Zoekresultaten 45351-45400 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0718 Raad van Discipline Amsterdam 09-304A

    De klacht van mr. B., klager in de zaak 09-304 A tevens verweerder in de zaak 09-311U, houdt in dat verweerder mr. H., raadsman van klagers H. in 09-311U, stelselmatig een aantal kwetsende en grievende uitlatingen over klager mr. B. heeft gedaan. De uitlatingen verdienen op zichzelf geen schoonheidsprijs , maar moeten worden gezien in de hitte van het debat. Mede in die omstandigheden is er geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0712 Raad van Discipline Amsterdam 10-051A 10-052A

    Klacht over eigen advocaat, tevens dekenbezwaar. Klachtonderdelen inhoudende dat verweerder klagers onjuist heeft geadviseerd, en zonder klagers te informeren heeft verzuimd om een dagvaarding te laten uitbrengen, zijn ongegrond. Klachtonderdeel dat verweerder in strijd met gedragsregel 8 heeft gehandeld en klagers onvoldoende heeft geïnformeerd is gegrond. Dekenbezwaar dat verweerder niet heeft gereageerd op dekencorrespondentie ten behoeve van het onderzoek is gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0719 Raad van Discipline Amsterdam 09-311U

    De klacht in de zaak 09-311 U betreft onder andere dat verweerder mr. B. zich gedurende langere tijd stelselmatig schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden van onjuiste informatie over klagers, het afdreigen en het per Sms belagen van klagers. De stelselmatige verspreiding van onjuiste informatie door verweerder vormt een grove veronachtzaming. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij slechts informatie verspreidt, indien hij zeker weet dat deze juist is. Als hij het niet weet, dient hij hier nader onderzoek naar te verrichten. Verweerder mr. B. had zich dienen te realiseren dat de inhoud van zijn verklaringen de kern van de activiteiten van een beursgenoteerd fonds raakt. Bovendien had hij zich in dat verband moeten realiseren dat extra voorzichtigheid is geboden, omdat hij in de media een bepaalde naam heeft verworven, waardoor een zekere waarde aan zijn verklaringen wordt gehecht. Het feit dat verweerder mr. B. rechtstreeks meerdere malen Sms-berichten stuurt aan de wederpartij, terwijl deze een advocaat heeft, past een advocaat niet. Klacht gegrond, 1 maand schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0713 Raad van Discipline Amsterdam 09-336A

    Klacht over optreden advocaat wederpartij. Klachtonderdelen zijn slechts ontvankelijk voor zover ze verweerders handelen jegens klaagster zelf betreffen. Uitlatingen van verweerder in televisieuitzendingen en in een krantenartikel waren kritisch maar in hun context niet onnodig grievend. Klachtonderdeel dat verweerder een zaak voor zijn cliënte niet goed zou hebben behandeld is ongegrond. Correspondentie rondom een te verkrijgen uitstel valt niet onder de reikwijdte van gedragsregel 13. Vanwege het niet aangrijpen van eerdere gelegenheden daartoe heeft klaagster een onvoldoende tuchtrechtelijk te respecteren belang bij haar klacht over de vermelding van de inhoud van tussen advocaten gevoerde schikkingsonderhandelingen in processtukken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0714 Raad van Discipline Amsterdam 10-012U

    Dekenbezwaar, inhoudende dat verweerster te lichtvaardig is omgegaan met vertrouwelijke informatie die haar bij de behandeling van twee zaken en een aanverwachte klachtzaak heeft bereikt, gegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0715 Raad van Discipline Amsterdam 09-294A

    Klacht over inhoud van door advocaat wederpartij opgestelde processtukken. Raad kan (on)waarheid van stellingen niet beoordelen maar acht bepaalde uitlatingen onnodig grievend. Verweerder heeft onvoldoende professionele distantie in acht genomen. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0382 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 089/2009

    Huisarts werd gebeld door een medewerker van de reclassering die om informatie verzocht over een patiënt. Huisarts heeft de gevraagde informatie verstrekt en daarbij ook informatie verstrekt over klaagster, de dochter van patiënt. Huisarts had voor het verstrekken van die informatie geen toestemming gevraagd en verkregen. Hij heeft het beroepsgeheim geschonden. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRLEE:2010:YA0706 Raad van Discipline Leeuwarden 72/08

    Verzet niet ontvankelijk in verband met overschrijding van de termijn. Volgens vaste jurisprudentie komt een advocaat een grote mate van vrijheid toe in de wijze waarop hij de belangen van zijn cliënt behartigd. Deze vrijheid mag niet ten gunste van de wederpartij worden beknot, tenzij de advocaat daarbij de belangen van de wederpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze schaadt. Indien de advocaat van de wederpartij verwijten worden gemaakt over de wijze waarop die de zaak behandeld is het aan zijn cliënt daarover te klagen. Bovendien had klaagster zichzelf eveneens van rechtskundige bijstand voorzien zodat bij eventuele onjuiste feiten, het op de weg van haar advocaat had gelegen daarover zich ter zitting te beklagen. Uit de stukken is zulks niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0383 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 090/2009

    Huisarts werd gebeld door een medewerker van de reclassering die om informatie verzocht over een patiënt. Huisarts heeft de gevraagde informatie verstrekt en daarbij ook informatie verstrekt over klaagster, de toenmalige echtgenote van patiënt. Huisarts had voor het verstrekken van die informatie geen toestemming gevraagd en verkregen. Hij heeft het beroepsgeheim geschonden. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0384 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 180/2009

    Klacht tegen psychiater. Verweerder is door de bezwaarverzekeringsarts van het UWV gevraagd om een expertise. Door zich uit te laten over de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zonder zich daarbij nadrukkelijk te beperken tot die onderdelen die tot zijn vakgebied horen, heeft verweerder niet gehandeld overeenkomstig de voor hem geldende richtlijn. Klacht voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0381 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 075/2009

    Klacht tegen tandarts. Klaagster was verwezen naar verweerder. Zij had een uigebreide voorgeschiedenis. Verweerder wil alleen een behandelrelatie aangaan als klaagster ook psychiatrische hulp zoekt. Klaagster weigert dit. Het college overweegt dat het wel lang heeft geduurd voordat verweerder het dossier van klaagster -in de onderhavige procedure- heeft overgelegd, maar dat dit gelet op het geheel van de omstandigheden, waaronder het feit dat van een daadwerkelijke behandeling geen sprake is geweest en verweerder de indruk kon krijgen dat het klaagster ging om het ziekenhuisdossier, te ver gaat verweerder met betrekking tot deze ongelukkige gang van zaken een verwijt te maken. De klacht is ook voor het overige kennelijk ongegrond. Volgt afwijzing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0380 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2008 T 222c

    Klaagster verwijt de KNO-arts haar zoon zonder haar toestemming te hebben behandeld, de diagnose te hebben afgegeven op een computeruitdraai, waardoor de herkomst en betrouwbaarheid van de diagnose onzeker was en een onjuiste diagnose te hebben gesteld. De KNO-arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft alle klachtonderdelen ongegrond geacht en de klacht in haar geheel in raadkamer afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0375 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/182

    De klacht betreft de behandeling van klagers lichamelijk gehandicapte zoon, die in een woonzorgcentrum woont. Klagers zijn tevens zijn bewindvoerder en mentor. De klacht houdt onder andere in dat de huisarts –zonder toestemming en zonder dat sprake was van een spoedeisende situatie - medische zorg aan hun zoon heeft verleend. De huisarts heeft de klacht betwist. Het college heeft de klacht afgewezen onder meer omdat het van oordeel was dat het aan klagers was om duidelijk te maken aan de instelling welke afspraken in het verleden over de te verlenen zorg. Verweerster heeft bovendien tevergeefs enkele malen getracht in contact te komen met klagers. Zij waren zodoende op de hoogte dat zij de medische zorg verleende aan hun zoon.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0700 Raad van Discipline Amsterdam 08-210 U

    De klacht dat verweerder klager niet juist heeft geïnformeerd over de mogelijkheden van gefinancierde rechtsbijstand wordt door de raad gegrond verklaard nu verweerder heeft nagelaten onderzoek te doen naar de draagkracht van klager. Schending van artikel 24 lid 3 Gedragsregels.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0370 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/008

    Klacht tegen psychotherapeut ziet zowel op de wijze waarop de psychotherapeut klaagster heeft behandeld als op de wijze waarop deze de behandeling heeft beëindigd. In beroep deelt het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in beide onderdelen gegrond is. Het Centraal Tuchtcollege vindt aanleiding om een minder zware maatregel op te leggen dan de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde berisping. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0376 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/115

