We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13101-13150 van de 47654 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/26

    Klacht tegen vier dierenartsen, betrekking hebbend op twee operaties die zijn uitgevoerd bij een hond, nadat het dier was overreden door een heftruck. De klachten zijn ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:31 Accountantskamer Zwolle 20/1812 Wtra AK

    Klacht tegen een accountant die een brief “Waarmerking berekeningsmethodiek Certificaten van aandelen” heeft opgesteld. Anders dan betrokkene heeft betoogd, kan deze brief niet worden beschouwd als een rapport van feitelijke bevindingen als bedoeld in Standaard 4400N. In de brief wordt onder andere een conclusie getrokken met betrekking tot de waarde van de certificaten en de indruk gewekt dat een bepaalde mate van assurance wordt gegeven. Dat past niet in een rapport van feitelijke bevindingen. Omdat aan de brief een aspect van assurance niet kan worden ontzegd, heeft de Accountantskamer de brief beoordeeld als een assurance-rapport waarop van toepassing is Standaard 3000A. Dit betekent onder meer dat de brief moet berusten op een deugdelijke grondslag. Deze grondslag ontbreekt echter, omdat betrokkene heeft erkend dat hij geen assurance-werkzaamheden heeft uitgevoerd. Klacht is gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/8

    Dienstdoend dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond, die ernstig benauwd was, niet de door klaagster gevraagde hulp te hebben geboden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/39

    Termijnoverschrijding. Klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu het handelen waarover wordt geklaagd meer dan 3 jaar voor de indiening van de klacht heeft plaatsgevonden en er geen valide argumenten zijn aangevoerd die de late indiening en het in behandeling nemen van de klacht rechtvaardigen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/14

    Dierenarts wordtverweten tekort te zijn geschoten in de verleende zorg aan een hond, nadat het dier op een opvangadres door een andere hond was gebeten en daarbij verwondingen had opgelopen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/22

    Dierenarts wordt verweten dat na een door haar uitgevoerde oogoperatie bij een hond een beschermkap dermate strak om de nek van het dier is aangebracht, dat daardoor verwondingen zijn ontstaan die eerst na lange tijd definitief zijn genezen. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-393

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van dienstverlening. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld ten aanzien van de verjaring van klaagsters vordering. De verantwoordelijkheid van verweerder is pas begonnen op 18 augustus 2016, het moment dat hij de door klaagster ondertekende opdrachtbevestiging retour ontving. In zijn algemeenheid is het niet onjuist om ook bij een mogelijk verjaarde vordering nog iets te proberen richting de wederpartij. Ook ten aanzien van de toevoegingsaanvraag heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-526/DB/ZWB/D

    Advocaat heeft er blijk van gegeven dat de praktijkuitoefening gedurende een lange periode niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Dekenbezwaar gegrond. Gelet op de in klachtzaak 20-525/DB/ZWB opgelegde maatregel wordt geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:68 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-742

    Voorzittersbeslissing over kwaliteit dienstverlening door eigen advocaat. Naar het oordeel van de voorzitter is onvoldoende voortvarend handelen door verweerder niet vast te stellen. Binnen een redelijke termijn is verweerder met een herzien plan van aanpak gekomen. Verweerder heeft duidelijk met klager gecommuniceerd welke werkzaamheden hij wilde doen. Door het onoverbrugbare verschil van inzicht over het plan van aanpak in combinatie met zijn gevoel van onheuse bejegening door klager, diende verweerder de zaak neer te leggen. Dat verweerder daarbij de belangen van klager richting Achmea heeft geschaad, kan de voorzitter niet vaststellen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.100

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De psychiater was van 2 november 2017 tot half maart 2019 betrokken bij de behandeling van klaagster. De bijdrage van de psychiater bij de behandeling was het controleren en voorschrijven van de medicatie. Klaagster verwijt de psychiater dat hij niet naar klaagster heeft geluisterd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde psychiater geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2091 rectificatiebeslissing

    Verweerster wordt onder meer verweten dat: 1) zij haar (privé)gevoelens met klaagster, als cliënt, heeft gedeeld, terwijl klaagster nog bezig was met relatietherapie. Klaagster had nooit willen weten dat verweerster liefdesgevoelens voor haar ex-partner had gekregen. Klaagster vindt dat erg onprofessioneel en er is geen rekening gehouden met haar kwetsbare psychische staat van zijn op 26 juni 2020; 2) zij na het ontdekken van haar gevoelens niet meteen de behandeling met klaagster heeft stopgezet, maar zeker nog één therapie aan klaagster heeft gegeven; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:7 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/12

