Zoekresultaten 2721-2740 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7779

    Klacht tegen arts in opleiding tot longarts. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2654

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de klachtonderdelen a, c en d. Het beroep heeft tot doel dat die klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7541

    Klacht tegen specialist longgeneeskunde. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2648

    Kopje: Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De orthopedagoog-generalist heeft een psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd bij de dochter van klaagster. Na het afronden van het psychodiagnostisch onderzoek is de begeleiding van de dochter voortgezet door een collega van de orthopedagoog-generalist terwijl de orthopedagoog-generalist gesprekken met de ouders voerde. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij onprofessioneel heeft gehandeld, onvoldoende regie heeft gehouden en onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de orthopedagoog-generalist in dit geval de stappen uit de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen, alvorens de melding bij Veilig Thuis te doen. Stap 3: ‘Gesprek met de betrokkenen’ is door de orthopedagoog-generalist overgeslagen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de orthopedagoog-generalist een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657

    Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2867

    Wrakingsverzoek gericht tegen twee leden-beroepsgenoten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8013

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was ten tijde van de gedragingen die tot deze klacht leidden, werkzaam als geneesheer-directeur/psychiater. In 2022 vroeg de psychiater een collega een medische verklaring op te stellen voor zijn zoon. Hiermee wilde hij voorkomen dat de zoon hoge opleidingskosten moest betalen. In 2024 stelde de psychiater – ook om onder diezelfde hoge opleidingskosten uit te komen – zelf op briefpapier van zijn werkgever een valse medische verklaring op voor zijn zoon. Hierbij heeft hij de naam en handtekening van de eerder betrokken collega – zonder haar medeweten of toestemming – onder de verklaring gezet. De psychiater heeft de collega kort daarna gevraagd om – indien nodig – tegenover de schuldeisende instantie te bevestigen dat zij de medische verklaring had opgesteld. De psychiater heeft de klacht volledig onderkend. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt een schorsing op van één jaar, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7889

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster op 1 augustus 2019 gesproken en geconcludeerd dat er bij klaagster vermoedelijk sprake was van een manisch toestandsbeeld, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven. Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie. Het college oordeelt dat de psychiater het vermoeden van een manische episode op basis van de juiste informatie heeft kunnen stellen en daarvoor de juiste medicatie met een adequate dosering heeft voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-435/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder niet integer te hebben gehandeld door te dreigen met een dagvaarding maar dat vervolgens toch niet te doen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder geen termijn van dagvaarding gegeven en genoegzaam toegelicht dat hij op grond van instructies van zijn cliënt vanwege de situatie op dat moment met klaagster nog niet tot dagvaarding is overgegaan. Dat klaagster de wijze van handelen van verweerder naar eigen zeggen als zeer dreigend en niet-integer heeft ervaren, maakt niet dat dit naar objectieve maatstaven ook zo geduid kan worden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7890

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft klaagster in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van de procedure om een inbewaringstelling te verkrijgen. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd was de geneeskundige verklaring op te stellen en dat deze bovendien onzorgvuldig was. Het college oordeelt dat de arts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van zijn oordeelsvorming en dat hij de geneeskundige verklaring had kunnen afgeven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft zich te laat beklaagd over de door verweerder verrichte werkzaamheden en is in zoverre niet-ontvankelijk. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht over de wijze van interne klachtafhandeling door de klachtenfunctionaris en over de weigering tot toezending van gevraagde informatie door het kantoor. Dat verweerder niet bij het overleg met de klachtenfunctionaris was, is onvoldoende om hem dat tuchtrechtelijk te verwijten. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadeprocedure. Verweerder heeft klaagster na ieder gesprek met de verzekeraar uitvoerig geïnformeerd over wat er is besproken. Verweerder heeft daarbij steeds uitgelegd wat zijn inschatting is van de procedure en heeft dat ook gemotiveerd uitgelegd aan de van de beschikbare medische informatie. Daarmee heeft verweerder gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en handelend advocaat mag worden verwacht. Geen aanleiding om te twijfelen aan klaagsters handelingsbekwaamheid. Verweerder had niet moeten inzien dat klaagster een derde voorstel niet meer zou durven afwijzen. Daarnaast heeft verweerder inzichtelijk gemaakt hoe zijn kosten zouden worden betaald en was hij niet gehouden om het reeds afgesloten dossier ongevraagd aan de gemachtigde van klaagster te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7891

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van een procedure tot verkrijgen van een inbewaringstelling. Enkele dagen daarvoor was zij door een psychiater in het kader van een crisisbeoordeling gediagnostiseerd met een vermoeden van een manisch toestandsbeeld. De arts heeft op 9 augustus 2019 inlichtingen gegeven aan de rechtbank en vragen beantwoord, toen het verzoek tot voortzetting van de machtiging werd behandeld. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd psychiatrisch onderzoek heeft gedaan en daarbij onzorgvuldige oordeelsvorming. De arts heeft aangegeven dat hij klaagster niet heeft beoordeeld en bij de rechtbank is afgegaan op de informatie uit de overdracht. Het college oordeelt dat de arts bij het geven van de inlichtingen aan de rechtbank correct heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-451/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster tijdens een bespreking met klager de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Verweerster heeft klager toen een viergesprek afgeraden. De uitlatingen en houding van klager daarna hebben ertoe geleid dat verweerster zich als advocaat terug trok wegens het ontbreken van een vertrouwensbasis. Dat mocht zij zo doen. Verweerster hoefde de concept-berekening daarna niet aan klager af te geven, ook niet omdat zij daarvoor niets in rekening heeft gebracht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7546

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Eind 2023 wilde de officier van justitie een verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging indienen bij de rechter. De psychiater werd aangewezen als beoogd zorgverantwoordelijke. Met het oog op het in te dienen verzoekschrift heeft de psychiater klaagster gesproken. Naar aanleiding daarvan vermoedde zij dat sprake was van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat zij haar niet heeft onderzocht, ziektes heeft verzonnen, haar heeft geïntimideerd en heeft gelogen voor de rechtbank. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7791

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. In 2014 en 2015 verbleef klager, nadat hij in 2012 een subarachnoïdale bloeding kreeg, in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Klager kreeg eind 2014 in toenemende mate fysieke klachten en verwijt de psychiater dat deze zijn veroorzaakt doordat de psychiater hem zonder zijn medeweten medicatie zou hebben toegediend. Daarnaast zou de psychiater klager nooit lichamelijk hebben onderzocht en zich jegens hem niet respectvol hebben gedragen. Het college komt tot het oordeel de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-339/AL/NN

    Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij. Dat verweerder ongefundeerde beschuldigingen in stukken of op andere momenten over klager heeft gedaan en klakkeloos informatie van zijn cliënte heeft overgenomen, is niet komen vast te staan. Het kan verweerder niet worden verweten dat de dochter van klager, die tijdens de echtscheidingsprocedure meerderjarig werd, een eigen verzoek tot vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud wilde indienen om die bijdrage in rechte te laten vaststellen. De dochter heeft haar moeder, die door verweerder werd bijgestaan, daarvoor gemachtigd. Niet is gebleken dat verweerder de dochter bij haar keuzes onder druk heeft gezet. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:57 Accountantskamer Zwolle 24/4273 Wtra AK 24/4274 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkenen krijgen de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Betrokkenen hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek ingesteld en daarover gerapporteerd. Dat rapport, door hen een rapport van feitelijke bevindingen genoemd, heeft geleid tot beslaglegging en een civielrechtelijke procedure. De zorgverleenster, die in deze klacht als klaagster optreedt en tegen wie het onderzoek zich richtte, stelt onder meer dat het rapport geen rapport van feitelijke bevindingen is maar een persoonsgericht onderzoek, dat betrokkenen niet de juiste deskundigen hebben ingeschakeld om een onderzoek te verrichten en onvoldoende hoor en wederhoor hebben toegepast en dat het rapport een deugdelijke grondslag mist. De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond. Betrokkenen hebben in ernstige mate de fundamentele beginselen geschonden en hebben geen maatregelen genomen toen zij eenmaal wisten of behoorden te weten dat hun onderzoek en rapport niet voldeden.

  • ECLI:NL:TSCTS:2025:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2025-05 (2025.V4-VB SEAL)

    Op zondagnacht, 23 februari 2025, voer de havensleepboot VB Seal vanuit het Beerkanaal langs de “groene” kant richting de “Maas 5” boei. Het was mistig en de snelheid van de VB Seal was ongeveer 5,5 knopen over de grond. Het plan was om bij de “Maas 5” boei te wachten. Nabij de “Maas 5” boei is een gebruikelijke plaats voor havenslepers om te wachten op binnenkomende schepen. De VB Seal zou samen met een andere sleepboot (VB Schelde) het binnenkomende containerschip Maersk Iowa assisteren. Voor de Maersk Iowa uit voer de olietanker Gulholmen in ballast, zij was bestemd voor de 7e Petroleumhaven.Nabij de “Maas 5” boei haalde de betrokkene de vaart van de VB Seal eraf. De vaart over de grond nam af tot ongeveer 1,5 knoop terwijl de VB Seal wat bakboord uit kwam. Vervolgens kwam deVB Seal achteruit de noord in met een toenemende snelheid tot 2,9 knopen over de grond. Om 01.49 uur lokale tijd werd de VB Seal aan stuurboord voor geraakt door de Gulholmen. Al snel was duidelijk dat de VB Seal water maakte. De betrokkene heeft haar toen aan de oostzijde van de Ertskade op het stenen talud gezet, om zinken te voorkomen. Andere sleep- en havendienstboten schoten te hulp en brachten bergingspompen aan boord van de VB Seal. Door de dieseldampen van de eigen pomp, die binnen stond te draaien, werden bemanningsleden onwel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8014

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De behandelend neuroloog van klager heeft klager verwezen naar verweerder met de vraag of klager in aanmerking zou komen voor behandeling in zijn ziekenhuis. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en klager terugverwezen. Klager stelt dat verweerder door deze afwijzing onterecht ervoor heeft gezorgd dat er geen behandelrelatie met hem is aangegaan door het ziekenhuis. Klager is ontvankelijk, dit valt onder de tweede tuchtnorm. De neuroloog heeft slechts kennis kunnen nemen van de informatie in de verwijsbrief en daarin stond als reden enkel de geografische voorkeur van klager. Andere redenen van belang voor klager waren de neuroloog toen nog niet bekend. De neuroloog hoefde klager niet toe te laten voor een consult in het ziekenhuis. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard.