ECLI:NL:TADRAMS:2026:170 Raad van Discipline Amsterdam 26-579/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:170 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 27-07-2026 |
| Datum publicatie: | 03-08-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-579/A/A |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerder gehouden om zijn werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerder dit ontijdig of anderszins op onzorgvuldige wijze heeft gedaan. Verder is niet gebleken dat verweerder klager heeft laten betalen voor werkzaamheden die niet zijn verricht. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 27 juli 2026
in de zaak 26-579/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerder
De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 8 juli 2026 met kenmerk 2511986/ER/BF, door de raad digitaal ontvangen op dezelfde datum, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klager heeft in maart 2024 een auto gekocht bij een garage. Daarna is over
deze auto een geschil ontstaan tussen klager en de garage. Verweerder heeft klager
hierin vanaf oktober 2024 bijgestaan. In de periode daarvoor is klager bijgestaan
door mr. S.
1.2 Op 10 december 2024 heeft klager € 500 aan het kantoor van verweerder betaald.
Dezelfde dag heeft verweerder € 1 aan klager betaald.
1.3 Op 13 december 2024 heeft verweerder namens klager een ingebrekestelling
aan de garage gestuurd.
1.4 Op 10 januari 2025 heeft een jurist werkzaam op het kantoor van verweerder
de garage gemaild dat de gebreken aan de auto nog niet zijn hersteld en dat de koop
zal worden ontbonden als de garage de gebreken niet binnen drie dagen heeft hersteld.
1.5 Op 21 januari 2025 heeft klager € 136,36 aan het kantoor van verweerder betaald,
op
29 januari 2025 € 28,64 en op 4 februari 2025 € 43,77.
1.6 Op 18 maart 2025 heeft verweerder zijn werkzaamheden voor klager beëindigd.
1.7 Op 15 april 2025 heeft klager verweerder gemaild:
‘Ik neem contact met u op naar aanleiding van de juridische bijstand die ik de afgelopen
zes maanden van uw kantoor heb ontvangen in verband met de aankoop van een defecte
auto bij garage […].
Bij aanvang van het traject zijn er duidelijke toezeggingen gedaan, waaronder de belofte dat er een juridische belofte dat er een juridische procedure zou worden opgestart tegen de verkopende partij. U en uw collega's wekten vanaf het begin de indruk dat mijn zaak sterke juridische gronden had en dat u zich actief zou inzetten voor een rechtvaardige oplossing. Tot mijn grote teleurstelling is hiervan niets terechtgekomen. In plaats daarvan werd mij op 18 maart – op een laat tijdstip rond 22:00 uur – onverwachts medegedeeld dat de zaak zou worden stopgezet, met als reden dat ik zogenaamd niet alle informatie zou hebben verstrekt. Deze beschuldiging is feitelijk onjuist en bovendien zeer pijnlijk.
Vanaf het eerste moment heb ik volledige openheid van zaken gegeven. Zowel telefonisch als per e-mail heb ik de gebreken van het voertuig uitvoerig besproken: zichtbare schade zoals krassen en deuken, motorische mankementen en andere defecten. Daarbij heb ik ook aangegeven dat ik eerder een advocaat had ingeschakeld, maar daar geen resultaat uit heb kunnen halen. Juist daarom besloot ik naar uw kantoor te komen, mede op basis van positieve beoordelingen en de belofte dat u wél resultaat zou kunnen boeken.
Veel van de defecten kwamen pas ná aankoop aan het licht, terwijl de verkoper vooraf had aangegeven dat de auto in goede staat verkeerde en dat eventuele problemen opgelost zouden worden. Dit is nooit gebeurd. De misleiding door de verkoper was de kern van mijn klacht en de aanleiding om juridische stappen te willen nemen.
Wat deze situatie nog schrijnender maakt, is dat ik speciaal vanuit […] naar Amsterdam ben gekomen om mijn zaak bij uw kantoor onder te brengen – in het volste vertrouwen dat ik bij een deskundig en betrokken team terechtkwam. Dat vertrouwen is ernstig geschaad. Er is geen procedure opgestart, geen actie richting de tegenpartij ondernomen, en op mijn herhaalde verzoeken om updates is nauwelijks gereageerd.
