Zoekresultaten 13051-13100 van de 47643 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.372
- Datum publicatie: 07-05-2021
- Datum uitspraak: 07-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:98
Klacht tegen oogarts. Klaagster was sinds 1989 bekend op de oogafdeling van het ziekenhuis. De klacht betreft de behandeling van klaagster door de oogarts in de periode december 2010 tot juli 2014. Klaagster verwijt de oogarts dat zij a) geen diagnose dan wel een verkeerde diagnose heeft gesteld, doordat zij geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan, b) ondanks herhaald verzoek geen scan heeft laten maken, c) te lang met klaagster heeft gesold met betrekking tot de voorgestelde operatie, waarbij zij zelf geen regie heeft gehouden maar dit heeft overgelaten aan de orthoptist, d) ook toen in 2014 de pucker opnieuw werd geconstateerd, niet in actie is gekomen, maar steeds is blijven hangen op de voorgestelde strabismusoperatie, en e) door het delay in de behandeling ernstige schade aan de ogen van klaagster heeft veroorzaakt, waardoor meerdere operaties nodig zijn geweest in een ander oogziekenhuis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft verklaard dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:33 Accountantskamer Zwolle 20/1919 Wtra AK
- Datum publicatie: 07-05-2021
- Datum uitspraak: 07-05-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:33
Klacht over aanbrengen wijzigingen in voor toetsing geselecteerde dossiers; klacht gegrond. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door wijzigingen aan te brengen in een voor toetsing geselecteerd samenstellingsdossier, zonder dit aan de toetsers te melden, niet eerlijk en oprecht heeft opgetreden. Hij heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. De maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand is passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:88 Raad van Discipline Amsterdam 21-269/A/A
- Datum publicatie: 07-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:88
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet is komen vast te staan dat verweerder identiteitsfraude heeft gepleegd.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/369184 KL RK 20-50
- Datum publicatie: 07-05-2021
- Datum uitspraak: 24-12-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:44
Door de akte van aanvaarding en overdracht executele van 11 april 2020 te laten passeren heeft de notaris willens en wetens de schorsingsbeslissing van de kantonrechter van 13 januari 2020 genegeerd, terwijl de aard en strekking van de schorsingsbeslissing voor hem duidelijk geweest moeten zijn. De notaris had de eindbeslissing op het ontslagverzoek moeten afwachten, alvorens al dan niet de executele te aanvaarden en/of over te dragen. Anders dan de notaris meent, is naar het oordeel van de kamer niet gebleken dat destijds sprake was van (acute) noodzaak tot beheer van de nalatenschap of van gegronde vrees dat de nalatenschap langere tijd onbeheerd zou blijven.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.130
- Datum publicatie: 07-05-2021
- Datum uitspraak: 07-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:100
Klacht tegen oogarts. Klager is op datum X in het oogheelkundig centrum gezien tijdens een spoedconsult door de oogarts. Twee weken later heeft klager naar het oogheelkundig centrum gebeld in verband met nieuwe klachten aan het oog. Hij kon pas een week later terecht voor een afspraak. Diezelfde avond is in een ander ziekenhuis een netvliesloslating geconstateerd en is klager geopereerd. Enkele maanden later heeft een klachtgesprek plaatsgevonden tussen klager en de oogarts. Klager verwijt de oogarts dat a) hij klager tijdens het spoedconsult op datum X niet zorgvuldig heeft onderzocht, hij op datum X niet naar klager heeft geluisterd en hij op datum X een controle afspraak heeft gemaakt voor zes weken later, b) klager pas een week later terecht kon voor een afspraak toen hij twee weken na datum X belde in verband met nieuwe klachten, en c) hij klager tijdens het klachtgesprek onprettig heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard, klachtonderdeel 3 gedeeltelijk gegrond verklaard, aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het beroep van de arts richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en de gedeeltelijke gegrondverklaring van klachtonderdeel 3. Het incidenteel beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 1 en de gedeeltelijke ongegrondverklaring van klachtonderdeel 3. Het Centraal tuchtcollege beslist conform het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt beide beroepen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.081
- Datum publicatie: 07-05-2021
- Datum uitspraak: 07-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:99
Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is dochter, mentor en wettelijk vertegenwoordiger van patiënte. De verpleegkundige was werkzaam in het verpleeghuis waar patiënte woonde. De echtgenoot van klaagster was de huisarts van patiënte. Na het overlijden van patiënte is de verpleegkundige door de politie als getuige gehoord over de gebeurtenissen rond de dood van patiënte. Klaagster heeft 6 klachtonderdelen geformuleerd en verwijt de verpleegkundige dat zij het beroepsgeheim heeft geschonden, ondeskundige uitspraken heeft gedaan, geruchten heeft verspreid en bij de medicatieverstrekking zwaarwegende fouten heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:74 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-213
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:74
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/250
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 06-05-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:54
Samenvatting: Klager verwijt verweerster, GZ-psychologe, dat zij zonder zijn toestemming (valse en belastende) informatie heeft verstrekt aan Veilig thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, zijn ex-echtgenote en de bedrijfsarts en dat zij niet de richtlijnen voor behandeling van een burn-out heeft gevolgd. Verweerster voert verweer. Gegrond berisping
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-930
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:81
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Beroep op misbruik van klachtrecht faalt. Niet gebleken dat de door verweerder ingediende stukken vervalst zouden zijn. Vraag of sprake is van spoedeisend belang is door de voorzieningenrechter beantwoord. Niet gebleken dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënte klagers belangen onnodig of onevenredig en zonder redelijk doel heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:75 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-206
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:75
Klacht tegen advocaat wederpartij over overleggen medische gegevens van klaagster in een familiezaak. De raad heeft de handelwijze van verweerster gelegd naast de meetlat van de uitspraak van het Hof van Discipline van 21 augustus 2020 (ECLI:NL:TAHVD: 2020:142). In die uitspraak is overwogen dat het overleggen van medische gegevens in een procedure gerechtvaardigd kan zijn voor zover in de gegeven omstandigheden een reëel belang bij adequate rechtsbijstand daartoe noopt. Daarbij dient dat belang te worden afgewogen tegen het belang van de betrokkene niet nodeloos te worden geschaad door het overleggen van diens medische gegevens. Bij de beantwoording van de vraag of die noodzaak of relevantie bestaat heeft de advocaat een eigen verantwoordelijkheid en dient hij een eigen afweging te maken, mede rekening houdend met de belangen van klager om niet nodeloos te worden geschaad door overlegging van die medische gegevens. Deze afweging kan achteraf door de tuchtrechter worden getoetst. Indien en voor zover het in het geding brengen van medische gegevens noodzakelijk en dus toelaatbaar is, behoeft daarvoor geen voorafgaand overleg te worden gevoerd met de wederpartij of de deken en is evenmin toestemming noodzakelijk van degene wiens medische gegevens het betreft. De raad is van oordeel dat verweerster met het overleggen van de medische gegevens en in het verlengde daarvan met het in het processtuk opnemen van stellingen over de medische situatie van klaagster binnen haar eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid is gebleven en een afweging heeft gemaakt op de wijze zoals door het hof is aangegeven. Voorts mocht verweerster in beginsel afgaan op de mededeling van haar cliënt over de wijze waarop hij stukken had verkregen (aanwezig in de echtelijke woning).
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-029
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:82
Voorzittersbeslissing. Het verwijt dat verweerster een beroepsmogelijkheid ongebruikt voorbij heeft laten gaan en bepaalde stukken niet of te laat heeft ingediend, is te algemeen gesteld en niet met feiten onderbouwd. Verder heeft verweerster gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-352
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:76
Verzetschrift niet-ontvankelijk wegens termijn overschrijding. Als reden voor deze termijnoverschrijding noemen klagers dat zij tweemaal op het verkeerde been zijn gezet. De eerste maal omdat bovenaan de beslissing een andere datum stond vermeld dan onderaan de beslissing en de tweede maal op grond van van de griffie ontvangen informatie. Deze omstandigheden leveren naar het oordeel van de raad echter geen bijzondere omstandigheid op die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Blijkens hun weergave van het telefoongesprek met de griffie kenden klagers de ingangsdatum van de verzettermijn, onderaan de beslissing was de verzettermijn vermeld alsmede dat deze een dag na verzending ging lopen en tijdens het telefoongesprek met de griffie is niet over een concrete einddatum van de verzettermijn gesproken. Dat klagers ervan uit gingen dat de verzettermijn op 12 november 2020 verliep komt voor hun risico. De termijnoverschrijding is dan ook niet toelaatbaar (verschoonbaar).
