Zoekresultaten 2761-2780 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 765132 / NT 25-6

    Dat de notaris heeft gemeend zijn dienstverlening te moeten weigeren vanwege de afhankelijkheid van de vrouw en haar juridische onkunde valt evenwel niet te rijmen met wat de notaris overigens over het verloop van de bespreking heeft verklaard. De notaris heeft ter zitting namelijk ook verklaard dat hij (uiteindelijk) de indruk had dat de vrouw van klager zich vrij voelde om antwoord te geven op de vragen van de notaris. Zo voelde zij zich – in de bewoordingen van de notaris – frank en vrij om haar voorkeur uit te spreken voor de toepasselijkheid van islamitisch recht op het huwelijkse vermogen. Daarbij komt dat ook volgens klager de vrouw de uitleg van de notaris goed begreep en duidelijk was in haar wensen. Gezien deze tegenstrijdigheid in de verklaringen van de notaris – en mede gelet op de verklaring van klager dat zijn vrouw af en toe vragend naar hem keek, maar dat dat was omdat zij de vertaling van de Syrische tolk niet begreep – is de kamer onvoldoende gebleken dat bij de vrouw daadwerkelijk sprake was van afhankelijkheid en onkunde, en dus dat de notaris een gegronde reden had om wegens afhankelijkheid of onkunde van de vrouw zijn dienstverlening te weigeren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:159 Hof van Discipline 's Gravenhage 250235

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Onvoldoende kans van slagen en er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-399/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in penitentiaire procedures. Het stond verweerder vrij om opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld in opdrachten die hij wel heeft aangenomen. Ook is niet gebleken dat verweerder zijn bijstand op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd. Verweerder mocht de proceskostenveroordeling in ontvangst nemen, omdat deze op grond van de Awb aan hem toekwam. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-409/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het niet (tijdig) verstrekken van informatie en arresten kennelijk ongegrond. Klacht voor het overige niet ontvankelijk omdat daarover te laat is geklaagd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 250183

    Ongegrond verzet tegen beslissing van de voorzitter om de klacht tegen de waarnemend deken niet te verwijzen. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om de werkwijze van een deken en/of het dekenstandpunt in een klacht tegen de deken aan de orde te stellen en evenmin om af te dwingen dat iemand anders een tweede klacht onderzoekt en/of dat die klacht zonder (afgerond) onderzoek naar de raad wordt doorgeleid.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-410/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de voormalige eigen advocaat. Het dossier dat verweerder aan de nieuwe advocaat van klager heeft doorgezonden was niet onvolledig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-226/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 250001

    De zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager bijgestaan in een huurgeschil. Dit geschil, dat heeft geleid tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, vormt de aanleiding voor deze klacht. Volgens klager was de bijstand van verweerder niet toereikend, heeft verweerder klagers goede naam geschonden en heeft verweerder niet voldaan aan zijn zorgplicht jegens klager. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad. In aanvulling hierop merkt het hof op dat het feit dat de raad verweerder in de gelegenheid heeft gesteld om na de zitting een stuk in te dienen dat nog niet in het dossier zat, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad niet correct heeft gehandeld. Van belang is dat uit het proces-verbaal van de raad blijkt dat klager in de gelegenheid is gesteld om op dat stuk te reageren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:137 Raad van Discipline Amsterdam 25-071/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. De wijze waarop verweerster de (potentiële) getuige van klaagster heeft benaderd, kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als een poging tot ongeoorloofde beïnvloeding van een (potentiële) getuige. Daarmee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit, zoals (onder meer) uitgewerkt in gedragsregel 22. Verweerster heeft daarmee schade toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Een berisping is in deze situatie passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-786/DB/OB

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 240304

    De raad heeft geoordeeld dat er niet aan de in gedragsregel 25 lid 2 genoemde voorwaarden is voldaan, zodat het verweerder niet vrijstond om de client van klager rechtstreeks aan te schrijven. Door dit wel te doen heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De raad heeft verweerder een waarschuwing opgelegd. Het hof bekrachtigt deze beslissing. In dit geval is gedragsregel 25 geschonden doordat verweerder de wederpartij rechtstreeks heeft benaderd, terwijl hij wist dat deze een advocaat had, en verweerder zich daarbij niet beperkte tot een aanzeggingen tot rechtsgevolg.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:138 Raad van Discipline Amsterdam 25-072/A/A 25-073/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben de wijze waarop hun kantoorgenoot, een (potentiële) getuige heeft benaderd in de procedure waarin zij als procesadvocaten optreden voor de wederpartij niet als onbehoorlijk aangemerkt, maar dit gedrag juist verdedigd. Met deze houding hebben verweerders laten zien onvoldoende gewicht toe kennen aan het belang van gedragsregel 22, die beoogt de onafhankelijkheid van getuigen te waarborgen en ongeoorloofde beïnvloeding te voorkomen. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 240276

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Hij verwijt verweerster dat zij in strijd met op een zitting gemaakte afspraken heeft gehandeld. Het hof overweegt dat het verweerster niet is aan te rekenen dat zij in opdracht van haar cliënte diens gewijzigde standpunt ten opzichte van de op de zitting gemaakte afspraken heeft verwoord in een e-mail aan de advocaat van klager. Verweerster was zelf geen partij bij de gemaakte afspraak en het stond verweerster als belangenbehartiger van haar cliënte niet vrij om tegen de instructie van haar cliënte in te handelen. De klacht is ongegrond verklaard door de raad. Het hof bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-091/A/NH

    Raadsbeslissing; klacht van een advocaat over een advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder toestemming van klager een e-mail van klager gericht aan de gevolmachtigde van zijn cliënten (die door een verzendvergissing bij verweerder terecht was gekomen) in de procedure in te brengen. De door verweerder naar voren gebrachte omstandigheden bieden geen rechtvaardiging voor dit handelen. De kwestie over de (proces)volmacht had ook op andere wijze aan de orde gesteld kunnen worden. Daarmee is de klacht gegrond. Ondanks de gegrondverklaring, is geen maatregel opgelegd. Verweerder heeft het gebruik van de e-mail aangekondigd en klager heeft hiertegen niet geprotesteerd. Ook na het toezenden van de producties en daarna op de zitting heeft klager zijn bezwaren tegen het gebruik van de e-mail niet kenbaar gemaakt. Klager heeft derhalve drie gelegenheden voorbij laten gaan zonder zijn bezwaren tegen de overlegging van de e-mail te uiten. Vervolgens heeft klager pas twee jaar later zijn klacht hierover tegen verweerder ingediend. Tot slot bevat de e-mail geen vertrouwelijke informatie, maar gaat het slechts om het doorsturen van een rolbericht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 240272

    Deze zaak betreft in hoger beroep een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden had verweerster met haar keuze om op een aantal e-mails van klaagster niet te reageren, onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster bij opheffing van het beslag. Het hof is van oordeel dat er geen gerechtvaardigde belangen van klaagster zijn geschonden en dat klaagster wist dat zij nog de deurwaarderkosten moest betalen alvorens het beslag zou worden opgeheven. Het hof verklaart dit klachtonderdeel alsnog ongegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van de raad alsmede de aan verweerster opgelegde maatregel. Voor het overige blijven de klachten ook in hoger beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-125/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond nu niet is gebleken dat verweerster vertrouwelijke informatie heeft verkregen waardoor zij de wederpartij niet meer mocht bijstaan. Van (de schijn van) belangenverstrengeling is naar het oordeel van de raad geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-336/DB/NN/W 25-337/DB/NN/W

    Wraking gegrond. De gewraakte tuchtrechter heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen verzoekster. Ook staan verzoekster en de gewraakte tuchtrechter momenteel als advocaten tegenover elkaar in een juridische procedure. Deze twee omstandigheden in samenhang bezien leiden in de concrete omstandigheden van het geval tot de conclusie dat de door verzoekster aangevoerde vrees voor partijdigheid en schijn van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-388/DB/LI/D

    Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft zijn praktijk neergelegd op een wijze die zeer onzorgvuldig is. Cliënten zijn niet tijdig geïnformeerd of hebben zelfs pas op de dag van een zitting van verweerder vernomen dat hij hen niet langer bijstaat. Daarmee heeft verweerder de belangen van zijn (voormalige) cliënten ernstig veronachtzaamd. Die verantwoordelijkheid had verweerder wel moeten nemen. Ook al had verweerder het psychisch zwaar, verweerder kon zijn cliënten niet zonder enig bericht aan hun lot overlaten. Schrapping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250005

    Het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen in de zin van artikel 13 Advocatenwet wordt ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat het niet mogelijk is om beroep in cassatie in te stellen tegen het proces-verbaal van het hof Amsterdam. Dat kan immers alleen van een einduitspraak en daarvan is in dit geval geen sprake. Verder onderschrijft het hof het standpunt van de deken dat voorzover klager een advocaat wil voor een procedure om de schikking ongedaan te maken, deze procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Terecht heeft de deken opgemerkt dat de enkele stelling dat er sprake zou zijn van verkeerd gedrag van een paar slechte advocaten en corrupte rechters daarvoor onvoldoende is. Dat geldt ook voor de stelling van klager dat de rechter de kant koos van de bank en dat klager door zijn advocaat, de rechter en de advocaat van de bank onder druk werd gezet om een minnelijke regeling te accepteren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8015

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster was opgenomen in het ziekenhuis, waar zij ’s nachts is gevallen. Deze val heeft geleid tot een hersenbloeding en de moeder van klaagster is vervolgens overleden. Verweerster was die nacht werkzaam als verpleegkundige en klaagster verwijt haar, kort gezegd, onzorgvuldig handelen. Naar het oordeel van het college had de verpleegkundige in deze situatie risico’s dienen uit te sluiten en de situatie door een arts moeten laten beoordelen. Ook is het college van oordeel dat het op de weg van de verpleegkundige had gelegen, zeker nu was nagelaten contact met een arts op te nemen, na de val gedurende de nacht extra observaties en controles uit te voeren. Ook dat heeft zij nagelaten. Klachtonderdeel a) de verpleegkundige heeft na de val geen adequate hulp verleend en klachtonderdeel c) er heeft uren na de val geen observatie meer plaatsgevonden zijn dan ook gegrond. Volgt een waarschuwing.