Zoekresultaten 13051-13100 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:166 Raad van Discipline Amsterdam 21-203/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar over het niet voldoen aan de in gedragsregel 29 neergelegde verplichting. De raad legt een voorwaardelijke geldboete met bijzondere voorwaarde (meewerken aan het lopende dekenonderzoek) op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:119 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200245

    Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad dat verweerder de faillissementsrechter niet volledig geïnformeerd heeft over de grond voor een aanhoudingsverzoek. Anders dan de raad ziet het hof geen aanleiding voor de oplegging van een maatregel. De overige onderdelen van de klacht zijn niet-ontvankelijk, omdat klager geen belanghebbende is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:134 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-917

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verzending akte voorafgaand aan zitting. Niet duidelijk hoe de verzending is verlopen, maar uit e-mails blijkt dat klagers advocaat op zitting kennis heeft genomen van de akte. Klagers advocaat heeft blijkbaar gevonden dat de zitting door kon gaan ondanks het feit dat hij de akte voorafgaand aan de zitting niet kende. Uit het vonnis vermelde procesverloop blijkt dat de akte op zitting is besproken. Het stond verweerder niet vrij om rechtstreeks contact te hebben met klager, omdat klager werd bijgestaan door een advocaat. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:135 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-021 21-022

    Voorzitter oordeelt klacht tegen beide faillissementscuratoren grotendeels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-162

    Klacht over kwaliteit dienstverlening. Naar oordeel van de raad moest verweerster, en was dat in het belang van klager ook noodzakelijk dat zij, gelet op de inhoud van de procesinleiding van de wederpartij, gemotiveerd en uitgebreid verweer voerde. Klager is daarbij nauw betrokken en heeft met de indiening ervan ingestemd. Excessieve kosten zijn niet onderbouwd of gebleken. Nadat betaling van declaraties door klager uitbleef, stond het verweerster vrij om klager een concept incasso dagvaarding te sturen. Toereikende uitleg waarom verweerster de kosten van de klacht van de wederpartij aanvankelijk aan klager in rekening heeft gebracht en later alsnog heeft gecrediteerd. Ongegronde klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:115 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210131

    Klacht tegen verzetsbeslissing van de raad. Klager heeft zijn beroepschrift niet binnen 30 dagen ingediend. Aan het Hof is niet gebleken van omstandigheden die in dit geval de (ruime) overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar maken. Gelet hierop is voor het hof geen taak weggelegd de zaak van klager inhoudelijk te beoordelen. De klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2276-021B

    De GZ-psycholoog heeft - samen met een psychiater - een psychiatrische expertise verricht bij klager. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat zij 1) klager heeft misleid over de onderzoeksvragen, 2) onderzoeksvragen heeft beantwoord die niet tot haar deskundigengebied behoren en 3) geen navraag heeft gedaan dan wel medische informatie heeft ingewonnen bij de huisarts van klager, de behandelend arts en de bedrijfsarts - hierdoor is de rapportage volgens klager op onvolledige en onjuiste informatie gebaseerd. De GZ-psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-508

    Klacht van de advocaat en van diens cliënt tegen de advocaat van de wederpartij. Met de bewoordingen van verweerder in zijn e-mail aan de advocaat-klager waarin hij deze van grove misleiding van de voorzieningenrechter heeft beschuldigd, is naar het oordeel van de raad niet onnodig grievend geweest. In confraternele correspondentie is een stevige zakelijke toonzetting aanvaardbaar en deze bewoordingen waren in de door verweerder geschetste context ook in het belang van zijn cliënte nodig. Verweerder mocht zonder nader onderzoek ook afgaan op de feitelijke mededeling van zijn cliënte dat het beslag geen doel had getroffen. Na weigering van toezending van een processtuk door de advocaat-klager stond het verweerder vrij om de ontbrekende stukken bij de rechtbank op te vragen. Gedragsregel 21 is daarop niet van toepassing. De in een processtuk van verweerder gebruikte bewoordingen over klager, uitgedrukt in beeldspraak en met uitdrukkingen, zijn niet onnodig grievend. Verweerder heeft ook niet opzettelijk feitelijke onjuistheden in zijn processtuk alsnog aangepast. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:116 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210113

