfsarts. Hoewel klaagster een klacht had over debejegening en het gedrag van de bedrijfsarts en de klachtenprocedure daarvoor deaangewezen route is, is het verzoek van klaagster dusdanig vaak herhaald dat een secondopinion mogelijk nuttig had kunnen zijn voor het herstel van het verstoorde re-integratietraject. De bedrijfsarts hield vast aan het vereiste dat een spreekuur consult moestplaatsvinden voordat een second opinion kon worden aangevraagd. Weliswaar heeft debedrijfsarts de second opinion niet expliciet geweigerd, maar door haar formele en stelligehouding heeft de bedrijfsarts het dringende verzoek van klaagster ook niet gefaciliteerd,waar dit wel van haar verwacht mocht worden. Dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard. Er wordt geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:146 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-341/DB/LI

    Raadbeslissing. KIacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond, Niet gebleken dat verweerder onrechtmatig de ouderlijke woning heeft betreden. Voor zover zich in het meegenomen bureau goederen bevonden die niet bestemd waren voor verweerders cliënt kan hem daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Niet gebleken dat verweerder valse en ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van A heeft geuit, noch dat hij in opdracht van zijn cliënt, de gerechtelijke procedure en de afwikkeling willens en wetens heeft vertraagd en getraineerd;, noch dat hij zich door zijn cliënt heeft laten gebruiken als loopjongen en penvoerder.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:188 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-935/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:244 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7825

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft op verzoek van de werkgever van klaagster na het derde ziektejaar van klaagster een verklaring 26e week ontslagtoets afgegeven, waarin zij heeft geconcludeerd dat niet te verwachten is dat klaagster binnen een periode van 26 weken weer geschikt wordt voor de bedongen arbeid, al dan niet in aangepaste vorm. Volgens klaagster is sprake van een onjuiste verklaring die is opgesteld zonder dat de bedrijfsarts hier tevoren met klaagster over heeft gesproken of haar heeft onderzocht. Het college komt tot het oordeel dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:189 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-481/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk voor zover dat ziet op de periode dat verweerster nog geen advocaat was. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:220 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-558/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met de door haar gebruikte termijn ‘achtervolgen’ in haar e-mail geen onjuiste beschrijving gegeven van de feitelijke situatie. Klager heeft zijn ex-partner immers meermaals en bovendien rechtstreeks aangeschreven met telkens dezelfde vraag om informatie. Dit terwijl klager uit de duidelijke e-mail van verweerster van 1 oktober 2024 wist, dan wel had kunnen begrijpen dat zijn ex-partner de verzochte informatie alleen zou verstrekken in een door klager te starten wijzigingsprocedure. Naar het oordeel van de voorzitter is van een grievende uitlating door verweerster geen sprake is geweest. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:195 Hof van Discipline 's Gravenhage 250258

    Verzoek tot aanwijzing van advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:245 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8135

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot bedrijfsarts. Klager heeft een verzuimgesprek gehad met de arts in opleiding tot bedrijfsarts. Klager was het niet eens met het advies en de probleemanalyse. De arts heeft na afloop van het consult, na overleg met haar supervisor, het advies aangepast. Klager verwijt de arts dat zij niet tijdens het consult overleg heeft gevoerd met haar supervisor en hij verwijt de arts dat ze heeft geconcludeerd dat klager wel benutbare mogelijkheden heeft. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-540/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-478/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door namens zijn cliënten aanspraak te maken op het (stil) pandrecht. Verder is niet gebleken dat verweerder heeft ingestemd met het afwachten van het kort geding totdat hij namens zijn cliënte zou overgaan tot het uitwinnen van de pandrechten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:196 Hof van Discipline 's Gravenhage 250245

    Het hof verklaart het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:222 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-869/AL/NN

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:191 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-534/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerder heeft gehandeld als een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat. Ook heeft verweerder het arrest tijdig met klager willen bespreken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:197 Hof van Discipline 's Gravenhage 250216

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:223 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-069/AL/NN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-505/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een bestuursrechtelijke procedure. Verweerster mocht onder meer het standpunt innemen dat klager misbruik maakte van de Wet open overheid, mocht uitgaan van de informatie die zij van haar cliënte kreeg en was niet verplicht om klager gelijktijdig het verweerschrift toe te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:224 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-203/AL/NN

