ECLI:NL:TADRSGR:2026:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-523/DH/RO

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2026:181
Datum uitspraak: 29-07-2026
Datum publicatie: 04-08-2026
Zaaknummer(s): 26-523/DH/RO
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Vereiste communicatie met de cliënt
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Klacht over het niet tijdig terugbellen door een advocaat naar wie klager was verwezen door het Juridisch Loket. Verweerster heeft klager teruggebeld op het moment dat zij daartoe in de gelegenheid was na terugkeer van haar vakantie. Klacht kennelijk ongegrond, voor zover deze niet al van kennelijk onvoldoende gewicht is.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 29 juli 2026
in de zaak 26-523/DH/RO

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) van 24 juni 2026 met kenmerk R 2026/062 en van de op de inventaris genoemde bijlagen 1 tot en met 10. 

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Klager is door het Juridisch Loket doorverwezen naar verweerster. Op 16 april 2026 heeft hij het kantoor van verweerster gebeld. Verweersters secretaresse heeft toegezegd dat verweerster hem zou terugbellen. 
1.2    Verweerster is op 23 april 2026 op vakantie gegaan. 
1.3    Op 30 april 2026 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster. 
1.4    Op 7 mei 2026 heeft verweerster telefonisch contact opgenomen met klager en hem medegedeeld zijn zaak niet aan te kunnen nemen omdat zij andere rechtsgebieden doet dan waar klagers zaak over gaat.

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster de toezegging van haar secretaresse om terug te bellen niet te zijn nagekomen.
2.2    Klager verzoekt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op te leggen. Ook verzoekt hij om, indien mogelijk, haar naam daarbij niet openbaar te maken.

3    VERWEER
3.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
Toetsingskader
4.1    Naar vaste jurisprudentie van het hof van discipline dient de tuchtrechter bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, onder andere inhoudende dat advocaten zich dienen te onthouden van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Artikel 10a van de Advocatenwet bevat de kernwaarden, zoals onafhankelijkheid, (financiële) integriteit, partijdigheid en vertrouwelijkheid die advocaten bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen.
Beoordeling
4.2    De klacht gaat erover dat verweerster klager niet op tijd zou hebben teruggebeld. Die klacht is kennelijk ongegrond, voor zover deze niet al van kennelijk onvoldoende gewicht is. Verweerster heeft klager teruggebeld op een moment dat zij daartoe na haar terugkeer van vakantie in de gelegenheid was. Dat dit niet zo snel is gebeurd als klager wenste, maakt haar handelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daarbij komt dat, als klager werkelijk zo’n groot belang had gehad bij een spoedig contact met verweerster, hij over de terugbelbelofte, telefonisch of per e-mail, had kunnen rappelleren. Door het te laten bij een enkel telefoontje aan de secretaresse en het vervolgens meteen te escaleren tot een klacht bij de deken, heeft klager verweerster de mogelijkheid ontnomen om klager eerder duidelijk te (laten) maken dat hij wat betreft het gezochte rechtsgebied bij haar aan het verkeerde adres was.

BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. A.E.A.M. van Waesberghe, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026.


Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 29 juli 2026