Zoekresultaten 1-20 van de 7931 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:327 Hof van Discipline 's Gravenhage 260331

    Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klager houdt in dat de deken de klachten van klager over (juristen van) DAS rechtsbijstand ten onrechte niet in behandeling neemt. De voorzitter schaart zich achter de reactie van de deken. Het tuchtrecht zoals beschreven in de Advocatenwet is alleen van toepassing op advocaten. Er is daarom geen grondslag voor een onderzoek door de deken naar juristen werkzaam bij DAS. De voorzitter wijst het verzoek tot verwijzing dan ook af.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:226 Raad van Discipline Amsterdam 26-733/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Het stond verweerster vrij om namens en in het belang van haar cliënte via de advocaat van klager op de e-mail van klager te reageren en om een BRP-uittreksel bij de gemeente op te vragen. Niet gebleken dat verweerster op enigerlei wijze misbruik heeft gemaakt van haar geheimhoudingsplicht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:227 Raad van Discipline Amsterdam 26-736/A/NH 26-737/A/NH

    Voorzittersbeslissingen; klacht over verweerders in hun hoedanigheid van curators. Verweerders wordt het schenden van de geheimhoudingsplicht verweten. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerders met de door klagers genoemde handelingen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:228 Raad van Discipline Amsterdam 26-741/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over een deken. Naar het oordeel van de voorzitter is het indienen van de klachtzaak vier maanden na het verstrijken van de termijn voor het betalen van het griffierecht niet zodanig laat dat verweerder (als deken) daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:229 Raad van Discipline Amsterdam 26-744/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft in zijn bijstand aan de verhuurder tegenover klager de grenzen van het betamelijke niet overschreden. De verzonden sommatiebrieven zijn aan te merken als in de advocatuur gebruikelijke sommatiebrieven en bevatten geen bewoordingen die tuchtrechtelijk ontoelaatbaar zijn dan wel als juridisch bedreigend of anderszins als ongepast kunnen worden aangemerkt. Verder was verweerder niet verplicht aan klager de interne klachtenregeling toe te zenden; die is bedoeld voor de eigen cliënten. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:326 Hof van Discipline 's Gravenhage 260326

    Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Klager is het niet eens is met de aanwijzingsbeslissing van de deken voor zover deze inhoudt dat de aangewezen advocaat dominus litus is en daarmee de leiding in de zaak heeft. De voorzitter wijst erop dat de mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen een aanvullende voorziening is voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. Het hof dan wel de voorzitter kan hierin niet interveniëren. Verder is een klacht over een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:225 Raad van Discipline Amsterdam 26-718/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat in een familiezaak. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerder klager geen effectieve bijstand heeft verleend.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9423

    Kennelijk ongegronde klacht tegen revalidatiearts. Patiënte verwijt de arts nalatigheid in de zorgverlening en schending van professionele normen. Geen verantwoordelijkheid voor de nazorg van een pijnbehandeling bij een andere instelling. Noodzakelijke zorg is geleverd. Niet afgeweken van de binnen de revalidatiegeneeskundige zorg geldende professionele normen en richtlijnen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9408

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater. Hij klaagt over het volgens hem door verweerder onterecht gegeven verlengingsadvies in het kader van zijn opgelegde tbs met dwangverpleging, over het gebruikte instrument voor de risicoanalyse en over zijn overplaatsing naar een andere afdeling, het niet honoreren van een verzoek om schematherapie en de te lange duur van de delict analyse. Het college verklaart alle klachten van klager kennelijk ongegrond. De diagnose in het verlengingsadvies was niet onjuist: dat psychotische verschijnselen in remissie zijn, betekent niet, zoals klager kennelijk veronderstelt, dat er geen onderliggende stoornis meer is. Het gebruikte risicotaxatie-instrument was geschikt en er zijn ook andere factoren meegenomen, klager heeft wel degelijk schematherapie gekregen, de delict analyse is zorgvuldig uitgevoerd en klager heeft zelf mede voor vertraging gezorgd. Bij de overplaatsing was verweerder niet betrokken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3212

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij de psychotherapeut. Klaagster verwijt hem dat hij haar onheus en onprettig heeft bejegend en dat hij de behandeling voortijdig en onzorgvuldig heeft beëindigd, zonder zorg te dragen voor een verwijzing en continuering van de zorg en zonder de gelegenheid te bieden voor een bemiddelingsgesprek met de mogelijkheid tot herstel van de behandelrelatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9422

    Kennelijk ongegronde klacht tegen fysiotherapeut. Verwijten van patiënte over een behandeladvies voor een pijnbehandeling, onprofessioneel handelen, gebrek aan regievoering en overdracht. Het geven van een behandeladvies kan niet worden vastgesteld. Geen verantwoordelijkheid voor pijnbehandeling bij een andere instelling en de nazorg ervan. Geen aanknopingspunt voor onprofessioneel handelen. Geen verantwoordelijkheid voor regie voerende taken. Voorbereidingen voor ontslag en overdracht zijn door verweerster verzorgd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9299

    Kennelijk ongegronde klacht tegen revalidatiearts. Verwijten van patiënte over behandeling, dossiervoering en regievoering. Geen verantwoordelijkheid voor pijnbehandeling bij een andere instelling en de nazorg ervan. Zorgverlener mag duidelijk eisen en grenzen aan de communicatievorm stellen. Verantwoordelijkheden regiebehandelaar. Voldaan aan de eisen die aan een regiebehandelaar worden gesteld. Geen verantwoordelijkheid voor medische interventies bij andere instellingen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:239 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9307

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft een (eenmalig) spreekuurcontact met klager gehad om aan de hand daarvan een probleemanalyse op te stellen. De klacht gaat in de kern over de inhoud van de probleemanalyse die verweerster heeft opgesteld en over het feit dat klager de probleemanalyse niet op een fysiek spreekuur met verweerster heeft kunnen bespreken. Ook beklaagt klager zich over het ontbreken van regie van verweerster over zijn (verdere) re-integratie. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:240 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9396

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij hem ten onrechte en tot schade van zijn gezondheid heeft opgedragen te hurken tijdens een lichamelijk onderzoek. Het verrichten van lichamelijk onderzoek naar de knie van klager past bij de medische informatie. Er waren geen aanwijzingen waaruit de verzekeringsarts had moeten opmaken dat hij klager niet kon vragen om te hurken. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-66

    Klager verwijt de notaris dat de afwikkeling van de nalatenschap onnodig lang heeft geduurd. Mede gelet op de complexiteit van de nalatenschap is in dit geval echter niet gebleken van zodanige vertraging dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Voor het overige heeft klager geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:241 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9066

    Klacht tegen bedrijfsarts verjaard. De te late indiening van het klaagschrift dient voor risico van klager te komen. Het college verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-69

    De kamer rekent het de notaris aan dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De notaris heeft de vertrouwelijke informatie niet slechts gedeeld met een derde zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestond, maar heeft deze informatie bovendien gebruikt in het kader van het tussen partijen gerezen geschil. Daarmee heeft hij de schending van zijn geheimhoudingsplicht ingezet als drukmiddel om zijn eigen financiële belang te dienen. Daarnaast heeft de notaris verzuimd klager in te lichten over de financiële consequenties van zijn inschakeling en heeft hij onzorgvuldig en onbehoorlijk gehandeld en zich onvoldoende professioneel opgesteld bij het opstellen van zijn declaratie. De kamer legt de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van één week op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:242 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9117

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Tussen klaagster en haar leidinggevende was een arbeidsconflict ontstaan. Uiteindelijk is de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever ontbonden. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij onvoldoende tegenwicht heeft geboden tegen de druk die de werkgever op klaagster uitoefende. Het kan de bedrijfsarts niet worden verweten dat de werkgever de adviezen van de bedrijfsarts niet heeft opgevolgd. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:87 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/772108 DW RK 25/236 BB/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft geen zorgvuldige marginale toets uitgevoerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd en veroordeling in de proceskosten van klager.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-453/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Verweerder had klaagsters aansprakelijkstelling op korte termijn moeten doorgeleiden naar de verzekeraar. Verweerder heeft dit ondanks herhaalde verzoeken van klaagster en van de deken geweigerd en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verder staat vast dat zowel klaagster als de deken, althans de stafjurist namens de deken, verweerder meermaals hebben verzocht om de aansprakelijkstelling door te geleiden aan de verzekeraar en de doorzending te bevestigen aan klaagster en de deken. Verweerder heeft dit geweigerd. Ook heeft verweerder, ondanks uitdrukkelijk verzoek van de deken, niet gereageerd op de door klaagster ingediende klacht. Gegrond. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.