    Klaagster verwijt de bedrijfsarts –kort samengevat- dat zij haar ten onrechte volledig arbeidsgeschikt heeft verklaard. De bedrijfsarts heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college oordeelde dat niet kon worden gezegd dat de bedrijfsarts onzorgvuldig had gehandeld door te streven naar volledige reïntegratie op zekere termijn. Wel had van de bedrijfsarts een meer genuanceerde benadering van de problematiek van klaagster mogen worden verwacht. Dit laatste was echter onvoldoende om te concluderen dat de bedrijfsarts onzorgvuldig of anderszins verwijtbaar had gehandeld. Het college heeft de klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0701 Raad van Discipline Amsterdam 08-211 U

    De raad verklaart de klacht ongegrond nu vast is komen te staan dat partijen een betalingsafspraak hebben gemaakt, terwijl klager zich pas nadien op het standpunt is gaan stellen dat hij door de voormalig kantoorgenoot van verweerder niet voldoende is geïnformeerd over de mogelijkheden van gefinancierde rechtshulp.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0371 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/332

    Klager heeft nadat hij was overgestapt naar een andere apotheek, bij zijn oude apotheek zijn medicatiedossier opgevraagd. Klager verwijt verweerster als apotheker van zijn oude apotheek dat haar medewerkers hem geen kopie van zijn dossier konden verstrekken en dat verweerster in zijn medicatiedossier wijzigingen heeft aangebracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten van klager in raadkamer als kennelijk ongegrond afgewezen, oordelend dat verweerster ten tijde van het opvragen van het medicatiedossier niet werkzaam was bij klagers oude apotheek en voorts dat uit de medicatiehistorie blijkt dat verweerster niet zonder recept slaapmedicatie aan het dossier heeft toegevoegd en dat het middel aan klager is geleverd. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd met een aanvulling wat betreft de feitelijkheden.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0377 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 H 092

    Klager, een diabetespatiënt, verwijt de dermatoloog een onjuiste behandeling van zijn teen door een inadequate arts in opleiding waarvoor de arts verantwoordelijk was en klaagt voorts over de wijze waarop een medewerkster die de afspraken maakt hem tegemoet is getreden. De dermatoloog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft de klacht in haar geheel ongegrond verklaard en afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0702 Raad van Discipline Amsterdam 08-231 A

    Verzet ongegrond na kennelijk niet ontvankelijk verklaring door plv. voorzitter wegens ontbreken eigen belang bij klacht.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0378 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 T 113a

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij, gelet op de toestand van haar zoon, ook in de dagen daarvoor, had moeten ingrijpen door een longfoto te laten maken en haar zoon in het ziekenhuis te laten opnemen. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft de klacht gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0703 Raad van Discipline Amsterdam 08-333A

    Verzet ongegrond na kennelijk niet ontvankelijk verklaring door plv. voorzitter wegens ne bis in idem beginsel alsmede ontbreken eigen belang bij klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0372 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2008/287GZP

    Klaagster verwijt de GZ-psycholoog –kort samengevat- dat zij een rapport over haar minderjarige kinderen heeft opgesteld, welk rapport niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen van onder andere zorgvuldigheid, deskundigheid en objectiviteit. Het college oordeelde onder meer dat verweerster bij haar weergave van de problematiek van de vader een veel gunstiger beeld van hem had geschetst dan van klaagster waardoor de schijn van vooringenomenheid of ten minste een gebrek van objectiviteit is ontstaan. Deze schijn van vooringenomenheid werd versterkt door de gebrekkige onderbouwing van de voor klaagster zeer nadelige conclusies in het rapport. Het college heeft de klacht deels gegrond geacht en aan verweerster de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2010:YG0379 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2009 T 113b

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij tijdens zijn huisbezoek aan haar zoon onvoldoende onderzoek heeft gedaan en voortzetting van pijnmedicatie heeft geadviseerd terwijl deze niet hielp en voorts dat hij zich onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid op het bezoek. Toen de huisarts ervan op de hoogte raakte na het afleggen van het huisbezoek dat de zoon van klaagster suikerpatiënt is, heeft hij zijn advies niet aangepast. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft alle klachtonderdelen ongegrond geacht en de klacht in haar geheel afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0704 Raad van Discipline Amsterdam 08-304A