    Artikel 13 beklag. Klaagster heeft de deken om aanwijzing van een advocaat verzocht om een civiele procedure te starten tegen haar voormalig advocaat. Het hof is van oordeel dat de deken gegronde redenen had om het verzoek van klaagster af te wijzen. Klaagster had een advocaat die haar in deze procedure wilde bijstaan. Dat klaagster niet tevreden is over de (voorgenomen) rechtsbijstand van deze eerdere advocaat brengt, gezien de bevindingen in het kader van de second opinion, niet mee dat de deken alsnog een advocaat moet aanwijzen. Hiervoor is de vangnetvoorziening van artikel 13 niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-509

    Klager heeft als partijdeskundige opgetreden voor partij B in een civiel geschil tussen B en de cliënte van verweerder. Verweerder mocht klager rechtstreeks benaderen zoals gedaan, nu daaraan geen (gedrags)regel in de weg staat. Alhoewel de inhoud van de gewraakte e-mail van verweerder aan klager een scherpe toonzetting had, heeft verweerder daarmee niet de grenzen van het betamelijke overschreden. Niet is gebleken dat verweerder opzettelijk voor toezending van die e-mail een ander zakelijk e-mailadres van klager heeft gebruikt met de intentie om hem zakelijk te schaden. Het stond verweerder vrij om contact te zoeken met de beroepsverenigingen van klager zoals door hem gedaan. Klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:117 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210073

    Artikel 13 beklag. Klaagster heeft de deken voor de derde keer verzocht om aanwijzing van een advocaat. Het hof is van oordeel dat de deken zich voldoende heeft ingespannen om klaagster te informeren over wat van haar wordt verlangd om haar verzoek in behandeling te kunnen nemen en de deken heeft klaagster voldoende tijd gegeven om de gevraagde stukken aan te leveren. Klaagster heeft slechts een lijst met namen van advocaten verstrekt die zij zou hebben benaderd, zonder nadere bewijsstukken en toelichting. Ook heeft ze niet aangetoond dat er sprake is van een procedure waarbij bijstand van een advocaat is voorgeschreven. Het verzoek van klaagster wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-021 20-022

    Verweerder sub 1 heeft klagers bijgestaan in hun geschil met een bouwbedrijf. De (al dan niet) door verweerder sub 1 aan klagers gestuurde opdrachtbevestiging voldeed niet aan het bepaalde in art. 7.5 Voda, nu daarin niet de te verrichten werkzaamheden en de duur ervan vermeld stonden en evenmin was vermeld wat was afgesproken over een plan van aanpak en te volgen strategie met de mogelijke financiële risico’s van onder meer een arbitrageprocedure. Verweerder sub 1 heeft in strijd met Gedragsregel 16 klagers daar op een later moment ook niet schriftelijk op gewezen, terwijl hij daartoe ondanks de tijdsdruk wel de gelegenheid voor moet hebben gehad. In zoverre is verweerder sub 1 tekortgeschoten in zijn verplichtingen jegens klagers en zijn die klachten gegrond. Waarschuwing. De overige klachten en de klachten tegen verweerder sub 2 zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:118 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200283

    Klacht tegen eigen advocaat in familiezaak ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:133 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-472

    Verzet ongegrond. Verweerder heeft klager naar behoren bijgestaan in zijn geschil.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2213-2020-167

