ECLI:NL:TADRAMS:2026:168 Raad van Discipline Amsterdam 26-557/A/NH

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:168
Datum uitspraak: 27-07-2026
Datum publicatie: 03-08-2026
Zaaknummer(s): 26-557/A/NH
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Beleidsvrijheid
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Vertrouwensbreuk. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. Vertrouwensbreuk is aan klager te wijten. Klacht is kennelijk ongegrond.  

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 27 juli 2026 
in de zaak 26-557/A/NH 

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerster

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland (hierna: de deken) van 30 juni 2026 met kenmerk bb/ss/25-438/2525296, door de raad digitaal ontvangen op dezelfde datum, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 9. Daarnaast heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail met bijlagen van klager van 23 juli 2026.

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Klager is verwikkeld in een familierechtelijke kwestie met zijn ex-partner over onder meer alimentatie en een omgangsregeling. Verweerster heeft klager hierin bijgestaan.
1.2    Op 12 november 2024 heeft de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) verweerster en de advocaat van de ex-partner van klager gemaild met de vraag of partijen openstaan voor mediation.
1.3    Op 13 november 2024 heeft verweerster het bericht van de rechtbank doorgestuurd aan klager.
1.4    Op 14 november 2024 heeft klager verweerster gemaild dat hij het voorstel van mediation afwijst.
1.5    Op 20 februari 2025 heeft klager verweerster gemaild met de vraag of er al wat duidelijkheid is. Ook heeft klager gevraagd wat de reden is van ‘alle vertraging’.
- Dezelfde dag heeft verweerster klager gemaild:
‘Ik heb niets gehoord. En de rechtbank heeft gewoon grote achterstanden. Helaas!’
Vervolgens heeft klager verweerster teruggemaild:
‘k vind dat u als advocaat zijnde weinig begrip toont, of inzet. Overigens had u mij ook kunnen attenderen op de voorlopige voorziening of dienaks een goede advoxaat zelf kunnen jndienen.. Bij welke klachtenfunctionaris bent u aangesloten als kantoor ? Ik ontvang graag de informatie van u zodat ik de sitatuie kan overkeggen.’
- Daarop heeft verweerster klager gemaild:
‘Daarvoor kunt u zich tot mr. […] wenden, die is echter pas vanaf volgende week woensdag weer aanwezig. 
Ik snap uw frustraties over de lange tijdsduur, maar daar heb ik geen invloed op. U bent niet de enige. Ik ben kennelijk wel de enige waartegen u kunt klagen.’
- Vervolgens heeft klager verweerster gemaild:
‘Bedankt voor uw reactie. Opmerkelijk is dat als ik een me onvreden of klacht uit, dat u binnen 5 minuten wel kan reageren. Aan de hand van alle waarnemingen waaruit ik kan opmaken dat u een bijzondere u-turn in de vorm van contact heeft gemaakt tbv de aanleiding waarom ik bij u terecht ben gekomen wat ik u nader heb uitgelegt, voel ik me verplciht me te richten tot de orde van advocaten mbt tot uw proffesionaliteit.’
- Daarop heeft verweerster klager gemaild:
‘Als u meent dat daar aanleiding toe is, moet u dat vooral doen. Wel adviseer ik u in dat geval op korte termijn een andere advocaat te zoeken die de zaak wil overnemen, want dan ontbreekt kennelijk de vertrouwensbasis voor een goede voortzetting van de samenwerking.’
1.6    Op 21 februari 2025 heeft klager verweerster gevraagd om de contactgegevens op te vragen van de mediators van de rechtbank.
- Dezelfde dag heeft verweerster klager gemaild:
‘Mediation is begin november aangeboden, en na overleg met u formeel geweigerd op 14 november jl. 
Als u dit alsnog wilt proberen, zal ik eerst de tegenpartij moeten benaderen met de vraag of zij dat ook wil. 
En vervolgens is het aan de rechtbank of het aanbod nog geldt.’
- Daarop heeft klager gereageerd dat hij heeft gevraagd om bij de rechtbank de gegevens van de mediators op te vragen die hebben besloten dat de zaak voor mediation in aanmerking zou komen en niet om de mediation alsnog te beginnen.
1.7    Op 24 februari 2025 heeft verweerster klager gemaild:
‘Er zijn geen mediators in dienst bij de rechtbank, en er wordt ook niet door iemand besloten. Ik stuur u zo meteen de mail door die we destijds ontvangen hebben. Hou er rekening mee dat dit een aanbod is dat in iedere zaak wordt gedaan, dus standaard procedure is.’
1.8    Op 19 september 2025 om 00:38 uur heeft klager verweerster gemaild:
‘Heeft u voor mij een gemotiveerde uitleg waarom u geen concrete stappen heeft gezet zoals het indienen van een kort geding in belang van t contact tussen mij en me zoon? Ik verneem graag op korte termijn een onderbouwing van uw nalatigheid.’
- Daarop heeft verweerster klager dezelfde dag om 08:58 uur gemaild:
‘• Wat wilt u bereiken? 
• Op basis van welke argumenten zou een kort geding kans van slagen hebben, gezien het gegeven dat u zelf de omgang hebt stopgezet?’
- Vervolgens heeft klager verweerster die dag om 10:01 uur gemaild:
‘Dat is geen antwoord op de vraag, maar uw houding is me overduidelijk. U doet dit constant. Ik walg van uw houding, Ik ga dit op een andere manier oplossen. U hoort nog van mij.’
- Verweerster heeft om 10:05 als volgt gereageerd:
‘Uw argwanende toon en claimende agressieve manier van benaderen, getuigt van een totaal gebrek aan respect. 
Ik heb u daar al eerder op aangesproken. Dit is niet de manier waarop ik wil samenwerken. 
Ik stel dan ook voor dat u een andere advocaat zoekt en ik mij aan uw zaak onttrek, nu er sprake is van een vertrouwensbreuk. 
U zult zelf een andere advocaat moeten vinden die bereid is u bij te staan. Vindt u die niet, dan zult u zichzelf moeten vertegenwoordigen voor zover dat mogelijk is.
Om u een redelijke termijn te geven zal ik twee weken wachten alvorens mij officieel aan uw zaak te onttrekken.’
- Daarna heeft klager verweerster om 10:17 uur nog gemaild:
‘De argaam is ontstaan door uw houding, en dit is alles behalve agressief. U bewijst puur uw gebrek aan proffesionaliteit. 
Ik neem al deze berichten mee waarin u stempels geeft met de hoop dat ik zodanig reageer dat u dat in uw voordeel kan gebruiken, maar dat gaat niet werken helaas. Ik laat me een stempels geven door iemand die niet weet wat respect inhoud en haar positie als advocaat misbruikt om haar clienten te onderdrukken met dwang dwang en chantagentaktieken. U noemt dit een samenwerking? U heeft nie eens het respect om fatsoenlijk antwoord te geven op de gestelde vragen en probeert het steeds om te draaien en t bij de ander neer te leggen. Dusnjoud u het woordje eespectmmaar voor u goed. 
Ik neem contact op met het deken uw vanwegen uw vork van dwang/dramg zal ik meenemen datmu mij verzoekt een andere advocaat te zoeken, gszien u verplicht benoem gewoon op een klacht te reagerem. U erket hierin uw onkunde meermaals 
Ik dien een klacht tegen u in bij de deken, want het gesprek van een kalcht is geen enkel argument om uw positie als advocaat te beeindiggen, laat staan dat te misbrukken om mij onder deuk te zettwn, u begaat deze fout nu voor de 2e keer. U hoort nog van mij.
1.9    Op 19 september 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster dat zij hem heeft gedwongen en onder druk heeft gezet om op korte termijn een andere advocaat te zoeken in verband met een vertrouwensbreuk. Verweerster heeft de zaak van klager op basis van een toevoeging aangenomen en klager heeft de eigen bijdrage al aan verweerster betaald. Klager stelt dat hij hierdoor geen nieuwe advocaat kan vinden.
2.2    De voorzitter zal bij de beoordeling ingaan op de standpunten van klager.