    In deze zaak is opdracht verstrekt door de zoon namens zijn moeder die in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand. Na aanvraag toevoeging bleek dat voor hetzelfde rechtsbelang reeds een toevoeging was aangevraagd. Advocaat heeft verzuimd om een mutatie aan te vragen en heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat geen toevoeging meer zou worden verkregen omdat de cliënte inmiddels was overleden. Klacht gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0373 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/212GZP

    De klacht heeft betrekking op de behandeling van klaagsters minderjarige dochter. Klaagster, die met het gezag over haar dochter is belast, verwijt de GZ-psycholoog dat zij zonder voorafgaand overleg een behandeling heeft ingesteld. De klacht heeft voorts betrekking op de door de GZ-psycholoog uitgebrachte rapportage en de wijze waarop zij heeft gereageerd op vragen van haar gemachtigde. De GZ-psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de GZ-psycholoog berispt daar zij op meerdere punten is te kort geschoten bij het opstellen van het rapport en ten onrechte klaagster niet heeft betrokken bij de behandeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0374 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/303

    Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij in zijn advies –in het kader van een vreemdelingenrechtelijke procedure- aan de IND onzorgvuldig jegens hem heeft gehandeld. De arts heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de klacht afgewezen en oordeelde dat de bedrijfsarts uiterst zorgvuldig te werk was gegaan. Ook gelegd langs de meetlat van de inmiddels vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg aan welke criteria een advies moet voldoen, had de bedrijfsarts goed gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0369 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/211

    De klacht betreft de begeleiding van klaagsters bevalling van haar eerste kind en houdt in dat de gynaecoloog is tekortgeschoten in de zorg die klaagster van hem mocht verwachten door onder andere niet tot een sectio te besluiten. Klaagsters kind is overleden. De gynaecoloog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de klacht afgewezen. Het college oordeelde dat de gynaecoloog op grond van de hem ter beschikking staande gegevens –waaronder het CTG- niet heeft kunnen voorzien dat klaagsters kindje in een slechte conditie verkeerde. Voorts heeft de gynaecoloog in de gegeven omstandigheden terecht besloten de bevalling te beëindigen door middel van een vacuümextractie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0367 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/168

    De klacht betreft de begeleiding van klaagsters bevalling en houdt in dat de gynaecoloog is tekortgeschoten in de zorg die patiënte van haar mocht verwachten. De klacht betreft onder andere het onvoldoende bijhouden van het dossier, in het bijzonder het niet vastleggen van de tussen de gynaecoloog en patiënte gemaakte afspraken en het niet formuleren van een behandelbeleid. Het kind van patiënte is overleden. De gynaecoloog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard en de maatregel van een berisping op gelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0368 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2009/196

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en, mede gelet op haar voorgeschiedenis, geen cardiologische oorzaak voor haar klachten heeft uitgesloten. De huisarts heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college heeft de klacht gegrond verklaard en de huisarts de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA0699 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 211-2009

    Grenzen van de aan de advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet overschreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0363 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/160

    Een arts werkzaam als huisarts in opleiding bij een huisartsenpraktijk ziet patiënt tijdens visite de dag nadat patiënt opgenomen is geweest op de afdeling Spoed Eisende Hulp (SEH). Op de SEH is de diagnose vestibulair syndroom gesteld. De arts stelt dezelfde diagnose. Kort daarop wordt patiënt opnieuw opgenomen wegens een cerebellair infarct. Volgens klaagster heeft de arts zich bij het stellen van de diagnose gebaseerd op de gegevens van de SEH en daarbij niet de door klaagster verstrekte nadere informatie betrokken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt de huisarts een waarschuwing op. De huisarts komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de resultaten van enkel de slikproef onvoldoende waren om de gestelde differentiaal diagnose CVA opzij te kunnen zetten en dat nader neurologisch onderzoek nog was aangewezen. Dat patiënt kort tevoren nog was onderzocht op de SEH, waar men eveneens dacht aan een ‘vestibulair probleem’ maakt dit niet anders. Het Centraal Tuchtcollege laat de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde waarschuwing intact.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0357 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/067

    Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de door haar aangeklaagde instelling niet behoort tot de kring van personen over wie ingevolge de Wet BIG kan worden geklaagd. Of de klacht ook betrekking heeft op handelen/nalaten dat meer dan tien jaren voor het indienen van de klacht heeft plaatsgevonden, zoals het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld wordt door het Centraal Tuchtcollege in het midden gelaten.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0471 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-22