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Het is niet gebleken dat de bedrijfsarts een onjuist oordeel heeft gegeven over de draagbare arbeidslast in relatie tot de fysieke en mentale mogelijkheden van klaagster. Dit oordeel is zorgvuldig geweest, gelet op de verschillende spreekuurcontacten. Het College ziet geen aanknopingspunten in het dossier dat informatie bij de beoordeling van de belastbaarheid buiten beschouwing is gelaten of in een andere context is geplaatst. Dat de bedrijfsarts zich tijdens de gesprekken ongeoorloofd heeft opgesteld, kan het college niet vaststellen, omdat het geen getuige is geweest van deze gesprekken en in het medisch dossier aanknopingspunten daarvoor ontbreken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:137 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-492/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster heeft geen eigen belang bij de klacht dat verweerder zich jegens klaagsters advocaat, de deurwaarder en de notaris, onnodig grievend en intimiderend heeft uitgelaten en bij de klacht dat verweerder onvoldoende op de hoogte was van de wettelijke procedures en inhoudelijke aspecten, zodat deze klachtonderdelen met toepassing van artikel 46j lid 1 sub b Advocatenwet kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. Verweerder is met de wijze waarop hij is opgetreden en zich in die correspondentie heeft uitgedrukt gebleven binnen de grenzen van het toelaatbare, waarbij de voorzitter in aanmerking neemt de context waarbinnen de uitlatingen zijn gedaan, te weten een langslepend geschil waarbij partijen lijnrecht tegenover elkaar stonden. In zoverre is de klacht wel ontvankelijk, maar kennelijk ongegrond op grond van artikel 46j lid 1 sub c Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag d2021/21-2020-117

    Ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Het is niet aannemelijk dat de plastisch chirurg klaagster niet over de risico’s heeft geïnformeerd, gelet op het uitvoerige overleg voorafgaand aan en het e-mailverkeer voor beide operaties. Hoewel geen onderdeel van de klacht, merkt het College op dat uit het overgelegde dossier niet kan worden opgemaakt of de plastisch chirurg daadwerkelijk kennis heeft genomen van de inhoud van het toestemmingsformulier. Het is volgens het College van belang om een toestemmingsformulier naast een digitale datum en het tijdstip ook te voorzien van een (digitale) aantekening of een paraaf zodat wanneer derden het dossier raadplegen duidelijk zichtbaar is dat de behandelaar kennis heeft genomen van de inhoud van het toestemmingsformulier. De onjuistheden in het dossier zijn niet van dien aard dat deze zijn aan te merken als tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Toen de plastisch chirurg niet meer de juiste zorg kon leveren, heeft hij klaagster terecht overgedragen naar de dermatoloog, gelet op diens deskundigheid. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-104/DB/ZWB

    Ne bis in idem. Klager heeft geen eigen belang bij klachten over de financiële afspraken tussen de verzekeraar en de rechtshulpverlener. Advocaat hoeft bij zijn advies over de aanpak van de zaak geen rekening te houden met de gevolgen die de rechtsbijstandsverzekeraar daar mogelijk aan verbindt. De advocaat is daarover geen verklaring verschuldigd. Klacht gedeeltelijk ongegrond, gedeeltelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:134 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-704/DB/LI

    Advocaat heeft op 1 december 2014 op verzoek van de deken opgetreden als bemiddelaar en een verslag van het gesprek opgesteld. De voorzitter heeft de klacht betreffende het gespreksverslag van 1 december 2014 terecht op grond van artikel 46 g lid 1 sub a gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:135 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-733/DB/LI

    Niet gebleken dat advocaat bij de uitoefening van zijn werkzaamheden voor klager niet heeft voldaan aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Voor zover juridisch al mogelijk was dat klager op een overeengekomen regeling terugkwam, volgt uit zijn e-mail aan de advocaat over die regeling niet dat hij zijn instemming met die regeling introk. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag d2021/2229-2020-052

    Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts had klager niet hersteld/geschikt voor werk mogen melden, ondanks dat klager hiermee zou hebben ingestemd. Gelet op de ingrijpende gevolgen (beëindiging Ziektewet-uitkering, geen re-integratieverantwoordelijkheid werkgever, aanspraak op korte WW-uitkering) van een dergelijke keuze moeten hoge eisen worden gesteld aan de instemming van de werknemer met een dergelijk beleid. Klager heeft betwist dat hij met het beleid heeft ingestemd. Of dat het geval is, kan naar het oordeel van het College in het midden blijven, omdat niet is gebleken dat, voor zover klager al zou hebben ingestemd, hij voldoende door de bedrijfsarts en naderhand de casemanager is geïnformeerd, wat de gevolgen van deze keuze voor klager zouden zijn. Dat betekent dat bedrijfsarts de keuze niet kan rechtvaardigen door verwijzing naar de instemming van klager. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:136 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-460/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Hoewel klager geen partij is in de procedure waarin verweerder deze stichtingen bijstaat, stelt de voorzitter vast dat klager de zoon is van een van de bij die procedure betrokken partijen en dat klagers handelen in de processtukken wordt besproken. Om die reden dient de klacht naar het oordeel van de voorzitter te worden getoetst aan de hand van de voor een advocaat van de wederpartij geldende maatstaf. De aanduiding “zoon van” is niet onnodig grievend. Verder ook niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-046/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft in zijn hoedanigheid van executeur, afwikkelingsbewindvoerder en testamentair beschermingsbewindvoerder excessief gedeclareerd en geen deugdelijke rekening en verantwoording heeft afgelegd. Hierdoor heeft verweerder vertrouwen in de advocatuur geschaad en gehandeld in strijd met de norm van artikel 46 Advocatenwet. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-491/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Voor zover klager met de klacht beoogt om het feit dat verweerder zich in april 2018 als advocaat van klager heeft onttrokken aan de tuchtrechter ter beoordeling voor te leggen, overweegt de voorzitter dat ingevolge het bepaalde in artikel 47b lid 1 Advocatenwet niet voor een tweede maal kan worden geklaagd over een gedraging van een advocaat waarover de tuchtrechter al geoordeeld heeft. De tuchtrechter heeft reeds over deze klacht geoordeeld. Nu klager geen feiten of omstandigheden aan de herhaalde klacht ten grondslag legt die hem bij de formulering van de eerdere klacht niet bekend waren en hem evenmin bekend konden zijn, kan klager hierover niet opnieuw een klacht indienen. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Klager stelt daarnaast dat verweerder in de eerdere tuchtrechtprocedure een “fake-verklaring” heeft gegeven. De voorzitter overweegt dat het een advocaat vrij staat om in zijn verweer op een klacht al datgene naar voren brengen wat hij in het kader van dat verweer van belang acht. Dit is slechts anders indien de advocaat de tuchtrechter opzettelijk onjuist informeert met het doel de tuchtrechter te misleiden. Daarvan is geenszins gebleken. In zoverre is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:165 Raad van Discipline Amsterdam 21-508/A/A

    Afwijzing verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. De raad vindt de zorgen van de deken over de geestesgesteldheid van verweerster begrijpelijk. Voor de conclusie dat verweerster er blijk van geeft dat zij niet in staat is haar praktijk behoorlijk uit te oefenen, is dit echter onvoldoende grond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021/1022

    Klacht van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen een fysiotherapeut. IGJ verwijt de fysiotherapeut onder meer dat hij tijdens de behandelrelatie niet de professionele distantie heeft gehouden tot patiënte en ernstig seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond, legt op de maatregel van doorhaling en schorst bij wijze van voorlopige voorziening met onmiddellijke ingang de bevoegdheid van de fysiotherapeut om de aan zijn inschrijving in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen. De fysiotherapeut komt hiertegen in beroep. In deze tussenbeslissing geeft het Centraal Tuchtcollege alleen een oordeel over de uitgesproken voorlopige voorziening. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de schorsing. De fysiotherapeut mag in afwachting van de eindbeslissing zijn beroep niet uitoefenen.

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:8 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-11 "2020.V12-OOCL Rauma"

    Op 11 en 12 februari 2020 heeft het onder Nederlandse vlag varende containerschip OOCL Rauma (IMO 9462794, Roepletters: PBWS) tijdens slecht weer op 3 verschillende momenten in totaal 7 geladen containers verloren.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:49 Accountantskamer Zwolle 20/1820 Wtra AK

