Zoekresultaten 1-20 van de 48216 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:277 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:278 Hof van Discipline 's Gravenhage 260074 260076

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:279 Hof van Discipline 's Gravenhage 260053

    Klacht over de eigen advocaat in een fiscale (bezwaar)procedure. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder duidelijk met klaagster heeft gecommuniceerd over de reikwijdte van zijn opdracht en ook zorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad waarbij onder meer een maatregel is opgelegd en verklaart de desbetreffende klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:280 Hof van Discipline 's Gravenhage 250454 250455 250456

    Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster jegens vier verweerders allen van hetzelfde kantoor. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klachtonderdelen gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Klaagster is niet opgekomen tegen de beslissing van de raad over verweerder 4 (de klachtenfunctionaris van het kantoor). In hoger ligt allereerst de ontvankelijkheidstoets voor in verband met termijnoverschrijding. De raad heeft een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard in verband met het verstrijken van de driejaarstermijn. Het hof is van oordeel dat klaagster voldoende heeft onderbouwd dat zij pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend is geworden met de gevolgen van het handelen of nalaten van verweerders. Niettemin oordeelt het hof dat de termijn van artikel 46g lid 2 Advocatenwet is overschreden. Het hof bekrachtigt in zoverre de beslissing van de raad ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid. Met betrekking tot de inhoud van de overige klachtonderdelen oordeelt het hof dat klaagster niet kan worden ontvangen in het door haar ingestelde beroep, wegens gebrek aan gronden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:281 Hof van Discipline 's Gravenhage 250253

    Klaagster heeft (beperkt) hoger beroep ingesteld. De gemachtigde van klaagster noch klaagster zelf is ter zitting bij het hof verschenen. Het hof ziet geen aanleiding om de zitting te heropenen, zoals door de gemachtigde van klaagster is verzocht. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:282 Hof van Discipline 's Gravenhage 250433

    Deze zaak betreft een klacht over privégedragingen van een advocaat. Klaagster 2 heeft over verweerder eerder (in mei 2021) een klacht ingediend maar heeft die weer ingetrokken. Vervolgens is de klacht door klaagsters op 20 februari 2024 bij de deken ingediend. Anders dan de raad acht het hof ten aanzien van klaagster 2 geen strijd met het ne-bis-in-idembeginsel (artikel 47b lid 1 Advocatenwet) omdat over die eerdere klacht geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen. Het hof ziet hierin evenmin aanknopingspunten voor misbruik van het tuchtrecht door klaagster 2. Anders dan de raad acht het hof ook de maatschap op grond van een eigen rechtstreeks belang ontvankelijk in de klacht. Klaagsters zijn echter niet-ontvankelijk in hun klacht voor zover die ziet op gedragingen van verweerder van voor 20 februari 2021. Voor zover de klacht ziet op gedragingen van na die tijd is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-745/DB/LI

    Verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Onmiddellijke schorsing en treffen van voorzieningen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-492/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde wegens verwevenheid met eerdere tuchtklacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763

    Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-516/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij/werkgever in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Klager lijkt niet te (willen) begrijpen dat verweerder optreedt als advocaat van de wederpartij en daarmee partijdig is. Klager kan zelf een advocaat inschakelen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënt. Het is voor klager steeds duidelijk geweest dat verweerder het aanspreekpunt was. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888

    Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-470/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen stamadvocaat in een Wvggz-procedure. Verweerster heeft gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. Ook heeft zij haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd nadat een vertrouwensbreuk was ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-471/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening in een letselschadeprocedure. Niet gebleken dat verweerder heeft gedaan aan ontoelaatbare acquisitie of zijn zorgplicht richting klager heeft geschonden. Verweerder heeft een plan van aanpak opgesteld en aldus dat plan gehandeld. Verweerder heeft zijn werkzaamheden kunnen neerleggen na een ontstane vertrouwensbreuk. Dat heeft hij in overeenstemming met gedragsregel 14 lid 2 gedaan. Klacht kennelijk ongegrond.