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-052
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:83
Termijn van 1 dag voor het opvragen van verhinderdata in kort geding is gelet op de voorafgegane correspondentie en de spoedeisendheid van het kort geding niet onredelijk kort. Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om in overleg met zijn cliënt een aanhangig gemaakte procedure voort te zetten. Geen eigen belang bij klacht over de financiële afspraken tussen de advocaat van de wederpartij. Klacht gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-507
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:77
Klacht tegen eigen advocaat over handelwijze rond incassotraject en onvoldoende informeren over appelmogelijkheid. Vast staat dat verweerder twee e-mails van klager niet heeft beantwoord. Voor wat betreft het incassotraject overweegt de raad dat klager verweerder moeilijk kan verwijten e-mails van hem niet beantwoord te hebben omdat klager zelf eerdere e-mails van verweerder onbeantwoord had gelaten en zijn toezegging om met een betalingsvoorstel te komen niet was nagekomen en dat dit in ieder geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alsmede dat het uitbrengen van een openbare dagvaarding minder prettig is maar daarmee nog niet klachtwaardig en dat de dagvaarding in kwestie op de wijze, zoals verweerder dat heeft gedaan, juridisch correct kon worden uitgebracht. Voorts overweegt de raad dat partijen van mening verschillen over wat er de binnen de appeltermijn aan uitleg en advies over de mogelijkheden en kansen in hoger beroep is gegeven. Hier wreekt zich dat verweerder belangrijke informatie niet schriftelijk heeft vastgelegd, hetgeen voor zijn risico komt. Op grond van gedragsregel 16 dient een advocaat zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken en dient hij ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Uitleg over de mogelijkheid van en de kansen in een (spoed) appel en de afspraken die daarover tussen klager en verweerder zijn gemaakt zijn bij uitstek onderwerpen die tot de informatieplicht zoals bedoeld in genoemde gedragsregel behoren. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-535
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:78
Klacht tegen eigen advocaat over zonder toestemming van klager zenden van vertrouwelijke informatie en een procesadvies aan de rechtsbijstandverzekeraar, die de zaak naar verweerster had doorverwezen. Verweerster had met klager een advocaat - cliënt relatie zoals bedoeld in de Advocatenwet en de Gedragsregels. Dat verweerster door Achmea wordt betaald doet daaraan niet af. Derhalve moest verweerster de in artikel 46 Advocatenwet opgenomen zorgplicht jegens de cliënt in acht nemen en was zij verplicht tot geheimhouding van wat haar door klager is toevertrouwd. Het was verweerster bekend, althans had verweerster bekend moeten zijn, dat klager geen toestemming had verleend om gegevens omtrent de zaak aan Achmea te verstrekken. Desondanks heeft verweerster zonder klager daarin vooraf te kennen, laat staan daarvoor toestemming te vragen, een aan klager verzonden brief aan Achmea doorgezonden, vragen van Achmea over de inhoudelijke kant van de zaak beantwoord en aan Achmea een weliswaar voorlopig maar wel degelijk als zodanig te beschouwen (proces) advies gegeven. Daarmee heeft klaagster niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. De verweten handelwijze raakt de vertrouwelijkheid, zijnde één van de kernwaarden waardoor de advocatuur zich laat leiden. Het is van wezenlijk belang dat cliënten in vertrouwen alles in volle openhartigheid kunnen wisselen met een advocaat. Schending van bedoelde kernwaarde is een ernstig vergrijp, dat in beginsel een forse maatregel noodzakelijk maakt. In dit geval wordt geen maatregel opgelegd omdat verweerster nog maar net beëdigd was, weinig begeleiding had, haar excuses heeft aangeboden en de ernst van verweten handelwijze inziet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:308 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-213
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 26-05-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:308
Voorzittersbeslissing. Verweerster diende als partijdige belangenbehartiger in het belang van haar cliënt in de gegeven omstandigheden alsnog bij de rechtbank een verzoek in te dienen om de een gewijzigde zorgregeling vast te stellen. Een minnelijke regeling verdient weliswaar de voorkeur maar daarover is tussen partijen vergeefs overleg gevoerd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-919
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:79
Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de diensteverlening kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-921
- Datum publicatie: 06-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:80
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft klager diverse keren uitgelegd dat geen sprake was van een bestuursrechtelijke procedure maar van een civiele kwestie. Afspraak over betalen eigen bijdrage door klager volgt uit de e-mailscorrespondentie. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-087b
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:50
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Voor een behandeling – en dus ook voor een second opinion – van een minderjarige tot zestien jaar is er toestemming nodig van beide gezaghebbende ouders. Klager en de moeder van de dochter zijn gescheiden en zij hebben beiden het gezag over de dochter. Dit betekent dat ook de moeder moet instemmen met een behandeling. Beklaagde merkt terecht op dat hij niet zonder meer kon aannemen dat ook de moeder instemde met de gevraagde second opinion. Er was op het moment van het consult geen sprake van een acute situatie waarin de toestemming van de moeder niet kon worden afgewacht. Ook het advies van beklaagde om, na het verkrijgen van de toestemming van de moeder, naar de kinderarts te gaan om de second opinion te regelen is een zorgvuldige handelwijze. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2481
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:32
Specialist ouderengeneeskunde wordt verweten dat hij: 1. de wil van klager en zijn familie niet heeft gerespecteerd door patiënte (klagers moeder) morfine toe te dienen, terwijl klager daar geen toestemming voor gegeven had. Hierdoor was er voor de familie geen mogelijkheid meer om met moeder te communiceren; 2. in strijd met de wens van klager en de familie het actief behandelbeleid ten aanzien van patiënte heeft laten omzetten naar niet actief beleid en niet heeft meegedeeld dat de familie deze beslissing kon overrulen; 3. patiënte tweemaal te laat heeft ingestuurd naar het ziekenhuis; 4. tekortgeschoten is in de communicatie, omdat: - hij zonder voorafgaande kennisgeving pas vier uur later is verschenen op een afspraak op de dag vóór het overlijden van patiënte; - aan klager en de familie geen gelegenheid is geboden om ’s nachts bij patiënte te waken; - hij niet aan de familie heeft meegedeeld dat patiënte bij de cardioloog was uitbehandeld voor hartfalen en in feite al vaststond waaraan zij zou overlijden en de familie vanaf dat moment niet bij moeder zou hebben toegelaten, maar pas op het laatste moment. De familie mocht in verband met Covid-19 bijna drie maanden niet bij patiënte zijn.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-087a
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:51
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is ontvankelijk in de klacht, nu zijn dochter op het moment van het indienen van de klacht 12 jaar oud was . Klager is dus bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de dochter met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Beklaagde heeft binnen een korte tijd de dochter tweemaal gezien en klager eenmaal. Na het tweede contact met de dochter, heeft beklaagde een spoedverwijzing gemaakt voor de kinderarts met daarbij het verzoek om een systemische aanpak, zoals overigens ook door klager gewenst. Deze verwijzing is een zorgvuldige en adequate handelwijze geweest. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2291
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:33
Klager verwijt verweerster: 1) dat zij na herhaaldelijke en nadrukkelijke verzoeken op 18 juli 2019 en 22 augustus 2019 weigerde om onderzoek naar de feiten te doen; 2) dat zij doelbewust zijn moeder grote angsten heeft aangejaagd en een onterechte rechtsgang heeft ingezet; 3) dat zij zich zonder te legitimeren, onder valse voorwendselen in het woonhuis van zijn moeder zou hebben binnengedrongen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-162
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:52
Gegronde klacht tegen een huisarts. De beklaagde heeft weliswaar niet zelf de brieven opgesteld en deze niet zelf aan de echtgenoot overhandigd, maar hij heeft door ondertekening van de verwijsbrieven verantwoordelijkheid genomen voor de verwijzing en voor de inhoud ervan. Ook is hij als huisarts verantwoordelijk voor de wijze waarop in zijn praktijk de door hem ondertekende verwijsbrieven worden verstrekt. Door in dit geval zonder klaagsters toestemming de verwijsbrieven mee te geven aan haar echtgenoot, heeft beklaagde zijn beroepsgeheim geschonden. Beklaagde heeft zonder toestemming van klaagster een derde de gelegenheid gegeven kennis te nemen van haar medische gegevens. Het feit dat de enveloppen dichtgeplakt waren, maakt dit niet anders. Beklaagde heeft daarbij nagelaten te verifiëren of klaagster een verwijzing wenste en of zij er mee instemde dat haar echtgenoot ook haar verwijsbrief zou meenemen terwijl in die brief episodes uit haar medisch dossier stonden opgenomen, met alle gevolgen van dien voor klaagster. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/26
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:16
Klacht tegen huisarts. Klager wendde zich in 2020 met oorpijn tot zijn huisarts. Er werd een ontsteking van de gehoorgang vastgesteld en klager kreeg medicatie. De klachten namen toe en er werd een middenoorontsteking vastgesteld. Klager werd ook met enige spoed verwezen naar de KNO-arts. Uiteindelijk werd klager pas op een later moment, nadat hij er zelf achteraan moest gaan, gezien door de KNO-arts. Hij verwijt beklaagde 1) dat deze zijn klachten onvoldoende serieus heeft genomen, 2) dat beklaagde een onjuiste diagnose heeft gesteld en 3) dat beklaagde onvoldoende nazorg heeft verleend. Het college is van oordeel dat alleen het derde klachtonderdeel gegrond is. Beklaagde krijgt hiervoor een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2021-005
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:53
Gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft erkend dat hij in principe de toestemming van beide ouders met gezag nodig had om de dochters van klager in zijn praktijk in te schrijven. Hij heeft uitgelegd dat hij nog niet eerder een vergelijkbaar geval had meegemaakt. De werkwijze binnen de groepspraktijk waar beklaagde werkt is onmiddellijk gewijzigd naar aanleiding van dit voorval. Het standaardinschrijfformulier is hierop aangepast. Voorts heeft beklaagde zich bij herhaling verontschuldigd voor het veel te lang uitblijven van zijn reactie op het schrijven en mailen door klager. D e administratieve inrichting van de praktijk is zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen . Klacht gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-183
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:54
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts. Het College stelt vast dat beklaagde erkent dat hij verantwoordelijk is voor de uitschrijving van de dochters van klager uit zijn praktijk, op verzoek van de ex-echtgenote van klager. Het verzoek is weliswaar aangenomen en behandeld door een van de assistentes van de praktijk, maar beklaagde heeft dit verzoek gefiatteerd. Beklaagde heeft toegelicht dat hij in de veronderstelling verkeerde dat klager op de hoogte was van het verzoek tot uitschrijving van de dochters en had aangenomen dat dit in het verlengde lag van de door de rechtbank verleende toestemming tot verhuizing en inschrijving in de school van de kinderen . Omdat beklaagde de dochters zonder te informeren naar de toestemming van de vader met gezag heeft uitgeschreven is dit onderdeel van de klacht gegrond. De administratieve inrichting van de praktijk is zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen. Het overige klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/108
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:11
Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich in 2018 in zijn vinger gezaagd met elektrische cirkelzaag. Hij wendde zich tot de doktersdienst waar hij door beklaagde werd gezien. Zij beoordeelde de wond en gaf de aanwezige triagiste opdracht om de wond te hechten en het consult af te ronden. Klager kreeg geen antibiotica. Enkele dagen na het consult raakte klagers vinger ernstig ontstoken. Hij heeft van zijn eigen huisarts alsnog antibiotica gekregen. Een deel van de functionaliteit van zijn vinger is klager kwijtgeraakt. Hij verwijt beklaagde 1) dat zij aan hem geen antibiotica heeft voorgeschreven, 2) dat zij het hechten heeft overgelaten aan triagiste in plaats van een plastisch chirurg en 3) dat hij geen advies heeft gekregen over hoe te handelen bij ontstekingsverschijnselen. Het college overweegt dat de verwijten niet terecht zijn en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2021:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/16
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TDIVBC:2021:2
