We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 18901-18950 van de 47613 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-248

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Het had op de weg van de bedrijfsarts gelegen om bij herhaald verzoek van klager om hersteld verklaard te worden voor eigen werk, opnieuw de belastbaarheid te (laten) beoordelen, maar dit is niet gebeurd. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/292

    Klager is door verweerders behandeld in verband met een ernstige dubbelzijdige ontsteking van het netvlies. Klager heeft zich erover beklaagd dat een van verweerders zou hebben gelogen c.q. de werkelijke situatie zou hebben verzwegen, de supervisie/regievoering zou zijn verloren en onvoldoende en onjuiste dossiervorming. Ook zou zijn oog als gevolg van de behandeling zijn beschadigd met blindheid tot gevolg. Klager verwijt een van de andere verweerders een ineffectieve behandeling, medische fouten tijdens de behandeling en onvoldoende nazorg. Met betrekking tot de laatste verweerder heeft klager naar voren gebracht dat hij onvoldoende zou zijn gewezen op de risico's van de behandeling. Verweerders hebben de klachten gemotiveerd weersproken. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:231 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 641034

    verzet buiten termijn ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/78

    Klager is achttien jaar geleden gedotterd en er is bij hem een stent geplaatst. Twee jaar geleden ondervond hij opnieuw klachten waarmee klager zich tot zijn huisarts heeft gewend. Klager heeft zich toen op 21 mei 2015 bij verweerster gemeld in verband met een hoge bloeddruk. Een bloeddruk van 200/100 werd gemeten. Een vervolgmeting werd wel afgesproken, maar is niet uitgevoerd. Gedurende anderhalf jaar is klager maandelijks gezien in verband met met name maag- en darmklachten. Eerst in december 2016 werd de bloeddruk van klager gecontroleerd en na constatering van een hoge bloeddruk is in december 2016 een 24-uursmeting ingezet. Vanaf dat moment is de hoge bloeddruk met medicijnen behandeld. In februari 2017 heeft klager zich ingeschreven bij een andere huisarts. Klager heeft binnen twee maanden nadien een ernstig hartinfarct gekregen. Volgens verweerder heeft klager geen melding gemaakt van de cardiale voorgeschiedenis en ook uit de medicatiehistorie kon daarover niets worden opgemaakt. Waar al bij het eerste consult van klager een hoge bloeddruk bleek, had het op de weg van verweerster gelegen een vervolgcontrole in te zetten, temeer daar dat ook de aanleiding voor het consult was geweest. Dat klager zijn voorgeschiedenis niet eigener beweging meldde, maakt dat niet anders. Eerst na anderhalf jaar werd een 24-uurs bloeddrukmeting ingezet en behandeling gestart. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-277

    deel klagers niet-ontvankelijk wegens ontbreken eigen belang bij klacht. Klacht ten aanzien van klaagster (sub 2) oordeelt de raad ongegrond. Verweerder heeft met het leggen van conservatoir beslag ten laste van zijn voormalige cliënten de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet ten nadele van klaagster overschreden. Het stond (het kantoor van) verweerder vrij om als crediteur van zijn voormalige cliënten de (derden)beslagen te leggen zoals hij dat heeft gedaan, onder meer op de aandelen van H Holding BV in Vrijheid A BV. Verweerder is daarbij zorgvuldig te werk gegaan door voorafgaand aan de beslaglegging eerst overleg met de deken te voeren en, blijkens zijn beslagrekest, de effecten van de betreffende maatregelen jegens klaagster, die immers executoriaal beslag had gelegd op diezelfde aandelen, voldoende mee te wegen. De juistheid van het verwijt van klaagster, dat verweerder bij deze beslaglegging misbruik heeft gemaakt van relevante informatie van klaagster uit het kort geding tegen de toenmalige cliënten van verweerder over mogelijke interessante beslagobjecten, kan de raad, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet vaststellen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:226 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 625875

    Over de vraag of kostgeld moet worden gezien als inkomen in de zin van art 475 d lid 6 Rv wordt verschillend gedacht. Niet kan worden gesteld dat het in het algemeen onjuist is om kostgeld als inkomen te zien bij het vaststellen van de beslagvrije voet.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/76

    Klager verwijt huisarts dat hij langdurig heeft geweigerd zijn hartklachten serieus te nemen. Verweerder heeft nagelaten om met behulp van onderzoek vast te stellen wat de oorzaak was van de klachten, ondanks de schriftelijke gemotiveerde uitnodiging om dergelijk onderzoek uit te voeren van de bedrijfsarts die klager had gezien. Van een veelvuldig behandelcontact met verweerder is, anders dan klager stelt, geen sprake geweest. Bij het eerste contact had het wel op de weg van verweerder gelegen klager nader te bevragen bij de vaststelling van het cardiovasculair risicoprofiel, gelet op de tegenstrijdige informatie uit het medisch dossier. Verweerder heeft klager bij het tweede consult wel direct naar de eerste harthulp verwezen. Dat verweerder klager daarbij op eigen gelegenheid heeft laten gaan, terwijl ambulancevervoer geëigend was, is verwijtbaar. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/289

    Klager is door verweerders behandeld in verband met een ernstige dubbelzijdige ontsteking van het netvlies. Klager heeft zich erover beklaagd dat een van verweerders zou hebben gelogen c.q. de werkelijke situatie zou hebben verzwegen, de supervisie/regievoering zou zijn verloren en onvoldoende en onjuiste dossiervorming. Ook zou zijn oog als gevolg van de behandeling zijn beschadigd met blindheid tot gevolg. Klager verwijt een van de andere verweerders een ineffectieve behandeling, medische fouten tijdens de behandeling en onvoldoende nazorg. Met betrekking tot de laatste verweerder heeft klager naar voren gebracht dat hij onvoldoende zou zijn gewezen op de risico's van de behandeling. Verweerders hebben de klachten gemotiveerd weersproken. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:227 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 643304

    Op grond van ECLI:NL:GHAMS:2008:BC7801 kunnen ook privaatrechtelijk rechtspersonen een klacht indienen. In casu te weinig aanknopingspunten om de gemachtigde als belanghebbende aan te merken. Evenmin blijkt dat er sprake is van bevoegde vertegenwoordiging.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2019:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 656728/NT 18-53

    Klager is met de koper van zijn woning, in verband met een probleem met asbest en tijdsdruk, overeengekomen een depotovereenkomst te laten opstellen. Bij de overdacht werd pas duidelijk welke kosten de notaris klager in rekening bracht voor het opstellen van de depotovereenkomst. Klager vond die kosten veel te hoog, maar verlaging daarvan was onbespreekbaar. Vervolgens heeft de notaris de depotovereenkomst niet uitgevoerd zoals deze was bedoeld: hij heeft het depotbedrag zonder toestemming van enige partij aan klager uitgekeerd. Toen dat duidelijk werd heeft klager van een medewerker van de notaris de instructie gekregen het depotbedrag onmiddellijk terug te storten. Klager vindt die gang van zaken onacceptabel. Klager meent dat de notaris zijn zorgplicht heeft geschonden. Klagers verwijt over de gang van zaken op het notariskantoor, de bejegening van de medewerker van de notaris nadat de door de notaris gemaakte fout was ontdekt, gecombineerd met het niet-reageren van de notaris, is naar het oordeel van de kamer gegrond. Waar vaststaat dat door de notaris een fout is gemaakt, was een andere toon van de medewerker op zijn plaats geweest en de notaris had klager, ook nog nadat klager de klacht had ingediend, op enige wijze kunnen laten weten dat hij de door hem gemaakte fout betreurde en daarvoor zijn excuses kunnen aanbieden. De ernst van het verwijt is echter niet van dien aard, dat de kamer de notaris daarvoor een maatregel oplegt. Daarbij houdt de kamer ook rekening met het feit dat de notaris ter zitting alsnog zijn spijt over de gang van zaken heeft betuigd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:228 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 637974

    Beslissing op verzet. De raadsman van klager is niet ter zitting verschenen. Zijn één uur van te voren ingediende pleitnota kan niet ter zitting behandeld worden. Stukken dienen tien dagen voor de zitting te worden ingediend. Voorzittersbeslissing blijft in stand.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018-117

    Deels gegronde klacht tegen een arts. Ter zake van een sociaal medisch advies komt de cliënt een inzage-, correctie- en blokkeringsrecht toe. Niet is gebleken dat de arts klager hierop heeft gewezen, dan wel hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/293

    Klager is door verweerders behandeld in verband met een ernstige dubbelzijdige ontsteking van het netvlies. Klager heeft zich erover beklaagd dat een van verweerders zou hebben gelogen c.q. de werkelijke situatie zou hebben verzwegen, de supervisie/regievoering zou zijn verloren en onvoldoende en onjuiste dossiervorming. Ook zou zijn oog als gevolg van de behandeling zijn beschadigd met blindheid tot gevolg. Klager verwijt een van de andere verweerders een ineffectieve behandeling, medische fouten tijdens de behandeling en onvoldoende nazorg. Met betrekking tot de laatste verweerder heeft klager naar voren gebracht dat hij onvoldoende zou zijn gewezen op de risico's van de behandeling. Verweerders hebben de klachten gemotiveerd weersproken. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:229 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 639421

    Beslissing op verzet. Ministerieplicht.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/79

    Klager is achttien jaar geleden gedotterd en er is bij hem een stent geplaatst. In 2015 ondervond klager opnieuw problemen waarmee hij zich tot zijn toenmalige huisarts heeft gewend. Er was toen sprake van een extreme hoge bloeddruk met waarden als 220/110. Na anderhalf jaar is klager van huisarts gewisseld en heeft hij zich bij verweerder gemeld met refluxklachten. In het voorbijgaan heeft hij hartklachten gemeld. Verweerder heeft daarop regelmatige controles van de bloeddruk uit laten voeren, bloedwaarden laten vaststellen en een bloeddrukverlagend middel voorgeschreven. Op aangeven van klager is een reeks van andere bloeddrukverlagende middelen voorgeschreven in verband met de bijwerkingen die klager ondervond en waarom hij de inname staakte. Klager heeft binnen twee maanden nadien een ernstig hartinfarct gekregen. Geen tuchtrechtelijk verwijt: adequaat beleid ingezet en mede gezien de korte behandelperiode ook adequaat uitgevoerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-147

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Nu de bedrijfsarts het doel van het gesprek aan het begin heeft uitgelegd en klager de tijd heeft gegeven te overwegen of hij het gesprek wilde voortzetten, kan niet gezegd worden dat de bedrijfsarts het gesprek met klager onder valse voorwendselen heeft gevoerd of is tekortgeschoten. Op geen enkele manier valt in te zien dat aan de kant van de bedrijfsarts sprake zou zijn van valselijk opmaken van geschriften of van het blokkeren van de werkhervatting van klager. De overige klachtonderdelen zijn eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:224 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 623854

    De gerechtsdeurwaarder heeft een onjuiste e-mail van klaagster bij een aanvraag WSNP gevoegd. Daarvoor zijn excuses gemaakt. Een fout gemaakt door een gerechtsdeurwaarder is niet in alle gevallen tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:44 Raad van Discipline Amsterdam 18-866/A/A 18-867/A/A

    Klacht en dekenbezwaar. Klacht van advocaat over advocaat die niet overgaat tot verrekening van overgenomen toevoeging en op geen enkel bericht reageert gegrond. Dekenbezwaar over het ondanks herhaalde verzoeken niet reageren op de klacht en het bemiddelingsverzoek eveneens gegrond. Eén maatregel voor beide zaken: een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 232/2018

    Klacht tegen schouwarts. Verweerder heeft voldoende onderzoek gedaan en er zijn geen aanwijzingen dat hij onjuiste informatie heeft gegeven aan de Officier van Justitie of informatie heeft onthouden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:17 Accountantskamer Zwolle 18/137 en 18/138 Wtra AK

    Klacht grotendeels niet ontvankelijk wegen verstrijken van de 3-jaarstermijn. Klacht gegrond voor zover de samenstellend accountant zich niet voor het afgeven van de samenstellingsverklaring ervan verwittigd heeft dat de voorgenomen dividenduitkering krachtens art. 2:216, tweede lid BW de goedkeuring had van het bestuur van de vennootschap.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:225 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 624473

    Betaling teruggeboekt, na ontdekken fout doordat klacht was ingediend en niet tijdige beantwoording van een brief is tuchtrechtelijk laakbaar. Maatregel berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:31 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/10

    BFT verwijt notaris dat zij een bedrag op de derdengeldenrekening (openstaande posten overdrachtsbelasting) ten onrechte niet heeft uitgekeerd aan rechthebbende cliënten. Perikelen i.v.m. opheffing rekening courant-systeem Belastingdienst in 2007. Notaris heeft niets van doen gehad met de wijze waarop het kantoor van de notaris wiens protocol zij in 2010 heeft overgenomen de transacties in verband met door cliënten verschuldigde overdrachtsbelasting in 2006/2007 in de financiële administratie heeft verwerkt. Na de overname van het protocol heeft zij echter onvoldoende voortvarend opgetreden. Toen eind 2016 duidelijk werd dat het bedrag in het verleden niet ten laste van het resultaat was gebracht en het BFT afwijzend reageerde op haar voorstel om bindend advies te vragen over de civielrechtelijke vraag wie aanspraak maakte op het bedrag (zij had toegezegd dit advies te zullen opvolgen), had zij niet mogen stilzitten op de wijze waarop zij dat heeft gedaan. De maatschappij moet er immers op kunnen vertrouwen dat een notaris er alles aan doet om ervoor te zorgen dat de aan haar/hem toevertrouwde gelden zo spoedig mogelijk aan de rechthebbenden worden toegekeerd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:45 Raad van Discipline Amsterdam 18-809/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij in verband met het doen van mededelingen over de inhoud van schikkingsonderhandelingen en het overleggen van confraternele correspondentie. Door confraternele e-mailcorrespondentie door te sturen naar de Ondernemerskamer heeft verweerder in strijd gehandeld met Gedragsregel 12 (Gedragsregels 1992). Verweerder heeft tevens in strijd gehandeld met Gedragsregel 27 (Gedragsregels 2018). Dit valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 282/2018

    Klacht tegen arts werkzaam in verpleeghuis. Verweerder niet medisch eindverantwoordelijk. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:46 Raad van Discipline Amsterdam 18-316/A/A 18-317/A/A

    Klacht over advocaten van de wederpartij. Gebruik van de term “fraude” op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat zou anders kunnen zijn indien verweerders de gestelde fraude zouden hebben gepresenteerd als vaststaand feit terwijl er volstrekt onvoldoende grond voor een dergelijke beschuldiging zou zijn. Naar het oordeel van de raad is daarvan, gelet ook op de inhoud van de door de werknemers afgelegde getuigenverklaringen, waarin onder meer de term besodemieteren wordt gebruikt, evenwel geen sprake. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2019:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650297/NT 18-33 650394/NT 18-34 650308/NT 18-35

    Klacht over een fout in een (leverings)akte van 1994. Klacht tegen drie notarissen: de oud-notaris (notaris 1, gedefungeerd in 2009), de waarnemer van de oud-notaris die de akte heeft gepasseerd (notaris 2) en de protocolopvolger van notaris 1 (sinds 2016, notaris 3). Klaagster heeft in het huis van haar overleden vader een archiefdoos met oude aktes gevonden, eentje uit 1955, waaruit blijkt dat het pand dat toebehoorde aan haar overleden overgrootvader bij de verdeling van zijn nalatenschap was toegedeeld aan zijn tweede echtgenote, met dien verstande dat aan de andere erfgenaam van overgrootvader, de grootvader van klaagster, bij verkoop van dat pand voor een koopsom van meer dan fl. 40.000, 75% van dat meerdere zou toekomen. De grootvader van klaagster is in 1973 overleden. De tweede echtgenote van de overgrootvader van klaagster heeft het pand in 1994 verkocht en geleverd voor fl 410.000. In de akte van 1994 is vermeld dat zij de enig erfgenaam was. Klaagster verwijt notarissen 1 en 2 onder meer dat zij destijds niet aan hun onderzoeksplicht hebben voldaan; zij hadden in 1994 de erfgenamen van de overgrootvader van klaagster dienen op te sporen. Klaagster verwijt notaris 3 dat zij feiten achtergehouden zou hebben toen klaagster haar (kantoor) vroeg om inzage in het dossier. De kamer stelt vast dat notaris 3 niets tuchtrechtelijk valt te verwijten. Gelet op de wettelijke bewaartermijn van twintig jaar hoefde zij het dossier van de overgrootvader van klaagster ook niet meer te bewaren. Gelet op artikel 99 lid 21 Wna en de ratio van de in de Wna opgenomen vervaltermijn, is de kamer van oordeel dat klaagster niet kan worden ontvangen in haar klacht tegen notarissen 1 en 2. Klaagster is in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de kamer in haar klacht tegen notarissen 1 en 2.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:42 Raad van Discipline Amsterdam 18-745/A/NH