    Klachtambtenaarzaak: Dierenarts wordt verweten in strijd met de wettelijke regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening bij gezelschapsdieren een derde keuze antibioticum (Convenia, REG NL 10405) te hebben toegepast zonder bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidstest, waarbij ook niet van een duidelijk onderbouwde veterinaire noodzaak voor de directe inzet van dit derde keuze antibioticum is gebleken. Gegrond, volgt onvoorwaardelijke boete van € 750 .

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-369

    Klaagster heeft verzet aangetekend tegen de beslissing van de voorzitter op haar klachten. Klaagster heeft haar verwijt dat verweerster declaraties heeft gestuurd waarvoor geen werkzaamheden zijn verricht niet onderbouwd. Dat geldt ook voor de overige verwijten van klaagster over de contacten met de Raad van State en het gerechtshof. Het verzet heeft geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd en is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:29 Accountantskamer Zwolle 20/1563 Wtra AK

    Klacht over verrekeningsconstructie. Het is op zichzelf toelaatbaar dat een accountant uit zakelijke motieven de in het economische verkeer daartoe ten dienste staande juridische middelen gebruikt om betaling te waarborgen van vorderingen van het kantoor waaraan hij is verbonden op een cliënt van dat kantoor. De accountant dient er evenwel op toe te zien dat het door hem gebruikte middel zodanig kan plaatsvinden en ook plaatsvindt dat de voor hem geldende gedragsnormen worden gerespecteerd. Er zijn omstandigheden denkbaar die ertoe kunnen leiden dat het hanteren van een verrekeningsconstructie als tuchtrechtelijk verwijtbaar moet worden gekwalificeerd. In het bijzonder kan dat gelden voor de situatie waarin voorzienbaar is dat een debiteur-opdrachtgever niet in staat zal zijn om al zijn schuldeisers te voldoen. Van een accountant mag worden verlangd dat hij, voordat hij een verrekeningsconstructie aangaat, zich ervan vergewist dat een dergelijke situatie zich niet voordoet. Klacht deels gegrond. Tijdelijke doorhaling 3 maanden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-132

    Klager klaagt over de kwaliteit van verweerders dienstverlening. De raad beoordeelt de klacht aan de hand van de professionele standaard die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. In dit geval heeft verweerder klager niet gewezen op de consequenties die volgden uit de door klager gewenste formulering van een depotovereenkomst. Klager heeft daardoor schade geleden. Dat klachtonderdeel is daarom gegrond. Het verwijt van klager dat verweerder in de tuchtprocedure bij de deken klager in een kwaad daglicht heeft willen stellen is ongegrond. Verweerder heeft slechts verwezen naar mediaberichten over klager om de professionaliteit van klager aan te tonen. Het feit dat verweerder verzuimd heeft zich te stellen in een tegen klager aangespannen procedure en middels verzet dit heeft moeten rechtzetten, is een beroepsfout en daarmee onzorgvuldig. Gezien de gegrond verklaarde klachtonderdelen en het feit dat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld legt de raad een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:69 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-749

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij in burengeschil. Verweerder mocht het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis aan klagers laten betekenen om de in het dictum gestelde termijnen in gang te zetten, waaronder een termijn van twee dagen. Verweerder mocht tevens rechtstreeks, in cc aan hun advocaat, de gewraakte e-mail sturen met daarin een aanzegging met rechtsgevolg (Regel 25 lid 2 niet geschonden). Ook de door klagers verbeurde dwangsommen zijn op basis van het vonnis aan hen betekend. Klachten kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.101

    Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De arts was als arts assistent in opleiding tot specialist psychiatrie betrokken bij de behandeling van klaagster van 26 juni 2019 tot en met haar ontslag op 19 juli 2019. De klacht luidt dat de arts een volger is van de leugens over klaagster die zijn collega’s hem voorhouden.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde arts geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.043