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op vier melkveebedrijven (droogzetters en mastitis preparaten) in strijd te hebben gehandeld met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Het Veterinair Beroepscollege komt tot de slotsom dat de dierenarts tekort is geschoten in de naleving van de (administratieve) verplichtingen voor het voorschrijven en de aflevering van antibiotica als bedoeld in artikel 5.14 en 5.17 van de Regeling diergeneeskundigen en bijlage 9 van de Regeling diergeneesmiddelen. Voorts heeft de dierenarts in strijd gehandeld met artikel 2.8 van de Wet dieren en de registratiebeschikkingen en bijsluiters ten aanzien van de toepassing van de diergeneesmiddelen Avuloxil, Curaclox en Albiotic Formula. Beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/184
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:53
Klaagster dient een klacht in tegen een (basis-)arts, die in het kader van de Wmo 2015 een sociaal medisch advies heeft gegeven aan de gemeente waar klaagster woonachtig is. Klaagster verwijt verweerder de procedures niet goed in acht te hebben genomen (waaronder de toepassing van het correctierecht) en zich onheus te hebben gedragen door ongepaste grappen te maken, aldus klaagster. Verweerder voert verweer en stelt onder andere dat hij aan het einde van het gesprek met klaagster haar heeft voorgehouden wat de strekking van zijn advies zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-143
- Datum publicatie: 04-05-2021
- Datum uitspraak: 04-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:49
Klaagster niet ontvankelijk in haar klacht tegen een huisarts. Vast staat dat beklaagde geen behandelrelatie heeft of heeft gehad met klaagster. De relatie tussen klaagster en beklaagde betrof enkel een privérelatie waarbij zij directe buren zijn. Het College is van oordeel dat de verweten gedragingen van beklaagde louter betrekking hebben op de relatie van onderlinge buren en dus alleen op de privésfeer. De verweten gedragingen zijn niet van dien aard dat sprake is van weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Dit betekent dat de verweten uiting - waarvan beklaagde overigens met klem heeft betwist dat zij dit überhaupt heeft gezegd - niet kan worden getoetst aan de tuchtnormen zodat klaagster alleen al op die grond niet ontvankelijk wordt verklaard in haar klacht.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/40
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:14
Dienstdoend dierenarts wordt verweten niet adequaat te hebben gereageerd op een nachtelijke telefonische melding van klaagster met betrekking tot de gezondheidstoestand van haar cavia en haar zorgen daarover. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/15
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 22-02-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:15
Dierenarts wordt verweten onvoldoende onderzoek te hebben verricht bij een chinchilla met slikklachten. Deels gegrond. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/89
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:8
Dierenarts wordt verweten dat tijdens een keizersnede bij een hond onvoldoende professionele assistentie aanwezig was, dat de moederhond te snel mee naar huis is gegeven en dat na het overlijden van de moederhond onvoldoende instructies met betrekking tot de zorg voor de pups zijn gegeven. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:90 Raad van Discipline Amsterdam 21-229/A/NH
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:90
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster mocht uitgaan van het feitenmateriaal dat haar cliënte haar verstrekte.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:16 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/21
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 25-03-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:16
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de behandeling van een hond met maagdarm- en rugklachten veterinair onjuist c.q. nalatig te hebben gehandeld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:84 Raad van Discipline Amsterdam 21-319/A/NH/D 21-327/A/NH/D
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:84
Het gebrek aan realiteitszin en het disproportionele wantrouwen van verweerster jegens anderen in de strafrechtketen geven de raad de overtuiging dat sprake is van een ernstige mate van decompensatie, wat gevoegd bij het ernstige gebrek aan kwaliteit in de weg staat aan een behoorlijke praktijkuitoefening, in welk rechtsgebied dan ook. Het gebrekkige vermogen van verweerster om, ondanks begeleiding door de deken en coaching door twee ervaren strafadvocaten, tot verbetering te komen geeft de raad de overtuiging dat niet kan worden volstaan met een time out in de vorm van een schorsing, maar dat schrapping van tableau de aangewezen maatregel is. Naar het oordeel van de raad bestaat er een onaanvaardbaar risico dat verweerster tussen de uitspraak van de raad en het onherroepelijk worden ervan schade toebrengt aan haar cliënten. Bij