Zoekresultaten 42301-42350 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1385 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.344

    Klaagster heeft geen afscheid van echtgenoot kunnen nemen. Ze verwijt de verpleging dat die niet gewaarschuwd heeft toen er sprake was van ritmestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat bij gebreke van specifieke afspraak als algemene regel geldt waarschuwen bij “verslechtering van de situatie” . Hoewel hier op een gegeven moment sprake van was mocht de verpleging in het onderhavige geval in redelijkheid tot het oordeel komen dat het niet noodzakelijk was om klaagster te waarschuwen. Vervolgens werden ze overvallen door de “reanimatie situatie” en is klaagster pas gewaarschuwd toen het mogelijk was om een verpleegkundige bij patiënt weg te laten gaan. Klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep, zij het met een enigszins aangepaste overweging en met weglating van een overweging ten overvloede, het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1379 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.194

    Klacht van klager, in militaire dienst in opleiding tot officier bij de KMA, tegen psychiater die een Incidenteel Geneeskundig Onderzoek (IGO), heeft uitgevoerd, waarbij geconcludeerd werd tot een stoornis van Asperger. Op basis hiervan werd klager arbeidsongeschikt verklaard. Vervolgens is aan klager gerapporteerd dat hij dienstongeschikt was. Klager heeft daar bezwaar tegen gemaakt en heeft verzocht om een her-MGO. Ondanks bezwaren van klager, is dit her-MGO door de psychiater afgenomen. De psychiater heeft de diagnose PDD-NOS gesteld. Het ontslag van klager uit de dienst is op basis van de rapportage van de psychiater gehandhaafd. In eerste aanleg is een berisping opgelegd. Het hoger beroep wordt verworpen. De psychiater kan als arts als bij het IGO betrokken onderzoeker kan worden aangemerkt. Het Centraal Tuchtcollege is verder van oordeel dat de arts zich in de bijzondere omstandigheden van dit geval zich niet kan beroepen op de militaire regelgeving om zich te onttrekken aan de voor hem als arts eveneens geldende gedragsregels. Het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat de arts het her-MGO niet had mogen uitvoeren bij klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1373 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.073

    Klacht tegen chirurg die betrokken is geweest bij een bij klaagster verrichtte laparotomie, waarbij onder meer een scheur in het mesenterium van de dunne darm is gehecht. Klacht afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Hoger beroep ongegrond. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat de lengte van de scheur 10 a 15 cm bedroeg, bracht dit in de gegeven omstandigheden niet mee dat de chirurg zijn achterwacht had moeten vragen in huis te komen dan wel een ander beleid had moeten adviseren. Voorts geen aanleiding voor het oordeel dat ten aanzien van de vitaliteit van de darm onvoldoende overleg heeft plaatsgevonden tussen de chirurg en zijn achterwacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1386 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.345

    Klaagster heeft geen afscheid van echtgenoot kunnen nemen. Ze verwijt de verpleging dat die niet gewaarschuwd heeft toen er sprake was van ritmestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat bij gebreke van specifieke afspraak als algemene regel geldt waarschuwen bij “verslechtering van de situatie” . Hoewel hier op een gegeven moment sprake van was mocht de verpleging in het onderhavige geval in redelijkheid tot het oordeel komen dat het niet noodzakelijk was om klaagster te waarschuwen. Vervolgens werden ze overvallen door de “reanimatie situatie” en is klaagster pas gewaarschuwd toen het mogelijk was om een verpleegkundige bij patiënt weg te laten gaan. Klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep, zij het met een enigszins aangepaste overweging en met weglating van een overweging ten overvloede het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1367 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.304

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1380 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.295

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1374 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.108

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1387 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.346

    Klaagster heeft geen afscheid van echtgenoot kunnen nemen. Ze verwijt de verpleging dat die niet gewaarschuwd heeft toen er sprake was van ritmestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat bij gebreke van specifieke afspraak als algemene regel geldt waarschuwen bij “verslechtering van de situatie” . Hoewel hier op een gegeven moment sprake van was mocht de verpleging in het onderhavige geval in redelijkheid tot het oordeel komen dat het niet noodzakelijk was om klaagster te waarschuwen. Vervolgens werden ze overvallen door de “reanimatie situatie” en is klaagster pas gewaarschuwd toen het mogelijk was om een verpleegkundige bij patiënt weg te laten gaan. Klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt in beroep, zij het met een enigszins aangepaste overweging en met weglating van een overweging ten overvloede het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1368 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.305