    Klacht tegen een internist. Bij klaagster was borstkanker vastgesteld, waarna zij een borstsparende operatie heeft ondergaan. De internist is in januari 2009 voor het eerst bij klaagsters behandeling betrokken geraakt. Klaagster verwijt de internist dat zij klaagster heeft gebruikt als testpersoon voor de behandeling met immunotherapie en haar onjuiste informatie heeft gegeven over de prognose van haar ziekte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor zover het handelen betreft voor 16 april 2009 niet-ontvankelijk verklaard, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-527/DB/ZWB

    Advocaat heeft zich binnen de door de raad van discipline bij beslissing van 5 april 2019 bepaalde proeftijd schuldig gemaakt aan een in art. 46 Advocatenwet bedoelde gedraging. De raad gelast de tenuitvoerlegging van de bij beslissing van 5 april 2019 voorwaardelijk opgelegde schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/40

    De notaris heeft een stamrecht-B.V. ontbonden op basis van de enkele mededeling van de (inmiddels overleden) enig aandeelhouder dat de stamrechten waren uitgekeerd. Daarna volgt een forse belastingaanslag. Daargelaten of erflater daadwerkelijk heeft meegedeeld dat de stamrechten volledig waren uitgekeerd, is de kamer van oordeel dat de notaris verder had moeten doorvragen en/of nader onderzoek had moeten doen om erflater in de gegeven omstandigheden juist en volledig te kunnen informeren over de fiscale gevolgen van de beoogde ontbinding. Door geen (voldoende) invulling te geven aan zijn onderzoek- en Belehrungspflicht, heeft de notaris notariële kernwaarden geschonden. Dat de notaris bovendien niet heeft gereageerd op de (zes) herhaalde verzoeken van erflater en zijn advocaat om contact op te nemen over de kwestie vindt de kamer uitermate verwerpelijk. Door niets van zich te laten horen, heeft hij erflater maandenlang - tot zijn overlijden - in het ongewisse gelaten. Van een behoorlijk handelend notaris mag worden verwacht dat hij, als hij ontdekt dat hij (mogelijk) een fout heeft gemaakt, alles in het werk stelt om deze fout te herstellen dan wel, indien herstel niet mogelijk blijkt, te zorgen voor een passende vergoeding van de schade die een benadeelde (cliënt) door zijn handelwijze heeft geleden. Dit geldt eens te meer nu de notaris er ten tijde van de ontbinding van de B.V. al van op de hoogte was dat erflater ongeneeslijk ziek was, terwijl erflater hem kort nadat hij bekend was geworden met de negatieve fiscale gevolgen heeft laten weten dat hij nog maar kort te leven had en dat hij de ontstane situatie voor zijn overlijden afdoende geregeld wilde hebben. Ook dit nalaten rekent de kamer de notaris ernstig aan. Berisping en proceskostenveroordeling

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-447

    Primair stelt verweerder dat klager zijn klacht heeft ingetrokken en de klacht daarom niet opnieuw behandeld kan worden. Het zogenoemde ‘ne bis in idem-beginsel’ is ook in het tuchtrecht aanvaard. In dit geval is er echter geen sprake van het ten tweeden male voorleggen van een klacht aan de tuchtrechter. De eerste klacht van klager is niet door de deken onderzocht, laat staan aan de tuchtrechter voorgelegd. De klacht ziet op de zorgvuldigheid van de dienstverlening door verweerder. De raad hanteert bij de beoordeling van deze klacht als uitgangspunt dat verweerder dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klager heeft geen kennis kunnen nemen van (een concept van) de memorie van grieven voordat dit stuk werd ingediend. Dit is onzorgvuldig. Ook het zonder overleg in rekening brengen van vermijdbare kosten is onzorgvuldig. Voor de overige klachten over het opstellen van aantekeningen voor een zitting en het gebrekkige optreden tijdens een zitting is onvoldoende onderbouwing gegeven. De raad legt de maatregel van een berisping op mede gebaseerd op het feit dat verweerder zonder gegronde reden afwezig was bij de zitting.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-553

    Artikel 46h Advocatenwet bepaalt dat verzet tegen de voorzittersbeslissing dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na verzending van het afschrift van deze beslissing. In deze zaak is de raad op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat klaagster te laat in verzet is gekomen van de beslissing van de voorzitter. Het verzet werd 14 dagen na de afloop van de wettelijke termijn ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken. Er bestaat de mogelijkheid dat berichten van de griffie kennelijk in de postbus ‘ongewenste e-mail’ van klaagster zijn terechtgekomen, maar dit levert voor klaagster geen verschoonbare termijnoverschrijding op aangezien zij reeds eerder hiermee geconfronteerd was en de voorzittersbeslissing daarom opnieuw aan haar was toegezonden. Het verzet is niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.254

    Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. De aangeklaagde KNO-arts was medebeoordelaar van dit beleid en heeft hierover met klager telefonisch contact gehad. Klager verwijt de KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.073

    Klacht tegen een chirurg. Bij klaagster is tijdens het bevolkingsonderzoek een afwijking de linkerborst gevonden. Zij kwam daarvoor in behandeling in het ziekenhuis waar de chirurg destijds werkzaam was. Klaagster is gezien door een nurse practitioner in opleiding en uit nader onderzoek bleek dat sprake was van borstkanker. De chirurg was als supervisor aanwezig en maakte deel uit van het multidisciplinair overleg waar klaagster is besproken. Hij heeft na dit overleg het voorlopig behandelplan opgesteld en getekend. Klaagster verwijt de chirurg geen of onvoldoende dossiervoering, dat hij teveel taken heeft laat verrichten door een (leerling) nurse practitioner en dat hij zonder informed consent klaagster heeft willen laten deelnemen aan medisch wetenschappelijk onderzoek.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/42

    Klacht van zus over (met name) beoordeling van de wilsbekwaamheid van haar broer door de notaris bij het opmaken van zijn levenstestament. Kamer verklaart klacht niet-ontvankelijk omdat zus niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij de mondelinge behandeling heeft zus ook naar voren gebracht dat het van “redelijk en algemeen belang” is om kwetsbare mensen met bijvoorbeeld de diagnose alzheimer in de toekomst te behoeden voor de situatie waarin haar broer is komen te verkeren. De kamer is echter van oordeel dat de kring van belanghebbenden niet zo ruim is dat iedereen in het kader van het algemeen belang van de bescherming van de rechtszekerheid en het vertrouwen in het notariaat een klacht tegen een notaris kan indienen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-801 20-802

    Voorzittersbeslissing. Verweerders - tevens advocaten - zijn door klagers als privépersoon aangesproken over de vermeende grens van hun aangrenzende percelen. Verweerder heeft namens zichzelf privé en namens verweerster privé – tevens namens een derde – op zijn advocatenbriefpapier inhoudelijk gereageerd op de sommatie van klagers en is als advocaat een procedure gestart. Voldoende aanknopingspunten en verwevenheid om de privégedragingen van verweerders aan artikel 46 Advocatenwet te toetsen. Dat verweerders misbruik van hun functie als advocaat hebben gemaakt jegens klagers of anderen tegen hen hebben opgestookt, is niet komen vast te staan. Evenmin is de voorzitter gebleken van een door verweerder gedane toezegging. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:78 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200262D 200238

    Dekenbezwaar. Hoger beroep verweerder tegen opgelegde maatregel (schrapping) en tenuitvoerlegging. Het hof acht de gegrond verklaarde onderdelen van het dekenbezwaar ernstige feiten. Het zwaartepunt ligt bij de klachtonderdelen die zich in de persoonlijke levenssfeer van verweerder hebben afgespeeld. Verweerder heeft gedrag vertoond dat een advocaat onwaardig is en het vertrouwen in de advocatuur schaadt. Verweerder heeft zich bij twee afzonderlijke incidenten aan een aanhouding door de politie proberen te onttrekken. Bij één van deze incidenten is verweerder in een auto gevlucht voor de politie, waarbij schade aan zijn eigen auto en aan auto’s van de politie is ontstaan. Verweerder heeft bij deze vlucht een (potentieel) gevaarlijke situatie laten ontstaan. Verweerder schond tijdens dit incident verder de schorsingsvoorwaarden die naar aanleiding van het eerste incident door de rechter aan hem waren opgelegd. Verweerder heeft daarnaast langdurig en op meerdere vlakken niet voldaan aan de administratieve verplichtingen die behoren bij het voeren van een praktijk. Het hof acht ook deze feiten ernstig. De feiten rechtvaardigen een zeer zware maatregel. Het hof weegt het tuchtrechtelijk verleden van verweerder mee. Ten tijde van de feiten hing hem nog een voorwaardelijk deel van een eerder opgelegde schorsing boven zijn hoofd. Het hof weegt verder mee dat verweerder blijft verwijzen naar omstandigheden die – in ieder geval ten dele – buiten hemzelf liggen. Het hof acht de maatregel van schrapping de enige passende maatregel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Proceskostenveroordeling. Omdat het hof de beslissing tot schrapping bekrachtigt, ziet het hof geen aanleiding daarbovenop de tenuitvoerlegging te gelasten van een eerder voorwaardelijk opgelegd deel van een schorsing. Deze vordering wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-466

