Zoekresultaten 61-80 van de 48107 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8902
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190
Gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klager en de gz-psycholoog kennen elkaar in privésetting. Klager is bij de gz-psycholoog in behandeling gekomen. Na vijf maanden heeft de gz-psycholoog de behandelovereenkomst eenzijdig verbroken. Klager vindt dat de gz-psycholoog hem nooit had mogen behandelen. Verder verwijt klager de gz-psycholoog dat zij haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden tegenover gezamenlijke vrienden en het medisch dossier veel te laat aan hem heeft verstrekt. Het college acht alle klachtonderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9116
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:197
Gegronde klacht van IGJ tegen een (voorheen BIG-geregistreerd) gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft grensoverschrijdend gehandeld door met een cliënte een vriendschappelijke relatie aan te gaan en vervolgens seksueel contact met haar te hebben. Daarnaast is hij tekort geschoten in de zorgverlening door de cliënte niet in overeenstemming met de professionele standaard en richtlijnen te behandelen, en onvoldoende dossier te voeren. De gz-psycholoog heeft zijn tuchtrechtelijk verwijtbare handelen erkend. Verbod op wederinschrijving. Het college verbiedt de gz-psycholoog om als zorgverlener supervisie-, mentoring- en coachingstrajecten aan andere zorgverleners aan te bieden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9621 A2026/9622
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191
Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut / gz-psycholoog, die een schriftelijke verklaring heeft opgesteld waarin zij over haar cliënte schrijft en gebeurtenissen beschrijft waarbij klager betrokken was. Klager verwijt verweerster onder meer dat zij valse kwalificaties en beschrijvingen over hem de verklaring heeft opgenomen. Het college oordeelt dat de psychotherapeut / gz-psycholoog de verklaring niet had mogen schrijven op de manier waarop zij dit heeft gedaan. Verwijtbaar handelen door op verzoek van cliënte een ongeadresseerde verklaring op te stellen waarin strafrechtelijke gedragingen van klager als feiten zijn opgenomen. Waarschuwing. Inzicht in onjuistheid van handelen en daar adequaat op gereflecteerd.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:1 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/117
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:1
Paard. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een paard in zijn onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht op een onderdeel gegrond, volgt een waarschuwing. Overige klachtonderdelen ongegrond].
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-473/DH/DH
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:180
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel en de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9163
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:192
Kennelijk ongegronde klacht tegen een radioloog. Klager verwijt de radioloog dat hij hem onjuist advies heeft gegeven over de rustperiode na de injectie in de slijmbeurs van de rechterenkel en dat hierdoor zijn achillespees is afgescheurd. Het college oordeelt dat het advies van de radioloog om een paar dagen rust te houden na de injectie, met de folder die patiënten ontvangen - en ook met de wetenschappelijke literatuur - in lijn is, mede gelet op het feit dat er (nog) geen wetenschappelijk bewijs is dat een langere rustperiode van meerwaarde zou zijn.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2026:2 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/93
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TDIVTC:2026:2
Kat. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een kat in haar onderzoek, diagnosestelling en behandeling te zijn tekortgeschoten. [Klacht ongegrond]
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-523/DH/RO
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:181
Klacht over het niet tijdig terugbellen door een advocaat naar wie klager was verwezen door het Juridisch Loket. Verweerster heeft klager teruggebeld op het moment dat zij daartoe in de gelegenheid was na terugkeer van haar vakantie. Klacht kennelijk ongegrond, voor zover deze niet al van kennelijk onvoldoende gewicht is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:169 Raad van Discipline Amsterdam 26-578/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:169
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocatenkantoor. Gebrek aan belang. Geen van de advocaten die bij verweerder werkzaam zijn treedt namens de werkgever van klager op in het geschil over de door klager gestelde werkgeversaansprakelijkheid. Verder staat vast dat klager de medische informatie zelf heeft verstrekt om zijn verzet in de klachtprocedure tegen mr. Z. te onderbouwen. Voor zover verweerder deze informatie intern heeft verwerkt, bewaard en gedeeld staat vast dat dit nodig was voor het voeren van verweer tegen de over mr. Z. ingediende klacht. Ook staat vast dat verweerder de medische informatie van klager na afloop van de verzetprocedure tegen mr. Z. heeft vernietigd. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106V
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:251
Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Hetgeen klager in zijn klacht, in zijn toelichting daarop, alsook in zijn verzetschrift, naar voren heeft gebracht, houdt verband met het onderzoek van de deken van de klachten die klager over mrs. B en B heeft ingediend. Het hof sluit zich om die reden aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De door klager aangehaalde uitspraak van het hof van discipline van 30 maart 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:91) ziet op een geheel andere kwestie en mist toepassing in deze zaak. De overige verzoeken van klager blijven buiten behandeling omdat het hof daartoe geen wettelijke bevoegdheid heeft. Wat in verzet verder nog naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:246
