ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8902

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190
Datum uitspraak: 04-08-2026
Datum publicatie: 04-08-2026
Zaaknummer(s): A2025/8902
Onderwerp: Grensoverschrijdend gedrag
Beslissingen: Gegrond, (voorwaardelijke) schorsing inschrijving register
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klager en de gz-psycholoog kennen elkaar in privésetting. Klager is bij de gz-psycholoog in behandeling gekomen. Na vijf maanden heeft de gz-psycholoog de behandelovereenkomst eenzijdig verbroken. Klager vindt dat de gz-psycholoog hem nooit had mogen behandelen. Verder verwijt klager de gz-psycholoog dat zij haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden tegenover gezamenlijke vrienden en het medisch dossier veel te laat aan hem heeft verstrekt. Het college acht alle klachtonderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar.

A2025/8902
Beslissing van 4 augustus 2026


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 4 augustus 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klager,
gemachtigde: mr. H. Sytema, werkzaam in ‘s-Gravenhage,

tegen

C,
gz-psycholoog,
werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de gz-psycholoog,
gemachtigde: mr. J.M. de Vries, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1 Klager heeft de gz-psycholoog in een privésituatie leren kennen in 2018. In 2024 heeft de gz-psycholoog klager in behandeling genomen. De behandeling is later dat jaar door klager weer gestopt. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij geen behandelrelatie met hem had mogen aangaan, dat zij haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden tegenover gezamenlijke vrienden en dat zij daarnaast het dossier veel te laat aan klager heeft verstrekt. De gz-psycholoog voert verweer en stelt zich op het standpunt dat het aangaan van de behandelrelatie in goed overleg is gegaan en dat zij haar beroepsgeheim niet heeft geschonden.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 8 augustus 2025;
- het verweerschrift;
- het proces-verbaal van het op 16 december 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- het aanvullende klaagschrift;
- het aanvullende verweerschrift.

2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 23 juni 2026. De partijen zijn verschenen. Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

3. De feiten
3.1 Klager en verweerster hebben elkaar in 2018 in een privésituatie leren kennen. In dat jaar hebben zij ook meerdere malen seksueel contact met elkaar gehad. Daarna is er tot 2024 geen contact geweest tussen klager en de gz-psycholoog. In 2024 is het contact hersteld.

3.2 In mei 2024 is klager bij de gz-psycholoog in behandeling gegaan. Op 18 september 2024 is de behandeling eenzijdig door klager gestopt.

3.3 Op 20 augustus 2024 vraagt klager aan de gz-psycholoog via whatsapp of zij haar voorlopige diagnose naar zijn huisarts wil sturen. Op 16 september herhaalt hij deze vraag. Op 18 september 2024 stuurt de gz-psycholoog de brief voor de huisarts naar het
e-mailadres van klager.

3.4 Op 10 december 2024 vraagt klager bij de gz-psycholoog om zijn medisch dossier. Op 21 januari 2025 en 25 februari 2025 stuurt hij een rappel. In maart 2026 heeft de gz-psycholoog aan klager het dossier verstrekt.

4. De klacht en de reactie van de GZ-psycholoog
4.1 Klager verwijt de gz-psycholoog – naar het college begrijpt – dat zij:
a) haar beroepsgeheim heeft geschonden en ernstige en onjuiste beschuldigingen en leugens over klager heeft geuit;
b) zijn vertrouwen heeft misbruikt, in die zin dat zij geen behandelrelatie met klager had mogen aangaan;
c) nalatig is geweest in de dossiervoering, de communicatie en de overdracht van het dossier.

4.2 De gz-psycholoog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.


5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of gz-psycholoog de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende gz-psycholoog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Klachtonderdeel b) het aangaan van de behandelrelatie
5.2 Klager stelt zich op het standpunt dat de gz-psycholoog hem nooit in behandeling had mogen nemen, ondanks het feit dat klager dit zelf wilde. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting maakt het college op dat klager en de gz-psycholoog in 2018 intiem met elkaar zijn geweest en ook veelvuldig contact hebben onderhouden via whatsapp. Op enig moment heeft de gz-psycholoog klager beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag (verkrachting). Daarna is het contact tussen hen verbroken door de gz-psycholoog. Het contact is in 2024 weer hersteld. De gz-psycholoog heeft toegelicht dat zij, omwille van de lange wachtlijsten, klager wilde helpen met het afnemen van testen voor een adhd-diagnose. Gedurende deze testen kwam de gz-psycholoog tot de constatering dat er bij klager sprake was van onderliggend trauma en depressie. Dergelijke mentale klachten kunnen de resultaten van de adhd-test beïnvloeden. Daarom stelde zij voor om tijdens de behandeling eerst aan de slag te gaan met zijn trauma’s en depressieve klachten, alvorens verder onderzoek te verrichten naar adhd. Door klager is gesteld, en tevens met stukken onderbouwd, dat de door de gz-psycholoog geuite beschuldiging van verkrachting uiteindelijk ook is besproken tijdens deze behandeling, nu klager heeft toegelicht dat dit voor hem traumatiserend is geweest.

5.3 Het college overweegt als volgt. In de geldende “Beroepscode voor psychologen 2024” van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) staat in artikel 51 opgenomen: “Psychologen vermengen geen professionele en niet-professionele rollen die elkaar zodanig kunnen beïnvloeden, dat zij niet meer in staat kunnen worden geacht een professionele afstand tot de betrokkene(n) te bewaren of waardoor de belangen van de betrokkene(n) worden geschaad.” Gelet op de omstandigheden, te weten de intieme relatie in 2018 en de spanningen die daarna zijn ontstaan tussen klager en de gz-psycholoog, oordeelt het college dat de gz-psycholoog nooit een behandelrelatie had mogen aangaan met klager. Dat zij klager wilde helpen en dat klager ingestemd zou hebben met de behandeling maakt dat naar het oordeel van het college niet anders. De gz-psycholoog had zich moeten realiseren dat zij door klager in behandeling te nemen op onaanvaardbare wijze haar niet-professionele rol zou vermengen met haar professionele rol jegens klager. De gz-psycholoog heeft door deze schending van artikel 51 tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Klachtonderdeel a) schending geheimhouding
5.4 Door klager is gesteld dat de gz-psycholoog haar geheimhouding heeft geschonden door tegen gezamenlijke vrienden te zeggen dat zij in 2018 door klager is verkracht. Daarmee heeft zij, volgens klager, ernstige leugens over klager verspreid. In randnummer 12 van het verweerschrift benoemt de gz-psycholoog dat zij in maart 2025 tegen een aantal vrienden heeft verteld dat zij onder invloed van drugs buiten bewustzijn seks heeft gehad met klager. Zij heeft gesteld dat dit geen verband had met de behandeling van klager en er dus geen schending is van haar geheimhoudingsplicht.

5.5 Uit voornoemde beroepscode volgt dat gz-psychologen verplicht zijn tot geheimhouding van hetgeen hen uit hoofde van de uitoefening van hun beroep ter kennis komt, voor zover die gegevens van vertrouwelijke aard zijn. Het college stelt voorop dat uit de transcriptie van de geluidsopnames blijkt dat er door klager tijdens de behandeling wel is gesproken over de beschuldiging van de gz-psycholoog over hetgeen er gebeurd zou zijn in 2018. Voorts overweegt het college dat bij het ontstaan van een behandelrelatie alle informatie over deze patiënt onder de geheimhouding valt, dus ook informatie die de gz-psycholoog als privé-persoon al kende. Het college is dan ook van oordeel dat deze informatie is komen te vallen onder de geheimhouding op het moment dat klager in behandeling kwam bij de gz-psycholoog. Dat de gz-psycholoog tijdens hun sessies heeft aangegeven dat zij dit verder niet wilde bespreken tijdens de behandeling doet daar niet aan af. Bovendien acht het college dit handelen van de gz-psycholoog ook in strijd met de tweede tuchtnorm (artikel 47 lid 2 onder b van de Wet BIG), nu dergelijke uitlatingen over een oud-patiënt bij gezamenlijke vrienden geen gepast gedrag is van een behoorlijk beroepsbeoefenaar. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.

Klachtonderdeel c) de dossiervoering, de communicatie en de overdacht van het dossier
5.6 Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij tweemaal om actie ten aanzien van zijn dossier heeft gevraagd en de psycholoog daar tot tweemaal toe geen of veel te laat gehoor aan heeft gegeven. Zo heeft hij haar gevraagd om een brief naar zijn huisarts te sturen en om zijn medisch dossier van haar te ontvangen.

5.7 De gz-psycholoog heeft toegelicht dat zij de brief voor de huisarts per abuis naar het verkeerde e-mailadres heeft gestuurd. Zij heeft ook bevestigd dat zij het medisch dossier niet op tijd heeft verstrekt en daar niet genoeg prioriteit aan heeft gegeven.

5.8 Het college overweegt dat de gz-psycholoog niet met stukken heeft onderbouwd dat zij de e-mail naar het verkeerde mailadres heeft verzonden, zodat het college niet kan vaststellen of dit klachtonderdeel berust op een vergissing. Het college is voorts met klager van oordeel dat het veel te lang heeft geduurd voordat hij het medisch dossier heeft ontvangen van de gz-psycholoog en concludeert daarmee dat dit klachtonderdeel gegrond is.

Slotsom
5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht gegrond zijn.

Maatregel
5.10 De gz-psycholoog heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, door iemand waarmee zij intiem is geweest én beschuldigd had van seksueel grensoverschrijdend gedrag in behandeling te nemen als patiënt. Voorts heeft zij tegenover gezamenlijke vrienden haar geheimhoudingsplicht geschonden en is zij ernstig tekort geschoten in de nakoming van de verplichting om het medisch dossier te verstrekken aan klager. Het college rekent het de
gz-psycholoog verder aan dat zij op geen enkel moment tijdens de behandeling heeft besloten om de behandeling te beëindigen.

5.11 Tijdens de zitting is door de gz-psycholoog toegelicht dat zij heeft geleerd van deze situatie en naar aanleiding van deze klacht haar praktijk anders heeft ingericht. Zo heeft zij nu een collega met wie zij gezamenlijk de intake en screening van patiënten doet en haar kan waarnemen als zij er niet is. Tevens staat zij nu onder supervisie van E en neemt zij deel aan intervisie. Hoewel de gz-psycholoog zich op onderdelen toetsbaar heeft opgesteld en preventieve maatregelen heeft genomen, ziet het college ook dat zij nog steeds weinig reflecteert op de ernst van haar tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Dat vindt het college zorgelijk, zodat zij tot de conclusie komt dat een voorwaardelijke schorsing passend en geboden is. Deze voorwaardelijke schorsing ziet enerzijds op het tot uiting laten komen van de ernst van deze gedragingen als gz-psycholoog en heeft anderzijds tot doel om herhaling te voorkomen.

Publicatie
5.12 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere gz-psychologen mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.


6. De beslissing
Het college:
- verklaart alle onderdelen van de klacht gegrond;


- schorst de bevoegdheid van de gz-psycholoog om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen voor de duur van 3 maanden;


- beveelt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het college later anders mocht bepalen omdat beklaagde voor het einde van een proeftijd van twee jaren zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met de goede zorg die zij als gz-psycholoog behoort te betrachten, of in strijd is met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt;


- bepaalt dat de proeftijd ingaat op de dag dat deze beslissing onherroepelijk is geworden;


- bepaalt dat de proeftijd uitsluitend loopt gedurende de periode dat gz-psycholoog in het register is ingeschreven en bevoegd is de daaraan verbonden bevoegdheden uit te oefenen;


- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact en Tijdschrift De Psycholoog.


Deze beslissing is gegeven door E.A. Messer, voorzitter, W.S. Oostveen-Kouwenhoven, lid-jurist, I.E. Visser, E.L. Chavannes en S.M. van Es, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door V.K.M. Hanssen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.