    Gedeeltelijk gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft niet adequaat gereageerd in het bemiddelingsdossier, heeft nagelaten aan de FIOD door te geven wie de opvolgend advocaat van zijn cliënt was, heeft met zijn brieven aan de deken in strijd gehandeld met artikel 10a lid 1 sub d Advocatenwet en heeft zich bij de overname van het dossier niet welwillend opgesteld. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:43 Raad van Discipline Amsterdam 18-814/A/NH

    Klacht over advocaat wederpartij deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:16 Accountantskamer Zwolle 18/807 Wtra AK

    Betrokkene heeft een collega zonder opdracht of vergoeding (in beperkte mate) bijgestaan bij haar echtscheiding van klager. Klager verwijt betrokkene dat deze de werkzaamheden voor zijn collega niet heeft gestaakt nadat deze collega hem e-mails had toegezonden die zij zonder medeweten en toestemming uit de mailbox van klager had gekopieerd. Deze klacht is ongegrond nu betrokkene de inhoud van deze e-mails niet heeft gebruikt maar zijn collega heeft gewaarschuwd dat zij niet meer in de mailbox moest kijken en geen mails daaruit mocht doorsturen. Doordat betrokkene de mailberichten niet bij het verlenen van de professionele dienst heeft gebruikt, is immers geen bedreiging voor het zich houden aan de fundamentele beginselen ontstaan, zodat betrokkene geen maatregel als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de VGBA hoefde te nemen en vast te leggen, laat staan zijn bijstand aan zijn collega te staken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 275/2018

    behandelaar die informatie over diagnose/behandeling kinderen verstrekt aan derden dient daartoe toestemming te hebben van beide ouders die met het gezag zijn belast. Klacht gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 293/2018

    Klacht tegen psychiater in opleiding die door de SEH in consult was gevraagd bij klager. Verweerster zou onvoldoende medelijden hebben getoond, een onjuiste diagnose hebben gesteld en zonder toestemming van klager contact met zijn huisarts hebben gehad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 276/2018

    Diagnosestelling bij spoedopname GGZ, meewerken aan second opinion. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 231/2018

    Klacht tegen verpleegkundige. Deze heeft als vrijwilliger gewerkt op een bureau dat vakanties voor mensen met een zorgbehoefte organiseerde. Zij heeft een intensief WhatsAppcontact gekregen met de man van een dementerende vrouw. Zij had het echtpaar in een vakantieperiode had ontmoet. Na het overlijden van zijn vrouw heeft de man nog een keer een vakantie doorgebracht terwijl verweerster eindverantwoordelijk was voor de zorg. Verweerster heeft op een zeker moment grote geschenken aangenomen van de man en heeft na diens overlijden haar aandeel in de nalatenschap van de man aanvaard. Klagers zijn neef en nicht van de overleden man. Het college verwerpt het beroep op niet-ontvankelijkheid en er volgt een schorsing van drie maanden.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2019:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 655427/NT 18-48

