Zoekresultaten 51-100 van de 48411 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:296 Hof van Discipline 's Gravenhage 260112V

    Verzet tegen niet-verwijzing. Ongegrond. Klaagster heeft de mogelijkheid gehad om bij de raad haar standpunt over het handelen van de deken naar voren te brengen. Deze mogelijkheid is door klaagster echter niet benut, doordat zij er kennelijk voor heeft gekozen het griffierecht niet te betalen. Klaagster kan nu niet alsnog haar bezwaren over het handelen van de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht over de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:201 Raad van Discipline Amsterdam 26-651/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster is verantwoordelijk voor de behandeling van de zaak en het is aan verweerster om, in het belang van de (proces)positie van klaagster, de processtrategie te bepalen en te beoordelen welke stukken nodig zijn om de standpunten van klaagster in de echtscheidingsprocedure te ondersteunen. Het stond verweerster dan ook vrij om te weigeren stukken bij de rechtbank in te dienen die klaagster voor haar zaak relevant vond, maar die naar het oordeel van verweerster onvolledig of onoverzichtelijk en daardoor niet in het belang van klaagster waren. Uit de hoeveelheid e-mails blijkt dat verweerster klaagster stap voor stap heeft meegenomen in haar aanpak van de zaak en dat verweerster elke stap in de processtrategie heeft toegelicht en aan klaagster heeft uitgelegd. Klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:297 Hof van Discipline 's Gravenhage 260169

    Appelverbod. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Hoewel klager een beroep doet op schending van fundamentele rechtsbeginselen, heeft wat klager ter onderbouwing daarvan aanvoert naar het oordeel van het hof geen betrekking op een dergelijke schending, maar ziet dat op de behandeling van de onderliggende klachtzaak tegen de deken. Klager wil in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van schending van fundamentele rechtsbeginselen en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8895

    Klacht tegen psychotherapeut. De ex-partner van klaagster (hierna: patiënt) is bij de psychotherapeut onder behandeling geweest. Van deze behandeling heeft de psychotherapeut op 6 februari 2025 een ontslagbrief opgesteld en aan de huisarts gezonden. In deze brief worden onder meer uitlatingen gedaan over klaagster. Klaagster maakt de psychotherapeut hierover verschillende verwijten. Naar het oordeel van het college betreft het hier enkel de weergave van het subjectieve verhaal van patiënt en blijkt uit de brief niet van enig eigen oordeel van de psychotherapeut. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:298 Hof van Discipline 's Gravenhage 260163

    Hoger beroep te laat ingesteld. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:299 Hof van Discipline 's Gravenhage 260150

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die hij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waar de deken om heeft verzocht, in te dienen. Dat heeft klager, ondanks dat de deken hem daartoe meerdere malen de gelegenheid heeft gegeven, onvoldoende met feitelijke gegevens concreet gemaakt. Hierdoor heeft de deken niet kunnen beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet is voldaan, zodat de deken gegronde redenen had om het verzoek af te wijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:199 Raad van Discipline Amsterdam 26-637/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Het stond verweerder vrij om het convenant zoals door partijen ondertekend in Turkije over te leggen. Verweerder mocht van dat convenant, de vertaling daarvan en van de informatie die hij daarover van zijn cliënt kreeg uitgaan. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:295 Hof van Discipline 's Gravenhage 260242

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De medisch tuchtrechtelijke procedure waarvoor klager bijstand van een advocaat wenst, is een procedure waarvoor bijstand door een advocaat niet verplicht is. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken, waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De wenselijkheid om over een advocaat te beschikken, is niet het wettelijke criterium om voor toewijzing van een advocaat in aanmerking te komen. De deken hoefde in de afwijzingsbeslissing dan ook niet nader op de persoonlijke omstandigheden van klager in te gaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-046/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder is advocaat in dienst bij een verzekeraar. Verweerder heeft de verzekeringsaanvraag van klaagster nagespeeld om informatie te vergaren over de precieze vragen die bij haar aanvraag zijn gesteld. De nagespeelde aanvraag is per ongeluk doorgeklikt waardoor klaagster daarvan een aanvraagbevestiging kreeg, maar verweerder heeft diezelfde dag nog duidelijk gemaakt dat het slechts om een simulatie ging. Geen (evidente) verwerking van persoonsgegevens in strijd met de AVG. Dat oordeel is voorbehouden aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-166/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een procedure tegen het UWV. Verweerder had op grond van de op hem rustende zorgvuldigheidsverplichting niet mogen afzien van een hoorzitting zonder eerst met klager te overleggen. Klacht in zoverre gegrond. Klacht over de toevoeging ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-135/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft een bedrag ontvangen van de verzekeraar van de wederpartij, ten behoeve van klager. Dit geld is niet aan klager overgemaakt zodra de gelegenheid zich voordeed, wat in strijd is met artikel 6.19 lid 2 Voda. Klacht deels gegrond. Berisping. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-387/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:215 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-153/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een verklaring van een therapeut in te brengen. De inhoud van die verklaring kan niet aan verweerder worden toegerekend. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:209 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-636/DH/DH

