Zoekresultaten 1601-1650 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:204 Raad van Discipline Amsterdam 25-609/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is kennelijk ongegrond. De klacht feitelijke grondslag. Uit niets blijkt dat verweerder de belangen van de klager niet goed zou hebben behartigd of dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan flessentrekkerij of oplichting.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2588

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De moeder van klager woonde bij klager in huis. Klager verzorgde haar. Na verwijzing door de huisarts heeft de specialist ouderengeneeskunde een huisbezoek afgelegd bij klager en zijn moeder. Hierna heeft zij een multidisciplinair overleg (MDO) gepland met verschillende betrokken zorgverleners. Geconcludeerd werd dat opname in een 24-uurs setting noodzakelijk was. De moeder van klager is uiteindelijk na een rechterlijke machtiging opgenomen. Zij is binnen enkele maanden na haar opname overleden. Klager vindt dat de specialist ouderengeneeskunde de fysieke klachten van zijn moeder niet serieus heeft genomen en ten onrechte heeft gezegd dat klager ontkende dat zijn moeder aan de ziekte van Alzheimer leed. Ook verwijt klager de specialist ouderengeneeskunde dat zij heeft geweigerd filmmateriaal te bekijken waaruit bleek dat moeder veel helderder van geest was, als zij niet ziek was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:199 Raad van Discipline Amsterdam 25-233/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:67 Accountantskamer Zwolle 24/4366 Wtra AK 24/4368 Wtra AK

    Uitspraak tegen twee accountants. De ene accountant heeft adviesdiensten verleend in relatie tot de overname van een onderneming binnen een familieverband (ouders aan zoon). Op deze adviesdiensten is Standaard 5500N van toepassing. Een voorgeschreven schriftelijke opdrachtbevestiging ontbreekt. In zoverre is de klacht gegrond. De andere verwijten, die in de kern erop neerkomen dat de accountant niet objectief is geweest en onzorgvuldig heeft gehandeld, zijn ongegrond. De klacht tegen zijn opvolger, de andere accountant is ongegrond. Deze was niet verplicht om een onderzoek in te stellen naar het handelen en nalaten van zijn voormalige collega. Het beroep van de andere accountant op geheimhouding jegens de voormalig bestuurder van de vennootschap berust op een aanvaardbare grond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:262 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8036

    Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde destijds werkzaam op een geriatrische revalidatieafdeling van een verpleeghuis. Klaagster is de dochter van een patiënt die daar was opgenomen, de specialist ouderengeneeskunde was de supervisor van de behandelend arts van de patiënt (zaaknummer A2025/8036). De zaak gaat over de vraag of de specialist ouderengeneeskunde een gesprek had moeten voeren met de patiënt over zijn doods-/euthanasiewens, of zij een in het kader van het euthanasietraject verplicht gesteld gesprek had moeten voeren (een second opinion) toen het A hierom verzocht en of zij aanwezig had moeten zijn bij het vertrek van de patiënt uit het verpleeghuis om persoonlijk afscheid van hem te nemen. Alle onderdelen van de klacht zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:232 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-197/AL/GLD

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft de hoofdregel gehanteerd dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is en slechts in uitzonderingsgevallen zijn gehouden de juistheid van die informatie te controleren. De raad is van oordeel dat de voorzitter die hoofdregel terecht mocht hanteren. Hetgeen klager in verzet verder aanvoert ziet op de informatie die verweerster van haar cliënte heeft gekregen en is een herhaling van hetgeen ook al in de klacht is aangevoerd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:233 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-248/AL/MN

    Verzetbeslissing. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:234 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-293/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klaagster volgt een online-cursus en wil daar mee stoppen. Ze vraagt haar geld terug. Als ze dat niet krijgt plaatst ze negatieve reviews op internet en dreigt daarmee door te gaan zolang ze haar cursusgeld niet terugkrijgt. Bij brief van de advocaat van het cursusbedrijf wordt ze gesommeerd daarmee te stoppen. De toon van die brief is stevig maar niet disproportioneel, zeker niet in het licht van de berichten die klaagster zelf heeft gezonden. Daarbij is de sommatiebrief aan haar advocaat gezonden, die deze juridisch voor klaagster heeft kunnen duiden. Bovendien is klaagster zelf advocaat en van haar mag verwacht worden ook zelf in staat te zijn de sommatiebrief op zijn juridische merites te kunnen inschatten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:235 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-297/AL/OV