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1381 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.302

    Klager klaagt over de door de bedrijfsarts tijdens een keuringsonderzoek gehanteerde formulieren waarin onder andere klager een ongerichte medische machtiging dient te ondertekenen voor het opvragen van informatie bij de curatieve sector. Tevens klaagt klager over de werkwijze van de arts waarbij klager een blanco onderzoeksrapportage voor gezien en gehoord dient te ondertekenen. Het RTG wijst de klachten af. Het CTG acht de klachten gegrond maar ziet af van het opleggen van een maatregel gelet op de gangbare praktijk binnen de werkgever van de arts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1375 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.178

    De aangeklaagde psychotherapeut is werkzaam bij een behandelinstituut voor huiselijk geweld. De psychotherapeut is de behandelaar van de echtgenoot van klaagster geweest (daderhulpverlening). In die hoedanigheid is hij in een aantal gesprekken betrokken geweest bij de behandeling van klaagster. Klaagster was zelf onder behandeling van een gz-psycholoog werkzaam bij dezelfde instelling. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij: a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld, en c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO) Het RTG oordeelt klaagster niet-ontvankelijk in de klacht voor zover de klacht gericht is op een onjuiste diagnose bij de echtgenoot van klaagster en heeft de klachten voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1388 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.012

    Klaagster is ernstig ziek en genezing is niet meer mogelijk. Zij heeft aangegeven dat ze een beroep op de huisarts wil doen voor het uitvoeren van actieve levensbeëindiging. Klaagster en de huisarts zijn echter tevens buren en tussen de huisarts en de partner van klaagster is een geschil gerezen waardoor de vertrouwensband is verstoord. In geschil is (onder meer) wie de behandelingsovereenkomst heeft beëindigd. Klaagster verwijt de huisarts het opzeggen van de behandelovereenkomst zonder dat daartoe een gewichtige reden bestond, dat de huisarts bij die opzegging onzorgvuldig te werk is gegaan en dat de huisarts het gesprek over de begeleiding van patiënte niet had mogen aangaan indien er toen al irritatie ten opzichte van de partner van patiënte bestond. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing en legt de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1369 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.177

    De aangeklaagde gz-psycholoog is werkzaam bij een behandelinstituut voor huiselijk geweld. Klaagster is door de gz-psycholoog behandeld. De echtgenoot van klaagster was onder behandeling bij een psychotherapeut van dezelfde instelling. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij : a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld en c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). Het RTG oordeelt klaagster niet-ontvankelijk in de klacht voor zover de klacht gericht is op een onjuiste diagnose bij de echtgenoot van klaagster. De klacht wordt voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing deels en legt de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1382 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.307

    Klacht tegen arts. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager afgewezen. Niet is gebleken dat de arts klager onheus heeft bejegend. Klager heeft daartegen beroep ingesteld. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1376 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.179a

    Aangeklaagde is gz-psycholoog en psychotherapeut en werkzaam als vestigingshoofd van een behandelinstituut voor huiselijk geweld. Aangeklaagde heeft als gz-psycholoog en psychotherapeut o.m. deel uitgemaakt van een spiegelteam dat zich met de behandeling van klaagster heeft bemoeid. Klaagster was onder behandeling van een gz-psycholoog werkzaam bij dezelfde instelling. De echtgenoot van klaagster was onder behandeling bij een psychotherapeut ook verbonden aan de instelling. Klaagster verwijt aangeklaagde dat hij: a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld, c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1370 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.025

    Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij niet steeds aan haar afschriften heeft verstrekt van datgene dat hij aan de werkgever heeft verstrekt in het kader van haar verzuimbegeleiding door de bedrijfsarts. Voorst verwijt klaagster de bedrijfsarts dat hij niet tijdig heeft voldaan aan het verzoek van haar gemachtigde om toezending van stukken. Het RTG acht beide klachtonderdelen gegrond en legt ter zake een maatregel van waarschuwing op. Het CTG over weegt dat het van belang is dat een werknemer over dezelfde informatie beschikt als die de bedrijfsarts aan de werkgever heeft verstrekt. Aangezien het CTG hier een nieuwe norm introduceert, acht het een maatregel voor dit klachtonderdeel ongegrond. Voor het overige wordt het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1383 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.308

    Klager beklaagt zich er over dat de bedrijfsarts in het door hem afgenomen onderzoek de klachten van klager heeft miskend en hem weer arbeidsgeschikt heeft beoordeeld. De bedrijfsarts heeft klager geadviseerd om een second opinion te later afnemen. In eerste aanleg is de klacht afgewezen. In het door klager ingestelde hoger beroep is het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1377 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.179b

    Aangeklaagde is gz-psycholoog en psychotherapeut en werkzaam als vestigingshoofd van een behandelinstituut voor huiselijk geweld. Aangeklaagde heeft als gz-psycholoog en psychotherapeut o.m. deel uitgemaakt van een spiegelteam dat zich met de behandeling van klaagster heeft bemoeid. Klaagster was onder behandeling van een gz-psycholoog werkzaam bij dezelfde instelling. De echtgenoot van klaagster was onder behandeling bij een psychotherapeut ook verbonden aan de instelling. Klaagster verwijt aangeklaagde dat hij: a. onvoldoende de ernst van de situatie van huiselijk geweld waarin klaagster en haar kinderen leefden heeft onderkend, daardoor niet de juiste hulp heeft geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s heeft laten lopen, b. verkeerde diagnosen bij klaagster en haar partner heeft gesteld, c. procedurele fouten heeft gemaakt in strijd met de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1371 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.071

    Klacht tegen chirurg die als achterwacht telefonisch is geconsulteerd in het kader van een bij klaagster verrichtte laparotomie, waarbij onder meer een scheur in het mesenterium van de dunne darm is gehecht. Klacht afgewezen door het Regionaal Tuchtcollege. Hoger beroep ongegrond. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat de lengte van de scheur 10 a 15 cm bedroeg, bracht dit in de gegeven omstandigheden niet mee dat de chirurg in huis had moeten komen dan wel een ander beleid had moeten adviseren. Voorts geen aanleiding voor het oordeel dat ten aanzien van de vitaliteit van de darm onvoldoende overleg heeft plaatsgevonden tussen de chirurg en de uitvoerende arts-assistent chirurgie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1384 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.310

    Klager beklaagt zich er over dat de verzekeringsarts in het afgenomen second opinion-onderzoek, de klachten van klager heeft miskend en dat de arts zich heeft aangesloten bij het eerder afgegeven oordeel van de bedrijfsarts, waarin was aangegeven dat klager weer arbeidsgeschikt moest worden geacht. In eerste aanleg is de klacht afgewezen. In het door klager ingestelde hoger beroep is het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1378 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.189

    Klacht van klager, tegen psychiater, die over de ex-echtgenote van klager/moeder van de zoon van klager, een psychiatrische rapportage heeft uitgebracht. De uitingen van de psychiater bevatten waardeoordelen in verband met de problematiek van d ehoofdverblijfplaats van het kind en de omgangsregeling. Klager is ontvankelijk, omdat de uitingen van de psychiater klager persoonlijk treffen. De psychiater had voorts in de context van zijn hulpverlenersrol niet tot het opmaken van een rapportage moeten besluiten en hij had zijn patiënt moeten adviseren om juridische bijstand te vragen De arts heeft met zijn uitingen in zijn rapportage en een brief aan de advocaat van de moeder aanzienlijk de kans vergroot op een negatieve beslissing in een gerechtelijke procedure, waarbij een groot belang van klager aan de orde was, namelijk de omgang met zijn kind. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de arts er in de stukken en ter zitting onvoldoende blijk van heeft gegeven zich de betekenis en waarde van rapport en de brief, waarvan het kennelijke doel was ze in te dienen bij de rechtbank, en de gevolgen daarvan voor (een van) de betrokkenen te realiseren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1475 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/233

