Zoekresultaten 41-60 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:115 Raad van Discipline Amsterdam 26-014/A/A

    Raadsbeslissing; niet gebleken is dat verweerder in zijn hoedanigheid van bemiddelaar het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:109 Raad van Discipline Amsterdam 25-564/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 250302

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij over onnodig grievende uitlatingen en het sturen van een brief naar het gerechtshof zonder daarvan een afschrift aan klager te zenden. De raad heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:116 Raad van Discipline Amsterdam 25-756/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:52 Accountantskamer Zwolle 25/1002 Wtra AK

    Gegronde klacht, berisping. Klager is een van de maten van een maatschap. Volgens klager heeft betrokkene twee documenten opgesteld met verschillende afspraken over de samenwerking binnen een maatschap. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene niet integer en niet vakbekwaam en zorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van en adviseren over de samenwerkingsdocumentatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-867/A/A 25-871/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk. Klager als bestuurder van de vennootschap heeft hoogstens een afgeleid belang bij de klacht over het handelen van verweerders in hun rol als de advocaten van de wederpartij in de procedures tegen de vennootschap.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250303

    Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij zich met suggestieve argumenten heeft verzet tegen een verzoek tot uitstel bij het gerechtshof. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-823/A/NH

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de behandeling van klaagsters zaak onvoldoende voortvarendheid te betrachten en door klaagster onvoldoende te informeren over de kans van slagen van de zaak. Bovendien heeft verweerster niet voorzien in passende waarneming in de periode dat zij vanwege gezondheidsproblemen trager werkte dan gebruikelijk en klaagster hierover ook niet geïnformeerd. Hierdoor heeft verweerster klaagster de mogelijkheid ontnomen om een andere advocaat in de arm te nemen. De raad acht het opleggen van een berisping in deze omstandigheden passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9331

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft zich na haar bevallingsverlof ziekgemeld. Naar aanleiding van haar ziekmelding heeft zij voor een medisch onderzoek het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Klaagster heeft klachten over de wijze waarop dit spreekuur heeft plaatsgevonden en hoe de verzekeringsarts haar heeft bejegend. Het college overweegt dat als de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen, de klacht in beginsel slechts gegrond kan worden bevonden indien er objectieve aanknopingspunten zijn die de lezing van klaagster kunnen ondersteunen. In deze zaak ontbreken dergelijke aanknopingspunten. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-238/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7629

    Deels gegronde klacht tegen een jeugdarts. De school van klager heeft de Jeugdgezondheidzorg (JGZ) gevraagd naar de belastbaarheid van klager. De namens de JGZ aan de school verbonden jeugdverpleegkundige heeft de (jeugd)arts gevraagd mee te kijken, waarop de (jeugd)arts een uitgebreide e-mail heeft gestuurd aan de jeugdverpleegkundige, die dat bericht doorstuurde naar de school. Klager verwijt de (jeugd)arts onder andere dat zij een notitie heeft geschreven met een advies aan school. Het college is van oordeel dat de e-mail, gezien de omstandigheden, niet kan worden beschouwd als een notitie waarin de jeugdarts een behandeladvies geeft aan school, maar dat het doel was het geven van ondersteuning aan de jeugdverpleegkundige. Wel had van de jeugdarts verwacht mogen worden dat zij direct nadat zij kennis had van het doorzenden van de e-mail zij duidelijk had gemaakt dat deze tekst niet bestemd was voor de school en slechts bedoeld was als het meedenken met de jeugdverpleegkundige. De klacht is in zoverre gegrond. Het college volstaat met een gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9813

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de politie als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde verkeerde aannames gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9815

    Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de rechter-commissaris in strafzaken als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde een verkeerde conclusie getrokken en de wond niet goed beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:51 Accountantskamer Zwolle 25/2288 Wtra AK

    Klacht over het handelen en/of nalaten van betrokkene als lid van de CEA met betrekking tot het Besluit gewijzigde eindtermen accountantsopleidingen 2016. Terughoudende toetsing door de Accountantskamer. De klacht is ongegrond in alle onderdelen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9318

    Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Klaagster was onder behandeling bij de gynaecoloog vanwege diverse pijnklachten. Zij verwijt de gynaecoloog dat zij de uitslag van de PET-CT scan niet (direct) heeft gedeeld, geen informatie heeft verstrekt over de bijwerkingen van medicatie en tegenstrijdige informatie gaf over een doorverwijzing naar Engeland en over de vergoeding door de verzekeraar. Het college oordeelt dat de gynaecoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8394

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over haar handelen gedurende het re-integratie traject van klager, onder andere dat zij geen actie ondernam toen zijn werkgever niet passende werkzaamheden aanbood. Het college oordeelt hierover dat de bedrijfsarts in de rapportages heeft aangegeven welke beperkingen er waren en dat klager het aangeboden werk niet passend vond; het is niet de taak van een bedrijfsarts om er vervolgens nog op toe te zien of de werkgever de adviezen van de bedrijfsarts wel in volle omvang opvolgt. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447262 / KL RK 25-15

    Het verzet van klager is deels gegrond verklaard ten aanzien van twee klachtonderdelen, omdat in de voorzittersbeslissing deze klachtonderdelen onjuist zijn geïnterpreteerd en daarom nog niet is beslist op de eigenlijke klacht van klaagster over onderwerpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9257

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over diens begeleiding. Klager heeft eerder een tuchtklacht tegen de bedrijfsarts ingediend. Hoewel de onderbouwing van de klachtonderdelen summier is, is het college van oordeel dat de klachtonderdelen voldoen aan de voor de onderbouwing daarvan betreft minimale eisen. De bedrijfsarts heeft tegen elk van de klachtonderdelen ook inhoudelijk verweer gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is maar dat zijn klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9244

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Naar het oordeel van de voorzitter is er sprake van objectieve, concrete en gemotiveerde zwaarwegende omstandigheden die aanleiding geven om de openbaarmaking van de persoonsgegevens van de verpleegkundige ook in het vervolg van de procedure te beperken. De voorzitter komt inhoudelijk tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.