ECLI:NL:TGZRAMS:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9142
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:101 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 06-05-2026 |
| Datum publicatie: | 06-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/9142 |
| Onderwerp: | Niet of te laat verwijzen |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zonder overleg en toestemming een verwijzing heeft gestuurd naar een neuroloog en dat aan klaagster geen verwijsbrief is gestuurd of gegeven. De voorzitter concludeert op basis van het medisch dossier dat er een consult heeft plaatsgevonden waarin de verwijzing naar de neuroloog is besproken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard. |
A2025/9142
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 6 mei 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende te B, klager,
tegen
C,
huisarts, werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de huisarts
gemachtigde: mr. C.J. van den Ham, werkzaam te Utrecht.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 20 oktober 2025;
- het brief van de gemachtigde van de huisarts, ontvangen op 24 november 2025;
- het medisch dossier ontvangen van klaagster, ontvangen op 8 januari 2026;
- het verweerschrift;
- het proces-verbaal van het op 31 maart 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek.
2. Wat is er gebeurd?
2.1 Klaagster heeft in haar klaagschrift toegelicht dat zij de huisarts verwijt
dat hij zonder
overleg en toestemming een verwijzing heeft gestuurd naar een neuroloog van D en
dat hij aan
klaagster en D geen verwijsbrief heeft gestuurd, waardoor zonder voorkennis een
onderzoek is
gestart. In het klaagschrift en tijdens het mondelinge vooronderzoek heeft klaagster
betwist dat
sprake is geweest van een consult.
2.2 Verweerder heeft uitgelegd dat er wel een consult is geweest en dat klaagster
naar aanleiding
van dat consult is doorverwezen naar de neuroloog. Dit consult heeft plaatsgevonden
op 21 februari
2023. Klaagster was in verband met pijnklachten aan beide benen op consult gekomen.
De huisarts
heeft een anamnese afgenomen en lichamelijk onderzoek verricht. Verweerder zegt
dit ook met
klaagster te hebben besproken. Verweerder heeft de verwijzing via Zorgdomein klaargezet.
Klaagster
is in maart 2023 bij de neuroloog
geweest.
2.3 Het volgende staat opgenomen in het medisch dossier (voor zover relevant en letterlijk
overgenomen):
‘21-02-2023 Lage-rugpijn met uitstraling
S heeft klachten van benen, bdz. na een tijdje lopen pijn in beide benen, vanuit
rug lijkt het. is
bekend met dm,
en recent mi moet steeds even rusten na een klein stukje lopen
O laseque dubieus, perifere doorbloeding goed, sens aan binnenzijde onderbenen bdz
iets minder
E dd neurogene claudicatio E L86
P analyse neuroloog
21-02-2023 Lage-rugpijn met uitstraling E L86
P Verwijzing: 21-02-2023’
2.4 Bij het klaagschrift is een verwijsbrief naar D via ZorgDomein (digitaal verwijssysteem)
opgenomen met de titel ‘verwijsbrief voor regulier neurologie’. In de verwijsbrief
is het volgende
opgenomen:
Geachte collega,
Reden + context verwijzing verdenking reurogene claudicatio Ingestelde behandeling
21-03-2023
analyse neuroloog
Procedure voorstel Overname behandeling, Verdere diagnostiek
2.5 Nadat klaagster bij de neuroloog is geweest, heeft zij via e-mail aan de huisarts
gevraagd
waarom er een scan van haar rug is gemaakt. Het volgende is opgenomen in het dossier:
‘26-03-2023 Lage-rugpijn met uitstraling
S Waarom heeft ze mij een scan laten maken over mijn rug. Terwijl ik haar duidelijk
heb gevraagd
kan jij wat voor mij betekenen ja we gaan je helpen.. Je gaat een scan voor je benen
maken . Maar
dat is het niet. Ik weet dat ik een versleten rug heb en artrose en vlees boom in
mijn baarmoeder.
