Zoekresultaten 301-350 van de 46428 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-944/DB/ZWB
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:166
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:220 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:220
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerster (ook) betrokken zou zijn geweest bij de correspondentie over de in te stellen vorderingen, wordt door klaagster niet nader onderbouwd en door verweerster nadrukkelijk betwist. Verweerster heeft daarbij terecht aangevoerd dat de voorzieningenrechter op basis van de ingestelde vorderingen ook “het minderde” (schorsing) in plaats van “het meerdere”(staking) had kunnen bevelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2775
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:210
Klacht tegen een MDL-arts. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de MDL-arts werkzaam is. De MDL-arts maakte deel uit van het MDO en heeft klager in 2019 enkele malen gezien. Klager verwijt de MDL-arts nalatigheid en onzorgvuldig handelen. In het bijzonder verwijt hij haar enerzijds dat haar brief aan de huisarts feitelijke onjuistheden bevat en anderzijds dat zij zich na april 2019 afzijdig heeft gehouden en ten onrechte niet actief heeft uitgezocht waarom geen resultaten uit de onderzoeken kwamen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 240341 240342
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:252
Deze procedures betreffen een klacht over de eigen advocaten. Het hoger beroep in beide zaken richt zich tegen het in beide zaken door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel dat niet is gebleken dat verweerders zich ten onrechte en op onzorgvuldige wijze zouden hebben teruggetrokken uit de zaken van klager. Verweerder heeft gehandeld zoals van een bekwaam en zorgvuldig handelend advocaat en tevens werkgever (van verweerster) verwacht mag worden. Het hof is van oordeel dat verweerders bij het besluit om de opdracht te beëindigen voldoende zorgvuldig hebben gehandeld. Verweerder heeft – nadat verweerster hem over de met klager ontstane situatie had geïnformeerd – hoor en wederhoor toegepast door het initiatief te nemen tot een telefoongesprek met klager). Verder heeft verweerder de in dat telefoongesprek gedane mededeling dat de werkzaamheden voor klager werden beëindigd diezelfde dag in een uitvoerig gemotiveerde brief mede namens verweerster aan klager toegelicht. Ten slotte is niet gebleken dat klager (processueel) nadeel heeft ondervonden als gevolg van die beëindiging. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:167
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:221
Voorzittersbeslissing. De voorzitter stelt vast dat het vermeend klachtwaardig handelen van verweerder zou hebben plaatsgevonden in 2013. Verweerder stond klager toen als advocaat bij en hij heeft in die hoedanigheid namens klager een verzoek tot schadevergoeding bij het Hof ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van 12 juli 2013 door het Hof afgewezen. Door in verband hiermee pas op 9 april 2025 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g eerste lid onder a Advocatenwet genoemde wettelijke termijn van drie jaar ruimschoots overschreden. Omdat klager moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest, dan wel redelijkerwijs kennis te hebben kunnen nemen, van het handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft, komt hem geen beroep toe op het bepaalde in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet. De klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:211
Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:193
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:266
Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240183 240184
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:253
Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat. Klager heeft zowel bij de deken als bij het hof geen feitelijke of juridische aanknopingspunten aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het procesadvies onjuist zou zijn. Gelet hierop had de deken, ook indien en voor zover door klager zelf wel voldoende advocaten zouden zijn aangezocht, voldoende grond om het verzoek van klager af te wijzen vanwege het ontbreken van een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure. Uit de tekst van artikel 13 Advocatenwet volgt verder dat een aanwijzingsverzoek gedaan moet worden bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-649/DB/ZWB
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:168
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de in de opdrachtbevestiging omschreven werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, er onnodige werkzaamheden zijn verricht en vragen over de aanpak niet werden beantwoord. Ook van het neerleggen van de zaak kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde correspondentie genoegzaam dat klaagster het noodzakelijke vertrouwen in verweerster was kwijt geraakt en dat verweerster haar werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft neergelegd. In alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:222 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:222
