Zoekresultaten 1-20 van de 3040 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/59
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:26
De zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van klagers moeder. Op grond van haar testament zijn klager en zijn zus de enige erfgenamen. Moeder heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van een andere notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. De betreffende kandidaat-notaris heeft die benoeming aanvaard en meteen daarna het kantoor van de beklaagde notaris in haar plaats gesteld. Klager is ontevreden over de manier waarop (de medewerkers van) de notaris hun/zijn werkzaamheden hebben/heeft verricht en hij heeft bezwaar tegen (de hoogte van) de kosten die voor die werkzaamheden in rekening zijn gebracht.De klacht wordt voor een deel niet-ontvankelijk verklaard (te laat ingediend) en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/67 en SHE/2026/25
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:27
De kandidaat-notaris heeft de leveringsakte gepasseerd, waarbij aan de klager een erfpachtrecht is geleverd met betrekking tot een appartementsrecht. De (bloot) eigendom van het appartementsrecht behoort toe aan Stichting DNGB Fonds I. Deze constructie wordt de Duokoop-constructie genoemd.De klager heeft de aankoop van het erfpachtrecht gefinancierd met een geldlening van zijn moeder (de klaagster). De kandidaat-notaris heeft ook de hypotheekakte gepasseerd, waarin de geldleningsovereenkomst is vastgelegd en de klager een hypotheekrecht heeft gevestigd op het erfpachtrecht ten behoeve van de klaagster.De klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij in strijd met zijn zorgplicht, onderzoeksplicht, informatie- en waarschuwingsplicht heeft gehandeld rondom de totstandkoming van deze akten en de koopovereenkomst. Daarnaast vinden zij dat de kandidaat-notaris de eerder door hen kenbaar gemaakte klachten niet juist heeft afgehandeld.De klachten worden gegrond verklaard, voor zover deze betrekking hebben op de informatieplicht van de kandidaat-notaris. Hij had de klager moeten uitleggen wat de levering van het erfpachtrecht precies inhield en hij had de klaagster moeten uitleggen wat het hypotheekrecht op het erfpachtrecht precies inhield. De kandidaat-notaris had de klagers ook moeten uitleggen welke specifieke gevolgen en risico’s hieraan zijn verbonden. Dat heeft de kandidaat-notaris onvoldoende gedaan en daarom is aan hem tweemaal een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 780145 / NT RK 25/49
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:11
Klager is in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met zijn ex-echtgenote. Tot de gemeenschap van goederen behoorde de eigendom van een woning, gefinancierd met een hypothecaire lening van ING Bank N.V. (hierna: ING). Op 31 oktober 2025 heeft de notaris een akte van verdeling gepasseerd.klachtonderdeel 1 Klager verwijt de notaris een verkeerde afhandeling van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en het niet signaleren of verduidelijken van de voortijdige vrijgave door ING. Klachtonderdeel ongegrond. Het is niet vast komen te staan dat klager daadwerkelijk voortijdig (dat wil zeggen: vóór 31 oktober 2025) uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is ontslagen of dat er aanleiding was anders te handelen op dit onderdeel dan de notaris heeft gedaan. Dat klager voortijdig een (mogelijk foutief) bericht heeft ontvangen van ING kan de notaris niet aangerekend worden. Dit geldt temeer nu klager op 23 oktober 2025, toen hij contact opnam met de notaris, niet beschikte over een schriftelijke bevestiging die hij aan de notaris kon overleggen. Bovendien heeft de medewerker nog op 23 oktober 2025 contact gehad met ING over de verlenging van de volmacht van ING (ten behoeve van de akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid) tot en met 15 november 2025. Dat ING instemde met deze verlening én dat ING daarbij niet gemeld heeft dat het ontslag al verleend was, maakt dat er voor de notaris geen aanleiding bestond om aan te nemen dat klager al uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was ontslagen of dat nader te onderzoeken. Ter zitting heeft klager verklaard dat de brief van ING van 20 oktober 2025, waarin stond dat hij was ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, pas op 4 november 2025 in zijn bezit is gekomen. De akte van ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid was toen al ondertekend. Ter zitting heeft de notaris op zijn beurt bevestigd dat hij contact zou hebben opgenomen met ING als hij tijdig had beschikt over de genoemde brief. Bij gebreke hiervan had naar het oordeel van de kamer geen ander handelen van de notaris verwacht hoeven worden.klachtonderdeel 2 Daarnaast verwijt klager de notaris schending van zijn verplichting, op grond van artikel 43 Wna, om antwoord te geven op zijn vragen (...) over de ‘overwaardecomponent’ van de transactie. Ook dit tweede klachtonderdeel acht de kamer ongegrond. De notaris heeft terecht een beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Als partij bij de akte van verdeling was het voor klager uitsluitend van belang om te weten of zijn wederpartij, de ex-echtgenote, in staat was om de uitkoopsom te voldoen. De notaris was niet verplicht om inhoudelijk verantwoording met bewijsstukken aan klager af te leggen over zijn onderzoek naar de herkomst van de gelden van de ex-echtgenote, nu dit informatie met een vertrouwelijk karakter betrof. De notaris behoefde geen verantwoording af te leggen aan klager over de vraag of hij zijn poortwachtersrol voldoende heeft vervuld.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 784986 / NT RK 26/9
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 20-08-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:12
Klagers verwijten de notaris dat zij, als executeur, heeft geweigerd informatie te geven over het document in de nalatenschap waaruit blijkt dat klagers een eerste recht van koop op de woonetage hebben. Ten tweede verwijten klagers de notaris dat zij niet heeft gehandeld zoals het een goed notaris betaamt, omdat dat zij onzorgvuldig is geweest in haar manier van communiceren. Beide klachtonderdelen ongegrond.klachtonderdeel 1 De notaris heeft verklaard dat klagers geen erfgenamen zijn in de nalatenschap en ook geen ander soort recht hebben dat voortvloeit uit de nalatenschap. Verder heeft de notaris verklaard dat zij met de erfgenamen heeft gesproken, maar zij geen toestemming hebben gegeven voor het delen van informatie met klagers. De kamer ziet geen reden om aan de verklaringen van de notaris te twijfelen en concludeert op basis van het voorgaande dat het haar niet vrijstond om informatie over de nalatenschap te delen met klagers.klachtonderdeel 2 Niet is gebleken van een onzorgvuldige of gebrekkige communicatie van de zijde van de notaris. Op verzoeken van klagers is voldoende tijdig en ook inhoudelijk adequaat gereageerd. Dat er tussen de brieven over en weer zes weken zijn verstreken, brengt niet mee dat er een tuchtrechtelijke grens is overschreden. De notaris had immers ook tijd nodig om een en ander uit te zoeken en om bij de erfgenamen navraag te doen. De notaris onderkent verder dat het achteraf bezien beter was geweest om klagers telefonisch uitleg te geven over haar rol als executeur. Dat zij dit heeft nagelaten is echter niet klachtwaardig. Het valt de notaris ook niet te verwijten dat haar reactie (die volgens klagers pas na maanden werd ontvangen) summier was, gezien het onder 5.6 en 5.7 overwogene.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778990 / NT 25/45 778996 / NT 25/46 778999 / NT 25/47
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:10
De klacht ziet op het inschrijven van een kadasterverklaring door de notaris, dan wel de kandidaat-notarissen die de kwestie zelf niet inhoudelijk hebben behandeld, maar alleen – als waarnemer – de verklaringen hebben afgerond die de notaris had voorbereid. In de kern komen deze klachtonderdelen erop neer dat de (kandidaat-)notarissen niet zorgvuldig hebben gehandeld door, zonder nader onderzoek, over te gaan tot inschrijving van de koop met de tien kadasterverklaringen.De notaris stelt dat de kandidaat-notarissen mochten afgaan op wat de notaris hen over de kwestie heeft meegedeeld en verklaard. Bij de behandeling van dit dossier hebben elk van beide kandidaat-notarissen zelfstandig, als waarnemer, één van de tien akten gepasseerd. De (kandidaat-)notarissen zijn daarom in gelijke mate tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor hetgeen klager hen verwijt. De kamer constateert met de notarissen dat inschrijving van de koop op grond van artikel 7:3 BW niet expliciet is uitgesloten in de overeenkomst. Partijen twisten in dit verband over de vraag of de overeenkomst zich (daarmee) leent voor inschrijving. Het is echter niet aan de kamer om die vraag te beantwoorden. De vraag die voorligt, is of de notarissen in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig hebben gehandeld door tot inschrijving over te gaan. Naar het oordeel van de kamer is dat het geval en hebben de (kandidaat-)notarissen de zorgvuldigheidsnorm geschonden door na te laten nader onderzoek te doen alvorens tot inschrijving van de koop over te gaan. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 781947 / NT 26-2