    Raadsbeslissing. Inspectie van een woning in een huurgeschil. Door naar de inspectie te gaan, zonder te weten of ook de advocaat van klager daarbij zou zijn, heeft verweerder het risico genomen dat hij met klager geconfronteerd zou worden zonder de aanwezigheid van diens advocaat. Niet duidelijk is geworden waarom verweerder de reactie van de wederpartij, die nog geen anderhalf uur na zijn eigen aankondiging van de inspectie is verzonden, niet heeft gezien. Juist in een zaak als deze, waarbij de verhoudingen tussen partijen kennelijk toch al gespannen waren, zou verweerder, zeker ook gelet op de korte termijn van de aangekondigde inspectie (2 dagen), zich ervan moeten vergewissen of zijn bericht is aangekomen en wat daarop de reactie is. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-428/AL/NN

    Klaagster, een stichting die juridische dienstverlening aan klanten geeft, heeft onder meer namens een klant over verweerster, de advocaat van de wederpartij van die klant, geklaagd. De raad kan, evenals de deken, niet vaststellen dat de stichting de klant in de tuchtzaak mag vertegenwoordigen. Die klant wordt aldus niet als klagende partij aangemerkt. De klachten van de stichting zelf en van een medewerker worden deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond geoordeeld. De raad is niet gebleken dat verweerster zich onprofessioneel richting de stichting dan wel die medewerker heeft gedragen of anderszins ondeskundig, onfatsoenlijk of respectloos heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:66 Accountantskamer Zwolle 25/1086 Wtra AK

    Ongegrond is de klacht dat betrokkene niets heeft gedaan met een bepaald verzoek van klager. Betrokkene valt daarvan geen persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt te maken, omdat hij ten tijde van het verzoek langdurig in het ziekenhuis was opgenomen en zijn praktijk werd waargenomen. De klacht over het voeren van de accountantstitel is niet-ontvankelijk, omdat het gaat om een (beweerd) handelen nadat betrokkene was uitgeschreven als accountant.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:261 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8035

    Ongegronde klacht tegen een arts destijds werkzaam als basisarts op een geriatrische revalidatieafdeling van een verpleeghuis. Klaagster is de dochter van een patiënt die daar was opgenomen, de arts was de hoofdbehandelaar (de supervisor van de arts is de verwerende partij inzake A2025/8036). De zaak gaat over de vraag of de arts op de juiste wijze is omgegaan met de doods-/euthanasiewens van de patiënt en of zij aanwezig had moeten zijn bij het vertrek van de patiënt uit het verpleeghuis om persoonlijk afscheid van hem te nemen, de dag voordat hij naar huis zou gaan om daar euthanasie verleend te krijgen door een andere arts. Alle onderdelen van de klacht zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:231 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-055/AL/MN

    Verzetbeslissing. Klager heeft zijn (tweede) klacht op 8 maart 2024 ingediend bij de deken, zodat de voorzitter op grond van voormelde regel terecht heeft geoordeeld dat de klacht niet-ontvankelijk is voor zover die ziet op het handelen van verweerder van vóór 8 maart 2021. De uitzondering in lid 2 van artikel 46g lid 1 Advocatenwet is niet van toepassing. Voor het overige heeft klager inhoudelijke argumenten aangevoerd die voor de raad niet altijd goed zijn te volgen en waarvan het ook niet duidelijk is of deze betrekking hebben op de klacht tegen verweerder of zien op het geschil tussen klager met en zijn wederpartij, terwijl het beoordelingskader in verzetzaken beperkt is. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-092/DH/RO 25-093/DH/RO

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om te twijfelen aan juistheid van de voorzittersbeslissing. Verzet slaagt niet. De voorzitter heeft voor de beoordeling van beide klachten het juiste toetsingskader gebruikt. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden zoals die uit de klachtdossiers blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:212 Hof van Discipline 's Gravenhage 250350

    Klacht over (voormalig) deken niet verwezen. De aanstaande behandeling van de onderliggende klacht bij de Raad van Discipline is de geëigende plek om ook gerezen bezwaren tegen het dekenonderzoek naar die klacht naar voren te brengen en zonodig aan te voeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. Die procedure moet eerst worden doorlopen

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8104

    (kennelijk) ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerster heeft rapportages uitgebracht die gaan over de belastbaarheid van klager in het kader van de Ziektewet. Klager verwijt verweerster dat haar beoordelingen onzorgvuldig zijn geweest en dat onvoldoende rekening is gehouden met informatie die na een second opinion bekend werd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-122/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8105

    (kennelijk) ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager heeft verzocht vanaf begin 2014 genomen beslissingen over de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering te herzien. Dit verzoek is afgewezen. Verweerder heeft rapportages uitgebracht in het kader van een door klager ingesteld beroep tegen de afwijzing van zijn herzieningsverzoek. Klager verwijt verweerder dat hij heeft nagelaten aanvullende informatie op te vragen en onvoldoende rekening heeft gehouden met informatie van behandelaars en deskundigen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-572/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:208 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-194/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling. Verweerder heeft opgetreden tegen (de moedermaatschappij van) zijn oud-werkgever. De raad is van oordeel dat verweerders optreden in dit geval de grens van het betamelijke overschrijdt. Klacht is gegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8106

    (kennelijk) ongegrond klacht tegen een verzekeringsarts. Klager heeft verzocht een beslissing over de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering te herzien. Verweerster heeft hierover rapportages uitgebracht, waarin zij telkens concludeerde dat de ingebrachte informatie geen aanleiding was voor herziening van de eerdere beslissing. Klager verwijt verweerster dat zij nieuwe informatie ten onrechte naast zicht neer heeft gelegd en dat zij aangaf haar collega’s niet in diskrediet te willen brengen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-574/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in strafzaken. Klacht is deels niet-ontvankelijk, vanwege tijdverloop. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, nu het klachtdossier geen aanknopingspunten bevat voor de juistheid van die klacht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:209 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-254/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in strafzaken. De klacht is in alle onderdelen ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder klagers belagen niet adequaat heeft behartigd, dat klager onbehoorlijk is geïnformeerd of dat hij anderszins gebrekkig is begeleid. Hoewel klager op momenten langer dan gebruikelijk op een reactie heeft moeten wachten, blijkt niet dat verweerders communicatie daadwerkelijk onvoldoend was. Onbetwist is gesteld dat de communicatie op cruciale momenten wel voldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8000

    Klacht gegrond; berisping. Klager verwijt de arts dat een CBR-keuring niet correct is uitgevoerd en hem geen inzage-, correctie- en blokkeringsrecht is aangeboden. Het college is van oordeel dat het onderzoek op een onderdeel niet aannemelijk is geworden dat urineonderzoek heeft plaatsgevonden en het blokkeringsrecht niet correct is uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-017/DH/RO

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Klaagster heeft haar verzet tegen de beslissing van de voorzitter niet gemotiveerd en uit haar pleitnota kan de raad ook geen verzetgronden afleiden. De raad stelt vast dat de voorzitter bij de beoordeling van de onderdelen van de klacht de juiste toetsingskaders heeft toegepast en dat de voorzitter rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Het verzet slaagt dan ook niet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:229 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-511/AL/OV

    De voorzitter verklaart een klacht over het handelen van een deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-275/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerder heeft de grenzen van het betamelijke als advocaat van de wederpartij van klager niet overschreden. Hoewel het de voorkeur had verdiend om zich minder scherp en ferm uit te drukken, is gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en uitlatingen heeft gedaan geen sprake van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen. Verweerder heeft de bewoordingen mogen gebruiken en de uitlatingen mogen doen om de standpunten van zijn cliënte naar voren te brengen en te reageren op de advocaat van klager. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-050/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een geschil over afrekening van diensten. Verweerster heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd over de te verwachten (extra) kosten van haar zaak. Zij heeft bij aanvang een kosteninschatting gegeven. Dit bleek achteraf veel te laag: al binnen elke maanden overtroffen de facturen die inschatting. Verweerder heeft klaagster op dat moment niet geïnformeerd. De door verweerster geschapen verwachtingen zijn, achteraf gezien, veel te rooskleurig geweest. Verweerder is op het punt van de financiële voorlichting tekortschoten, met als gevolg dat klaagster werd overvallen door forse kosten die zij niet had verwacht en ook niet had kunnen voorzien. Klachten over inhoudelijke kwaliteit en afhandeling van de klacht en het dossier ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:260 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8516

    Voorzittersbeslissing. De huisarts draagt als praktijkhouder geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor andere in de praktijk werkzame BIG-geregistreerde huisartsen, die bij de behandeling van klaagster betrokken zijn geweest. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8018

    Klacht ongegrond. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-310/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over voormalig eigen advocaat. Belangenconflict. Door tegen klager, zijn voormalige cliënt, op te treden in de echtscheidingsprocedure tussen klager en de ex-echtgenote van klager heeft verweerder een belangenconflict gecreëerd. Daarmee heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Dit klachtwaardig handelen raakt aan de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid en rechtvaardigt daarom de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt de raad mee dat verweerder tijdens de zitting heeft erkend dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld, dat verweerder zijn werkwijze inmiddels heeft veranderd en dat aan verweerder niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:230 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-517/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht van een derde kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-062/DH/RO

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Klaagster heeft haar verzet tegen de beslissing van de voorzitter niet gemotiveerd en uit haar pleitnota kan de raad ook geen verzetgronden afleiden. De raad stelt vast dat de voorzitter bij de beoordeling van de klacht het juiste toetsingskader heeft toegepast en dat de voorzitter rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Het verzet slaagt dan ook niet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8350

    Klacht tegen neuroloog gegrond. De neuroloog heeft klaagster in 2015 op basis van neurologisch onderzoek en een MRI-scan gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson. Hierna volgde een jarenlang traject bij onder meer de Parkinsonverpleegkundige en de neuroloog, waarbij klaagster was ingesteld op Parkinsonmedicatie. Bij een uitgevoerde DaT-scan in november 2024 kwam naar voren dat er geen aanwijzingen voor de ziekte van Parkinson waren en dat de diagnose moest worden verworpen. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld enonvoldoende onderzoek heeft gedaan. Het college volgt klaagster hierin en legt aan de neuroloog een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-576/DH/DH 25-577/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft het griffierecht niet tijdig betaald in de eerste klachtzaak. Het rechtszekerheidsbeginsel staat eraan in de weg om deze klacht op dit moment nog in behandeling te nemen. Het niet op tijd betalen van het griffierecht kan niet worden hersteld door de klacht opnieuw in te dienen. Daarmee wordt misbruik gemaakt van het tuchtrecht. Misbruik van recht-bepaling. Klachten kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7304

    Beslissing in raadkamer. Broer en zus van overleden patiënt worden niet geacht de wil van de overledene te vertegenwoordigen in verband met de weergave in het medisch dossier van de wensen van de patiënt en de tegenstrijdige meningen van familieleden van de patiënt.Kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht dat de huisarts klagers van ontwikkelingen rond het uitvoeren van sedatie op de hoogte had moeten stellen kennelijk ongegrond. Het informeren van de eerste contactpersoon volstaat.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-570/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Uit niets blijkt dat verweerster met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur zou hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-479/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een advocaat over een (oud) deken. Verweerder heeft klager aan de hand van de ontvangen signalen en zijn eigen ervaringen mogen aanspreken op zijn gedrag. Dat klager daarop niet zat te wachten en zich er ook niet mee kon verenigen, maakt niet dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Het voormalig lidmaatschap van klager bij de Raad van de Orde maakt niet dat verweerder hem niet had mogen aanspreken. Nog steeds is klager als advocaat onderworpen aan het toezicht van de deken. Evenmin gebleken waarom het vertrouwen in de advocatuur zou zijn geschaad doordat verweerder aan klager vrijblijvend heeft aangeboden om zijn berichten door te zenden aan de Antwerpse stafhouder. Het stond klager vrij dat aanbod af te slaan. Klacht deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7302

    Beslissing in raadkamer. Broer en zus van overleden patiënt worden niet geacht de wil van de overledene te vertegenwoordigen in verband met de weergave in het medisch dossier van de wensen van de patiënt en de tegenstrijdige meningen van familieleden van de patiënt. Kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht dat de huisarts klagers van ontwikkelingen rond het uitvoeren van sedatie op de hoogte had moeten stellen kennelijk ongegrond. Het informeren van de eerste contactpersoon volstaat.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-013/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. De raad kan niet vaststellen dat verweerster klaagster niet naar behoren heeft bijgestaan. Klaagster spreekt verweerster pas jaren na het sluiten van het dossier aan op de gekozen strategie. Die strategie is echter steeds met klaagster besproken en voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding is die door klaagster goedgekeurd. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-147/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-198/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat klaagster geen belang heeft bij haar klacht over tegenstrijdig belang. Klacht voor het overige ongegrond. De rechtbank heeft een bericht over een machtiging tot binnentreden per ongeluk niet naar de curator gestuurd, maar naar het advocatenkantoor van verweerder. De brief was niet gericht aan een specifiek geadresseerde. Begrijpelijk dat medewerkers van kantoor het bericht onder de aandacht van verweerder hebben gebracht. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder daarvan kennis heeft genomen en het bericht en naar zijn cliënt heeft doorgestuurd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7703