    Niet weersproken is, dat de notaris in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap zou uitzoeken welke formaliteiten in acht zouden moeten worden genomen rond de landbouwgrond in [land]. De Kamer stelt vast, dat de notaris dit ruim vier jaar lang op zijn beloop heeft gelaten. Het eenmaal leggen van telefonisch contact met de door klaagster voorgestelde notaris in [land] en het eenmaal sturen van een brief met verzoek om inlichtingen aan de door de [land waarin landbouwgrond] ambassade voorgestelde advocaat in Nederland, acht de Kamer niet voldoende. Dat laatstgenoemde advocaat niet heeft gereageerd op de diverse rappelbrieven van de notaris, zoals door de notaris gesteld, doet daaraan niet af. Ter zitting hiernaar gevraagd, verklaarde de notaris dat hij de kwestie van de landbouwgrond heeft laten rusten, omdat die geen prioriteit had. Het voorgaande getuigt naar het oordeel van de Kamer van een passieve en daarom tuchtrechtelijk laakbare houding van de notaris. Klacht op dit onderdeel gegrond, zonder maatregel. Klacht overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0364 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/261

    Klager komt bij zijn huisarts vanwege een huidaandoening. Een maand later vraagt klager telefonisch een visite aan vanwege een gezwollen, pijnlijke hand. De huisarts legt daarop geen visite af, maar schrijft pijnstillingsmedicatie voor. Nadien blijkt dat klager een streptococcus pyogenes infectie heeft. Klacht betreft onjuiste diagnose, weigering visite, voorschrijven nutteloos medicament en communicatie. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klachten als ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er voor de huisarts aanleiding was om telefonisch contact met klager op te nemen om hem (nader) uit te vragen over zijn klachten en dat de huisarts zonder waarschijnlijkheidsdiagnose niet ‘blind’ een recept voor pijnstillingsmedicatie had mogen uitschrijven, zeker niet nu de visite was geweigerd. Volgt een maatregel van waarschuwing met publicatie van de beslissing. Klagers beroep wordt voor het overige verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0358 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/066

    Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de door haar aangeklaagde instelling niet behoort tot de kring van personen over wie ingevolge de Wet BIG kan worden geklaagd. Of de klacht ook betrekking heeft op handelen/nalaten dat meer dan tien jaren voor het indienen van de klacht heeft plaatsgevonden, zoals het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld wordt door het Centraal Tuchtcollege in het midden gelaten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0365 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/293

    Klaagster verwijt de internist dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld. De internist diagnosticeerde een tumor aan de galwegen en dacht dat klaagster in aanmerking zou komen voor een zogenaamde DROP-trial en verwees haar naar een ander ziekenhuis. De medische specialisten aldaar hebben echter geoordeeld dat de operatie niet op basis van de DROP-trial kon plaatsvinden. Klaagster is uiteindelijke met succes op traditionele wijze geopereerd. Het RTG acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0359 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/157

    Het betreft een klacht van een huisapotheker tegen een collega-ziekenhuisapotheker. De huisapotheker heeft aan een patiënte methotrexaatspuiten meegegeven in een onjuiste dosering. Klager is de gevestigd apotheker van de huisapotheek en betrok de medicijnen van de ziekenhuisapotheek. Verweerder is zowel hoofd als de gevestigd apotheker van de ziekenhuisapotheek. Klager verwijt verweerder dat de ziekenhuisapotheek aan de huisapotheek methotrexaatspuiten heeft afgeleverd met een onjuiste dosering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de ziekenhuisapotheker niet is tekortgeschoten in zijn taken als hoofd en gevestigd apotheker van de ziekenhuis apotheek en dat hem de verkeerde levering – hoe onmiskenbaar fout deze ook is geweest – in tuchtrechtelijke zin niet kan worden verweten, waarna het Regionaal Tuchtcollege de klacht heeft afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd. Zie ook zaak 2009/131 waarin patiënte een klacht heeft ingediend tegen de huisapotheker (klager in deze zaak) welke klacht in hoger beroep is overgenomen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0366 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/050

    Klaagster verwijt de verpleegkundige (zorgcoördinator van een woongroep) dat hij haar dochter heeft mishandeld door haar tegen haar achterste te schoppen waardoor zij rugklachten heeft gekregen en angstig is geworden. Het RTG heeft klaagster ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de verpleegkundige is ingeschreven in het BIG-register en de pedagogische begeleiding aangemerkt kan worden als handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg. De klacht wordt afgewezen omdat mishandeling niet is vast komen te staan noch aannemelijk is geworden. Klaagster heeft het beroep te laat ingediend. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster om die reden niet ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0360 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/222

    Klaagster heeft besloten ( ter ondersteuning van een aan te vangen echtscheidingsprocedure) zich onder behandeling te stellen van een psychiater. Zij verwijt de arts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder te testen of gedegen onderzoek te doen bij klaagster de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis te stellen. Het RTG acht de klacht deels gegrond zonder oplegging van maatregel met publicatie. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep van de psychiater gegrond en vernietigt de bestreden beslissing met betrekking tot het gegrond bevonden klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0361 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/233

    Bij klaagster zijn in het verleden siliconenprothesen in haar borsten geplaatst en is zij geopereerd aan nadien optredende kapselvorming. Zij is door de arts geopereerd omdat zij haar siliconenprothesen wilde vervangen door waterprothesen. Klaagster verwijt de arts dat hij onmiddellijk voorafgaand aan de operatie niet bij haar is geweest en dat zij door zijn toedoen nu misvormde borsten heeft. Het RTG heeft deze klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0469 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-28

    De betrokkenheid van de oud-notaris met de afwikkeling van de nalatenschappen zou niet verder strekken dan het redigeren en verzenden van de brieven aan Spaarbeleg en het - indien door klaagster gewenst - beoordelen/controleren van de aangifte successiebelasting. Dat de communicatie van klaagster als executeur met haar broer over de afwikkeling van de nalatenschappen niet geheel volgens plan verliep en de opstelling van de broer vertraging in de afwikkeling opleverde, is niet aan de oud-notaris te wijten, te minder nu de regie over de afwikkeling niet onder zijn verantwoordelijkheid viel. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0362 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/174

    Klaagster heeft vanwege een erfelijke vorm van kanker haar beide borsten preventief laten amputeren. De plastisch chirurg heeft bij klaagster de reconstructieve borstchirurgie uitgevoerd. Klaagster verwijt de arts onzorgvuldig handelen. Zo stelt zij o.m. geen toestemming te hebben gegeven voor de uiteindelijk gekozen operatietechniek. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0470 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-40

    De stelling van klagers dat de notaris [tweede zoon erflater] met opzet verkeerd had ingelicht over de verjaring, hebben zij bewezen noch aannemelijk gemaakt. Dat de notaris [tweede zoon erflater] gewezen had op de mogelijkheid van verjaring in het licht van zijn verwachtingen omtrent de afwikkeling van de nalatenschap, is naar het oordeel van de Kamer op zichzelf beschouwd informatief bedoeld en daarom niet tuchtrechtelijk laakbaar. Klacht ongegrond op dit onderdeel. Op ander onderdeel niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2009:YC0461 Kamer van toezicht Rotterdam 16/09

    Klaagster stelt dat de overdracht van het pand door een woningstichting aan een vastgoedhandelaar en de daarop volgende splitsing in appartementsrechten en levering van het aldus ontstane appartementsrecht aan klaagster een constructie is om de maatschappelijke zorgplicht van de woningstichting te ontlopen. Klaagster meent dat de notaris derhalve partijdigheid kan worden verweten. Klaagster verwijt notaris dat hij tekort is geschoten in zijn zorgplicht, aangezien hij klaagster er niet op heeft gewezen dat het in appartementsrechten gesplitst pand twintig jaar oud is en geen onderhoudsfonds heeft. Klaagster stelt dat de bouwvergunning van het pand niet vrij toegankelijk is. Klaagster stelt dat het pand wellicht niet voldoet aan de eisen, die gesteld worden in het kader van beschermd stadstoezicht. Klaagster verwijt notaris dat tussen het moment van tekenen van de koopovereenkomst en het passeren van de akte van levering de bestemming bedrijfsruimte/horeca gewijzigd is in bedrijfsruimte. Notaris heeft verzuimd klaagster te wijzen op deze essentiële wijziging. Beslissing: alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2010:YC0465 Kamer van toezicht Rotterdam 01/10