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 20-08-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:9
De bestuurders van klaagster (de B.V.) zijn voormalig echtgenoten. De man heeft ten tijde van de scheiding, zonder medeweten van zijn medebestuurder (de vrouw), een hypotheekrecht gevestigd op vijf registergoederen in eigendom van klaagster. Klaagster, vertegenwoordigd door de vrouw, vindt dat de notaris in de kern heeft nagelaten zich ervan te vergewissen dat de vestiging van een hypotheekrecht berustte op volledige en juiste informatie, en onvoldoende zorg betracht voor de positie van klaagster, terwijl hij wist dat zij zich in een kwetsbare positie bevond. Gelet op de omvang van de financiering, in combinatie van een intern bestuursconflict en een lopende echtscheiding had de notaris daar volgens klaagster meer oog voor moeten hebben. De notaris is bij de vertegenwoordigingsbevoegdheid uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Daaruit bleek dat de man zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd was om klaagster te vertegenwoordigen. Van een conflictsituatie is de notaris niet gebleken. De kamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/32
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:23
Notaris passeert levenstestament voor de vader van klager. Daarin is bepaald dat klager en zijn zus (die al jarenlang gebrouilleerd zijn) alleen samen bevoegd zijn om vader te vertegenwoordigen. Klager heeft redelijk belang bij klacht. Klacht over beoordeling van wilsbekwaamheid vader ongegrond. Klacht over onterecht beroep op geheimhoudingsplicht gegrond. Gelet op vaste rechtspraak van het hof oordeelt de kamer dat de notaris naar aanleiding van de vragen van klager uitleg had moeten geven over de gang van zaken rond de totstandkoming en het passeren van het levenstestament. Dit geldt niet alleen voor een notaris tegen wie een tuchtklacht is ingediend, maar ook voor een notaris aan wie – zoals in deze zaak – door iemand die daarbij een redelijk belang heeft vragen worden gesteld over de gang van zaken rond het tot stand komen van een akte.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/62
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:24
De klaagster heeft een appartement gekocht en de notaris opdracht gegeven om de leveringsakte en de hypotheekakte te verzorgen. Toen bleek dat de bank van de klaagster verlangde dat zij, naast een hypotheek op het appartement, ook een overbruggingshypotheek op haar ‘oude’ woning zou vestigen, rezen er vragen bij de notaris over de beschikkingsbevoegdheid van de klaagster om die overbruggingshypotheek zelfstandig te kunnen vestigen. Volgens de notaris moest daarover eerst duidelijkheid komen.De klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij niet heeft meegewerkt aan de hypotheekakte, waardoor ook de levering van het appartement niet kon doorgaan op de beoogde overdrachtsdatum. Daarnaast maakt de klaagster de notaris andere verwijten. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De notaris moest laveren tussen het risico van (de wellicht onterechte) ministerieverlening en het risico van (de wellicht onterechte) dienstweigering. In zo’n situatie is het algemene uitgangspunt dat een notaris op grond van zijn eigen deskundigheid een gefundeerde afweging moet maken. De notaris heeft terecht kunnen besluiten om de hypotheekakte (en dus ook de leveringsakte) niet te passeren.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/64
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:25
De zaak gaat over (de financiële afwikkeling van) een door de notaris gepasseerde akte van verdeling en levering. Bij deze akte was de klaagster zelf niet betrokken, maar wel haar ex-partner en twee familieleden van hem. Volgens de klaagster is bij de totstandkoming van de akte onvoldoende rekening gehouden met haar belangen als schuldeiser van de ex-partner. De klaagster heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat geweigerd en doet daarbij een beroep op haar geheimhoudingsplicht. Volgens de klaagster is het beroep op de geheimhoudingsplicht onterecht. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Er was geen grond voor dienstweigering en de notaris heeft met een beroep op haar geheimhoudingsplicht terecht kunnen besluiten geen stukken uit het dossier aan de klaagster te geven.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778959 / NT RK 25/43 778965 / NT 25/44
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-07-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:8
Klacht tegen notaris en kandidaat-notaris: (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel voor de betrokken notaris: schorsing (één week). De notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de hypotheekakte te passeren zonder hierbij te voldoen aan de op hem rustende verplichtingen die volgen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kamer neemt in aanmerking dat (i) er in zekere mate sprake is geweest van zelfstandige dossiervoering door de kandidaat-notaris (de notaris was niet, dan wel zeer beperkt, betrokken in het voortraject van de transactie en stond in geen van de e-mails tussen partijen in de cc) en (ii) het haar ambtshalve bekend is dat de kandidaat-notaris ten tijde van deze transactie negen jaar ervaring had en de notaris daarom ook enigszins mocht vertrouwen op juiste dossiervoering door de kandidaat-notaris. Het voorgaande ontslaat de notaris echter niet van zijn eigen verplichtingen op grond van art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. Dat geldt nog meer omdat het de notaris duidelijk moet zijn geweest dat de ouders zich in een moeilijke positie bevonden, omdat hun zoon in een financieel penibele situatie zat. Dat had tot extra zorgvuldigheid bij de notaris moeten leiden. De kamer rekent het de notaris bijzonder aan dat hij de ouders onjuist heeft voorgelicht over het executierecht en de voor de transactie vereiste toestemming van de eerste hypotheekhouder en dat een bankhypotheek is gevestigd, terwijl dit niet (logisch) volgt uit de geldleningsovereenkomst. Daarmee heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen ernstig geschaad. De notaris heeft in zijn verweer noch ter zitting inzicht getoond in het bijzonder onzorgvuldige van zijn handelen. De kamer acht de maatregel van schorsing voor de duur van één week daarom passend en geboden. Maatregel voor de betrokken kandidaat-notaris: berisping. De kandidaat-notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tegenover klagers onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kandidaat-notaris heeft weliswaar de hypotheekakte niet gepasseerd, maar heeft wel directe, zelfstandige, betrokkenheid bij de afhandeling van het dossier gehad, waarbij hij verantwoordelijk is geweest voor het gebrek aan zorgvuldige, juiste, berichtgeving richting klagers. Aangezien de kandidaat-notaris niet de eindverantwoordelijkheid draagt, acht de kamer voor hem de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:7 Kamer voor het notariaat Amsterdam 780153 / NT RK 25/51
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:7
De klacht gaat over de afwikkeling van een nalatenschap en bestaat uit zes klachtonderdelen. De kamer heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen één t/m vier vanwege het feit dat de wettelijke driejaarstermijn (artikel 99 lid 21 Wna) ten tijde van het indienen van de klacht (24 november 2025) al verstreken was. Over het vijfde klachtonderdeel heeft de kamer als volgt overwogen. De notaris(klerk) heeft mr. [O] in december 2023 ingeschakeld. De erfgenamen hebben ervoor gekozen ditzelfde te doen op (of rond) 7 maart 2024. Het enkele feit dat mr. [O] gevestigd is in Noord-Brabant, op 150 kilometer afstand van het kantoor van de notaris en in de regio waar de erfgenamen wonen, is onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van partijdig handelen door de notaris(klerk). Dat de erfgenamen er later voor hebben gekozen eveneens mr. [O] in te schakelen, kan de notaris niet worden verweten. De kamer oordeelt dan ook dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dit klachtonderdeel ongegrond verklaren. Over het zesde klachtonderdeel heeft de kamer tot slot het volgende overwogen. De vraag is of de notaris redelijkerwijs tot het passeren van de akte van verdeling mocht overgaan. De kamer beantwoordt deze vraag bevestigend. Voorafgaand aan het passeren van de akte, heeft de notaris zich ervan vergewist alle vragen van klager afdoende te hebben beantwoord en over alle relevante informatie te beschikken. Daarnaast had de notarisklerk op 11 mei 2023, voorafgaand aan het passeren van de akte van verdeling, rekening en verantwoording afgelegd aan de erfgenamen. De kamer is van oordeel dat de notaris op basis van het voorgaande redelijkerwijs tot de conclusie heeft mogen komen dat het geoorloofd was de akte van verdeling te passeren en zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778573 / NT RK 25/42
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:5
Klagers stellen dat de notaris foutief zo niet frauduleus kosten bij klaagster heeft opgevoerd die niet voor haar rekening komen, namelijk Wwft-kosten, kantoorkosten en transactiekosten. (...) Klagers vermoeden dat de notaris veelvuldig van twee walletjes eet. Dat lijkt volgens hen op fraude. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard en heeft hiertoe als volgt overwogen. Nu de drie kosten(posten), waar de klacht betrekking op heeft, door de notaris van de uiteindelijke nota van afrekening zijn verwijderd, is het directe belang van klaagster weg. Daarbij merkt de kamer op dat de kandidaat-notaris de concept nota van afrekening tijdig aan klaagster heeft verzonden. (...) Bij deze stand van zaken heeft klaagster hooguit nog een indirect belang (waren de kosten terecht opgevoerd). Daarover zijn klaagster en de notaris het niet eens. De kamer volgt hierin de lijn van de notaris. Anders dan klaagster stelt, kan er ook bij een ‘kosten koper’ transactie sprake zijn van kosten die voor rekening van de verkoper komen. Dat is hier aan de orde. De controle van de persoon van verkoper en de overboeking van gelden aan haar zijn kosten die aan de persoon van verkoper zijn verbonden en derhalve voor haar rekening komen. De kantoorkosten kon de notaris, gezien artikel 7 van diens Algemene Voorwaarden, separaat in rekening brengen. De drie kosten(posten) zijn door de notaris dus in eerste instantie terecht in rekening gebracht bij klaagster.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/05
- Datum publicatie: 30-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:22
Optreden als boedelnotaris bij verstoorde familieverhoudingen, terwijl de executeur een medewerker van het notariskantoor is. Om schijn van belangenverstrengeling/partijdigheid te voorkomen, doet een notaris er goed aan erop bedacht te zijn dat het vragen kan oproepen als hij/zij als boedelnotaris optreedt in een zaak waar hij/zij nauwer bij betrokken is dan gebruikelijk: dat kan ten koste gaan van het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en daarom kan het aanbeveling verdienen om zo’n opdracht door te verwijzen naar een notaris van een ander kantoor. Ministerieplicht. Rol boedelnotaris in het algemeen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/03
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:21
Spoedtestament. De notaris bezoekt een testateur met spoed thuis en spreekt af dat zij de volgende ochtend zal terugkomen voor de wijziging van het testament. ’s-Nachts overlijdt de testateur. Omdat hij zijn testament kort daarvoor ook al twee keer had gewijzigd, het om een ingrijpende wijziging ging en degene die daardoor begunstigd zou worden het initiatief tot dienstverlening had genomen, was de notaris alert op de mogelijkheid van beïnvloeding en heeft zij bewust enige bedenktijd ingebouwd. In de gegeven omstandigheden vindt de kamer dat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wel had de communicatie met de klaagster over het moment waarop de notaris zou terugkomen beter gekund, maar dat is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-18
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:17
De notaris was verzocht om de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster in behandeling te nemen. Klaagster verwijt de notaris onder andere onvoldoende duidelijkheid over haar rol, structureel negeren van correspondentie en schijn van partijdigheid. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-67
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:14
Uit het feitencomplex blijkt het belang van een zorgvuldige belehrung en een controle door de notaris van de wil van de bij de rechtshandeling betrokken partijen. Het had de notaris duidelijk moeten zijn dat een strikt onpartijdige en terughoudende opstelling was vereist. De kamer rekent het de notaris aan dat hij die norm niet voldoende in acht heeft genomen. Door de situatie te laten ontstaan dat aan zijn neutraliteit als notaris kon worden getwijfeld en door actief toe te staan dat ook de kandidaat-notaris zich begaf in een situatie waarin de schijn van partijdigheid ontstond heeft hij een van de kernwaarden van het notariaat geschaad. Naast het schaden van die kernwaarde weegt ook het onvoldoende in bescherming nemen van de kandidaat-notaris in zijn nadeel mee. De klacht is deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond en voor het overige gegrond met de oplegging van de maatregel van berisping.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-49
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:15
De kamer is van oordeel dat klager misbruik heeft gemaakt van het klachtrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-76
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:16
Klager verwijt de notaris dat op de datum van indiening van de klacht alle gegevens betreffende de veiling van het pand nog voor een ieder zichtbaar waren op de website, hetgeen op klager zeer bedreigend overkomt. Naar het oordeel van de kamer leidt de enkele omstandigheid dat de gegevens tot eind 2025 online zichtbaar zijn gebleven niet tot de conclusie dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De lat daarvoor ligt hoger. Daarbij acht de kamer van belang dat niet is gebleken dat klager de notaris eerder heeft verzocht de betreffende gegevens te (laten) verwijderen en dat de notaris, toen hij de klacht had ontvangen, de gegevens onmiddellijk van de website heeft laten verwijderen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/65
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:20
De ouders van de klaagster hebben hun (levens)testamenten gewijzigd. De kandidaat-notaris heeft deze (levens)testamenten gepasseerd. De klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat hij:1) onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van de ouders;2) haar niet wil uitleggen op welke manier hij de wilsbekwaamheid van de ouders heeft beoordeeld. Volgens de klaagster beroept de kandidaat-notaris zich daarbij ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht.De kamer heeft klachtonderdeel 1 ongegrond verklaard en klachtonderdeel 2 gegrond. De kandidaat-notaris heeft de vragen van de klaagster over de gang van zaken rondom de totstandkoming van de (levens)testamenten van de ouders en over de wijze waarop hij zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van de ouders, niet beantwoord. Daarmee heeft de kandidaat-notaris de klaagster, die een redelijk belang heeft bij de beantwoording van die vragen, gedwongen deze klacht in te dienen om hem tot spreken te bewegen. Aan de kandidaat-notaris wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/33
- Datum publicatie: 10-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:19
Klacht van fiscalist/executeur over de afwikkeling van de beëindiging van haar samenwerking met de notaris, waarover zij een geschil hebben. De civiele rechter heeft de notaris veroordeeld om mee te werken aan het accountantsonderzoek dat in hun samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd, maar de notaris weigert (volledige) medewerking met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht. Het ontvankelijkheidsverweer dat de klacht geen (voldoende) verband houdt met de notariële hoedanigheid wordt verworpen omdat de geheimhoudingsplicht per definitie verband houdt met de hoedanigheid van notaris. In verband met de afgeleide geheimhoudingsplicht van een accountant oordeelt de kamer dat de notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen. Van een notaris mag worden verwacht dat hij zich bewust is van de omvang van zijn geheimhoudingsplicht. De kamer rekent het de notaris aan dat hij voorafgaand aan de samenwerking met de klaagster een afspraak heeft gemaakt over de accountantscontrole en dat hij zich na de verbreking van de samenwerking bij nader inzien alsnog jarenlang op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen zonder vervolgens (aantoonbaar) te verifiëren of dit terecht was en/of zich voldoende in te spannen om naar mogelijkheden te zoeken om op een andere wijze invulling te geven aan de gemaakte afspraak. Door de in de beslissing omschreven gang van zaken en met name het herhaaldelijk niet nakomen van gedane toezeggingen, heeft de notaris het vertrouwen geschaad dat de klaagster in hem als notaris had. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 152
- Volgende pagina zoekresultaten