Zoekresultaten 14501-14550 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:205 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200108

    Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-220

    Gegronde klacht tegen een arts. Voortzetting van de klacht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Beklaagde heeft zich op onzorgvuldige wijze een definitief oordeel gevormd over de mogelijkheid van de oorspronkelijke klager om te re-integreren in zijn eigen werk, hoewel de klager zich nog in een hersteltraject bevond en nog onder behandeling was. Beklaagde heeft onvoldoende acht geslagen op de rapportages van de behandelaren van de klager. Beklaagde heeft op dit punt ook geen enkel zelfinzicht getoond. Verder is beklaagde tekort geschoten in zijn informatieverplichting over de supervisie en heeft ten onrechte door het stellen van een onjuiste voorwaarde niet meegewerkt aan een second opinion. Het feit dat beklaagde heeft ingestemd met althans meegewerkt aan het aansprakelijk stellen van de klager voor de kosten van de tuchtprocedure, waardoor de klager zich genoodzaakt heeft gezien de klacht in te trekken, acht het College buitengewoon ernstig, omdat dit het wettelijk recht op het indienen van een tuchtklacht en de verplichting van een arts om zich toetsbaar op te stellen in kern aantast. Daar komt bij dat de gemachtigde van beklaagde ter zitting weliswaar heeft aangegeven dat beklaagde dit een volgende keer niet weer zal doen, maar niettemin geen bereidheid heeft getoond om hierop te reflecteren en integendeel de aansprakelijkstelling heeft verdedigd. Klacht gegrond verklaard. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden en publicatie van de beslising.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:215 Raad van Discipline Amsterdam 20-180/A/A

    Klacht over uitlatingen die verweerder heeft gedaan in het kader van een over hem ingediende tuchtklacht ongegrond. De raad stelt voorop dat hij er begrip voor heeft dat klager de gewraakte uitlatingen als grievend heeft ervaren. De raad kent evenwel groot gewicht toe aan de omstandigheden waaronder verweerder die uitspraken heeft gedaan. Die maken dat de raad van oordeel is dat dat gedrag verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten valt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:216 Raad van Discipline Amsterdam 20-258/A/A

    Deels niet-ontvankelijke en deels ongegronde klacht. Niet gebleken dat de door verweerder gebruikte woorden in zijn brief aan de deken onjuist zijn en ook overigens is de brief niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:210 Raad van Discipline Amsterdam 20-643/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. De brief van verweerster is niet als bedreigend aan te merken. Evenmin sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:217 Raad van Discipline Amsterdam 20-248/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/090

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater met onder andere het verwijt dat hij disproportioneel heeft gereageerd door na het mislopen van twee afspraken de behandelovereenkomst met klager op te zeggen. Verweerder daarentegen geeft aan dat de reden waarom de behandelovereenkomst is beëindigd te maken heeft met het uitbehandeld van klager binnen de de specialistische ggz en hij voor klager meer mogelijkheden ziet binnen de basis ggz. Verweerder heeft geprobeerd klager warm over te dragen naar de basis ggz, maar dat is helaas niet gelukt en uiteindelijk is klager naar de huisarts terugverwezen. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:211 Raad van Discipline Amsterdam 20-031/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:212 Raad van Discipline Amsterdam 20-177/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-002/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van het gegeven advies en de dienstverlening. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet genoemde termijn. Dat verweerster klager heeft bijgestaan in een kansloze beslagzaak en kwalitatief geen goed werk heeft geleverd is niet gebleken, noch dat zij excessief heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:213 Raad van Discipline Amsterdam 20-178/A/A

    Deels gegrond verzet. Anders dan de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerder ingevolge Gedragsregel 15 lid 2 toestemming aan klager had moeten vragen om de brief aan de raad te sturen, of op zijn minst een afschrift van de brief aan klager moeten sturen. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:214 Raad van Discipline Amsterdam 20-179/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/012

    Klaagster verwijt verweerder dat hij gedreigd heeft met een gedwongen opname en de wens van klaagster met rust gelaten te worden niet heeft gerespecteerd. Verweerder heeft primair de niet-ontvankelijkheid van klaagster bepleit, subsidiair heeft verweerder de klacht bestreden. Het college heeft klaagster ontvankelijk verklaard en de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/105

    Klager, gedetineerd in het kader van een TBS-oplegging, verwijt verweerder onder meer dat hij de in het PBC vastgestelde diagnose heeft gevolgd en dat hij een verkeerde behandeling krijgt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 260/2019

    Chirurg zou niet tijdig hebben ingegrepen om hypernatriëmie bij patiënt terug te dringen, wat tot diens dood zou hebben geleid. Het college overweegt dat de patiënt op alle vlakken achteruit ging na het oplopen van ribfracturen. De hypernatriëmie was slechts een van de complicaties. In afwachting van de beslissing van de familie om de behandeling al dan niet te doen voortzetten had het infuusbeleid wel al aangepast moeten worden. In het geheel weegt dit echter niet zwaar genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/104

    Klager, gedetineerd in het kader van een TBS-oplegging, verwijt verweerster onder meer dat zij de in het PBC vastgestelde diagnose heeft gevolgd en dat hij een verkeerde behandeling krijgt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 216/2019

    Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten dat hij zich tijdens een consult onbehoorlijk heeft gedragen en niet de benodigde zorg heeft geboden. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-335/DB/OB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening in een strafzaak. Klager is niet in zijn belangen geschaad doordat verweerder tijdens de zitting bij het hof op 8 december 2016 een brief van mr. S aan PH niet heeft ingebracht. In het algemeen geldt dat een advocaat een processtuk voorafgaand aan indiening in concept aan de cliënt moet voorleggen. Dat heeft verweerder nagelaten. Waar verweerder heeft gesteld dat de inhoud van de cassatieschriftuur en de daarin opgenomen gronden voorafgaand aan indiening met klager zijn besproken en klager niet concreet heeft onderbouwd op welke punten de inhoud van de schriftuur afweek van het besprokene, kan verweerder hiervan echter geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Ook van de onttrekking kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Hij mocht concluderen dat sprake was van een vertrouwensbreuk. Hij heeft zich wel erg kort voor de zitting onttrokken, maar klagers belangen zijn hierdoor niet geschaad. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 217/2019

    Klacht tegen huisarts. Beklaagde wordt verweten: (1) dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en een onjuiste behandeling heeft gegeven, (2) dat zij ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een andere beroepsbeoefenaar (cardioloog), (3) haar optreden bij het aanbieden van een brief twee dagen na een consult. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-175/DB/OB

    Klacht tegen curator terecht op grond van de artikelen 46g, lid 1 sub a en 46j lid 1 sub c Advocatenwet niet-ontvankelijk resp. kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.

  • Diverse klachten naar aanleiding van verricht onderzoek naar aanleiding van signalen over onregelmatigheden; vervolg op eerdere klachten. Klachtonderdelen d (deels), f, g, j, k en m niet-ontvankelijk; klachtonderdelen a, b, c, d (deels), e, h, i, l, n, o en p ongegrond. Geen misbruik van tuchtrecht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkenen er ten tijde van het uitvoeren van het persoonsgericht onderzoek van mochten uitgaan dat de accountantsorganisatie onder de uitzondering van artikel 1, derde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus viel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 019/2020

    Klacht naar aanleiding van het door beklaagde onvoldoende serieus nemen van de klachten van klaagster en het missen van de juiste diagnose. Klacht ongegrond nu beklaagde voldoende de regie heeft gevoerd en de klachten van klaagster voldoende serieus heeft genomen

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-230

    Voorzittersbeslissing. Klaagster en verweerster geven ieder een andere lezing over de wijze van de communicatie en bejegening. Dat verweerster op dit punt een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt is naar het oordeel van de voorzitter niet gebleken. De voorzitter is verder van oordeel dat de bijstand zoals geschetst, niet getuigt van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/373

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater met het verwijt dat hij ten onrechte de diagnose van persoonlijkheidsstoornis bij klager heeft gesteld en dat hij klager onheus heeft bejegend. Verweerder voert verweer. Naar het oordeel van het college heeft verweerder voldoende onderbouw dat sprake is van een onbehandelde persoonlijkheidsstoornis. De diagnose is tijdens het hele behandeltraject diverse keren gesteld en benoemd. Verweerder heeft de diagnose ook zelf onderzocht en bevestigd op basis van observaties en gesprekken met klager. De klachten van klager worden afgewezen als ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-453

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij zonder enig voorafgaand overleg een verzoekschrift voor omgang heeft ingediend bij er rechtbank. Verweerster doet een beroep op de in regel 6 lid 2 genoemde uitzonderingssituatie. De raad is van oordeel dat in deze zaak een dergelijke situatie zich niet voordoet. De inhoud van de zich in het dossier bevindende correspondentie tussen klaagster en de cliënt van verweerster waaruit zou blijken dat er niet tot afspraken kon worden gekomen over de in het verzoekschrift genoemde onderwerpen, is niet een uitzonderlijke geval als bedoeld in deze gedragsregel. Ook het verzoek van de cliënt van verweerster om voorafgaand aan het indienen van het verzoekschrift hierover niet te communiceren, levert - zonder bijkomende omstandigheden – niet de genoemde uitzonderingssituatie op. De raad komt dan ook tot de conclusie dat verweerster gedragsregel 6 lid 2 had dienen na te leven en (de advocaat van) klaagster van het voornemen om een verzoekschrift in te dienen, kennis te geven. Bij dit oordeel heeft de raad mede in aanmerking genomen dat er in zaken waarbij een kind betrokken is bijzondere prudentie dient te worden betracht. Klacht is in zoverre gegrond. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-515

