ECLI:NL:TGZRSHE:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10275

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:158
Datum uitspraak: 02-09-2026
Datum publicatie: 02-09-2026
Zaaknummer(s): H2026/10275
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over het niet overdragen van allergiegegevens. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH

Voorzittersbeslissing van 2 september 2026 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klaagster,

tegen:

[C],
MDL-arts,
werkzaam in [B],
verweerster.

1.  De klacht
1.1  Klaagster verwijt verweerster dat zij geen overdracht heeft gedaan van de allergiegegevens van 
klaagster aan een ander ziekenhuis.

1.2   De voorzitter is van oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in haar klacht 
wegens misbruik van recht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen 
te stellen en dat duidelijk is dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. Hierna licht 
de voorzitter toe hoe zij tot deze beslissing is gekomen.

1.3   Klaagster heeft tegen verweerster op dit moment drie tuchtklachten ingediend. Het betreft de 
zaken H2026/10232, H2026/10274 en H2026/10275. Op de andere klachten heeft de voorzitter heden 
eenzelfde beslissing genomen.

2.  De procedure
De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juli 2026;
-  het aanvullende klaagschrift met bijlagen, gedateerd op 24 juli 2026 en ontvangen op 28 juli 
   2026.
-  het aanvullende klaagschrift met bijlagen, gedateerd op 27 juli 2026 en ontvangen op 28 juli 
   2026.

3.  De feiten
Klaagster heeft eerder vier tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Het betreft de zaken 
H2025/8900, H2025/9154, H2025/9231 en H2025/9406. De voorzitter heeft bij beslissingen van
1 juli 2026 geoordeeld dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in deze tuchtklachten wegens 
misbruik van tuchtrecht. De beslissingen zijn op www.tuchtrecht.nl gepubliceerd onder de volgende 
nummers: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:112, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113,
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:114 en ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115. Voor wat betreft de feiten in onderhavige 
tuchtklacht verwijst de voorzitter naar wat daarover in deze beslissingen is opgenomen.

4. De klacht
4.1  Klaagster verwijt verweerster dat zij geen overdracht heeft gedaan van de allergiegegevens van 
klaagster aan een ander ziekenhuis.

4.2   In haar inleidende klaagschrift heeft klaagster, nadat zij wees op de gevolgen die het 
handelen van verweerster volgens klaagster hebben gehad, het volgende geschreven: “Zou verweerster 
verantwoordelijkheid nemen voor zijn [sic] onzorgvuldig handelen, dan zou:
- dit verzekeringstechnisch opgelost kunnen worden middels de meerdere overgedragen schadeclaims 
  aan MediRisk van zowel het [ziekenhuis 1] en het [ziekenhuis 2], door toewijzing van een totale 
  schadeclaim van € 2.500.000,-
- ik alle tuchtklachten en procedures tegen (behandelaars van) het [ziekenhuis 1] en het
  [ziekenhuis 2], die samenhangen met het onzorgvuldig handelen van verweerster (…)”.

4.3   In haar aanvullende klaagschriften maakt klaagster verweerster een groot aantal verwijten, 
die er in de kern op neerkomen dat verweerster onzorgvuldig heeft gehandeld.

5. Overwegingen
Is klaagster ontvankelijk in haar klacht?
5.1  De voorzitter ziet zich gesteld voor de vraag of klaagster kan worden ontvangen in haar 
klacht.

5.2   Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan degene aan 
wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op grond van het 
tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met een ander 
doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen 
het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot 
die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 BW vindt artikel 3:13 BW toepassing 
buiten het vermogensrecht, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet. 
Deze artikelen brengen met zich dat de bevoegdheid om een klacht tegen een BIG-geregistreerde 
zorgverlener in te dienen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. 
Deze artikelen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een tuchtklacht die misbruik
van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring daarvan.

5.3   De voorzitter is van oordeel dat klaagster in onderhavig geval haar bevoegdheid om een klacht 
in te dienen heeft misbruikt. Daarvoor is in de eerste plaats redengevend dat, hoewel klaagster verweerster
en het ziekenhuis en het college) telkenmale wijst op het door haar gestelde belang van goede en veilige zorg, óók telkenmale wijst op de mogelijkheid van een minnelijke regeling tussen partijen. Als verweerster haar verantwoordelijkheid zou nemen én haar verzekeraar een bedrag van € 2.500.000,- zou betalen als schadeloosstelling, dan zou klaagster haar tuchtklachten intrekken. Dit voorstel levert op zichzelf geen misbruik van recht op, want een goede rechtsbedeling kan verlangen dat over de individuele zorgverlening afspraken worden gemaakt. De 
aard en inhoud, en de wijze waarop klaagster dat voorstel doet, leveren naar het oordeel van de voorzitter echter wel misbruik van recht op. De voorzitter wijst in dit verband met name op het gegeven dat klaagster herhaaldelijk, en dus ook na de eerdere beslissingen op de eerdere tuchtklachten, wijst op de schadeloosstelling die zij meent te moeten ontvangen. Klaagster wijst daarbij steeds op het feit dat met betaling de tuchtklachten zouden worden ingetrokken.
Gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak kan de voorzitter niet anders dan concluderen dat 
klaagster haar recht om de tuchtklacht in te dienen gebruikt om anderen te dwingen om daarover met 
haar te onderhandelen. Klaagster heeft de tuchtklacht kortom enkel ingediend als instrument in het 
inmiddels voortslepende conflict met verweerster en het ziekenhuis.

5.4   Verder is redengevend dat klaagster, zoals zij ook op enig moment aan verweerster 
terugkoppelde, een geschil heeft met de Raad van bestuur en de afdeling juridische zaken van het 
ziekenhuis. De voorzitter begrijpt dat die geschillen niet naar klaagsters tevredenheid zijn 
opgelost. Klaagster heeft zich daarbij echter niet neergelegd en is, naast het voeren van diverse 
procedures bij onder meer de Geschillencommissie, een enorme hoeveelheid berichten gaan sturen aan 
het ziekenhuis en aan verweerster. Dat resulteerde uiteindelijk in een contactverbod dat werd 
opgelegd door het ziekenhuis en later – vanwege haar handelen – ook in een toegangsverbod, opgelegd 
door het ziekenhuis. Die verboden hebben klaagster er niet van weerhouden contact over de 
geschillen te (blijven) zoeken. Ook het indienen van onderhavige tuchtklacht past in dat patroon 
van het omzeilen van het contact- en toegangsverbod. Zoals de voorzitter hiervoor al constateerde 
heeft klaagster op dit moment drie tuchtklachten tegen verweerster ingediend en heeft de voorzitter 
eerder beslist dat klaagster in andere tuchtklachten kennelijk niet-ontvankelijk is wegens misbruik 
van tuchtrecht. In al deze klachten, waaronder onderhavige klacht, uit klaagster haar onvrede over 
het handelen van verweerster. Dat doet klaagster weliswaar iedere keer in (iets) andere 
bewoordingen, maar de essentie van de klachten is telkens hetzelfde. Door op deze wijze steeds 
opnieuw weer tuchtklachten in te dienen is duidelijk dat klaagster probeert om contact te houden 
met – in ieder geval – verweerster. Door dit handelen maakt klaagster misbruik van recht. Het 
tuchtrecht is immers niet bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klaagster om haar onvrede over 
verweerster telkens opnieuw, in iets andere vorm maar met op hoofdlijnen dezelfde klacht, aan de 
orde te stellen en contact te (blijven) zoeken met verweerster.

5.5  De conclusie van het voorgaande is dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in haar klacht 
wegens misbruik van tuchtrecht.

6. De beslissing
De voorzitter:
- verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht.

Aldus gedaan op 2 september 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter, in 
tegenwoordigheid van G.J. Stoepker, secretaris.