    Raadsbeslissing. Klacht over verweerder in de hoedanigheid van bestuurder en aandeelhouder. De raad niet kan vaststellen of verweerder zich bij de vervulling van zijn functie van bestuurder/aandeelhouder van advocatenkantoor X zodanig heeft gedragen dat hij daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. De inhoudelijke beoordeling van de liquidatie van advocatenkantoor X is voorbehouden aan de civiele rechter. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-599

    Klacht over eigen advocaat. De raad is van oordeel dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door in een zaak van zijn cliënte tegen een oud werknemer op verschillende momenten onvoldoende de regie te nemen en niet pro-actief te handelen. Dat heeft tot gevolg gehad dat een weinig kansrijke procedure is gestart, dat de zaak onnodig lang heeft geduurd, dat klaagster valse hoop heeft gehad op de goede afloop van haar zaak en dat klaagster onnodig hoge kosten heeft gemaakt. De raad legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:307 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-369

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.255

    Klacht tegen arts in opleiding tot KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO‑arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. De aangeklaagde KNO‑arts in opleiding heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. Klager verwijt de KNO‑arts in opleiding dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:71 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-811

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager en diens advocaat (klagers). Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger de stellingen van zijn cliënte duidelijk verwoord in de correspondentie met hun. Voor zover zijn cliënte op bepaalde vragen niet of op haar eigen manier heeft willen antwoorden en die antwoorden de wederpartij onwelgevallig waren, kan dat verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Geen sprake van niet-collegiale houding richting de advocaat van de wederpartij in de zin van gedragsregel 24. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:79 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200255

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou klager onvoldoende hebben geïnformeerd over het verloop van de procedure waardoor klager niet wist dat het hoger beroep liep. Het hof stelt vast dat de stellingen van klager en verweerder over de vraag of verweerder de memorie van grieven in concept en in definitieve vorm heeft toegezonden aan klager, lijnrecht tegenover elkaar staan. In het dossier van de raad, noch in het dossier van het hof bevindt zich correspondentie van verweerder met klager waaruit blijkt dat verweerder een concept voor de memorie van grieven heeft afgestemd met klager en dat verweerder hem een afschrift van de ingediende memorie heeft toegezonden. Verweerder heeft in dit verband ter zitting aangevoerd dat hij een concept en de definitieve versie van de memorie via een scanner/printer naar het e-mailadres van klager zou hebben verzonden, maar dat hij hiervan geen bewijs kan overleggen. Verweerder heeft tevens gesteld dat hij telefonisch en via WhatsApp contact zou hebben gehad met klager over de inhoud van de memorie van grieven, maar over deze WhatsApp-geschiedenis beschikt verweerder niet (meer). Desgevraagd heeft verweerder aangegeven dat hij evenmin tijd heeft geschreven op dit dossier, zodat ook aan de hand hiervan geen contactmomenten gereconstrueerd kunnen worden. Door aldus iedere vastlegging na te laten (of te verzuimen deze te bewaren) kan het hof niet vaststellen of hetgeen verweerder - tegenover de betwisting door klager - in hoger beroep naar voren brengt, juist is. Dit nalaten en/of niet bewaren is verweerder toe te rekenen en de eventuele bewijsnood ligt daarmee in zijn risicosfeer. Het hof voegt daaraan toe dat de omstandigheid dat verweerder klager tot dusverre niets in rekening heeft gebracht, onverlet laat dat hij bij de uitvoering van de desbetreffende werkzaamheden voor klager gebonden was aan de Advocatenwet. Gelet op het voorgaande acht het hof verweerders beroep ongegrond en bekrachtigt het de beslissing van de raad en de opgelegde maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-467

    Raadsbeslissing. Klacht over verweerster in de hoedanigheid van bestuurder/aandeelhouder. De raad niet kan vaststellen of verweerster zich bij de vervulling van haar functie van bestuurder/aandeelhouder van advocatenkantoor X zodanig heeft gedragen dat zij daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. De inhoudelijke beoordeling van de liquidatie van advocatenkantoor X is voorbehouden aan de civiele rechter. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.187

    Klacht tegen een huisarts. Klager is de zoon van een in 2018 overleden patiënt van de huisarts. Patiënt leed aan de ziekte van Parkinson en was afhankelijk van 24-uurs zorg thuis. Klager verwijt de huisarts dat zij (1) vanaf november 2018 als huisarts voor patiënt is blijven functioneren, terwijl zij naar de mening van klager het hoofdbehandelaarschap van patiënt had moeten overdragen aan een huisarts die voltijds in de praktijk werkzaam is, aangezien zij zelf maar twee dagen per week als waarnemer werkzaam is; (2) in een palliatief overleg in november 2018 heeft besloten om uitsluitend nog palliatieve zorg te verlenen, maar dit niet met patiënt en klager heeft gecommuniceerd, terwijl patiënt wilde blijven leven en behandeld worden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en verwijst naar de jurisprudentie over het regiebehandelaarschap. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt voorts het incidenteel beroep van de huisarts. Dat beroep gaat over de ontvankelijkheid van klager in de klacht als naaste van de overledene.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-039

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Gelet op de context waarin verweerster haar schriftelijke uitlatingen heeft gedaan – de behandeling van een sinds 2015 lopend letselschadedossier – heeft verweerster haar uitlatingen over een voorstel voor een eindregeling waarbij zij refereert aan een kritische beoordeling van de nota’s van klager mogen doen. Klacht ongegrond. Tijdens de zitting heeft klager gevraagd of de raad tegen de achtergrond van zijn klacht een principiële beslissing wil geven over de vraag of een advocaat van een verzekeraar de beoordeling van declaraties mag betrekken bij een voorstel voor een eindregeling, en wel op zodanige wijze dat die eindregeling daarmee in feite wordt afgedwongen. In dat kader overweegt de raad dat niets eraan in de weg staat dat een (advocaat van een) verzekeraar jegens de (advocaat van de) benadeelde op enig moment de stelling inneemt dat de kosten van juridische bijstand waarin wordt bevoorschot, niet meer in een redelijke verhouding staan met de te verwachten schade.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.291

    Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. De beklaagde KNO‑arts (destijds KNO-arts in opleiding) heeft eenmalig telefonisch contact gehad met klager. Daarna is klager opnieuw gezien door de eerste KNO-arts in opleiding en heeft klager telefonisch contact gehad met diens supervisor (eveneens aangeklaagd, C2019.254). Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. Klager verwijt de beklaagde KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/63

    Dierenarts wordt verweten dat er met betrekking tot een hond geen bloedonderzoek is verricht, terwijl daartoe wel reeds een bloedmonster was afgenomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:72 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-955

    Dit dekenbezwaar betreft de vraag of verweerder artikel 46 van de Advocatenwet heeft geschonden meer in het bijzonder artikel 10a lid 1 sub d van de Advocatenwet dat inhoudt dat de advocaat bij de uitoefening van zijn beroep integer is en zich onthoudt van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De raad oordeelt dat dit in deze zaak het geval is. Verweerder heeft onder zijn verantwoordelijkheid facturen laten opstellen ten name van vennootschappen terwijl de gedeclareerde werkzaamheden zien op zaken van de bestuurders van die vennootschappen in privé, zoals bijvoorbeeld in een echtscheiding en een strafzaak. Dit gebeurde met het doel de fiscus te misleiden in het kader van de Btw-heffing. De raad legt verweerder de maatregel van een berisping op omdat hij onvoldoende inzicht heeft getoond in het onbetamelijke van zijn handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.098

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De verpleegkundige is sinds 2019 bij de behandeling van klaagster betrokken als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij: 1) depotmedicatie heeft achtergehouden en niet heeft toegediend, 2) zich hiervoor heeft willen indekken door op 3 mei 2019 een e-mail te sturen dat klaagster de dag ervoor niet op de afspraak was verschenen, en 3) bij klaagster heeft aangedrongen om te verhuizen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365021 KL RK 20-6

    De geheimhoudingsplicht betreft niet alleen de inhoud van besprekingen maar strekt zich ook uit tot de identiteit van partijen, het tijdstip van een gesprek en het gespreksonderwerp