3    VERWEER
3.1    Verweerster voert verweer tegen de klacht en betwist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband voert verweerster aan dat zij klager nimmer heeft gedwongen of onder druk heeft gezet een andere advocaat te nemen. Volgens verweerster was klager op 20 februari 2025 al enige tijd bijzonder dwingend, omdat de procedure bij de rechtbank naar zijn mening te veel tijd in beslag nam en hij haar verweet dat bij de rechtbank achterstanden zijn waardoor er langere tijd niets in zijn zaak gebeurde. Verweerster merkt op dat klager toen al begon over het indienen van een klacht; klager heeft haar uiteindelijk meegedeeld dat hij geen andere advocaat wenste. Verder merkt verweerster op dat in september 2025 de frustraties bij klager kennelijk weer boven water zijn gekomen, omdat klager toen van haar ging eisen dat zij de rechtbank zou dwingen zijn zaak op korte termijn op zitting te behandelen.  Verweerster was naar aanleiding van de e-mails van klager van mening dat sprake was van een vertrouwensbreuk. Zij heeft klager twee weken de tijd gegeven om op zoek te gaan naar een andere advocaat, maar dit had ook langer had kunnen zijn omdat er geen termijnen verstreken aangezien er nog geen zitting was gepland.
3.2    De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
4.1    De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een over een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in art. 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien ook het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet, wel van belang zijn. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld. 
4.2    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Klacht is kennelijk ongegrond
4.3    De voorzitter kan op grond van het klachtdossier niet vaststellen dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager te dwingen of onder druk te zetten om een andere advocaat te zoeken. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. Vooral in zijn e-mail van  
19 september 2025 van 10:01 uur heeft klager zich in niet mis te verstane bewoordingen over verweerster uitgelaten. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Het is de voorzitter daarbij niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. De omstandigheid dat verweerster de zaak van klager op basis van een toevoeging behandelde leidt niet tot een ander oordeel. De klacht is daarom kennelijk ongegrond. Tot slot merkt de voorzitter op dat de toonzetting en de bewoordingen van de berichten van klager bijzonder onaangenaam zijn en het aan hem te wijten is dat de vertrouwensbreuk is ontstaan.  
Conclusie
4.4    Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j lid 1 onder c Advocatenwet, kennelijk ongegrond verklaren.

BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door  
mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 27 juli 2026