    Klaagster verwijt de notaris dat hij aan haar vader nooit een afschrift van het op 6 januari 2006 verleden testament heeft verstrekt, waardoor zij er niet van op de hoogte was dat zij in dit testament was aangewezen om de uitvaart te regelen. Daarnaast wordt de notaris verweten de geboortedatum van klaagster onjuist in het testament van 6 januari 2006 te hebben vermeld. Tevens stelt klaagster dat de door de notaris gestelde verplichting om zich bij een bezoek aan de notaris te legitimeren niet berust op de wet. Volgens klaagster hanteert de notaris hiervoor eigen regels. Klaagster verwijt de notaris dat hij de erfgenamen niet de keuze heeft gelaten de nalatenschap al dan niet beneficiair te aanvaarden en dat hij tijdens het gesprek op 20 oktober 2009 heeft gelogen. Volgens klaagster is het niet waar dat Cordaid destijds het voorrecht van boedelbeschrijving heeft ingeroepen, aangezien de notaris Cordaid eerst op 6 november 2009 op de hoogte heeft gesteld van het feit dat zij mede-erfgenaam is. De notaris is de gerechtelijke procedure voor de beneficiaire aanvaarding volgens klaagster derhalve niet op verlangen van Cordaid, maar op eigen initiatief gestart. Ook stelt klaagster dat de notaris haar op eigen initiatief in deze procedure betrokken heeft. Ook verwijt klaagster de notaris dat hij, ondanks haar protesten daartegen, de inboedel van de flat van haar vader heeft laten beschrijven en taxeren en dat zij daaraan voorafgaand slechts enkele spullen uit de flat mocht meenemen. Ten slotte verwijt klaagster de notaris ook op eigen initiatief de sloten van de flat van haar vader te hebben laten vervangen. Beslissing:verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2009:YC0462 Kamer van toezicht Rotterdam 20/08

    Klaagster is van mening dat de huwelijksvoorwaarden niet naar behoren zijn opgesteld en zij onvoldoende is geïnformeerd door de notaris, die niet heeft gehandeld als van een onpartijdig en onafhankelijk notaris mocht worden verlangd. Zij geeft aan dat zij door de notaris onvoldoende op de hoogte is gesteld van de wettelijke status van de huwelijksvoorwaarden of van haar rechten volgens de Nederlandse wet. Klaagster geeft aan dat bij de ondertekening op 26 augustus 1991 zij een Nederlandse versie van het document onder ogen kreeg en dit onmiddellijk moest ondertekenen. Desgevraagd was er geen Engelse vertaling beschikbaar. Doordat de overeenkomst in het Nederlands was kon zij de inhoud niet begrijpen. Daarnaast was er geen advocaat aanwezig om haar te vertegenwoordigen. De notaris heeft ter plekke een geïmproviseerde mondelinge vertaling van het document gegeven. Volgens de notaris zou het niet lukken voor de huwelijksdatum een vertaling te laten opstellen omdat de inschrijving dan niet tijdig zou kunnen plaatsvinden. Klaagster voelde druk om het document te ondertekenen. Klaagster heeft ook nooit een afschrift van de huwelijksvoorwaarden ontvangen. Klaagster is van mening dat de notaris niet onpartijdig was, mede omdat hij zich ervan moet vergewissen of partijen zich bewust zijn van wat zij ondertekenen en dat dat in dit geval niet zo was. De notaris heeft ten onrechte de verklaring d.d. 7 juli 2005 opgesteld ten behoeve van de procedure in [plaats]. Beslissing: niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2010:YC0466 Kamer van toezicht Rotterdam 32/09

    Klager verwijt de notaris dat hij een derde bezichtiging van het appartement heeft geweigerd, terwijl deze nodig was om een bouwkundige keuring te laten plaatsvinden, teneinde een financiering te kunnen verkrijgen. Klager stelt dat hij telefonisch akkoord ging met een derde bezichtiging tegen betaling van € 60,- exclusief BTW, maar dat de notaris een dag later aangaf dat een derde bezichtiging niet mogelijk was en daarbij opmerkte dat klager voor geen € 100.000,- het appartement mocht betreden. Ookverwijt klager de notaris dat hij zijn vraag om te motiveren waarom er geen bouwkundige keuring kon plaatsvinden weigerde te beantwoorden en dat de notaris tijdens telefoongesprekken met klager en met de bouwkundig keurmeester meerdere malen de telefoon heeft neergelegd. Tevens verwijt klager de notaris de inzetpremies van woningen waarbij klager de hoogste inzetter was niet aan hem te hebben uitbetaald. Daarnaast wordt de notaris verweten bij de overdracht van een andere woning kosten in rekening te hebben gebracht voor een door hem opgestelde akte de command, zonder vooraf aan klager te hebben meegedeeld dat daaraan kosten verbonden waren. Voorts stelt klager dat de notaris op 29 december 2009 getracht heeft met hem een deal te sluiten. Volgens klager had de notaris gezegd dat hij ervoor zou zorgen dat klager het appartement alsnog in zijn bezit zou krijgen, indien hij zijn klacht zou intrekken. Klager verwijt de notaris dat hij heeft gedreigd hem te weigeren als koper op de openbare veiling, toen klager weigerde zijn klacht in te trekken. Ook wordt de notaris verweten klager niet op de juiste wijze in gebreke te hebben gesteld, namelijk niet per deurwaardersexploot en/of aangetekend schrijven, zoals is voorgeschreven in artikel 22 lid 2 van de Algemene Veilingvoorwaarden 2006. Ook verwijt klager de notaris dat hij voor 28 december 2009 de aan zijn advocaat gerichte correspondentie niet tevens aan hemzelf heeft gezonden, terwijl hij daarom had verzocht en de notaris wist dat mr. Jhingoer in het buitenland verbleef. Hij stelt eerst op 29 december 2009 van de notaris de stukken te hebben ontvangen en daardoor eerst op die datum op de hoogte te zijn geweest van de weigering van de Direktbank om uitstel van betaling te verlenen en van de ingebrekestelling. Klager verwijt de notaris dat hij hem de stukken niet per fax, e-mail of aangetekende post heeft toegezonden. Klager stelt in de financiële problemen te zijn geraakt, doordat hij niet op tijd wist dat hij in gebreke was gesteld en zowel het verzoek om de derde bezichtiging als het verzoek om uitstel van betaling was afgewezen. Klager verwijt de notaris niet te hebben gereageerd op de fax, die zijn advocaat, mr. Dolphijn, hem op 29 december 2009 heeft gestuurd. Daarnaast wordt de notaris verweten het restantbedrag van € 41,23 (en de rente daarover) nog niet terug te hebben gestort op de rekening van klager, terwijl dat door hem wel was toegezegd. Tot slot verwijt klaagster de notaris dat hij weigert 1% trekgeld uit te betalen. Beslissing: deels niet-ontvankelijk, overige onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKROE:2010:YC0467 Kamer van toezicht Roermond KL 7/2009

    De notaris heeft een akte van levering verleden zonder inachtneming van het voorkeursrecht van de klager, althans zonder dat vaststond dat de klager van zijn voorkeursrecht geen gebruik zou maken. Aldus heeft de notaris in strijd gehandeld met haar zorgplicht die zij als notaris behoorde te betrachten ten opzichte van de klager.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2008:YC0459 Kamer van toezicht Rotterdam 28/07

    Klagers stellen dat de notaris hen sinds 13 februari 2003 heeft bijgestaan inzake een geschil tussen klagers enerzijds en mevrouw [naam] en opdrachtgever sub 1 anderzijds. Klagers stellen dat er sprake is van de een complot tegen hen, opgezet en uitgevoerd door de notaris, mr. M.A.D. Bol, als advocaat te Rotterdam en M.A. den Hollander AA. Klagers verwijten de notaris dat zij hun belangen onvoldoende heeft gewaarborgd en in zoverre dus partijdig heeft gehandeld. Klagers stellen voorts dat de notaris zich niet heeft gehouden aan de door hen verstrekte opdracht, welke inhield dat een bedrag van tenminste € 550.000,-- diende te worden geïnd op basis van voornoemd door de rechtbank Arnhem gewezen vonnis d.d. 13 augustus 2003. Naar aanleiding van dit vonnis is de onder 2.4 genoemde overeenkomst tot stand gekomen. Klagers stellen dat de notaris een adviserende rol had bij de totstandkoming van deze overeenkomst. Tenslotte stellen klagers dat de notaris het onder 2.7 genoemde gespreksverslag niet heeft ondertekend, hetgeen zij klachtwaardig achten. Voorts verwijten klagers de notaris dat zij in het gespreksverslag de onjuiste stelling heeft ingenomen dat het onder 2.2 genoemde vonnis niet-executabel is. Deze stelling heeft mogelijk ingrijpende gevolgen voor klagers. Beslissing: deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.