    Vast staat immers dat de notaris in ieder geval op 28 november 2016 in het bezit was van de concept-koopovereenkomst van 17 oktober 2016. De notaris heeft het belang van deze concept-koopovereenkomst ook onderkend, getuige de bewoordingen van de notariële akte van 6 december 2016. Ook indien er van moet worden uitgegaan dat de notaris de ondertekende koopovereenkomst niet zou hebben ontvangen, acht de kamer het onbegrijpelijk dat zij ervoor heeft gekozen om in de akte van 6 december 2016 een verwijzing naar “de koopovereenkomst” op te nemen, zonder dat duidelijk was naar welke koopovereenkomst verwezen werd. Voorts zijn in die akte ten opzichte van de notariële akte van 21 januari 2015 afwijkende bewoordingen opgenomen ten aanzien van de nacalculatie van de koopprijs zonder enige verificatie bij klager. De notaris had eenvoudig haar werkzaamheden kunnen opschorten en had kunnen wachten met passeren totdat zij de ondertekende koopovereenkomst van partijen zou hebben ontvangen. Dit klemt te meer nu klager ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat van enige spoed geen sprake was, hetgeen ook niet door de notaris is betwist. Met deze handelwijze heeft de notaris onduidelijkheid voor klager gecreëerd en hem in een procesrechtelijk nadeliger positie gebracht, aangezien de desbetreffende koopprijsbepaling in de akte van 2016 zich kennelijk (gezien het door verkoper ingenomen standpunt) kan laten lezen als een afwijking van de koopprijsbepaling in de koopovereenkomst van 17 oktober 2016 en als gevolg hiervan een geschil tussen klager en de verkoper is ontstaan.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/374

    Klager verwijt verweerster, tandarts, (onder meer) dat zij hem niet dan wel onvoldoende heeft geïnformeerd over de door haar uit te voeren behandeling in het kader van een gebitsprothese. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-193

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft op juiste wijze de opdracht gegeven tot het zo spoedig mogelijk afnemen van bloed en heeft ook direct actie ondernomen op het moment dat zij ontdekte dat het bloed niet was afgenomen. Niet verwijtbaar dat zij geen visite heeft afgelegd, de bloeduitslagen waren er nog niet, geen alarmsymptomen of verslechtering van klager. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:57 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/345187 KL RK 18-163

    Voorzittersbeslissing inzake waarneming protocol oud-notaris

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-184a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Bij het voorschrijven van een libidoremmend middel is de psychiater zorgvuldig te werk gegaan. Voorts maakt het voorschrijven hiervan deel uit van de behandeling van klager en het voor hem voorziene resocialisatietraject. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-249

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Dat de huisarts naar aanleiding van het telefonisch contact met klager vanuit het ziekenhuis geen huisbezoek heeft afgelegd is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het feit dat klager geen telefonisch contact met zijn partner kon krijgen vormt geen medische reden voor de huisarts om actie te ondernemen. Of sprake was van een medische hulpvraag komt niet vast te staan. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-179

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De lezingen over de (grootte van de) wond op de knie van klager na een val op straat lopen uiteen. Hierdoor kan het College geen uitspraak doen over of de behandeling adequaat dan wel voldoende is geweest. Op basis van deze gegevens kan het College evenmin beoordelen of de huisarts klager een tetanusinjectie had dienen te geven. Dat hij klager te veel medicijnen zou hebben verstrekt is niet onderbouwd. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-263

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts kan terecht niet voldoen aan het verzoek van klager om met terugwerkende kracht te worden uitgeschreven, klager heeft nog gebruik gemaakt van de diensten in de praktijk. Dat de huisarts het medisch dossier nog niet digitaal heeft overgedragen aan de nieuwe huisarts van klager in het buitenland is niet aan de huisarts tegen te werpen, dit is vanwege systeembeperkingen niet mogelijk. De door de huisarts aangedragen oplossingen zijn passend. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-338

    Klager in de klacht tegen een neuroloog niet-ontvankelijk. De zoon van klager is als bijrijder tijdens een auto-ongeluk overleden. Klager klaagt over de inhoud van een door de neuroloog opgestelde Pro Justitia Rapportage ter beoordeling van de psychische en lichamelijke gesteldheid van de bestuurder ten behoeve van de strafzitting. Klager is hierin geen rechtstreeks belanghebbende en heeft een afgeleid belang. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-112

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Niet vastgesteld kan worden dat sprake was van onheuse bejegening. Het voeren van telefoongesprekken door de gynaecoloog tijdens het consult met klaagster kan terecht als irritant worden ervaren, maar het College kan niet vaststellen dat de gynaecoloog dit zonder noodzaak deed of dat de wijze waarop zij aan de oproep(en) gehoor gaf buiten de grenzen van het noodzakelijke trad. In casu niet verwijtbaar dat de gynaecoloog een onjuiste diagnose heeft gesteld. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:41 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-882