    Klacht over een accountant die werkzaam is geweest voor een groep vennootschappen waarvan klager bestuurder en aandeelhouder is. Betaling van facturen van betrokkene ging als gevolg van de financiële situatie van de bedrijven niet altijd even snel. In 2017 bleek dat de door klager ingehuurde controller enorme achterstanden in de administratie en het opstellen van de jaarstukken heeft laten ontslaan. Betrokkene heeft in opdracht van klager de administratie hersteld. De uit deze werkzaamheden voortvloeiende facturen leidden tot problemen en procedures tussen klager en betrokkene. De klacht ziet op ondoorzichtig en onzorgvuldig declareren, het niet op de juiste wijze behartigen van de belangen van klager en het niet juist uitvoeren van de werkzaamheden. De klacht is deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zes- en driejaarstermijn. De klacht is deels gegrond omdat betrokkene richting klager niet duidelijk genoeg is geweest over wat hij tot zijn opdracht rekende en omdat hij klager langdurig niet duidelijk op de hoogte heeft gehouden van de door hem verrichte werkzaamheden en de bedragen die hij daarvoor in rekening wilde brengen. Verder is de klacht gegrond omdat betrokkene voor werkzaamheden die hij abusievelijk heeft gefactureerd klager niet onverwijld heeft gecrediteerd. Voor het overige is de klacht ongegrond. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:50 Accountantskamer Zwolle 21/199 Wtra AK

    Klacht tegen een accountant die de opdracht had om de jaarrekening van klaagster samen te stellen: klacht is ongegrond. Het ontbreken van persoonlijk contact met het management van klaagster is in dit specifieke geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Onder meer omdat het accountantskantoor een langlopende klantrelatie met klagers had, het de bedoeling was dat de accountant de samenstelwerkzaamheden slechts tijdelijk zou overnemen en de accountant werd ondersteund door een samenstelteam dat al geruime tijd bekend was met en inzicht had in de onderneming. Ook het verwijt dat de accountant onvoldoende toezicht heeft gehouden op een accountmanager, die klagers heeft geadviseerd bij de verkoop van de onderneming, is ongegrond. Omdat de accountant alleen een samenstelopdracht had, is hij niet vaktechnisch verantwoordelijk voor deze advieswerkzaamheden. Daarbij is in aanmerking genomen dat hij zich niet met de advisering heeft bemoeid en dat binnen het accountantskantoor ook nog andere accountants werkzaam zijn, waardoor niet valt in te zien waarom juist deze accountant verantwoordelijk zou zijn voor de advisering. De accountant kan evenmin worden verweten hij een afspraak over de winstdeling niet juist heeft verwerkt in de jaarrekening. Deze afspraak is gemaakt in het kader van de overdracht van de onderneming. Omdat de juridische overdracht plaatsvond na balansdatum was er geen reden om de verkoop al in de cijfers van de jaarrekening te verwerken. Ook was er op het moment van het opstellen van de jaarrekening geen reden om aan te nemen dat sprake was van een continuïteitsonzekerheid.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.254

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20140

    Huisarts, die zich heeft bekwaamd in manuele therapie, wordt verweten dat hij klager niet goed en ondeskundig behandeld heeft. Relatie tussen de door verweerder gegeven behandeling en de gestelde toename van de klachten kan niet worden vastgesteld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:164 Raad van Discipline Amsterdam 21-238/A/A/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. Door niet (tijdig) op verzoeken van de deken en een collega-advocaat te reageren, heeft verweerder gehandeld in strijd met gedragsregels 24 en 29. Daarmee heeft verweerder niet gehandeld zoals dat een behoorlijk advocaat betaamt. Geen sprake van handelen in strijd met de kernwaarden integriteit en deskundigheid. Dekenbezwaar grotendeels gegrond. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden van verweerder legt de raad de maatregel van een berisping op. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-216/DH/DH

    Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft een onjuiste behoefteberekening gemaakt, waardoor klager in zijn belangen is geschaad. Zijn berekening heeft niet voldaan aan de professionele standaard. Ook heeft verweerder nagelaten navraag te doen naar privéschulden van klager, terwijl uit een e-mail wel blijkt dat die er waren. Raad legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-418/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken in verband met het onderzoek van de deken naar een klacht tegen een andere advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:129 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-305/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken in verband met het onderzoek van de deken naar een klacht tegen een andere advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-322/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-230/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Geen sprake van het overdragen van klagers dossier aan onervaren advocaat. Verweerster was niet gehouden om klagers dossier zelf weer in behandeling te nemen nadat klagers advocaat zich had teruggetrokken. Klacht in alle onderdelen ongegrond. Verzoek schadevergoeding afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-256/DH/RO