We zijn inmiddels zes maanden verder. De auto – waarvoor ik jarenlang heb gespaard – is volledig onbruikbaar en is inmiddels weg. Ik heb geen voertuig meer, geen juridische ondersteuning, en ben bovendien €636 kwijt: €500 aan uw kantoor en €136 aan kosten gerelateerd aan de verkoper. Dit alles zonder enig resultaat. Het voelt voor mij alsof ik van de regen in de drup ben beland. Eerst opgelicht door de verkoper, en vervolgens nog eens teleurgesteld door de partij die mij zou moeten bijstaan.
Ik verzoek u dan ook dringend om verantwoordelijkheid te nemen en deze situatie te corrigeren. U heeft hierin twee opties:
U pakt de zaak alsnog serieus op en zet de juridische procedure alsnog in gang, zoals oorspronkelijk toegezegd;
U stort het volledige bedrag van €636 terug, zodat ik mij kan wenden tot een andere advocaat die mijn zaak wél serieus neemt.
Mijn voorkeur ligt nadrukkelijk bij optie 1. Ik heb er nog steeds vertrouwen in dat uw kantoor deze zaak tot een goed einde kan brengen – mits er nu eindelijk serieus werk van wordt gemaakt.
Mijn verzoek is eerlijk en gerechtvaardigd. Uw kantoor heeft een reputatie hoog te houden, en ik hoop dan ook op een spoedige, serieuze en professionele reactie.’
1.8 Op 24 april 2025 heeft een jurist werkzaam op het kantoor van verweerder klager
gemaild:
‘U stelt zowel telefonisch als per e-mail te hebben aangegeven dat u eerder een
advocaat heeft ingeschakeld, maar zonder resultaat. Vriendelijk verzoek ik u mij het
mailbericht toe te sturen waarin u dat aan ons heeft geduid, alsook de datum waarop
u dat telefonisch zou hebben medegedeeld. In het dossier kan ik namelijk geen gespreksverslag
of mailbericht terugvinden waarin ik dat kan teruglezen.
U stelt dat aan u de belofte is gedaan dat er een juridische procedure zou worden opgestart tegen de verkopende partij. Voor zover u bedoelt te zeggen dat een gerechtelijke procedure zou worden opgestart, waarbij de zaak aan een rechter zou worden voorgelegd, moet ik constateren dat een dergelijke belofte u niet is gedaan. Dat doen wij ook niet. Pas wanneer de beoordeling is gemaakt of wij de gang naar de rechter adviseren, wordt die keuze gemaakt. Wat wij wél beloven, is actie ondernemen - zonder gegarandeerd resultaat -, en dat hebben wij - in tegenstelling tot wat u nu beweert - ook gedaan.
Op basis van de door u overgelegde stukken is geoordeeld dat de zelfredzaamheid nog niet was overstegen. Op basis van dat oordeel kunnen wij fase 1 niet onder een eventuele toevoeging verrichten. U heeft voor fase 1 daarom de vaste prijs van € 499 betaald. De werkzaamheden die onder deze vaste prijs vallen, zijn ook uitgevoerd. De Verkoper heeft van ons een ingebrekestelling ontvangen welke voldoet aan alle eisen die de wet daaraan stelt, en naar aanleiding van het uitblijven van enige reactie van de Verkoper heeft u van ons een beknopt advies ontvangen over de vervolgstappen. Dat is wat wij u aanboden (zoals u ook kunt teruglezen in de opdrachtbevestiging), dat is waarvoor u heeft betaald (€ 499) en dat is wat wij hebben geleverd. Enige reden voor terugbetaling van die vaste prijs, is er dan ook niet.
Voorts noemt u € 136 aan 'kosten gerelateerd aan de Verkoper'. Waar u precies op doelt en waarom u meent dat wij die kosten aan u zouden moeten vergoeden, is mij niet duidelijk. U heeft aan ons een eigen bijdrage van € 165 betaald voor de aan u - mogelijk ten onrechte - verleende toevoeging. Pas wanneer e.e.a. omtrent de toevoegingen duidelijk is geworden, kan worden geconcludeerd wat er met dat bedrag dient te gebeuren. U ontvangt daarvan dan bericht.
