ECLI:NL:TGZRSHE:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10232
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:159 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-09-2026 |
| Datum publicatie: | 02-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2026/10232 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht tegen MDL-arts over onzorgvuldig handelen rond een afspraak met de huisarts, het verzwijgen van dit contact in eerdere tuchtklachten en onjuistheden over opioïdenintolerantie en de besluitvorming van de Geschillencommissie Ziekenhuizen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook met de onderhavige klacht misbruik van recht maakt. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Voorzittersbeslissing van 2 september 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen:
[C],
MDL-arts,
werkzaam in [B],
verweerster.
1. De klacht
1.1 Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld
met
betrekking tot een gemaakte afspraak met de huisarts, dit contact en deze afspraak
heeft verzwegen
in eerdere tuchtklachten en onjuistheden heeft vermeld over de opioïdenintolerantie
en de
besluitvorming van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
1.2 De voorzitter is van oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in
haar klacht
wegens misbruik van recht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen
aan de partijen
te stellen en dat duidelijk is dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen.
Hierna licht
de voorzitter toe hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
1.3 Klaagster heeft tegen verweerster op dit moment drie tuchtklachten ingediend.
Het betreft de
zaken H2026/10232, H2026/10274 en H2026/10275. Op de andere klachten heeft de voorzitter
heden
eenzelfde beslissing genomen.
2. De procedure
De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 7 juli 2026.
3. De feiten
Klaagster heeft eerder vier tuchtklachten tegen verweerster ingediend. Het betreft
de zaken H2025/8900,
H2025/9154, H2025/9231 en H2025/9406. De voorzitter heeft bij beslissingen van 1
juli 2026 geoordeeld dat
klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in deze tuchtklachten wegens misbruik van
tuchtrecht. De beslissingen zijn op www.tuchtrecht.nl gepubliceerd onder de volgende nummers:
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:112, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:114 en ECLI:NL:TGZRSHE:2026:115.
Voor wat betreft de feiten in onderhavige tuchtklacht verwijst de voorzitter naar
wat daarover in deze beslissingen is opgenomen.
4. De klacht
Klaagster verwijt verweerster dat zij:
a) onzorgvuldig heeft gehandeld met betrekking tot de afspraak die zij heeft gemaakt
met de
huisarts na hun overleg in november 2014;
b) dit contact en deze afspraak heeft verzwegen in de behandeling van de tuchtklachten
H2025/9154
en H2025/9231;
c) onzorgvuldig heeft gehandeld door onjuistheden te vermelden over de intolerantie
voor opioïden
en de besluitvorming van de Geschillencommissie Ziekenhuizen.
5. Overwegingen
Is klaagster ontvankelijk in haar klacht?
5.1 De voorzitter ziet zich gesteld voor de vraag of klaagster kan worden ontvangen
in haar
klacht.
5.2 Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)
kan degene aan
wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op
grond van het
tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen
met een ander
doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid
tussen
het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid
niet tot
die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 BW vindt artikel 3:13
BW toepassing
buiten het vermogensrecht, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen
niet verzet.
Deze artikelen brengen met zich dat de bevoegdheid om een klacht tegen een BIG-geregistreerde
zorgverlener in te dienen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid
wordt misbruikt.
Deze artikelen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een tuchtklacht
die misbruik
van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring
daarvan.
5.3 De voorzitter is van oordeel dat klaagster in onderhavig geval haar bevoegdheid
om een klacht
in te dienen heeft misbruikt. Daarvoor is redengevend dat klaagster, zoals zij ook
op enig moment
aan verweerster terugkoppelde, een geschil heeft met de Raad van bestuur en de afdeling
juridische
zaken van het ziekenhuis. De voorzitter begrijpt dat die geschillen niet naar klaagsters
tevredenheid zijn opgelost. Klaagster heeft zich daarbij echter niet neergelegd
en is, naast het
voeren van diverse procedures bij onder meer de Geschillencommissie, een enorme
hoeveelheid
berichten gaan sturen aan het ziekenhuis en aan verweerster. Dat resulteerde uiteindelijk
in een
contactverbod dat werd opgelegd door het ziekenhuis en later – vanwege haar handelen
– ook in een
toegangsverbod, opgelegd door het ziekenhuis. Die verboden hebben klaagster er niet
van weerhouden
contact over de geschillen te (blijven) zoeken. Ook het indienen van onderhavige
tuchtklacht past
in dat patroon van het omzeilen van het contact- en toegangsverbod. Zoals de voorzitter
hiervoor al
onstateerde heeft klaagster op dit moment drie tuchtklachten tegen verweerster ingediend
en heeft de
voorzitter eerder beslist dat klaagster in vier andere tuchtklachten kennelijk niet-ontvankelijk
is wegens
misbruik van tuchtrecht. In al deze klachten, waaronder onderhavige klacht, uit
klaagster haar onvrede over
het handelen van verweerster. Dat doet klaagster weliswaar iedere keer in (iets)
andere bewoordingen, maar
de essentie van de klachten is telkens hetzelfde. Door op deze wijze steeds opnieuw
weer tuchtklachten
in te dienen is duidelijk dat klaagster probeert om contact te houden met – in ieder
geval –
verweerster. Door dit handelen maakt klaagster misbruik van recht. Het tuchtrecht
is immers niet
bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klaagster om haar onvrede over verweerster
telkens
opnieuw, in iets andere vorm maar met op hoofdlijnen dezelfde klacht, aan de orde
te stellen en
contact te (blijven) zoeken met verweerster.
5.4 De conclusie van het voorgaande is dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk
is in haar klacht
wegens misbruik van tuchtrecht.
6. De beslissing
De voorzitter:
- verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht.
Aldus gedaan op 2 september 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk,
voorzitter, in
tegenwoordigheid van G.J. Stoepker, secretaris.