    Klacht tegen de eigen advocaat in een familiezaak over de kwaliteit van dienstverlening in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-167/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een vreemdelingrechtelijke procedure. Verweerder heeft de aanvraag om een verblijfsvergunning ingediend ruim vijf maanden nadat klaagster en haar partner daarvoor bij hem zijn langsgegaan. Ook is verweerder slecht bereikbaar geweest. Klacht gegrond. Berisping. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-817/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-007/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen letselschadeadvocaat. De raad is van oordeel dat verweerders dienstverlening heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:211 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-021/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-011/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een huurkwestie. De raad is van oordeel dat verweerders dienstverlening heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:212 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-044/DH/RO

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Verweerster heeft vergaande en onvoldoende gefundeerde uitlaten gedaan over klager, waarbij zij strafrechtelijke kwalificaties heeft gebruikt. Een en ander was onnodig grievend en daarmee onbetamelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-159/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd over de stappen die hij het meest geraden achtte in de procedure. Een duidelijke koersbepaling ontbrak en (terechte) vragen van klaagster heeft verweerder herhaaldelijk onbeantwoord gelaten. Ook ontbreekt vastlegging van belangrijke afspraken en inschattingen. Klacht gegrond. Vanwege ernst gedragingen, opstelling van verweerder en tuchtrechtelijk verleden wordt een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Twee weken schorsing voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-503/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen niet de grenzen overtreden van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerster heeft bij haar partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Zo mocht verweerster een selectie foto's overleggen. Het lag op de weg van klaagster om daartegen verweer te voeren. Daarnaast stond het verweerster vrij om tijdens een zitting een bewijsvoorstel te doen zoals gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-120/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de mediator. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat die te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk, is de klacht ongegrond. Verweerster was niet gehouden een neutraal beëindigingsbericht aan partijen te sturen. Verweerster heeft toegelicht hij zij de overeenkomst heet opgesteld en wat daarbij een rol heeft gespeeld. Daarmee heeft zij niet partijdig en evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verweerster hoefde er niet op bedacht te zijn dat het beëindigingsbericht later (door de wederpartij) in de civiele procedure zou worden ingebracht. Het bericht was onderdeel van de mediation, waarvoor geheimhouding gold.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:208 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-559/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klager wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht wegens het ontbreken van een eigen rechtstreeks belang bij de klacht over verweerder.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-186/DH/DH

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar over onder kwaliteit en kantoororganisatie. Er is sprake van tekort schieten in de schriftelijke vastlegging c.q. dossieropbouw. Ook is de waarneming niet goed op orde. Daarvoor is recent aan verweerster een coachtingstraject opgelegd, maar dat traject was nog niet aangevangen op het moment van indiening van het dekenbezwaar. Niet verwacht kan worden dat verweerster haar praktijk zo snel al weer op orde zou hebben. De raad ziet hierin aanleiding om voor dit deel af te zien van het opleggen van een maatregel. Dat is anders voor de geheimhoudersstukken die onversnipperd in een container zijn weggegooid en daar door de buren zijn aangetroffen. Hoewel verweerster stelt de juiste instructies te hebben gegeven aan haar ondersteunen personeel, is het toch niet goed gegaan. De raad weegt daarbij zwaar mee dat verweerder niet adequaat heeft gereageerd op het moment dat de deken liet weten dat geheimhoudersstukken waren aangetroffen. Verweerster heeft deze (nog steeds) niet ingezien. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-692/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiekwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk is de klacht over de kwaliteit van de bijstand deels gegrond. Verweerster is op meerdere punten tekortgeschoten in de behartiging van klagers belangen, onder meer door zonder toelichting of berekening een jaaropgave in te dienen, waar de rechtbank vervolgens geen rekening mee heeft gehouden. Verweerster heeft aangifte tegen klager gedaan naar aanleiding van door hem bij de Geschillencommissie ingediende stukken. Verweerster heeft daarmee niet gehandeld als een betamelijk advocaat, omdat er geen noodzaak was om aangifte te doen en verweerster niet vooraf overleg heeft gevoerd met de deken. Zij heeft daarbij ook haar geheimhoudingsplicht geschonden door een e-mail uit haar dossier aan de politie te overleggen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-274/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de faillissementscurator. Verweerder kon en mocht opdracht geven voor een taxatie van de woning van klagers. Niet gebleken dat verweerder het taxatieproces heeft beïnvloed. Niet gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-723/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-731/DH/DH/H

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-493/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Verweerder heeft gehandeld overeenkomstig de Leidraad dekenaal klachtonderzoek 2025. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-497/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de ex-partner deels niet-ontvankelijk omdat de klacht te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-064/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen ongegrond. De civiele vordering was geen onderdeel van de opdracht en verweerster heeft de documenten in het licht van de gegevens opdracht beoordeeld. Duidelijk was hoe een en ander zou verlopen en verweerster heeft ook steeds regie gevoerd. De communicatiefout is slordig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het ingediende verzoekschrift voldoet aan de professionele standaard. Het is niet ongebruikelijk dat klaagster en haar gemachtigde daarvoor zelf veel informatie moesten aanleveren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186

    Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/2

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten dat hij is tekortgeschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten opzichte van dieren en in hetgeen van hem als dierenarts mocht worden verwacht ter voorkoming van ernstige schade voor de dier- en volksgezondheid door: diverse diergeneesmiddelen af te leveren in strijd met de vergunningsvoorschriften; meerdere Europese paspoorten af te geven in strijd met de daarvoor geldende eisen; onvoldoende administratie te voeren ten aanzien van de toepassing van diergeneesmiddelen. Klacht gegrond met geldboete van € 1.000 waarvan de helft voorwaardelijk. (Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9352

    Klacht tegen een huisarts gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verjaring en voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster is in de periode 2014 tot en met 2017 meerdere malen op consult geweest bij de huisarts. Er werden verschillende onderzoeken verricht wegens buikklachten. Buiten een urineweginfectie waar klaagster antibiotica voor kreeg, kwamen daar geen afwijkingen uit naar voren. Uiteindelijk bleek sprake te zijn van endometriumcarcinoom (baarmoederkanker). Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar niet tijdig heeft doorverwezen naar de gynaecoloog. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, er zijn geen aanwijzingen dat zij de klachten van klaagster niet juist heeft ingeschat of zij niet tijdig heeft verwezen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/56

    Hond. Dierenarts wordt verweten te zijn tekortgeschoten in de behandeling van een hond door ten onrechte de medicatie Furosoral volledig af te bouwen, naast dat haar verwijten worden gemaakt met betrekking tot de euthanasie van de hond. [Klacht ongegrond.]

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9693

    Voorzittersbeslissing. Klagers klagen namens hun moeder (patiënte) over de behandeling van patiënte door de psychiater en over het afgeven van verklaringen door de psychiater ten behoeve van rechtszaken. De voorzitter oordeelt dat klagers kennelijk niet-ontvankelijk zijn voor zover ze klagen over de behandeling van patiënte en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850

    Klager verwijt de arts onder meer dat hij onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, heeft gezegd dat een operatie aan klagers voet niet meer mogelijk was en een gebrek aan kennis van triple artrodese operaties heeft. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is voor wat betreft het klachtonderdeel tegen het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10327

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het argument van de PI dat de bijzondere setting waarin de medewerkers werkzaam zijn geen goede onderbouwing voor de beslissing om de naam van de verwerende partij niet te delen. Gezien de inhoudelijke beslissing ziet de voorzitter echter alsnog reden om de persoonsgegevens van deze beklaagde niet met klager te delen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-551/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2026:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2025/1

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten dat hij ten aanzien van een rund een noodslachtverklaring onjuist, althans lichtvaardig heeft ingevuld en afgegeven en dat hij de noodslachting heeft uitgevoerd terwijl niet aan de daarvoor geldende vereisten was voldaan, omdat het rund zich nog in de wachttijd van een diergeneesmiddel bevond. De klachtambtenaar heeft verzocht beklaagde een voorwaardelijke schorsing van één maand op te leggen. [Klacht gegrond zonder maatregel.]

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:181 Raad van Discipline Amsterdam 26-259/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder een (potentiële) getuige heeft beïnvloed of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt.