Zoekresultaten 1-20 van de 48598 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:232 Raad van Discipline Amsterdam 26-285/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft klager in een van haar stukken het Münchhausen-by-proxy-syndroom toegedicht, zonder dat hieraan een medische diagnose ten grondslag lag. Naar het oordeel van de raad diende de vermelding van dit syndroom, ook al was dat tussen haakjes gezet, geen kennelijk doel en was daarmee onnodig en grievend. Het gaat hier bovendien om een familierechtzaak, waarbij een advocaat – vanwege de vaak hoog oplopende emoties en gevoelige verhoudingen – de nodige terughoudendheid moet betrachten om escalatie te voorkomen. Klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:233 Raad van Discipline Amsterdam 26-194/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de voormalig eigen advocaat. De klacht omvat meerdere klachtonderdelen. Een daarvan is niet-ontvankelijk, omdat dit klachtonderdeel al bij een eerdere klachtprocedure aan de orde is geweest. De overige klachtonderdelen verklaart de raad ongegrond, omdat het aldaar gestelde is betwist en ook niet nader is onderbouwd. Hetgeen verweerder door klager wordt verweten kan daarom niet worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:341 Hof van Discipline 's Gravenhage 260158

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Niet duidelijk tegen wie klager wil procederen, welke vordering hij wil instellen en wat klager met een procedure denkt te kunnen bereiken. Daarom onvoldoende kans van slagen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:234 Raad van Discipline Amsterdam 26-164/A/A

    Verzet. In de voorzittersbeslissing heeft de voorzitter overwogen dat klaagster heeft nagelaten concrete passages uit de overgelegde correspondentie aan te wijzen die als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt. De raad kan zich met die overweging verenigen. Het is namelijk aan klaagster om concreet aan te geven welke bewoordingen als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt en dat heeft ze naar het oordeel van de voorzitter nagelaten. Het enkel overleggen van stukken waaruit de voorzitter zelf zou moeten afleiden wat klaagster als grievend zou kunnen aanmerken is een onjuiste opvatting van de taak van de raad in het klachtrecht. De overige verzetgronden missen iedere feitelijke grondslag. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:342 Hof van Discipline 's Gravenhage 260235

    Beklagzaak. Artikel 13 Advocatenwet. Herhaaldelijk verzoek om aanwijzing. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:235 Raad van Discipline Amsterdam 26-091/A/A

    Raadsbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Van de gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen is de raad niet gebleken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:236 Raad van Discipline Amsterdam 26-739/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een geschil tussen een consument en een webshop over de gang van zaken rondom het retourneren van een bestelling kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:231 Raad van Discipline Amsterdam 26-688/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Verweerder was niet gehouden om klager bij te staan in zaken waarin hij dat niet heeft toegezegd. Het stond verweerder vrij om prioriteit te geven aan een lopende procedure in plaats van aan een andere zaak van klager. Verweerder was niet gehouden om gevolg te geven aan het verzoek van klager om tot wraking over te gaan. Verweerder heeft zich niet onnodig kwetsend over klager uitgelaten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:340 Hof van Discipline 's Gravenhage 260339

    Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De voorzitter begrijpt uit de van klaagster ontvangen stukken dat zij in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak wenst, nadat haar klacht door de raad vanwege overschrijding van de termijn waarbinnen een klacht over een advocaat kan worden ingediend niet-ontvankelijk is verklaard en klaagsters verzet daartegen ongegrond. Om dat te bereiken stelt klaagster dat sprake is van nieuw aan het licht gekomen tuchtrechtelijke misstanden aan de zijde van de betrokken advocaat. Nu is gebleken dat de deken de klacht niet opnieuw in behandeling zal nemen, dient klaagster een klacht over de deken in. De voorzitter van het hof is van oordeel dat klaagster daarmee op een oneigenlijke manier dezelfde tuchtprocedure tegen een advocaat nogmaals probeert te starten, wat misbruik van klachtrecht oplevert.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:336 Hof van Discipline 's Gravenhage 260341

    Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken. Het hof heeft daartoe ook geen wettelijke bevoegdheid. Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over de deken laten toetsen door de raad. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken onder de aandacht van de raad brengen en aanvoeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-883/DH/A/W

    Wrakingsbeslissing. De gemachtigde van klagers en de tuchtrechter delen een nevenfunctie. De enkele gezamenlijke deelname aan een professionele werkgroep is onvoldoende voor het oordeel dat zich omstandigheden voordoen waardoor de rechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij is onder meer relevant dat de tuchtrechter de nevenfunctie niet met verzoekers zelf deelt, maar met de gemachtigde. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:337 Hof van Discipline 's Gravenhage 260377

    Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het hof stelt voorop dat afwijzing van een - kort gezegd - verwijzingsverzoek slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde kan zijn. Het is echter vaste jurisprudentie van het hof dat afwijzing aan de orde is wanneer er een andere procedure voor behandeling van de klacht openstaat. De klacht van klager heeft betrekking op de procedure in het kader van het aanwijzingsverzoek van klager op grond van artikel 13 Advocatenwet. Klager kan zijn bezwaren daarom in de lopende beklagprocedure naar voren brengen. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om buiten die lopende procedure separaat een klacht over de deken aanhangig te maken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:338 Hof van Discipline 's Gravenhage 260387

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). De onderhavige klacht van klager is de derde klacht van klager die gaat over het onderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. D. (terwijl daarover een onherroepelijke tuchtrechtelijke beslissing is genomen) en de tweede klacht over de aanwijzing van de deken van mr. S als advocaat ten behoeve van klager. Door over beide kwesties opnieuw een klacht in te dienen, zonder dat er sprake is van nieuwe feiten, zal deze klacht niet worden verwezen. De voorzitter is voorts van oordeel dat klager misbruik maakt van zijn klachtrecht in de zin van de Advocatenwet. Klager is hierop reeds gewezen in de beslissing van 11 juni 2026. Aan dit handelen van klager moet thans paal en perk worden gesteld. Indien verzoeker een volgende klacht indient over de deken die verband houdt met mr. D en/of mr. S zal die klacht niet in behandeling worden genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:339 Hof van Discipline 's Gravenhage 260455

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting op zijn klacht over de deken leidt de voorzitter af dat klager bij de deken een klacht heeft ingediend over zijn advocaat. De klacht van klager over de deken heeft betrekking op het onderzoek door de deken van die klacht en – naar de voorzitter begrijpt – de door de deken daarop gegeven visie. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en evenmin om de inhoud van de dekenvisie op de klacht van klager over zijn advocaat ter discussie te stellen. Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over zijn advocaat laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken naar voren brengen. Ook kan klager toelichten op welke punten de dekenvisie niet deugt en de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8166

    Klacht van de partner van de inmiddels overleden patiënt tegen psychotherapeut ongegrond. Klaagster verwijt de psychotherapeut – kort gezegd – onvoldoende zorg aan de patiënt, het niet hebben voldaan aan regelingen en onvoldoende transparantie nadat de patiënt was overleden. Het college is van oordeel dat er regelmatig een suïcide risicotaxatie/risico-inschatting heeft plaatsgevonden en dat het verhogen van het risico van laag naar midden een begrijpelijke conclusie was. Dat de psychotherapeut niet strikt heeft toegezien op eerdere indiening van een crisissignaleringsplan kan het college volgen. Er was geen reden voor de psychotherapeut om het beroepsgeheim te doorbreken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9533

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt de psycholoog dat hij hem ten onrechte heeft uitgenodigd voor een intakegesprek, terwijl uit de triage al zou blijken dat geen sprake was van PTSS, en dat ten onrechte een bedrag van € 1.549,06 bij de zorgverzekeraar is gedeclareerd. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de beslissing om klager voor een intake uit te nodigen door een triagist is genomen en op basis van de verwijzing een reële diagnostische vraag bestond. Ook was de psycholoog niet betrokken bij de declaratie of de hoogte daarvan.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9055

    Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg, die werd geconsulteerd door huisarts via digitale consultatie (DICO) vanwege een mogelijke scheur in klagers kuitspier. Klager verwijt verweerder dat hij eerder actie had moeten ondernemen ten aanzien van het fixeren van zijn enkel, klager persoonlijk had moeten onderzoeken en zijn advies aan de huisarts daarop had moeten baseren. Ook zou de chirurg ten onrechte advies hebben uitgebracht terwijl hij de door de huisarts meegestuurde bijlagen niet kon openen. Er was geen aanleiding om de enkel van klager te fixeren of om klager te zien. De chirurg kon en mocht zijn advies baseren op de informatie die hij tot zijn beschikking had.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9276

    Klagers dienen meerdere klachten in namens hun 14-jarige zoon tegen een verpleegkundig specialist. De zoon komt met een gebroken hand op de spoedeisende hulp. Er volgt een discussie tussen verweerder en klagers over de vraag of de zoon kan worden behandeld zonder dat klagers aanwezig zijn. De situatie escaleert waarbij verweerder een mogelijke melding bij Veilig Thuis benoemt. Klagers verwijten verweerder een onheuse bejegening, het verstrekken van onjuiste informatie en het meewerken aan onrechtmatige verstrekking van onjuiste gegevens aan de huisarts. Het college verklaart de klachten ongegrond met uitzondering van het prematuur benoemen van een mogelijke Veilig-Thuismelding. Omdat verweerder van de situatie heeft geleerd, excuses heeft aangeboden en de zorg voor de zoon steeds vooropstond, legt het college geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-729/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster was niet verplicht om klaagster vooraf te informeren over het voornemen om (conservatoir) beslag te leggen. Zij heeft dat bovendien wel gedaan. Verder niet gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de rechter. Van onnodig grieven geen sprake.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9277

    Ouders klagen tegen een arts. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. Klagers zijn van mening dat onjuist is gehandeld door de arts en dat er onjuiste informatie staat in de brief aan de huisarts waaronder de naam van de arts staat. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen ongegrond zijn.