Herstelbeslissing m.b.t. 25-720/A/A Voorzittersbeslissing van 1-12-2025.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:212
Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:194
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240163
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:254
Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad deklacht van klager gegrond heeft verklaard. Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan slechts hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. Voor klager staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open. Klager kan dan ook niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-313/DB/OB
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:169
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:255
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2773
- Datum publicatie: 08-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:208
Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en heeft klager op 10 december 2018 geopereerd. Klager verwijt de chirurg (a) een mogelijke fout tijdens de operatie en (b) onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-726/A/A
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:219
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder als waarnemend deken. Niet gebleken is dat verweerder zich vanwege zijn deelname aan een bespreking met de rechtbank en Jeugdbescherming heeft gedragen op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:288 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7982
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:288
Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft bij klaagster een chronische vorm van blaasontsteking en stressincontinentie vastgesteld. Hij heeft in dat verband twee ingrepen bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de uroloog onder andere dat er geen sprake was van informed consent. Nu klaagster gemotiveerd heeft betwist voldoende te zijn voorgelicht, acht het college het enkele feit dat het informed consent-formulier is ondertekend, onvoldoende om informed consent aan te nemen. Het college kan aan de hand van het formulier niet vaststellen wat de uroloog precies met klaagster heeft besproken, omdat er alleen kruisjes zijn gezet, maar de velden daarachter niet zijn ingevuld en in het medisch dossier evenmin is vastgelegd wat er met klaagster is besproken. Het college is van oordeel dat de uroloog zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van het informeren van klaagster heeft miskend. Tijdens de zitting heeft hij ook geen blijk gegeven van reflectie op zijn handelen. Het college legt een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:213 Raad van Discipline Amsterdam 25-725/A/A
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:213
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Niet is komen vast te staan dat verweerder escalerend te werk is gegaan.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:289 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7991
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:289
Kennelijk ongegronde klacht tegen een uroloog. Klager heeft de klacht ingediend namens zijn overleden vader (de patiënt). De uroloog heeft de patiënt geopereerd aan zijn prostaat. Klager verwijt de uroloog onder andere dat zij de operatie niet goed heeft uitgevoerd. De uroloog heeft de operatie voortijdig moeten beëindigen. Door een onvoorziene omstandigheid van een bocht in de plasbuis liep het rechte operatie-instrument vast in de plasbuis waardoor het in een fausse route belandde. Het college is van oordeel dat de uroloog terecht heeft gekozen voor het beëindigen van de ingreep en het achterlaten van een katheter voor meerdere dagen zodat de plasbuis kon herstellen. Uit het medisch dossier en het operatieverslag blijkt verder niet dat de operatie niet volgens de richtlijnen of niet lege artis zou zijn uitgevoerd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:214 Raad van Discipline Amsterdam 25-549/A/A
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:214
Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat van de (oud)-werkgever van klaagster. Niet gebleken is van schending van gedragsregel 8. Ook mocht verweerster de van haar cliënte verkregen informatie in de procedure tegen klaagster gebruiken, ook al was deze de vrucht van een datalek. Een advocaat die gebruik maakt van door zijn cliënt(e) ter beschikking gestelde informatie, ook al had deze informatie achteraf gezien niet verstrekt mogen worden, zal, behoudens bijzondere omstandigheden, in het algemeen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen opleveren (vergelijk beslissing van de raad van 23 december 2019, ECLI:NL:TADRAMS:2019:251). Dat van dergelijke bijzondere omstandigheden sprake is, is de raad niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:215 Raad van Discipline Amsterdam 25-375/A/A 25-379/A/A 25-380/A/A 25-381/A/A