    Klacht tegen de eigen advocaat over kwaliteit van dienstverlening gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-902/DH/DH

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klachtonderdelen de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:125 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-374/DH/RO

    Beslissing tot ambtshalve voortzetting van (een deel van) een ingetrokken klacht

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-093/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Ondanks voorbehoud en advies van verweerder over de slechte positie van klager heeft klager de procedure willen voortzetten. Het aanhangig maken van de procedure heeft mede door radiostiltes aan klagers kant langer geduurd dan noodzakelijk was. Noteren verkeerde zittingslocatie van onvoldoende gewicht. Verweerder heeft excuses aangeboden en ter compensatie aangeboden zijn voorschotnota te crediteren en het griffierecht voor de rechtbankprocedure voor zijn rekening te nemen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-255/DH/DH

    Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerster heeft informatie uit de mediation in de procedure gebracht, terwijl zij als familierechtadvocaat en mediator weet dat deze informatie onder de geheimhouding valt. Ook heeft verweerster in een e-mail een verkeerde voorstelling van zaken gegeven. De raad legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-220/DH/DH

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-047/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Gelet op het dossier en hetgeen ter zitting is verklaard is de raad van oordeel dat is komen vast te staan dat verweerster tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld en het vertrouwen in de advocatuur en in haar eigen beroepsuitoefening heeft geschaad. De raad acht op basis van de overgelegde stukken namelijk voldoende aannemelijk dat verweerster (te) kort voor het politieverhoor alcohol heeft genuttigd. Op basis van de overgelegde stukken is naar het oordeel van de raad voldoende aannemelijk geworden dat het alcoholgebruik invloed heeft gehad op verweersters optreden, nu de verbalisanten in het door de deken overgelegde ambtsedig opgemaakte proces-verbaal hebben verklaard dat verweerster gedurende het verhoor meerdere malen in slaap is gevallen, dat zij zich vreemd gedroeg en naar alcohol rook. Daarmee heeft verweerster gehandeld in strijd met de gedragsregels 1 en 12 en met de kernwaarden deskundigheid en integriteit zoals die zijn vastgelegd in artikel 10a van de Advocatenwet. Dekenbezwaar gegrond. Mede gelet op het feit dat verweerster reeds eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld is de raad van oordeel dat een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk van één week passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2640-2020-180a

    Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft erkend dat hij klager een verkeerd medicijn – antidepressivum in plaats van oestrogeen – heeft voorgeschreven. Hij heeft nagelaten een extra controle uit te oefenen. Uit het gesprek met klager is niet gebleken dat de uroloog communicatief of anderszins tekort geschoten is. Dat de uroloog geen herhaalrecept meer heeft uitgeschreven nadat de zorg aan een ander ziekenhuis is overgedragen en na intern overleg binnen het MDO, met de raad van bestuur en de klachtenfunctionaris, is juist zorgvuldig. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2641-2020-180b

    Hoe de communicatie tijdens het consult is verlopen kan het College niet vaststellen. Het is begrijpelijk dat de ingangsvraag van klager niet volledig duidelijk was en tijd heeft gekost voor beklaagde om dit te verduidelijken. De door beklaagde gestelde vragen acht het College passend. Niet vast komen te staan dat beklaagde zou hebben gelogen over de plaats van het semenonderzoek. Het is niet verwijtbaar dat beklaagde is vergeten lichamelijk onderzoek te doen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-529/DB/LI

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder in strijd met gedragsregel 9 te hebben gehandeld. Klager heeft erkend dat hij ervan op de hoogte was dat de bespreking van 15 maart 2018 zou plaatsvinden op een advocatenkantoor. Daarnaast heeft klager niet weersproken de stelling van verweerder dat de naam van het advocatenkantoor is vermeld op de gevel van het kantoorpand en dat aan de inrichting van het kantoor duidelijk te zien is dat het een advocatenkantoor betreft. De raad is dan ook van oordeel dat in het midden kan blijven of en in hoeverre verweerder zich voorafgaand aan het gesprek op 15 maart 2018 expliciet heeft voorgesteld als advocaat. Immers, op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden kon naar het oordeel van de raad bij klager redelijkerwijs geen misverstand bestaan over de hoedanigheid waarin verweerder optrad. Van handelen in strijd met gedragsregel 9 is naar het oordeel van de raad dan ook geen sprake. Klacht ook voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag d2021/2325-2020-165

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Alles overziend getuigen de keuzes rond de medicatie niet van tekortschietende of onzorgvuldige zorg van beklaagde. Het College acht goed mogelijk dat de afname van urineproductie samenhing met het ernstige infectiebeeld. Plasmedicatie was wegens het sepsisbeeld met een lage bloeddruk juist gecontra-indiceerd. Dat beklaagde toen een klinische verslechtering optrad niet is overgegaan op het toedienen van zuurstof of andere ingrijpende behandelingen vindt het College in het licht van het met de familie

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:127 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-861/DB/ZWB

    Klacht tegen deken. Op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat verweerder in eerste instantie in zijn hoedanigheid van opvolgend deken (in plaats van mr. X) op de door klager tegen mr. X ingediende klacht heeft gereageerd. Vervolgens heeft verweerder ter zitting van de raad van discipline in het ressort Amsterdam d.d. 24 juni 2019 verklaard dat hij – voor zover nodig - door mr. X was gemachtigd om namens hem verweer te voeren en dat mr. X zich verenigde met het gevoerde verweer. Bij beslissing d.d. 15 maart 2021 (nr. 190210, ECLI:NL:TAHVD:2021:47) heeft het Hof van Discipline de positie van de beklaagde advocaat die ook deken is in het advocatentuchtrecht nader verduidelijkt. De raad is van oordeel dat verweerder, door in zijn hoedanigheid van opvolgend deken in plaats van mr. X op de door klager tegen mr. X ingediende klacht te reageren heeft gehandeld in strijd met de hierboven onder 5.3 weergegeven en door het Hof van Discipline geformuleerde uitgangspunten. Aangezien de klacht van klager jegens mr X zich niet richtte tegen het orgaan deken, maar tegen de advocaat X, handelend in zijn hoedanigheid van deken, had het voorts op de weg gelegen van verweerder (als bestuursorgaan) om de klacht -voor zover dat niet is gebeurd- door te zenden aan mr X. Voor zover de klacht van klager zich richt tegen het optreden van verweerder ter zitting van de raad van discipline in het ressort Amsterdam d.d. 24 juni 2019 alsook ter zitting van het Hof van Discipline d.d. 6 november 2020 geldt eveneens dat dit handelen in strijd is met de hierboven onder 5.3 weergegeven en door het Hof van Discipline geformuleerde uitgangspunten. Dit handelen van verweerder is naar het oordeel van de raad, mede gelet op het feit dat verweerder heeft gehandeld in overeenstemming met hetgeen op het moment van zijn handelen bestendig gebruik was, evenwel niet van dien aard dat daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij in zijn reactie op de klacht van klager tegen mr. X standpunten heeft ingenomen waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze geenszins in overeenstemming waren met de feiten dan wel het recht. De raad stelt vast dat sprake is van een langdurige twist over de feiten en het recht, die reeds in de behandeling van het tegen klager ingediende dekenbezwaar aan de orde is geweest en waarop reeds onherroepelijk is beslist, in andere dan door klager gewenste zin. Het enkele feit dat klager zich niet kan vinden in de standpunten die verweerder naar voren heeft gebracht betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2570-2020-121b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Het was juist in het belang van patiënte om samen met de behandelend oncoloog het beleid af te stemmen. De lage dosering Enalapril is niet onzorgvuldig, omdat het een nieuw middel was voor patiënte waarvan de reactie niet direct duidelijk was. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.