    Raadsbeslissing. Geheimhoudingsplicht van een advocaat. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan doorbreking van de geheimhoudingsplicht gerechtvaardigd zijn. Het als vereffenaar van een nalatenschap achterhalen van een declaratie die vanuit de nalatenschap is betaald, is geen zeer uitzonderlijk geval. Klager heeft als vereffenaar andere, meer geëigende, middelen tot zijn beschikking om de door hem gewenste informatie boven tafel te krijgen. Klacht voor een deel ongegrond en voor een deel niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:124 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-284 19-285

    Verzetbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. De raad is, anders dan de voorzitter, van oordeel dat klagers hun stelling dat verweerster het betreffende audiobestand wel degelijk heeft ontvangen, niet dermate weinig hebben onderbouwd dat deze klachtonderdelen als kennelijk ongegrond konden worden afgedaan. Verzet is op deze onderdelen van de klacht gegrond. De raad oordeelt vervolgens dat het voldoende aannemelijk is geworden dat verweerster het audiobestand heeft ontvangen. Daargelaten of verweerster bij de ontvangst van het tekstbericht feitelijk ook heeft kennisgenomen van het audiobestand, zij had niet zo stellig mogen beweren dat zij het audiobestand niet heeft ontvangen. Deze bewering was in strijd met de werkelijkheid en is haar tuchtrechtelijk te verwijten. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-201

    Gedragsregel 21 lid 3 heeft betrekking op het optreden van de advocaat van de wederpartij en ziet voornamelijk op civiele en bestuursrechtelijke procedures, waarin sprake is van een procedure op tegenspraak. Met een wederpartij wordt niet bedoeld de Officier van Justitie in een strafzaak noch een deken die in het algemeen belang een bezwaar tegen een advocaat aan de tuchtrechter voorlegt. Het is de taak van een deken om de tuchtrechter zo volledig mogelijk te informeren en om op grond van ontvangen signalen nader onderzoek te doen naar de handelwijze een advocaat.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/472

    Klacht tegen vaatchirurg. Klaagster verwijt verweerder onder meer - ondanks diverse onderzoeken op één dag - niet tijdig een diagnose te hebben uitgesloten alsmede dat na de diagnose (TOS-syndroom) niet direct een behandeling is gestart. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19159

    Verpleegkundige. 17 klachtonderdelen, waaronder het doen van negatieve uitspraken over het functioneren en de deskundigheid van klager in zijn functie als huisarts, het zonder toestemming inzien van het dossier van een overleden patiënte, schending van het medisch beroepsgeheim, het doen van uitspraken over een patiënte die de deskundigheid van de verpleegkundige te buiten gaan en het betichten van klager van een ernstig strafbaar feit zonder betrokken te zijn geweest bij de behandeling van patiënte. College: Eén klachtonderdeel wordt gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het college is van oordeel dat klaagster niet-ontvankelijk is voor zover dat klachtonderdeel ziet op het toebrengen van schade aan ‘de familie’, waarbij het college de term ‘familie’ aldus begrijpt dat klagers zèlf zijn geschaad. Eén klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Het college is van oordeel dat het verweerder tuchtrechtelijk kan en moet worden verweten dat hij het dossier van de overleden patiënte heeft ingezien de dag voordat hij als getuige door de politie werd gehoord in verband met het overlijden van de patiënte. Verweerder was immers niet betrokken geweest bij de behandeling van de patiënte en had uit dien hoofde geen reden om het dossier in te zien. Het op handen zijnde verhoor bij de politie vormde daarvoor geen rechtvaardiging. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. Publicatie in Staatscourant en tijdschrift Nursing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-242/DH/RO/D

    Verweerder heeft de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid heeft geschonden doordat hij in een strafzaak waarin hij als advocaat voor de verdachte optrad degene die werd aangemerkt als slachtoffer heeft benaderd en gesproken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-192/DH/RO

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-029/DH/RO

    Beslissing op verzet: verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-490/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat de opmerking van verweerder spottend (en wellicht ongelukkig) maar niet onnodig grievend is te noemen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-574/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. Voor het overige kennelijk ongegrond, want onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:201 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080HW2 en 190237HW2

    Tweede wrakingsverzoek tegen leden van de wrakingskamer buiten behandeling gelaten, wrakingsverzoek afgewezen. Hof bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-774/DH/DH