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA1928 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5979 5980 6001

    Wrakingsverzoek ingediend tegen lid van het Hof van Discipline naar aanleiding van vraagstelling tijdens de mondelinge behandeling. Oordeel dat sprake was van gerechtvaardigde vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Wrakingsverzoek toegewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1476 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/038

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1477 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/175VP

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2011:YG1404 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2010/99

    -

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1366 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 160/2011

    Raadkamerbeslissing. Heropening klacht na intrekking in vooronderzoek omdat -kort gezegd- verweerder zich volgens klaagster niet aan de gemaakte afspraken houdt. Misbruik van recht. Niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1924 Raad van Discipline Arnhem 11-67

    Verweerder handelde niet klachtwaardig door ook met de partner van klaagster te communiceren, nu deze partner van aanvang af bij de zaak betrokken was en als aanspreekpunt fungeerde. Verweerder heeft geen brieven gedeclareerd die buiten het bereik van de toevoeging vielen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1389 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 071/2011

    Zoontje van klagers overlijdt aan hersenvliesontsteking. Zij bellen met huisarts, ook met een vraag naar mogelijk risico op besmetting. Huisarts neemt geen contact met klagers op. Huisarts was verbolgen over feit dat kinderarts hem niet zelf had gebeld en die boosheid had hem er van weerhouden met de ouders/ klagers contact op te nemen, ondanks hun verzoek via de assistente. Huisarts heeft spijt, ziet in dat hij contact had moeten opnemen. Heeft maatregelen genomen om dit soort fouten te voorkomen. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1925 Raad van Discipline Arnhem 10-189

    Verweerder trad op voor wederpartij van klager. Geschil zag op de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst was ontstaan. Relatie tussen klager en verweerders cliënte is in 1999 begonnen als services agreement. Er zijn in Brussel en in Nederland in totaal 9 procedures gevoerd. Twee daarvan in eerste aanleg en een in hoger beroep zijn door klager zelf aangespannen. Niet gebleken dat verweerder met opzet bij voorbaat kansloze procedures resp. verweren heeft gevoerd dan wel misbruik van recht heeft gemaakt. (klacht 1) Evenmin is komen vast te staan dat verweerder feiten en interpretaties heeft gepresenteerd waarvan hij wist of had moeten weten dat die niet juist waren. (klacht 2) Evenmin is gebleken van onnodig grievende uitlatingen. (klacht 4). Klacht 3 dat verweerder zou hebben aangezet tot valsheid in geschrifte is niet ontvankelijk want te laat; ziet op gebeurtenissen uit 2004.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1926 Raad van Discipline Arnhem 11-30

    Klachten over de behandeling van een bouwarbitrage - onvoldoende deskundig optreden, een voorstel doen in het belang van de wederpartij om de arbiter gunstig te stemmen etc - kennelijk niet ontvankelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn zonder redelijke verklaring daarvoor.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1390 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 251/2010

    Klacht van partner en dochter over behandeling patiënt door huisarts. Patiënt had gedurende weekeinde zevenmaal telefonisch contact met huisartsenpost i.v.m. pijnklachten aan de rechterheup. Pijnstillende medicatie werd voorgeschreven. ’s Nachts werd een visite afgelegd waarbij extra pijnstilling werd geadviseerd. Zondagmiddag had de aangeklaagde huisarts als laatste in rij van de dienstdoende huisartsen telefonisch contact met patiënt en wijzigde de medicatie. Maandag nam patiënt contact op met de eigen huisarts die hem instuurde naar het ziekenhuis. Daags daarna overleed patiënt als gevolg van hartfalen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1927 Raad van Discipline Arnhem 11-58

    Anders dan in de klacht ligt besloten heeft verweerder in een faillissementsrekest jegens klaagster mogen stellen dat klaagster meerdere schulden onbetaald liet. Er is niet gebleken van serieuze protesten tegen de vordering van verweerders cliënte. Verweerder heeft de grenzen van de vrijheid die hij in zijn hoedanigheid van advocaat heeft niet overschreden. Hij heeft voldoende onderzoek gedaan naar de schuldenpositie van klaagster. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1353 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.155