dit oordeel zijn de meest recente signalen, in combinatie bezien, doorslaggevend. Uit deze (onweersproken) signalen blijkt dat verweerster in het holst van de nacht een rode of gele kaart ‘uit het universum’ met daarop een verontrustende boodschap bij een dorpsgenoot in de brievenbus heeft gedaan. Uit de signalen blijkt daarnaast dat verweerster enkele dagen later tijdens de behandeling van de strafzaak van haar minderjarige cliënt opmerkelijk en warrig gedrag heeft vertoond en is tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van haar cliënt. De signalen geven naar het oordeel van de raad blijk van ernstig verward gedrag. De signalen bevestigen naar het oordeel van de raad de ernstige twijfel die bij de deken en coaches van verweerster al geruime tijd bestaat aan het psychische welzijn van verweerster en brengen met zich dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk en onafwendbaar is. De raad zal daarom ook het verzoek van de deken op grond van artikel 60b Advocatenwet toewijzen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:30 Accountantskamer Zwolle 20/1638 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:30
Klacht tegen een accountant dat zij de opdracht niet is nagekomen om jaarlijks een administratieve uitwerking van de huwelijkse voorwaarden van klager en zijn (ex-)echtgenote samen te stellen. Klager verwijt betrokkene ook dat zij niet (inhoudelijk) heeft gereageerd op zijn brieven en dat een uitwerking die in 2017 tijdens de echtscheidingsprocedure is gemaakt fouten bevat. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet kan worden verweten dat zij niet zelf heeft gereageerd op de eerste brief van klager, omdat klager haar heeft gevraagd om te reageren op stellingen van zijn (ex-)echtgenote in de echtscheidingsprocedure. Betrokkene heeft kunnen concluderen dat haar objectiviteit in het geding was en dat zij niet langer betrokken bij het dossier van klager zou moeten. Klager heeft wel een reactie op deze brief heeft gekregen. De jurist van het accountantskantoor heeft hem op de hoogte gesteld van het standpunt van betrokkene. De overige brieven van klager waren niet aan betrokkene gericht, zodat zij niet gehouden was om daarop te reageren. Ook kan betrokkene niet worden verweten dat het samenstellen van de administratieve uitwerkingen vanaf 2012 is uitgesteld, omdat klager en zijn (ex-)echtgenote met dit uitstel hebben ingestemd. Dit in verband met een procedure die aanhangig was bij de Belastingdienst waardoor er onzekerheid was over de cijfers. Tot slot is niet aannemelijk geworden dat de administratieve uitwerking die betrokkene in 2017 heeft gemaakt niet correct is. Betrokkene heeft een toereikende onderbouwing gegeven voor de in deze uitwerking opgenomen bedragen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/5
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:10
Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten in de verleende zorg aan een hond, nadat uit bloedonderzoek sterk verhoogde nierwaarden waren gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/2
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:9
Dierenarts wordt verweten niet adequaat te hebben gehandeld met betrekking tot de verleende zorg aan een plotseling ziek geworden kat. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/26
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 25-03-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:17
Klacht tegen vier dierenartsen, betrekking hebbend op twee operaties die zijn uitgevoerd bij een hond, nadat het dier was overreden door een heftruck. De klachten zijn ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:31 Accountantskamer Zwolle 20/1812 Wtra AK
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:31
Klacht tegen een accountant die een brief “Waarmerking berekeningsmethodiek Certificaten van aandelen” heeft opgesteld. Anders dan betrokkene heeft betoogd, kan deze brief niet worden beschouwd als een rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in Standaard 4400N. In de brief wordt onder andere een conclusie getrokken met betrekking tot de waarde van de certificaten en de indruk gewekt dat een bepaalde mate van assurance wordt gegeven. Dat past niet in een rapport van feitelijke bevindingen. Omdat aan de brief een aspect van assurance niet kan worden ontzegd, heeft de Accountantskamer de brief beoordeeld als een assurance-rapport waarop van toepassing is Standaard 3000A. Dit betekent onder meer dat de brief moet berusten op een deugdelijke grondslag. Deze grondslag ontbreekt echter, omdat betrokkene heeft erkend dat hij geen assurance-werkzaamheden heeft uitgevoerd. Klacht is gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/8