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-737/DH/DH 19-738/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen verweerder ongegrond, omdat hij als advocaat-stagiair geen inzicht heeft gehad in het giraal verkeer noch kennis droeg van de bankafschriften. Aan verweerder kan dan ook geen verwijt worden gemaakt met betrekking tot de ontvangen betalingen. Klacht tegen verweerster ook ongegrond, omdat verweerster onder de gegeven omstandigheden de betalingen van de vof mocht accepteren, ook na het protest van klager ter zitting.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-515/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster zich niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-599/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Verweerster is gedurende langere tijd onbereikbaar geweest, zowel voor haar cliënten, als voor instanties. Verweerster had (veel sneller) maatregelen kunnen en moeten treffen, maar heeft dat nagelaten. Gelet op de ernst en de duur van het gedrag, alsmede de zorgen van de raad, wordt een voorwaardelijke schorsing van twee weken opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:202 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200097

    Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-874/DH/DH

    Verweerster heeft conservatoire maatregelen getroffen jegens klaagster, haar cliënt, met het oog op betaling van facturen die opeisbaar zouden worden als de toevoeging ingetrokken zou worden. Verweerster heeft daarbij niet vermeld dat het ging om toekomstige vorderingen. Dat had zij moeten doen, en in zoverre heeft zij onbetamelijk gehandeld. De raad ziet niet in dat anders zou zijn beslist ten aanzien van de conservatoire maatregelen als verweerster volledige informatie had gegeven, onder meer omdat de omvang van de toekomstige vordering niet werd betwist door klaagster. Omdat klaagster aldus niet in haar belangen is geschaad, beslist de raad dat geen maatregel wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-601/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over opvragen BRP-uittreksel kennelijk ongegrond. Klaagster is door de aanvraag niet in enig (tuchtrechtelijk) belang geschaad. Niet gebleken is van enig verband tussen het opvragen van het uittreksel en een door klaagster gesteld incident.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-514/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat kennelijk ongegrond, omdat door klager onvoldoende concreet is gemaakt waar dat het geval zou zijn geweest.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-329/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft ruim 3 maanden niets van zich laten horen, ook niet na contact van klaagster. Overige klachtonderdelen ongegrond. Maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:203 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200098D en 200099D

    Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Hof bepaalt ingangsdatum schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-130/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 262/2019

    Klacht naar aanleiding van een door beklaagde uitgevoerd enkel artrodese. De ingreep is uitgevoerd in een operatiefaciliteit die onvoldoende waarborgen bood voor verlening van voor de ingreep verantwoorde zorg. Ook slagen de klachten met betrekking tot het informeren van klaagster, de positie van de ingedraaide schroeven, het handelen nadat duidelijk was dat de diastase in de artrodese zodanig was dat het niet waarschijnlijk was dat deze zonder nader ingrijpen door botvorming zou worden gedicht en de wijze van beoordeling van beeldvormend materiaal. De klacht over de opstelling van beklaagde in het kader van de afhandeling van civielrechtelijke aansprakelijkheid slaagt niet. Volgt berisping.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/13

    Klacht tegen chirurg met (onder andere) oncologische expertise. Klacht heeft betrekking op de behandeling van de inmiddels overleden echtgenoot (patiënt) van klaagster. Bij patiënt werd in 2014 een melanoom vastgesteld, met metastasen in de halsklieren. Beklaagde was de behandelend (oncologisch) chirurg. Nadat al het aangetaste weefsel radicaal verwijderd leek te zijn, heeft beklaagde patiënt meegedeeld dat er geen chemotherapie of bestraling nodig was. Enige tijd later werden er opnieuw metastasen aangetroffen. Patiënt is toen toch verwezen voor bestraling en enkele maanden later komen te overlijden. Klaagster verwijt beklaagde dat hij zonder klaagster en patiënt in te lichten, is afgeweken van de richtlijn die bestraling voorschrijft als er meer dan twee aangetaste lymfeklieren worden aangetroffen (eerste verwijt). Het tweede verwijt is dat er geen verslag van een multidisciplinair overleg aanwezig is waaruit blijkt waarom er is afgeweken van de richtlijnen. En het derde verwijt luidt dat beklaagde zonder overleg met een melanoomcentrum overgegaan is tot een operatieve ingreep bij een patiënt met een stadium IIIB melanoom. Het college is van oordeel dat het eerste verwijt gegrond is en de tweede en derde ongegrond zijn. Het college verbindt hier als maatregel een waarschuwing aan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-348/DH/RO

    Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager niet of niet goed geïnformeerd over het doel en de strekking van het door verweerder ingediende verzoekschrift. Verweerder heeft ook nagelaten het een en ander schriftelijk vast te leggen. Verder heeft verweerder een aan klager toekomend bedrag pas na ruim drie jaar aan klager overgemaakt. Van verduistering, fraude of misbruik van de derdengeldenrekening – zoals klager stelt – is echter geen sprake. Waarschuwing.