Klacht over eigen advocaat. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem heeft bijgestaan in een geschil tussen klager en zijn zus over de nalatenschap van hun moeder. De raad heeft de klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen de klachtomschrijving door de deken en heeft verzocht om een nieuw klachtschrift te mogen indienen, dan wel om terugverwijzing naar de deken. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. Het hof oordeelt in hoger beroep dat verweerder klager zorgvuldig en deskundig heeft bijgestaan, voldoende heeft geïnformeerd en geen onnodige kosten in rekening heeft gebracht. De klacht is in alle klachtonderdelen ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:170 Raad van Discipline Amsterdam 26-579/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:170
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerder gehouden om zijn werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerder dit ontijdig of anderszins op onzorgvuldige wijze heeft gedaan. Verder is niet gebleken dat verweerder klager heeft laten betalen voor werkzaamheden die niet zijn verricht. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 260170
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:247
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Nu duidelijk is dat klaagster het griffierecht voor een te voeren procedure en de eigen bijdrage van een toevoeging niet kan betalen, heeft de deken het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat zij van een advocaat niet kan verlangen dat hij/zij voor klaagster het griffierecht betaalt en afziet van de eigen bijdrage.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 260156
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:248
Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is met de deken van oordeel dat klager onvoldoende bewijzen heeft overgelegd waaruit is gebleken dat hij recent advocaten heeft benaderd. Verder maakt het hof uit het dossier op dat klager in de loop der tijd door verschillende advocaten is bijgestaan maar dat die hun werkzaamheden kennelijk hebben neergelegd omdat klager het door de WAM-verzekeraar gedane bod ondanks het advies van de advocaten, niet heeft geaccepteerd. Ook andere benaderde advocaten geven na bestudering van het dossier en het aanwezige bewijs aan dat zij geen redelijke kans zien om een ander percentage aansprakelijkheid dan reeds erkend te bewerkstelligen dan wel om een hogere schadevergoeding voor klager te realiseren. Het hof is dan ook met de deken van oordeel dat de procedure waarvoor klager een advocaat wil (een hoger percentage aansprakelijkheid en een hogere schadevergoeding) geen redelijke kans van slagen heeft. Ook op die grond die de deken weliswaar ten overvloede aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd, is terecht het verzoek afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-759/AL/MN
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:166
De raad heeft geoordeeld dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over – onder meer – de kosten van zijn diensten. Ook heeft verweerder een termijn voor het indienen van een verweerschrift gemist en klaagster daarover niet geïnformeerd. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragsregels en de kernwaarde deskundigheid. De raad rekent dit verweerder aan. Bij het bepalen van de maatregel weegt de raad het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar mee. Verweer is meermalen door de tuchtrechter veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof van discipline heeft recent een beslissing van de raad van discipline bekrachtigd, waarin hem een voorwaardelijke schorsing was opgelegd ter zake van (onder meer) het niet helder communiceren in de richting van zijn cliënt over de door hem in rekening te brengen werkzaamheden. Vanwege de ernst van het handelen en nalaten van verweerder en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan een onvoorwaardelijke schorsing. De raad legt aan verweerder de maatregel van schorsing in de praktijkoefening op voor de duur van vier weken op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:166 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:166
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:249
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:167 Raad van Discipline Amsterdam 26-457/A/A
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:167
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bindend adviseur. Voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat. Het advocatentuchtrecht is volledig van toepassing. Niet gebleken dat verweerder voor de adviesaanvraag relevante informatie heeft genegeerd. Het advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld in zijn rol van bindend adviseur. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:168 Raad van Discipline Amsterdam 26-557/A/NH
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:168
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Vertrouwensbreuk. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. Vertrouwensbreuk is aan klager te wijten. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 260155
- Datum publicatie: 03-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:250
Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond was voor aanwijzing van een advocaat omdat klaagster op het moment van het verzoek de bijstand van een advocaat had. Het feit dat de advocaat van klaagster zich heeft onttrokken, heeft de deken terecht geen reden gegeven om zijn standpunt te herzien. De deken heeft er met juistheid op gewezen dat de advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding heeft en dat het -mede- aan de opstelling van klaagster te danken is dat de advocaat zich heeft onttrokken. De deken heeft in dit verband er terecht op gewezen dat artikel 13 Advocatenwet een aanvullende voorziening betreft en niet een remedie is voor een verschil van inzicht over de professionele beoordeling van de zaak. (zie bijvoorbeeld HvD 30 oktober 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:202).