U vraagt om de zaak alsnog voort te zetten. Zoals aan u geduid is dat niet mogelijk. Het vertrouwen tussen een advocaat en zijn cliënt is essentieel. Niet alleen heeft u informatie over een eerdere advocaat c.q. toevoeging niet met ons gedeeld, maar u meent nu ook dat wij gehouden zouden zijn tot het opstarten van een gerechtelijke procedure in uw dossier, zonder dat uw advocaat een beoordeling en afweging heeft gemaakt van de kansen en risico's die dat met zich meebrengt. Een cliënt kiest of hij de stap naar de rechter wil zetten, maar de advocaat beslist of hij die stap ook daadwerkelijk zet. Van vertrouwen tussen advocaat en cliënt is in dit geval klaarblijkelijk geen sprake meer, zodat de opdracht niet kan worden voortgezet.
Ik begrijp uw frustratie en wanhoop maar al te goed. U heeft niet gekozen voor deze situatie met de Verkoper. U voelt zich door de Verkoper misleid en opgelicht. De Verkoper heeft zich nog niet bereid getoond het probleem voor u op te lossen, ondanks dat hij daar juridisch gezien wel toe gehouden is. Zoals ook eerder telkens geduid staat het u nog immer vrij een andere advocaat c.q. gemachtigde te zoeken welke uw zaak in behandeling wil nemen. Ik raad u nogmaals aan daarbij direct openheid van zaken te geven, en wij vernemen het graag wanneer wij iets kunnen betekenen in het kader van dossieroverdracht.’
1.9 Op 14 augustus 2025 heeft klager bij de deken een klacht over verweerder ingediend.
1.10 Verweerder is met ingang van 7 mei 2026 uitgeschreven als advocaat.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerder het volgende:
a) verweerder heeft zijn werkzaamheden voor klager op 18 maart 2025 eenzijdig
beëindigd om opgegeven redenen die niet juist zijn;
b) verweerder heeft klager in totaal € 708,77 voor zijn werkzaamheden laten betalen,
terwijl deze onder een toevoeging vielen;
c) verweerder heeft klager laten betalen voor zijn werkzaamheden, terwijl deze
werkzaamheden niet zijn verricht;
d) verweerder heeft geen actie ondernomen en verweerder heeft ondanks herhaalde
verzoeken nauwelijks gereageerd op verzoeken van klager om updates.
2.2 De voorzitter zal bij de beoordeling ingaan op de standpunten van klager.
3 VERWEER
3.1 Verweerder voert verweer tegen de klacht en betwist dat hij tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband voert verweerder aan dat de grond voor
beëindiging van zijn werkzaamheden een ernstige vertrouwensbreuk is, omdat klager
niet heeft meegedeeld dat hij eerder door een advocaat is bijgestaan en dat eerder
een toevoeging voor het geschil met de garage was verleend. Verder voert verweerder
aan dat klager in totaal een bedrag van € 707,77 heeft betaald. Volgens verweerder
is dit bedrag niet ten onrechte betaald. Daarbij merkt verweerder op dat uit de stukken
bleek dat de zelfredzaamheid van klager niet was overstegen, zodat de werkzaamheden
niet onder een eventueel te verlenen toevoeging konden worden verricht. Daarnaast
voert verweerder aan dat het hem niet duidelijk is welke diensten niet aan klager
zouden zijn geleverd. Volgens verweerder heeft klager een vaste prijs betaald voor
fase 1, een eigen bijdrage voor de verleende toevoeging en een bedrag aan kosten voor
opgevraagde autorapportages. De inspanningen zijn geleverd, maar het resultaat is
helaas niet bereikt vanwege de vertrouwensbreuk.
Tot slot merkt verweerder op dat er geen herhaalde verzoeken van klager zijn en
dat er ook niet op berichten van klager niet of niet tijdig is gereageerd.
