Zoekresultaten 1-20 van de 48393 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3136
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:185
Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3084
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:186
Gegrond klacht tegen een chirurg. De chirurg was betrokken bij de zorg aan de in 2022 overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom (galwegkanker). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal tuchtcollege oordeelt dat de chirurg tuchtrechtelijk te verwijten valt dat hij vóór het eerste consult geen kennis had genomen van het verslag van de MRI, die in het kader van de verwijzing was gemaakt. Hierdoor is onvoldoende aandacht besteed aan de in dit verslag genoemde mogelijkheid van een kwaadaardige aandoening. Daarnaast is de chirurg tekortgeschoten in de communicatie met patiënte door haar onvoldoende mee te nemen in de door hem te nemen diagnostische stappen en haar op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond en legt de chirurg een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3039
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:187
Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij het inzage- en correctierecht niet goed heeft uitgevoerd. Daarnaast verwijt klager de verzekeringsarts dat in de adviesrapportage onjuiste medische gegevens staan en het onmogelijk is dat, zoals in het rapport zou staan, dat de verzekeringsarts dezelfde dag als het spreekuurcontact met klager contact heeft gehad met de gemeente. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:304 Hof van Discipline 's Gravenhage 250293
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:304
Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij die over de inhoud van een overleg, waarbij naast de wederzijdse advocaten ook de cliënten en een bedrijfsjurist aanwezig waren, in zijn conclusie van antwoord heeft geschreven. Gedragsregel 27 (vertrouwelijkheid van schikkingsonderhandelingen) beperkt zich tot de situatie van schikkingsonderhandelingen tussen uitsluitend advocaten. Als een cliënt of een andere derde daarbij aanwezig is, houdt gedragsregel 26 (vertrouwelijke mededelingen) in dat geheimhouding van wat is besproken expliciet afgesproken moet worden. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarom heeft het hof de raadsbeslissing, waarbij een waarschuwing is opgelegd, vernietigd en de klacht alsnog ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3172
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:188
Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in haar sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts haar sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een rapportage. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:305 Hof van Discipline 's Gravenhage 250208
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:305
Deze zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Het hof acht het handelen van verweerder in strijd met de in artikel 11a Advocatenwet opgenomen geheimhoudingsverplichting, met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden vertrouwelijkheid en partijdigheid en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof komt tot een ruimere gegrondverklaring van de klacht over verweerder dan de raad en acht alles afwegend een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3171
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 02-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:189
Klaagster is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. De arts heeft in zijn sociaal-medisch advies geschreven dat klaagster niet voldoet aan de medische criteria voor het toekennen van de kaart. Klaagster verwijt de arts dat zijn sociaal-medisch advies niet strookt met de regelgeving en niet voldoet aan de eisen van een medische rapportage. Ook verwijt zij de arts dat hij haar tijdens het spreekuur onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster voor een deel niet-ontvankelijk is in haar klacht en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:306 Hof van Discipline 's Gravenhage 260335
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:306
Beklag te laat ingesteld. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3137
- Datum publicatie: 28-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:184
Klacht tegen een arts. Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). De arts heeft geadviseerd tot afwijzing van de aanvraag. Klager verwijt de arts dat hij een onjuist sociaal-medisch advies heeft gegeven en dat hij heeft geweigerd om aan klager medische stukken te sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9189
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster vindt dat de internist haar dochter zelf fysiek had moeten onderzoeken en haar had moeten laten opnemen in het ziekenhuis. Haar dochter is na het bezoek aan de SEH enkele dagen later plotseling overleden. Het college overweegt dat patiënte die week driemaal is onderzocht en dat mede gelet op het feit dat er op redelijk korte termijn een gastroscopie gepland stond, de beslissing van de internist om patiënte niet op te nemen in het ziekenhuis met de kennis van dat moment verdedigbaar is. Dat de internist deze beslissing heeft genomen zonder patiënte zelf te zien, maakt het voorgaande niet anders.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9019
- Datum publicatie: 25-09-2026
- Datum uitspraak: 25-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Verweerster heeft in het kader van een aansprakelijkstelling een medisch advies uitgebracht aan de verzekeraar van de woningcorporatie. Klager verwijt verweerster, kort gezegd, dat het medisch advies onzorgvuldig is.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778990 / NT 25/45 778996 / NT 25/46 778999 / NT 25/47
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:10
De klacht ziet op het inschrijven van een kadasterverklaring door de notaris, dan wel de kandidaat-notarissen die de kwestie zelf niet inhoudelijk hebben behandeld, maar alleen – als waarnemer – de verklaringen hebben afgerond die de notaris had voorbereid. In de kern komen deze klachtonderdelen erop neer dat de (kandidaat-)notarissen niet zorgvuldig hebben gehandeld door, zonder nader onderzoek, over te gaan tot inschrijving van de koop met de tien kadasterverklaringen.De notaris stelt dat de kandidaat-notarissen mochten afgaan op wat de notaris hen over de kwestie heeft meegedeeld en verklaard. Bij de behandeling van dit dossier hebben elk van beide kandidaat-notarissen zelfstandig, als waarnemer, één van de tien akten gepasseerd. De (kandidaat-)notarissen zijn daarom in gelijke mate tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor hetgeen klager hen verwijt. De kamer constateert met de notarissen dat inschrijving van de koop op grond van artikel 7:3 BW niet expliciet is uitgesloten in de overeenkomst. Partijen twisten in dit verband over de vraag of de overeenkomst zich (daarmee) leent voor inschrijving. Het is echter niet aan de kamer om die vraag te beantwoorden. De vraag die voorligt, is of de notarissen in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig hebben gehandeld door tot inschrijving over te gaan. Naar het oordeel van de kamer is dat het geval en hebben de (kandidaat-)notarissen de zorgvuldigheidsnorm geschonden door na te laten nader onderzoek te doen alvorens tot inschrijving van de koop over te gaan. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:207 Raad van Discipline Amsterdam 26-679/A/NH
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:207
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Uit de overgelegde e-mails blijkt dat tussen klaagster en verweerder diverse keren contact is geweest over het opstellen van een reactie aan de wederpartij en dat verweerder de suggesties van klaagster daarin heeft meegenomen. Verweerder heeft de reactie na telefonisch contact met klaagster en binnen een acceptabele termijn aan de wederpartij gestuurd. Daarna heeft verweerder zijn werkzaamheden geschorst omdat klaagster hem verbood nog contact op te nemen met de wederpartij. In de gegeven omstandigheden heeft verweerder zich voldoende ingezet om klaagster bij te staan. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:302 Hof van Discipline 's Gravenhage 260329
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 24-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:302
Klacht tegen -voormalig- deken wordt niet verwezen. De vervaltermijn voor het indienen van een klacht is op grond van het bepaalde in artikel 46g lid 1 sub a drie jaren. Klager heeft zijn klacht echter pas ruim zeven jaar na de beslissing van de deken ingediend. Gelet hierop zal deze klacht niet worden verwezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:208 Raad van Discipline Amsterdam 26-690/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:208
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Verweerster mocht in het belang van haar cliënt vragen stellen over de door klaagster verstuurde (van elkaar verschillende) e-mails. Dat verweerster over de twee e-mails beschikte, betekent niet dat daarmee de onduidelijkheid was weggenomen. Van verweerster kan verder niet verwacht worden dat zij afspraken bevestigt waar haar cliënt het niet mee eens is. Niet blijkt dat die afspraken ter zitting ook zo concreet gemaakt zijn. Dat verweerster onbereikbaar zou zijn, blijkt ook niet. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:303 Hof van Discipline 's Gravenhage 260256
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 24-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:303
Klacht wordt niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over (procedurele) beslissingen die een deken tijdens de beoordeling van het verzoek om toewijzing van een advocaat neemt (zoals het opvragen van stukken).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:202 Raad van Discipline Amsterdam 26-640/A/A 26-642/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:202
Voorzittersbeslissing; klachten over wijze van beoordeling, declareren en klachtafwikkeling kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:203 Raad van Discipline Amsterdam 26-669/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:203
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder is met zijn sommatiebrief en beslaglegging binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:204 Raad van Discipline Amsterdam 26-654/A/A 26-655/A/A 26-656/A/A 26-657/A/A 26-658/A/A
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:204
Voorzittersbeslissing. Achttien gelijkluidende klachten over de advocaat van de wederpartij die is verwikkeld in een juridisch conflict met klaagster, over drie kantoorgenoten die hem daarbij hebben geadviseerd en/of anderszins ondersteund en over het advocatenkantoor waar deze vier advocaten aan verbonden zijn. De klachtonderdelen zijn deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Ten aanzien van twee klachtonderdelen geldt dat klaagster te laat heeft geklaagd over handelen dan wel nalaten van (één van) verweerders in 2015/2016. Bij zes klachtonderdelen wordt klaagster niet rechtstreeks in haar belang geraakt. In die onderdelen klaagt klaagster over belangenverstrengeling tussen verweerders en hun cliënt, over de wijze van declareren van verweerders aan hun cliënt en over het handelen van (één van) verweerders in een andere procedure met een andere wederpartij. Tien klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond, te weten het verwijt dat op de website van het advocatenkantoor niet is vermeld dat één van verweerders rechter-plaatsvervanger is (geweest), verwijten over de wijze van betekening van een dagvaarding aan klaagster en verwijten over procesrechtelijk handelen en nalaten van (één van) verweerders in de procedure tussen klaagster en de cliënt van verweerders en over de wijze waarop de vordering van hun cliënt in de procedure is onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3102
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:183
Klacht tegen een arts die werkzaam is op een consultatiebureau. Klagers zijn de ouders van een baby die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts heeft de baby tweemaal op het spreekuur gezien. Klagers verwijten de arts dat zij hun kind niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Zij klagen er voorts over dat het shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 2420
- Volgende pagina zoekresultaten