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:215
Raadsbeslissing; klachten over de dienstverlening eigen advocaat, over de incassoprocedure die door het kantoor tegen klaagster is gevoerd en over de afhandeling van de kantoorklacht door de klachtenfunctionaris gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:216 Raad van Discipline Amsterdam 25-687/A/A
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:216
Voorzittersbeslissing. Klacht is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Vaststaat dat er nooit een opdrachtrelatie tussen klager en verweerster tot stand is gekomen, als ook dat zij nooit contact met elkaar hebben gehad, laat staan dat er door of namens verweerster op enig moment toezeggingen richting klager zijn gedaan. Het is de voorzitter evenmin gebleken dat verweerster de brief met de stukken van klager heeft ontvangen. Klager had er daarnaast rekening mee kunnen (en wellicht moeten) houden dat verweerster de poststukken niet zou ontvangen, gezien ook het bericht van de receptie dat verweerster niet aanwezig was. Ook is hem geen toezegging gedaan dat zijn zaak in behandeling zou worden genomen. Daarnaast had klager zelf eerder actie kunnen ondernemen en niet pas twee dagen voor het aflopen van de termijn. Het is spijtig dat klager geen advocaat heeft kunnen vinden voor zijn zaak in hoger beroep, maar dit kan verweerster niet worden verweten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:217 Raad van Discipline Amsterdam 25-741/A/A
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:217
Voorzittersbeslissing; klacht over de deken gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Geen sprake van grievende uitlatingen of het verkondigen van bewust onjuiste informatie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:218 Raad van Discipline Amsterdam 25-728/A/A
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:218
Voorzittersbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk vanwege een (niet verschoonbare) termijnoverschrijding. Technologische ontwikkelingen, zoals AI, vormen geen bijzondere omstandigheid om de termijnoverschrijding verschoonbaar te maken (vgl. Raad van Discipline Amsterdam 11 november 2024, ECLl:NL:TADRAMS:2024:191).
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7221
- Datum publicatie: 04-12-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:156
Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg die als deskundige heeft gerapporteerd in een letselschadezaak naar aanleiding van een ongeval waarbij klager was aangereden. De in de rapportage van de chirurg opgenomen conclusie is – kort gezegd – dat er wel sprake is van beperkingen aan de heup van klager maar dat het onwaarschijnlijk is dat deze het gevolg zijn van het ongeval. Klager is het met de (wijze van) totstandkoming van de rapportage van de chirurg niet eens en meent dat de conclusie van de chirurg is gebaseerd op een gebrekkig onderzoek.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/16
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:20
Vanuit Nederland naar België geëmigreerde klagers vragen advies over wijziging van hun testamenten. Notaris adviseert hen daarover (ook) contact op te nemen met een notaris in België. Klacht over ontbreken van vereiste kennis en kunde en declaratie wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:265 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-607/AL/OV
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:265
Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft haar klacht te laat ingediend. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8453
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 03-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:136
Klacht IGJ tegen internist-hematoloog, momenteel werkzaam in het buitenland, gegrond in alle onderdelen: voorschrijven onderhoudsdoseringen Rituximab (off-label), niet voldaan aan regels omtrent informed consent, tekortgeschoten in dossierplicht en onvoldoende collegiaal overleg gevoerd/onvoldoende samengewerkt. Maatregel: Binding aan bijzondere voorwaarden (als bedoeld in artikel 48 lid 1 onder g van de Wet BIG), inhoudende dat de internist-hematoloog gedurende twaalf maanden uitsluitend werkzaam mag zijn onder supervisie, ingaande vanaf het moment dat de internist-hematoloog zijn werkzaamheden in Nederland hervat.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/28
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:19
De klagers (dochter en zoon van erflater en tweede echtgenote van erflater) verlenen volmacht aan de notaris voor lichte vereffening van positieve nalatenschap en afwikkeling van beperkte gemeenschap van goederen. Niet gebleken dat zaak ingewikkeld was of dat sprake was van (langdurige) onenigheid of gevoeligheid. De notaris is tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de werkzaamheden die zijn medewerkers in dit dossier hebben verricht. Klacht (gedeeltelijk) gegrond: - onvoldoende zorgvuldig gehandeld bij (beoogde) terugbetaling van onverschuldigd betaalde overlijdensuitkering aan de werkgever van erflater en onvoldoende communicatie daarover met de klagers; - excessief declareren door een aanzienlijk aantal werkzaamheden dubbel (en soms driedubbel) in rekening te brengen; - schending zorgplicht door klagers een betalingstermijn van slechts zeven dagen te geven om de (buiten hun schuld en medeweten) ontstane betalingsachterstand te voldoen, waarbij is gedreigd met het nemen van stappen om openstaande facturen te incasseren; - moeizame overdracht van het dossier nadat de klagers hun volmachten hadden ingetrokken. Berisping en besluit tot openbaarheid van de maatregel met proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7937
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 03-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:137
Klacht tegen internist. De internist wordt verweten dat zij klaagster tijdens een consult heeft begeleid en behandeld (bejegend) op een manier waardoor klaagster zich niet gehoord en begrepen heeft gevoeld. College heeft niet kunnen vaststellen dat de internist zich niet empathisch genoeg heeft opgesteld. Heeft klaagster juist voorzien van de nodige informatie en op duidelijke wijze met haar gecommuniceerd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:263 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-493/AL/OV
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:263
Raadbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft zijn informatieplicht geschonden en onvoldoende regie gevoerd door vanaf het aannemen van de opdracht op diverse momenten na te laten belangrijke informatie, afspraken en adviezen – voorzien van een inschatting van risico’s en kosten – schriftelijk vast te leggen. Verweerder heeft de kernwaarde deskundigheid geschonden door in zijn beroepschrift niet het wetsartikel te vermelden waarop het verzoek is gebaseerd. Klacht grotendeels gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-024/AL/OV
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:257
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-699/DB/OB
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:165
Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht haar werkzaamheden neerleggen nadat zij onvoldoende kansen zag om klaagster bij te staan. Door te stellen dat klaagster last had van depressieve klachten, heeft zij aangesloten bij de verklaring van klaagsters psycholoog. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 771320 / NT 25-20
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:24
Klager verwijt de notaris dat zij geen uitleg heeft gegeven over de verklaring van erfrecht en over de boedelvolmacht [klacht 1] en de verklaring vervolgens onjuist heeft opgesteld door hierin tegen de wil van klager een volledige boedelvolmacht aan zijn zuster op te nemen [klacht 2]. De notaris heeft daarna niet tijdig en/of adequaat gereageerd toen de fout in de verklaring van erfrecht aan het licht kwam [klacht 3].Partijen verschillen van mening over hetgeen is besproken over (de gevolgen van) de boedelvolmacht en de verklaring van erfrecht. Hierdoor kan de kamer niet vaststellen dat de notaris klager (en zijn zuster) al dan niet (voldoende) heeft geïnformeerd. Wat van de inhoud van de bespreking ook zij, dit heeft er niet toe geleid dat klager geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken over het al dan niet verlenen van een boedelvolmacht aan zijn zuster. (...) Dit klachtonderdeel is ongegrond.De kamer ziet vanwege de inhoudelijk samenhang aanleiding de klachtonderdelen 2 en 3 gezamenlijk te behandelen. De zorgplicht van een notaris brengt mee dat hij of zij met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen de rechtszekerheid dient te waarborgen. Hieruit vloeit voort dat een notaris geen akten opmaakt zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek te verrichten. (...) De notaris had voorafgaand aan het passeren deze akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de notaris dat zij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. (...) De notaris heeft verder niet overtuigend laten zien dat zij na ontdekking van de fout adequaat heeft gehandeld om de fout te herstellen. Het had op de weg van de notaris gelegen om direct te reageren op het telefonische verzoek van klager om de akte te rectificeren en daarmee niet twee dagen te wachten. (...) Deze klachtonderdelen zijn dan ook gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:283 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-192/AL/MN
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:283
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:264 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-691/AL/GLD
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:264
Voorzittersbeslissing. Klager heeft zich eerder bij de deken over verweerder beklaagd. Door niet tijdig betalen van griffierecht heeft de deken dat dossier gesloten. Klager heeft zich in de kern opnieuw over hetzelfde beklaagd. Alhoewel strikt bezien geen sprake is van ne bis in idem, tuchtrechtelijk is er immers nog geen uitspraak gedaan over de eerste klacht van klager over verweerder, beschouwt de voorzitter deze (tweede) klacht als misbruik van klachtrecht. Kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-701/AL/NN
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:258
Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel (artikel 47b Advocatenwet). Hij heeft eerder over verweerster geklaagd. Alhoewel deze klacht anders is geformuleerd dan die eerdere klacht is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een gelijkluidende klacht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-230/AL/NN
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:259
Raadsbeslissing. Verweerder is naar het oordeel van de raad tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klagers. Uit diverse berichten van klagers blijkt duidelijk dat zij een ander idee hadden van het hele saneringsplan en de wijze waarop deze werd uitgevoerd dan verweerder. Verweerder heeft onvoldoende gedaan om zich ervan te vergewissen dat klagers - die niet zijn ingevoerd in de complexe materie van saneringen – bewust waren van alle stappen en gevolgen van het saneringsplan. Dit is mede veroorzaakt door de vele fragmentarische (ad hoc) berichten afkomstig van verschillende personen en de daarin gebezigde taal die niet altijd eenduidig was. Een duidelijk en volledig plan van aanpak met alle stappen en te verwachten geldstromen ontbrak, wat heeft geleid tot een informatie-achterstand bij klagers. Maatregel: waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-280/AL/NN
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:260
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:285 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7508
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:285
Kennelijk ongegronde klacht tegen een revalidatiearts. Klaagster verwijt de revalidatiearts onder meer dat zij een verkeerde medische behandeling heeft ingezet en haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Het college komt tot de conclusie dat er geen verkeerde behandeling is ingezet, maar dat er helemaal geen behandeling van de grond kon komen. Dit valt de revalidatiearts niet te verwijten. Geen aanleiding om aan te nemen dat de revalidatiearts haar beroepsgeheim heeft geschonden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-301/AL/OV
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:261
Raadbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft tijdens de behandeling van de zaak van klaagster een relatie gekregen met de moeder van haar wederpartij. Deze onderlinge relaties konden verweerder in een situatie brengen waarin hij de belangen van klaagster niet in alle onafhankelijkheid meer zou kunnen behartigen. Het ontstaan van de relatie had voor verweerder aanleiding moeten zijn om zich terug te trekken of dit in ieder geval uitdrukkelijk met zijn cliënte te bespreken. Klacht deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:286 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8380
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:286
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster meerdere elementen verwijderd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat er een extra element is verwijderd zonder dit eerst met haar te overleggen, dat de behandeling is gestart zonder dat de verdoving was ingewerkt en dat het dossier onvolledig is omdat de verdoving niet in het dossier is vermeld. Het klachtonderdeel over de dossiervoering is gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Het college legt geen maatregel op omdat het binnen de beroepsgroep van kaakchirurgen nog geen gangbare praktijk is dat bij dergelijke ingrepen de verdoving in het medisch dossier wordt geschreven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:262 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-419/AL/NN
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:262
Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening. De klacht van klaagster komt er in feite op neer dat verweerster ‘het anders had moeten doen’, maar klaagster concretiseert dit verder niet. Verweerster is naar het oordeel van de raad in haar werkzaamheden ten behoeve van klaagster te werk gegaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:73 Accountantskamer Zwolle 25/831 Wtra AK
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:73
Gegronde klacht na een kantoorhertoetsing; tijdelijke doorhaling twaalf maanden. Het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene voldoet in opzet en werking nog altijd niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, was onvoldoende.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 766926 / NT 25-9
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:23
De klachtonderdelen [1 en 2] draaien om de volgende vragen: heeft de notaris ten onrechte nagelaten een nader onderzoek in te stellen naar de ABC-transactie en was er sprake van gegronde redenen op grond waarvan de notaris zijn dienst had moeten weigeren? (...) Nu de notaris dit alles heeft nagelaten, acht de kamer de klachtonderdelen 1 en 2 gegrond. (...) Ter zitting is duidelijk geworden dat de bankgarantie voor de levering A-B in het geheel niet is verstrekt, terwijl de makelaar hiertoe op grond van de koopovereenkomst A-B wel verplicht was [klacht 3]. (...) De kamer is van oordeel dat het feit dat de notaris(klerk) heeft nagelaten de bankgarantie onmiddellijk na ontvangst op of omstreeks 3 april 2023 te controleren, en de onjuistheid daarvan tijdig bij klagers te signaleren, de notaris tuchtrechtelijk te verwijten valt. Van een notaris mag immers worden verwacht dat hij de nakoming van een koopovereenkomst op het punt van door de koper onder hem te stellen zekerheid controleert. (...) De kamer acht klachtonderdeel 3 daarom ook gegrond. (...) Per e-mail van 1 februari 2024 heeft de gemachtigde van klagers de notaris verzocht om een inhoudelijke reactie op de gang van zaken. In diezelfde e-mail heeft de gemachtigde van klagers gevraagd of de bankgarantie voor de levering A-B al dan niet was verstrekt en of de notaris onderzoek had gedaan naar de ABC-transactie. (...) De kamer verwijst naar hetgeen hiervoor is vermeld onder 5.7 over de verantwoordelijkheid van de notaris voor het handelen van de notarisklerk. Doordat de notaris(klerk) niet tijdig noch inhoudelijk adequaat heeft gereageerd, heeft de notaris klagers lange tijd in het ongewisse gelaten. Daarbij komt dat de inhoud van het verzoek van de gemachtigde van klagers nu juist zag op de bankgarantie voor de levering A-B en hier een evidente fout mee is gemaakt. De kamer constateert dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht klachtonderdeel 5 derhalve eveneens gegrond. (...) De notaris heeft, zonder aanvullend onderzoek, meegewerkt aan een ABC-transactie waarbij op korte termijn winst werd gemaakt door de bij de transacties betrokken makelaar terwijl hij wist, althans had moeten weten dat dergelijke transacties onder een vergrootglas liggen. Bovendien is het wel of niet verstrekt zijn van een bankgarantie ten behoeve van de transactie A-B niet onderzocht en is onvoldoende adequaat gereageerd op vragen van klagers. De kamer is van oordeel dat de notaris op meerdere onderdelen tekort geschoten is in de op hem rustende onderzoeks- en zorgplicht jegens klagers en acht de maatregel van berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8419
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klager een feminiserende gelaatsoperatie uitgevoerd. Klager verwijt de kaakchirurg dat zij de ingreep niet conform de medische professionele standaard heeft verricht, de ingreep niet conform de wensen van klager heeft uitgevoerd en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de uitvoering en de mogelijke risico’s en complicaties. De klachtonderdelen over de informatieplicht en het verkrijgen van toestemming voor de ingreep zijn deels gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2677
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:196
Klacht tegen neurochirurg. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neurochirurg was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2684
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:202
De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verpleegkundige op dat moment werkzaam was. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443160 / KL RK 24-157
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 06-06-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:35
De notaris had het stappenplan wilsbekwaamheid moeten volgen, gelet op de aanwezige indicatoren voor gerede twijfel over de vraag of erflaatster wilsbekwaam was (hoge leeftijd, onderbewindstelling en vastgestelde symptomen die kunnen wijzen op dementie). Ook onvoldoende gedaan om uit te sluiten dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door de zus van klaagsters bij de wijziging van haar testament. Deze zus woonde bij erflaatster in, heeft een partijverklaring overgelegd over de wilsbekwaamheid van erflaatster en zij ontving grote geldbedragen van erflaatster. De notaris heeft geen waarborg ingebouwd om te voorkomen dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door zus bij de wijziging van het testament, ten gunste van de zus. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.