    Naar het oordeel van de raad is verweerder niet tekortgeschoten in zijn zorgplicht richting klaagster. Hij heeft herhaaldelijk en duidelijk uitgelegd dat en waarom het gestarte kort geding ingetrokken moest worden. Uit de stukken is de raad niet gebleken dat verweerder van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster ook opdracht heeft gekregen om namens klaagster een civiele procedure tegen de gemeente te starten. Dat daarover bij klaagster misverstand bestond door uitlatingen van een medewerkster van haar rechtsbijstandsverzekeraar, kan verweerder niet worden aangerekend. Voor zover klaagster ook heeft bedoeld heeft te klagen dat verweerder een verkeerde juridische route heeft genomen, wordt klaagster daar door de raad niet in gevolgd. Klaagster had daar eerder bezwaar over moeten maken, terwijl de keuze van verweerder om de Nationale Ombudsman in te schakelen juridisch bezien ook geen verkeerde keuze is geweest. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-504/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een bestuursrechtelijke procedure. Verwijten kunnen grotendeels niet aan verweerder worden toegerekend, omdat het verweerschrift door de kantoorgenote van verweerder is ingediend. Klacht ook voor het overige deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:145 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-590/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-222/DH/DH

    Eindbeslissing na voortzetten wegens algemeen belang. Verweerder heeft gedurende meerdere jaren nagelaten om voldoende zorgvuldig en voortvarend te handelen in het dossier van zijn cliënt. Belangrijke afspraken over onder meer de financiën en aan te leveren stukken zijn niet deugdelijk schriftelijk vastgelegd. Op het moment dat zijn cliënt zich tot een andere rechtsbijstandsverlener heeft gewend, heeft verweerder ook het dossier niet (direct) willen afgeven en de naam van de advocaat in Suriname niet (onverwijld) kenbaar willen maken. Mede gelet op met de cliënt getroffen schikking, het nadeel dat verweerder aan de klacht heeft ondervonden en de maatregel die de deken voor ogen heeft, komt de raad tot een berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:193 Hof van Discipline 's Gravenhage 250282

    Het hof verklaart het beroep van klaagster tegen gegrond verklaarde beslissing van de raad niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:194 Hof van Discipline 's Gravenhage 250262

    Verzoek om de aanwijzing van een advocaat te wijzigen/in te trekken en een andere advocaat aan te wijzen is door de deken afgewezen. Het hof verklaart het beklag hiertegen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:140 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-171/DB/LI

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:141 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-308/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster heeft geïntimideerd en bij haar veel stress, aanzienlijk financieel nadeel en onnodige kosten veroorzaakt is ongegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij met zijn e-mail van 10 maart 2025 heeft gehandeld in strijd met artikel 10a lid 1 aanhef en sub d Advocatenwet, de Gedragsregels 1, 6 en 22. Voor zover klaagster verweerder handelen in strijd met artikel 285a Sr is de raad onbevoegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:190 Hof van Discipline 's Gravenhage 240194

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft de wederpartij van klaagster bijgestaan in een geschil bij de Ondernemingskamer. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15 van de advocatuur (belangenverstrengeling) door tegen haar op te treden, terwijl zij een voormalig cliënte van zijn kantoor is. Verweerder heeft aanvankelijk bij de raad betwist dat klaagster een voormalig cliënte is van zijn kantoor, maar is daarop in hoger beroep teruggekomen. In de procedure bij de Ondernemingskamer is dezelfde zaak aan de orde als waarover eerder werkzaamheden voor klaagster zijn verricht. Verweerder mocht niet optreden tegen zijn voormalige cliënte (klaagster). Gedragsregel 15 is geschonden. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:191 Hof van Discipline 's Gravenhage 250323

    Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbesluit ter discussie te stellen, nu daartegen andere rechtsmiddelen openstaan. Klager gebruikt het klachtrecht voor een ander doel dan waarvoor het klachtrecht is bedoeld. Misbruik van klachtrecht. Het tuchtrecht is daarnaast alleen van toepassing op advocaten. De klacht wordt niet verwezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:144 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-283/DB/ZWB

    Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat in privé deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop, deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2683

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft in verband met aanhoudende plasklachten eind 2018 bij klager een zogenoemde TURP-operatie (Trans Urethrale Resectie van de Prostaat) uitgevoerd. Klager verwijt de uroloog dat hij sindsdien last heeft van incontinentieklachten en erectieklachten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep.