Zoekresultaten 1-20 van de 48481 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-504/DH/DH
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:239
Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte heeft verweerster in haar stukken de standpunten van haar cliënte verwoord, zonder daarbij de gerechtvaardigde belangen van klager uit het oog te verliezen. De door verweerster gebruikte bewoordingen zijn binnen de context van het al jaren gevoerde debat tussen partijen en de opstelling van klager daarbij, naar het oordeel van de voorzitter functioneel en niet grievend geweest. Dat klager dat wel zo heeft ervaren, maakt dat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Van schending van de gedragsregels 26 en 27 is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455514 / KL RK 25-114
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:16
Nu de nalatenschap in overeenstemming met de testamenten van erflater is afgewikkeld en klager geen boedelgemachtigde meer is, acht de kamer het door klager aangevoerde niet voldoende voor het aannemen van een redelijk belang van klager bij zijn klacht. Ook het door klager benoemde belang van aangifte levert naar het oordeel van de kamer onvoldoende grond op voor het aannemen van een redelijk belang. Niets staat er immers aan in de weg voor klager om (alsnog) aangifte te doen. Voor zover klager met zijn verwijzing naar een (niet nader gespecificeerd) maatschappelijk belang meent een algemeen belang bij zijn klacht te hebben, overweegt de kamer dat dit eveneens onvoldoende is voor het aannemen van een redelijk belang. Dit zou de zekere begrenzing die artikel 99 lid 1 Wna beoogt aan te brengen in de kring van klachtgerechtigden illusoir maken. De kamer komt zodoende tot het oordeel dat de voorzittersbeslissing de klacht van klager terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaart in verband met gebrek aan redelijk belang en in stand moet blijven. Het verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:322 Hof van Discipline 's Gravenhage 260433
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:322
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting van klaagster op haar klacht over de deken leidt de voorzitter af dat deze klacht betrekking heeft op de wijze waarop de deken de klacht van klaagster over mr. Van der V in onderzoek heeft. Het klachtrecht is evenwel niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en/of de wijze waarop de deken zijn onderzoek uitvoert. Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. Van der V laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster al haar bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10212
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233
Klacht tegen een huisarts. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:323 Hof van Discipline 's Gravenhage 250439W
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:323
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Misbruik van recht. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele stelling van verzoeker dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt omdat verweerders in eerdere zaken mogelijk onwelgevallige beslissingen hebben genomen, geen uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid koesteren, noch dat de bij verzoeker kennelijk bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Gelet op de lichtvaardige wijze waarop verzoeker (wederom) het wrakingsmiddel heeft ingezet, bepaalt de wrakingskamer met toepassing van artikel 7.3 van het wrakingsprotocol dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak wegens misbruik van recht niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10393
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234
Klacht tegen een arts. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10394
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9167
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151
Klacht tegen een bedrijfsarts kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij verantwoordelijk is voor het handelen van de arts betreffende schending van het beroepsgeheim en onzorgvuldige en partijdige verslaglegging. Het college oordeelt dat niet is gesteld en evenmin is gebleken dat met de delegatie van taken door de bedrijfsarts aan de arts buiten de in het Standpunt gegeven kaders of de supervisieovereenkomst is getreden. Ook kan het college niet vaststellen dat de bedrijfsarts tekort is geschoten is haar rol als supervisor of anderszins onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3153
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:191
Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Gelet op het strikte toetsingskader heeft de arts tot zijn conclusies heeft kunnen komen. De redenen die klager heeft aangevoerd dat hij zijn studie heeft moeten beëindigen, rechtvaardigen niet de conclusie dat hem een nieuwe aanspraak op studiefinanciering toekomt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3282
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:192
In het kader van een strafrechtelijke procedure tegen klaagster heeft het gerechtshof aan de arts de opdracht gegeven een deskundigenrapport te schrijven over de wilsbekwaamheid van de moeder van klaagster ten tijde van het verlijden van de testamentaire akte bij de notaris in 2016. De arts kwam in zijn rappoort tot de conclusie dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de moeder van klaagster niet meer wilsbekwaam was ter zake het nemen van besluiten over haar testament. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat er geen sprake is van een schending van een belang dat ziet op een handelen of nalaten op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klaagster kan worden ontvangen in haar klacht, omdat het handelen van de arts wél weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en wijst de klacht terug naar het Regionaal Tuchtcollege voor inhoudelijke behandeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3297 VZ
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:193
Voorzittersbeslissing. Griffierecht niet betaald. Klaagster heeft laten weten dat zij gezien haar financiële situatie het griffierecht niet kan betalen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3149
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:190
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts werkt binnen de penitentiaire inrichting (PI) waar klager verblijft. Voor zijn verblijf in detentie had klager al een tijd pijnklachten in zijn onderrug. Klager verwijt de arts dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-730/DH/NH/W
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:232
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-124/DH/RO
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:226
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de belangen van klagers op onnodige en ontoelaatbare wijze geschaad door hen in openbare Facebookreacties met vermelding van hun namen te beschuldigen van het misleiden van haar cliënt en het verduisteren van het festivalgeld. Verweerster heeft haar beschuldigingen gepresenteerd als de waarheid, terwijl zij daarvoor geen bewijs had en terwijl de toon van de berichten in de Facebookgroep, geplaatst door de gedupeerden, al verhit was en haar client al was bedreigd. Verweerster had terughoudender moeten handelen. Onvoldoende reflectie. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9623
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231
Deels gegronde klacht tegen een arts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de arts. Klaagster verwijt de arts onder andere onvoldoende begeleiding bij een second opinion en schending van de vertrouwelijkheid. Het college oordeelt dat ook nadat de verzuimbegeleiding door een collega was overgenomen, de bedrijfsarts de voortgang van het verzoek om een second opinion had moeten controleren en zo nodig zijn supervisor of de arbodienst tot vervolgactie had moeten bewegen. Ook had de arts niet bij de werkgever mogen aangeven dat klaagster geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie. Dit is niet zonder meer informatie die de werkgever nodig heeft. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-830/DH/A/W
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 30-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:233
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-569/DH/DH
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:227
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om in het belang van zijn cliënte te verzoeken om de vaststelling van een hogere kinderalimentatie. Verweerders cliënte was daartoe ook gehouden op basis van de Participatiewet. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9600
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij het CIZ een aanvraag gedaan voor 24-uurszorg. De arts heeft als medisch adviseur bij het CIZ hierover advies gegeven. Klager meent dat dit advies niet op de juiste wijze tot stand is gekomen en dat hij bovendien zijn blokkerings- en correctierecht niet heeft kunnen uitoefenen. Het college is van oordeel dat klager wel het blokkeringsrecht toekwam, maar dat de arts klager niet in de gelegenheid heeft gesteld daarvan gebruik te maken is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-211/DB/LI
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:116
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurrechtelijk geschil. Verweerder heeft de inhoud van vertrouwelijke schikkingsonderhandelingen gedeeld met de rechter, terwijl hij daarvoor geen toestemming had. Ook heeft verweerder zich onnodig kwetsend uitgelaten over verweerster en woonwagenbewoners. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-142/AL/MN
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:196
Eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënt onvoldoende (schriftelijk) heeft geïnformeerd over onder andere de te volgen strategie, de proceskansen en de kosten. Hij heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen en nalaten en rekening houdend met de omstandigheid dat verweerder onvoldoende inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 2425
- Volgende pagina zoekresultaten