En moest naar de gynaecoloog wezen maar dat is niet gebeurd nog. Ik ben vrijdag
geweest dacht te
weten dat ik te weten kom waarom mijn benen zo pijn doet. Krijg ik te horen mijn
rug is goed . Ik
zei daar voor ben ik niet hier ik kwam voor mijn benen niet voor mijn rug. Ze zei
ze hebben die
apparaat niet ik zei dan had je mij moeten zeggen.. Ze zei ze gaat u een brief sturen.
Ik laat u
weten wil graagweten of ze ons verstaat en dat het om mijn benen ging niet mijn
rug Groet A.
E Lage-rugpijn met uitstraling E L86
P beste mevrouw mahamoed, het komt regelmatig voor dat klachten in de benen, komen
uit de rug,
namelijk dat dan een zenuw van uit de rug naar de benen een beetje klem zit. je
voelt dat pijn in de benen, maar het prolbeem zit in de rug. om dat aan te tonen of
uit te sluiten moet je dan een scan van de rug maken, wat
gebeurd is, maar wat geen afwijkingen liet zien (gelukkig). mocht u nog steeds pijn
in de benen
hebben, maak dannog een keer een afspraak bij mij om de doorbloeiding van de benen
nog een keer te
bekijken. kunnen we het ook nog hebben over de vleesbomen, of daar iets mee moet
gebeuren. met
vriendelijke groet C, huisarts’
3. De overwegingen
3.1 De voorzitter is van oordeel dat de klacht tegen verweerder kennelijk ongegrond
is.
‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen
en dat
duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die
beslissing is het
volgende van belang.
3.2 In het klaagschrift stelt klaagster dat zij vindt dat de huisarts een verkeerde
verwijzing
heeft gedaan en dat de huisarts haar zonder overleg en zonder haar toestemming heeft
doorverwezen
naar de neuroloog. Klaagster heeft tijdens het mondelinge vooronderzoek ontkend
dat er sprake is
geweest van een consult bij de huisarts die ten grondslag zou liggen aan een verwijzing
naar de
neuroloog. Aan haar en aan D is ook geen verwijsbrief gegeven.
3.3 De huisarts heeft toegelicht dat dat consult wel heeft plaatsgevonden en dat
dat op 21
februari 2023 is geweest. Dit volgt ook uit het dossier, waar bij die datum aantekeningen
te vinden
zijn, en uit de verwijsbrief. In het dossier zijn ook e-mails van klaagster en de
huisarts te
vinden waarin zij het hebben over de verwijzing naar de neuroloog.
3.3 De voorzitter acht het daarmee voldoende duidelijk dat er op 21 februari 2023
een consult
heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft met het medisch dossier, zoals overgelegd
door klaagster,
voldoende onderbouwd dat er een consult heeft plaatsgevonden. Uit het dossier volgt
dat de
verwijzing naar de neuroloog is besproken. Dat is het consult dat ten grondslag
ligt aan de
verwijzing naar de neuroloog in D. Dit valt eveneens af te leiden uit de door klaagster
bij het
klaagschrift overgelegde verwijsbrief naar D, waarin ook wordt verwezen naar het
consult van 21
februari 2023.
3.4 Dat klaagster zelf geen verwijsbrief overhandigd heeft gekregen is ook te volgen,
omdat de
verwijzing digitaal heeft plaatsgevonden via ZorgDomein (zoals gebruikelijk is bij
verwijzingen
door huisartsen). Klaagster heeft bovendien vervolgens zelf via Zorgdomein een afspraak
bij D
gemaakt, aangezien ze daar uiteindelijk ook in maart 2023 op consult is geweest.
3.5 Voor zover klaagster de huisarts heeft bedoeld te verwijten dat de huisarts
haar niet naar de
neuroloog had moeten doorverwijzen, concludeert de voorzitter dat klaagster dit
onvoldoende heeft
onderbouwd.
4. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 6 mei 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.