3.2 De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat.
Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk
onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de
vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt
de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de
zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd
door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene
professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk
bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
4.2 Het staat een advocaat vrij om de werkzaamheden voor een cliënt te beëindigen.
Als sprake is van een vertrouwensbreuk is de advocaat daartoe zelfs gehouden. De advocaat
moet dat tijdig kenbaar maken en de cliënt wijzen op de te nemen stappen, zodat de
cliënt door de beëindiging van de werkzaamheden geen procedurele schade ondervindt.
Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond
4.3 De voorzitter oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld door zijn werkzaamheden voor klager op 18 maart 2025 te beëindigen. Verweerder
heeft aangevoerd dat klager niet heeft verteld dat hij in het geschil met de garage
al door een andere advocaat was bijgestaan en dat al eerder een toevoeging voor dat
geschil is aangevraagd en verleend, waardoor een ernstige vertrouwensbreuk is ontstaan.
Hoewel klager heeft gesteld dat hij verweerder wel heeft geïnformeerd over de andere
advocaat en de verleende toevoeging, heeft klager zijn standpunt niet (met stukken)
onderbouwd. De voorzitter kan in het klachtdossier verder ook geen aanknopingspunten
vinden voor de juistheid van het standpunt van klager. Doordat klager niet met verweerder
heeft gedeeld dat een andere advocaat bij het geschil betrokken is geweest en dat
al eerder een toevoeging is aangevraagd, heeft klager het vertrouwen van verweerder
in klager en in de behandeling van de zaak geschonden. Vanwege deze vertrouwensbreuk
was verweerder gehouden om zijn werkzaamheden voor klager te beëindigen. Het is de
voorzitter niet gebleken dat verweerder dit ontijdig of anderszins op onzorgvuldige
wijze heeft gedaan. Klachtonderdeel a) is daarom kennelijk ongegrond.
Klachtonderdelen b) en c) zijn kennelijk ongegrond
4.4 Klachtonderdelen b) en c) gaan in de kern over de werkzaamheden van verweerder
en de bedragen die klager voor de werkzaamheden heeft betaald. De voorzitter zal deze
klachtonderdelen daarom gezamenlijk beoordelen.
4.5 Verweerder heeft in zijn verweer uitvoerig uiteengezet welke bedragen door
klager zijn voldaan en voor welke werkzaamheden klager heeft betaald. Zo heeft verweerder
toegelicht dat klager € 500 heeft betaald voor fase 1 (het aanschrijven van de garage
en de ingebrekestelling), dat hij klager € 1 heeft terugbetaald omdat de vaste prijs
voor fase 1 € 499 is, dat klager de eigen bijdrage voor de (tweede) toevoeging heeft
betaald en dat verweerder de kosten voor het opvragen van diverse autorapportages
aan klager heeft doorbelast. Bij de laatste kosten heeft verweerder in zijn verweer
opgemerkt dat deze kosten geen betrekking hebben op werkzaamheden die onder de toevoeging
vallen. De voorzitter stelt vast dat klager in zijn repliek niets heeft gesteld op
grond waarvan aan de juistheid van de toelichting van verweerder zou kunnen worden
getwijfeld. Ook is het de voorzitter niet gebleken dat verweerder klager heeft laten
betalen voor werkzaamheden die niet zijn verricht. Klachtonderdelen b) en c) zijn
daarom kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d) is kennelijk ongegrond
4.6 De voorzitter kan op grond van het klachtdossier niet vaststellen dat verweerder
niet of nauwelijks op verzoeken van klager heeft gereageerd. Klager heeft dit verwijt
niet (met stukken) onderbouwd en verweerder kan dit verwijt niet plaatsen. De voorzitter
kan in het klachtdossier ook geen aanknopingspunten voor de juistheid van het verwijt
vinden. Klachtonderdeel d) is bij gebrek aan een feitelijke onderbouwing dan ook kennelijk
ongegrond.
Conclusie
4.7 Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van
artikel 46j lid 1 onder c Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaren.
BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet,
in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door
mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 27 juli 2026