    Klager heeft een hersteloperatie ondergaan wegens het loslaten van de linkerkamerlead na een eerder ondergane operatie voor een pacemaker implantatie. Klager maakt verweerder, die als anesthesioloog betrokken was, een aantal verwijten waaronder het niet voeren van een preoperatief gesprek, het niet voorschrijven van premedicatie, het verkeerd weghangen van de linker arm tijdens de operatie waardoor aan die arm letsel is ontstaan. Het RTG heeft de klachten ongegrond verklaard. Het CTG bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1480 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/352

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1347 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.197

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA1920 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5940

    Verweerder stuurde ondanks vele verzoeken te lang geen eindafrekening en rekende zeer laat af met zijn cliënt. Gegrond. Maatregel schorsing van 2 weken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1360 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.215

    Klacht tegen KNO-arts Klacht betreft stellen foute diagnose, geven verkeerde informatie, weigeren doorverwijzing voor endoscopische ingreep aan een bobbeltje in de kaak en wissen foto’s. Op deze manier weigert KNO-arts volgens klager een medische misser te herstellen en dekt hij zijn collega’s. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af, zie YG0435. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1341 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.167

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1354 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.156

    Klager heeft een hersteloperatie ondergaan wegens het loslaten van de linkerkamerlead na een eerder ondergane operatie voor een pacemaker implantatie. Klager maakt verweerder, die als anesthesioloog betrokken was, een aantal verwijten waaronder het niet voeren van een preoperatief gesprek, het niet voorschrijven van premedicatie, het verkeerd weghangen van de linker arm tijdens de operatie waardoor aan die arm letsel is ontstaan. Het RTG heeft de klachten ongegrond verklaard. Het CTG bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1348 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.198

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA1921 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6045

    Klacht dat voor het betaalde bedrag nauwelijks is gewerkt en met name geen advocaat in buitenland is aangestuurd. Gegrond. Maatregel schorsing van 2 weken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1361 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.216

    Klacht tegen kinderarts Klacht betreft stellen foute diagnose, geven onjuiste informatie en weigeren doorverwijzing voor endoscopische ingreep aan een bobbeltje in de kaak. Op deze manier weigert kinderarts volgens klager een medische misser te herstellen en dekt hij zijn collega’s. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af, zie YG0436. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1342 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.170

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1355 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.157

    Klager heeft een hersteloperatie ondergaan wegens het loslaten van de linkerkamerlead na een eerder ondergane operatie voor een pace-maker implantatie. Verweerder heeft klager postoperatief neurologisch onderzocht wegens uitval-klachten aan zijn linker arm. Twee weken later heeft hij klager opnieuw poliklinisch gezien en hem doorverwezen naar een revalidatiecentrum. Klager verwijt verweerder -kort gezegd- dat hij onvoldoende tijdig klager heeft gezien en heeft doorverwezen voor revalidatie. Het RTG heeft de klacht ongegrond verklaard. Het CTG bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1349 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.285

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA1922 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5983

    Verwijt op betalende basis te werken als toevoeging wordt afgewezen op de grond dat verweerder meer toevoegingen op jaarbasis had verkregen dan het maximale toegestane aantal ( overschrijding quotum). Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1362 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.217

    Klacht tegen KNO-arts Klacht betreft stellen foute diagnose, geven onjuiste informatie en weigeren doorverwijzing voor endoscopische ingreep aan een bobbeltje in de kaak. Op deze manier weigert KNO-arts volgens klager een medische misser te herstellen en dekt hij zijn collega’s. Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af, zie YG0437. Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1356 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.174

    Klaagster klaagt -kort gezegd- over de diagnose narcistische persoonlijkheidsstoornis die in een rapport door de verzekeringsarts is gesteld. Het RTG heeft geoordeeld dat de desbetreffende passage in het medische dossier geen diagnose betreft, maar opmerkingen onder het kopje “medische weging”. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgedaan. Het CTG bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA1923 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5984

    Verwijt op betalende basis te werken als toevoeging wordt afgewezen op de grond dat verweerder meer toevoegingen op jaarbasis had verkregen dan het maximale toegestane aantal ( overschrijding quotum). geen maatregel wegens samenhang met zaak 5983