ECLI:NL:TADRAMS:2026:169 Raad van Discipline Amsterdam 26-578/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:169
Datum uitspraak: 27-07-2026
Datum publicatie: 03-08-2026
Zaaknummer(s): 26-578/A/A
Onderwerp: Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Klachten waarbij klager geen belang heeft
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocatenkantoor. Gebrek aan belang. Geen van de advocaten die bij verweerder werkzaam zijn treedt namens de werkgever van klager op in het geschil over de door klager gestelde werkgeversaansprakelijkheid. Verder staat vast dat klager de medische informatie zelf heeft verstrekt om zijn verzet in de klachtprocedure tegen mr. Z. te onderbouwen. Voor zover verweerder deze informatie intern heeft verwerkt, bewaard en gedeeld staat vast dat dit nodig was voor het voeren van verweer tegen de over mr. Z. ingediende klacht. Ook staat vast dat verweerder de medische informatie van klager na afloop van de verzetprocedure tegen mr. Z. heeft vernietigd. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 27 juli 2026 
in de zaak 26-578/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

klager

over:

verweerder
gemachtigde: mr. J.C. Hulsebosch, advocaat te Amsterdam

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 8 juli 2026 met kenmerk 2538671/ER/AP, door de raad digitaal ontvangen op dezelfde datum, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04. 

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Klager is verwikkeld in een arbeidsrechtelijk geschil met zijn werkgever. In dat geschil wordt de werkgever bijgestaan door mr. Z. die als advocaat werkzaam is bij verweerder. Daarnaast loopt er een door klager gestarte procedure tegen zijn werkgever over werkgeversaansprakelijkheid.
1.2    In januari 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over mr. Z. De voorzitter van de raad van discipline Amsterdam (hierna: de raad) heeft deze klacht op 26 mei 2025 kennelijk ongegrond verklaard (ECLI:NL:TADRAMS:2025:99). Op 26 mei 2025 heeft klager tegen deze beslissing verzet ingesteld. Op 15 september 2025 heeft de raad van discipline Amsterdam het door klager ingestelde verzet ongegrond verklaard (ECLI:NL:TADRAMS:2025:161).
1.3    In de verzetprocedure over de klacht over mr. Z. heeft klager op 26 mei 2025 medische informatie aan de griffie van de raad gestuurd om zijn verzetschrift te onderbouwen. De griffie heeft de medische stukken van klager aan mr. Z. doorgestuurd.
1.4    In november 2025 heeft klager verweerder verzocht om de medische stukken te vernietigen.
1.5    Op 28 november 2025 heeft mr. Z. namens verweerder aan klager bevestigd dat de medische gegevens uit de klachtprocedure van klager tegen mr. Z. zijn vernietigd.
1.6    Op 5 december 2025 heeft klager bij de deken een klacht over verweerder ingediend. 

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende:
a)    verweerder heeft het standpunt gehandhaafd en verdedigd dat een eenmaal ontstane belangenverstrengeling en vertrouwelijkheidsschending zou zijn geneutraliseerd door latere vernietiging van de medische gegevens van klager;
b)    verweerder heeft het ex tunc-karakter van tuchtrechtelijke toetsing genegeerd;
c)    verweerder heeft onvoldoende onderkend dat bij een kenbaar psychisch kwetsbare wederpartij (complexe PTSS) een verzwaarde zorgvuldigheidsnorm geldt;
d)    verweerder heeft geen aantoonbare kantoor brede maatregelen genomen om hergebruik of verspreiding van medische gegevens te voorkomen;
e)    verweerder heeft gesteld dat hij zich niet hoeft te onttrekken nu verweerder in het kader van een eerder door klager aangespannen tuchtprocedure van de raad van discipline medische gegevens van klager heeft ontvangen om zich in de tuchtprocedure te kunnen verweren. Dit is in strijd met gedragsregel 15.
2.2    De voorzitter zal bij de beoordeling, waar nodig, ingaan op de standpunten van klager.

3    VERWEER
3.1    Verweerder voert verweer tegen de klacht en doet eerst een beroep op een gebrek aan belang van klager bij de klacht. Volgens verweerder is klager niet in zijn belang geschaad, omdat verweerder de werkgever van klager niet bijstaat in de kwestie over de aansprakelijkheid. Deze kwestie loopt via de verzekeraar en daarbij heeft verweerder geen inhoudelijke betrokkenheid. Een andere advocaat, niet werkzaam bij verweerder, zal in de aansprakelijkheidskwestie namens de werkgever optreden. 
Verder merkt verweerder op dat de medische informatie, die klager zelf heeft overgelegd in het kader van de verzetprocedure, vertrouwelijk is behandeld. Volgens verweerder is deze informatie binnen zijn organisatie alleen gedeeld met mr. Z. over wie klager eerder heeft geklaagd, heeft mr. Z. deze informatie niet met zijn cliënt gedeeld en is de informatie na de klachtprocedure tegen  mr. Z. vernietigd. Van belangverstrengeling of het schenden van vertrouwen door de vernietiging van de medische informatie van klager is volgens verweerder geen sprake, noch ex nunc, noch ex tunc.
Tot slot voert verweerder aan dat de keuze voor een advocaat en de omvang van diens mandaat primair een kwestie is tussen die advocaat en zijn cliënt, in dit geval tussen mr. Z. en de werkgever van klager. Het kan volgens verweerder niet zo zijn dat een partij de advocaat van zijn wederpartij buitenspel zet (en daarmee de vrije advocaatkeuze van die wederpartij illusoir maakt) door tegen die advocaat een (ongegrond verklaarde) klacht in te dienen, in het kader van die klachtprocedure zelf (kennelijk door klager relevant geachte) medische informatie in te brengen en vervolgens te stellen dat door kennisneming van die medische informatie een ontoelaatbare belangenverstrengeling zou zijn ontstaan.
3.2    De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
Ontvankelijkheid
4.1    Voordat de voorzitter toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht moet de raad, gelet op het verweer maar ook ambtshalve, eerst beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. 
4.2    Het tuchtrecht voor advocaten ziet op klachten over het handelen van een individuele advocaat. Alleen als het gedrag waarover wordt geklaagd alle leden van een maatschap of alle bestuurders van een naamloze of besloten vennootschap kan worden aangerekend, kan de klacht worden ontvangen als gericht tegen de individuele leden van de maatschap of bestuurders van de naamloze of besloten vennootschap. In dit geval blijkt uit de klacht dat klager het advocatenkantoor als geheel (verweerder) verwijten maakt van de kennisname van zijn medische informatie en van bijstand aan zijn werkgever. In zoverre is de klacht dan ook ontvankelijk.
4.3    De voorzitter oordeelt echter dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege een gebrek aan belang. Uit het klachtdossier blijkt dat geen van de advocaten die bij verweerder werkzaam zijn namens de werkgever van klager optreedt in het geschil over de door klager gestelde werkgeversaansprakelijkheid. Verweerder heeft hierover aangevoerd dat deze kwestie via de verzekeraar loopt en dat hij daarbij geen inhoudelijke betrokkenheid heeft. Klager heeft dit niet weersproken. Verder staat vast dat klager de medische informatie zelf heeft verstrekt om zijn verzet in de klachtprocedure tegen mr. Z. te onderbouwen. Voor zover verweerder deze informatie intern heeft verwerkt, bewaard en gedeeld staat vast dat dit nodig was voor het voeren van verweer tegen de door klager over mr. Z. ingediende klacht. Ook staat vast dat verweerder de medische informatie van klager na afloop van de verzetprocedure tegen mr. Z. heeft vernietigd. Klager heeft daarom geen belang bij de verwijten die hij verweerder in klachtonderdelen a) tot en met e) maakt.
4.4    Voor zover klager verweerder in deze klachtprocedure verwijt dat hij de Algemene verordening gegevensbescherming heeft geschonden, merkt de voorzitter op dat in deze tuchtprocedure geen ruimte is om hierover te oordelen. Een oordeel hierover is voorbehouden aan de Autoriteit Persoonsgegevens bij welke organisatie klager volgens zijn stukken al een klacht heeft ingediend. In zoverre is klager ook niet-ontvankelijk. 
Conclusie
4.5    Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46j lid 1 onder b Advocatenwet, kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door  
mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.

Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 27 juli 2026