    Huisarts heeft bij klaagster een Mirena spiraal geplaatst. Nadien is een baarmoederperforatie vastgesteld en moest de spiraal operatief worden verwijderd. Dit is een vaker voorkomende complicatie en het feit dat deze complicatie zich heeft voorgedaan kan niet tot de conclusie leiden dat de spiraal niet goed is geplaatst. Ook andere omstandigheden leiden niet tot die conclusie. De klacht dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld bij de plaatsing is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-247/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7649

    De patiënte van de huisarts is overleden aan een massale longbloeding bij een snel groeiende longtumor. De maanden hieraan voorafgaand is zij meermaals in verband met onder andere benauwdheid en hoestklachten gezien door de huisarts. Hij heeft de NHG-richtlijn Acuut Hoesten goed gevolgd, een longfoto gemaakt - waarop niets was te zien - en klaagster doorverwezen naar de longarts. Onheuse bejegening door de huisarts kan niet worden vastgesteld bij verschillende lezing van de feiten. De huisarts heeft terecht - conform de geldende wetgeving - maar een beperkt deel van het dossier aan klager, weduwnaar van de patiënte, ter hand gesteld. Van een meldingsplicht van een calamiteit was geen sprake, omdat geen sprake was van een tekortkoming in de zorg. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:256 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8091

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de uroloog werkzaam is. De uroloog heeft onder meer het eerste consult met de patiënt gedaan en een cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas) bij hem uitgevoerd. Op basis van de bevindingen van de uroloog is daarna door een collega-uroloog een trans urethrale resectie van de blaas uitgevoerd. Later heeft de uroloog consulten met de patiënt gehad en het vervolgbeleid bepaald. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden.Klaagster verwijt de uroloog in zes klachtonderdelen dat hij niet de zorg heeft geleverd die van hem mocht worden verwacht. Zij verwijt hem onder meer dat hij de TUR-blaasprocedure niet voldoende heeft voorbereid en onvoldoende heeft gehandeld bij de complicatie (een perforatie) van de chemospoeling van de blaas van de patiënt. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:257 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8092

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met 25 augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de verpleegkundig specialist werkzaam is. De verpleegkundig specialist heeft als lid van het behandelteam veelvuldig contact gehad met de patiënt (en klaagster) tijdens zijn behandeling vanwege blaaskanker. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist in twee klachtonderdelen dat zij niet de zorg heeft geleverd die van haar mocht worden verwacht. Zij verwijt de verpleegkundig specialist dat zij heeft nagelaten vervolgonderzoek en diagnostiek in te zetten en dat zij onjuiste informatie heeft vermeld in een verwijsbrief.Het college is alles overziend van oordeel dat de verpleegkundig specialist in haar handelen geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. Zij heeft daar waar nodig op de juiste wijze gehandeld en steeds, daar waar nodig afstemming gezocht met één van de urologen. Voor nader onderzoeken/diagnostiek bestond gelet op het geheel van feiten en omstandigheden, zoals uitgebreid te lezen in het dossier, anders dan klaagster stelt, naar het oordeel van het college geen aanleiding.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:258 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8093

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. Klaagster is de echtgenoot van de inmiddels overleden patiënt, die na een cystoprostatectomie op 28 november 2023 in het ziekenhuis waar de uroloog werkt, is overleden. Klaagster verwijt de uroloog, kort samengevat, dat zij haar informatie- en onderzoeksplicht heeft geschonden, preoperatief tekort is geschoten, een onzorgvuldig dossier heeft gevoerd en onterecht een verklaring van natuurlijk overlijden heeft afgegeven.Het college oordeelt als volgt.De uroloog heeft zorg gedragen voor de preoperatieve screening, meerdere gesprekken met de patiënt gevoerd en de casus herhaaldelijk besproken in het MDO. De beslissing om tot opereren over te gaan, is – zoals blijkt uit het medisch dossier – genomen op basis van alle feiten en omstandigheden, eigen waarneming, beoordeling en herhaald advies vanuit het MDO. Uit het medisch dossier volgt, naar het oordeel van het college, dat de preoperatieve beoordeling zorgvuldig en conform de geldende richtlijnen is verricht. Er zijn geen aanwijzingen dat het preoperatieve handelen onvoldoende is geweest. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:259 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8771

    Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de arts dat zij een chip in haar duim heeft geïmplanteerd. De voorzitter acht dit hoogst onwaarschijnlijk en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:254 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8640

    Voorzittersbeslissing. Klager, een plastisch chirurg, kennelijk niet-ontvankelijk in een klacht tegen een collega plastisch chirurg. Geen rechtstreeks belanghebbende.