ECLI:NL:TGDKG:2026:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/779265 / DW RK 25/496 MK/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:79 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-08-2026 |
| Datum publicatie: | 04-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/779265 / DW RK 25/496 MK/SM |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. Klager heeft zich er – onder meer – over beklaagt dat de beslagvrije voet te laag is vastgesteld en dat bij de restitutie van teveel ingehouden bedragen geen is gehouden met toepassing van de 5% regeling. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 26 augustus 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 21 oktober 2025 met zaaknummer C/13/771650 DW RK 25/222 EdV/WdJ en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/779265 / DW RK 25/496 MK/SM ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
mr. [ ]
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij e-mail, ingekomen op 28 juni 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 16 september 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 21 oktober 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op 4 november 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 1 juli 2026 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, met kennisgeving, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op 26 augustus 2026.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- De gerechtsdeurwaarder is belast met de executie van een ten laste van klager gewezen vonnis van de kantonrechter te Groningen van 16 mei 2023 en het herstelvonnis van 8 augustus 2023.
- Op 25 november 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal derdenbeslag gelegd op het inkomen van klager.
- Op 24 december 2024 is de beslagvrije voet op verzoek van klager aangepast en is het teveel ontvangen bedrag aan klager overgemaakt.
- Bij e-mail van 6 januari 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht om een toelichting op de berekening van de herberekende beslagvrije voet.
- Hierop is bij e-mail van 9 januari 2025 gereageerd.
- Vervolgens is meermalen over en weer tussen klager en de gerechtsdeurwaarder gecommuniceerd.
- Op 11 juni 2025 is de beslagvrije voet op verzoek van klager herberekend.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:
- de beslagvrije voet te laag heeft vastgesteld;
- ten onrechte stelt dat de uitspraak ECLI:NL:PHR:2014:1952 door de later ingevoerde Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, niet meer van toepassing is;
- bij de restitutie van de teveel ingehouden bedragen geen rekening heeft gehouden met toepassing van de 5% regeling.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
4.2 De voorzitter overweegt dat deze (tuchtrechtelijke) procedure zich niet leent voor het vaststellen van een beslagvrije voet. Een oordeel daarover is voorbehouden aan de civiele rechter. Wel is aan de orde in deze procedure of de gerechtsdeurwaarder rondom het vaststellen van een beslagvrije voet en de communicatie daarover gehandeld heeft zoals je van een gerechtsdeurwaarder mag verwachten. Uit de overlegde producties blijkt dat hier sprake van is. Dat klager niet de door hem gewenste antwoorden heeft gekregen maakt niet dat de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Indien klager het niet eens is met de beslagvrije voet, dient hij zich te wenden tot de gewone civiele rechter.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder geweigerd heeft toepassing te geven aan de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, waardoor klager herhaaldelijk heeft moeten verzoeken om de beslagvrije voet juist vast te stellen. De gerechtsdeurwaarder heeft hiermee in strijd gehandeld met de eed als bedoeld in artikel 9 Gerechtsdeurwaarderswet.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt.
7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. S.M. Westerhuis-Evers en mr. H.A. Roos, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.