    Verweerster heeft als partijdig advocaat van de wederpartij van klagers niet de grenzen van de haar toekomende vrijheid overschreden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331509 / KL RK 18-1

    Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris als vereffenaar zeer zorgvuldig gehandeld. Hij heeft veel tijd en aandacht besteed aan het opstellen van een volledige boedelbeschrijving, inclusief de lijst van gelegateerde kunstwerken. Bovendien heeft hij vele malen en op verschillende manieren geprobeerd klaagster hierbij te betrekken.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:218 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 647222

    Beslissing op verzet. Nieuwe klachten in verzet kunnen niet worden beoordeeld.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:30 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/67, 68 en 69

    Wraking. Klaagster heeft bij kamer Den Haag klachten ingediend tegen notaris A en B. Nadat die kamer de klacht tegen notaris A ongegrond heeft verklaard, heeft klaagster in de tuchtrechtprocedure tegen notaris B een verzoek ingediend tot wraking van alle plaatsvervangend voorzitters van die kamer. O.g.v. art. 512 WvSv en art. 1 lid 1 Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat kunnen de voorzitter en elk van de leden die de klacht behandelen worden gewraakt. Nu de kamer Den Haag nog niet had bepaald welke (plv.) voorzitter de klacht tegen notaris B in behandeling zou gaan nemen en het niet mogelijk is om voorzitters/leden van een college “bij voorbaat” te wraken, wordt het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Overweging ten overvloede. De omstandigheid dat een (tucht)rechter een beslissing neemt of heeft genomen die een partij onwelgevallig is of dat een (tucht)rechter, die eveneens werkzaam is als voorzieningenrechter, in die hoedanigheid een door klaagster aanhangig gemaakt kort geding heeft behandeld, kan in beginsel geen grond zijn voor wraking van die (tucht)rechter(s). Dat is slechts anders als de gegeven beslissing of de wijze van behandeling ter zitting zo onbegrijpelijk is dat daarvoor geen andere verklaring kan worden gegeven dan dat zij voortvloeit uit vooringenomenheid van de (tucht)rechter of als die beslissing/gang van zaken ter zitting objectief gezien bij klaagster de gerechtvaardigde vrees heeft kunnen wekken dat die beslissing/wijze van behandeling is ingegeven door vooringenomenheid ten opzichte van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 254/2018

    Klacht tegen bedrijfsarts over arbeidsgeschiktheidsbeoordeling na ziekmelding van klager. Het college acht de klachten dat de bedrijfsarts onzorgvuldig heeft gehandeld door te concluderen dat klager volledig arbeidsgeschikt was, dat de bedrijfsarts haar conclusie heeft getrokken terwijl zij nog geen informatie had gekregen van de huisarts en dat zij de Lesa-richtlijnen niet heeft gevolgd, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:219 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625543 / DW RK 17/283

    De klacht betreft het verstrekken van gegevens aan een advocaat die voor een debiteur optreedt. De gerechtsdeurwaarder weigert die gegevens te verstrekken met een beroep op de Awb. De kamer overweegt dat indien duidelijk is dat de aanvraag door een advocaat wordt gedaan, er geen machtiging nodig is om de gevraagde gegevens te verstrekken. De klacht wordt gegrond verklaard. Maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-440

    Dekenbezwaar gegrond. Vaststaat dat verweerster ondanks herhaaldelijk rappel door de deken niet (inhoudelijk) heeft gereageerd in het onderzoek naar de klachten over verweerster in de klachtzaken 18-575 en 18-576. Eerst ter zitting van de raad heeft verweerster gereageerd en toegelicht welke problemen haar parten speelden. Naar het oordeel van de raad is het in het belang van alle betrokken partijen, maar vooral van verweerster zelf, dat getracht wordt een positieve verandering aan te brengen in het gedrag van verweerster ten aanzien van haar praktijkvoering. De raad acht het opportuun om aan verweerster een voorwaardelijke schorsing op te leggen van 16 weken met als bijzondere voorwaarde begeleiding door een coach.