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:11
Dienstdoend dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond, die ernstig benauwd was, niet de door klaagster gevraagde hulp te hebben geboden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/39
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 20-04-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:18
Termijnoverschrijding. Klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu het handelen waarover wordt geklaagd meer dan 3 jaar voor de indiening van de klacht heeft plaatsgevonden en er geen valide argumenten zijn aangevoerd die de late indiening en het in behandeling nemen van de klacht rechtvaardigen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/14
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:12
Dierenarts wordtverweten tekort te zijn geschoten in de verleende zorg aan een hond, nadat het dier op een opvangadres door een andere hond was gebeten en daarbij verwondingen had opgelopen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/22
- Datum publicatie: 03-05-2021
- Datum uitspraak: 28-01-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:13
Dierenarts wordt verweten dat na een door haar uitgevoerde oogoperatie bij een hond een beschermkap dermate strak om de nek van het dier is aangebracht, dat daardoor verwondingen zijn ontstaan die eerst na lange tijd definitief zijn genezen. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-393
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:55
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van dienstverlening. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld ten aanzien van de verjaring van klaagsters vordering. De verantwoordelijkheid van verweerder is pas begonnen op 18 augustus 2016, het moment dat hij de door klaagster ondertekende opdrachtbevestiging retour ontving. In zijn algemeenheid is het niet onjuist om ook bij een mogelijk verjaarde vordering nog iets te proberen richting de wederpartij. Ook ten aanzien van de toevoegingsaanvraag heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-526/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:79
Advocaat heeft er blijk van gegeven dat de praktijkuitoefening gedurende een lange periode niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Dekenbezwaar gegrond. Gelet op de in klachtzaak 20-525/DB/ZWB opgelegde maatregel wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:68 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-742
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 01-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:68
Voorzittersbeslissing over kwaliteit dienstverlening door eigen advocaat. Naar het oordeel van de voorzitter is onvoldoende voortvarend handelen door verweerder niet vast te stellen. Binnen een redelijke termijn is verweerder met een herzien plan van aanpak gekomen. Verweerder heeft duidelijk met klager gecommuniceerd welke werkzaamheden hij wilde doen. Door het onoverbrugbare verschil van inzicht over het plan van aanpak in combinatie met zijn gevoel van onheuse bejegening door klager, diende verweerder de zaak neer te leggen. Dat verweerder daarbij de belangen van klager richting Achmea heeft geschaad, kan de voorzitter niet vaststellen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.100
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:93
Klacht tegen psychiater. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De psychiater was van 2 november 2017 tot half maart 2019 betrokken bij de behandeling van klaagster. De bijdrage van de psychiater bij de behandeling was het controleren en voorschrijven van de medicatie. Klaagster verwijt de psychiater dat hij niet naar klaagster heeft geluisterd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde psychiater geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2091 rectificatiebeslissing
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZREIN:2021:31
Verweerster wordt onder meer verweten dat: 1) zij haar (privé)gevoelens met klaagster, als cliënt, heeft gedeeld, terwijl klaagster nog bezig was met relatietherapie. Klaagster had nooit willen weten dat verweerster liefdesgevoelens voor haar ex-partner had gekregen. Klaagster vindt dat erg onprofessioneel en er is geen rekening gehouden met haar kwetsbare psychische staat van zijn op 26 juni 2020; 2) zij na het ontdekken van haar gevoelens niet meteen de behandeling met klaagster heeft stopgezet, maar zeker nog één therapie aan klaagster heeft gegeven; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 261
- Pagina: 262
- Pagina: 263
- ...
- Pagina: 953
- Volgende pagina zoekresultaten