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:80 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200290

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Volgens klagers getuigt de preliminaire overweging in de beslissing van de raad van vooringenomenheid. Naar het oordeel van het hof staat het de raad vrij om, alvorens o​​​​​ver te gaan tot de uiteenzetting van de inhoudelijke beoordeling van de klacht, enkele algemene overwegingen vooraf te formuleren en aldus de context van de beoordeling te schetsen. Niet valt in te zien hoe dit blijk zou geven van vooringenomenheid, gelet op het gegeven dat een beslissing wordt geconcipieerd nadat de beraadslaging hierover is afgerond. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad en neemt die over, verwerpt de beroepsgronden van klagers en bekrachtigt de beoordeling van de raad.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/64

    Dierenarts wordt verweten dat ten aanzien van een hond onvoldoende onderzoek te hebben verricht en onjuiste medicatie te hebben voorgeschreven. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-046

    Klaagster verwijt verweerder haar in het geschil met haar buren niet naar behoren te hebben bijgestaan. Bij gebreke van een onderbouwd verweer acht de raad deze onderdelen van de klacht gegrond. Noch bij de deken noch voorafgaand aan de zitting van de raad heeft verweerder gebruik gemaakt van de gelegenheid om zijn standpunt schriftelijk kenbaar te maken en met stukken te onderbouwen. Klaagster verwijt verweerder ook dat hij onvoldoende heeft gedaan om een zitting in een kort geding uit te stellen omdat zij daar op de vastgestelde datum niet bij aanwezig kon zijn. Uit het vonnis van de voorzieningenrechter blijkt echter dat verweerder ter zitting van het kort geding heeft verzocht om de zaak aan te houden. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond. De raad legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:73 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-975

    Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerster zich in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van het bedrijf van klager zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De rechter-commissaris heeft klagers verzoek om verweerster geen toestemming te geven het faillissement van zijn holding aan te vragen afgewezen en de rechtbank heeft de aanvraag beoordeeld en het faillissement uitgesproken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-953

    Raadsbeslissing. Klacht van derde over handelen van verweerder als advocaat. Opmerkingen van verweerder over klager in krantenartikel vrij scherp geformuleerd maar niet onnodig grievend. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verweerder op enig moment als advocaat van klager of van een wederpartij van klager is opgetreden. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-525/DB/ZWB

    Advocaat heeft geen regie gevoerd in de zaak van haar cliënte, haar cliënte niet geïnformeerd over het verloop van haar zaken, onvoldoende voortvarend gehandeld, een concept beroepschrift vlak voor het verstrijken van de beroepstermijn aan haar cliënte toegestuurd en onvoldoende inhoudelijk besproken, geen afschrift van het ingediende beroepschrift aan haar cliënte toegestuurd, cliënte niet tijdig om de vereiste financiële stukken gevraagd, zich op eerste verzoek vlak voor de zitting onttrokken zonder haar cliënte op de (negatieve) gevolgen daarvan te wijzen en zonder om aanhouding te verzoeken. Sprake van een eerder vergelijkbaar tuchtrechtelijk (nalatig) handelen. Klacht (grotendeels) gegrond, schorsing van 26 weken, waarvan 22 weken voorwaardelijk, met proeftijd van 2 jaar. Bijzonder voorwaarde dat advocaat zich gedurende een jaar dient te gedragen naar de aanwijzingen van de door de raad benoemde coach.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:67 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-727

    Klacht tegen de deken. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk, vanwege verstrijken van de termijn. De klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat de deken zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling en onzorgvuldig handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:92 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.099

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De verpleegkundige was tot 1 mei 2019 bij de behandeling van klaagster betrokken als sociaalpsychiatrisch verpleegkundige van het FACT-team. De klacht luidt dat klaagster bewust verward is gemaakt om klaagster te laten opnemen in de kliniek waar de verpleegkundige vanaf 1 mei 2019 werkzaam is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:6 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/11

    Klachtambtenaarzaak: Dierenarts wordt verweten in strijd met de wettelijke regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening bij gezelschapsdieren een derde keuze antibioticum (Baytril, REG NL 3144) te hebben toegepast zonder voorafgaand bacteriologisch onderzoek en gevoeligheidstest, waarbij ook niet van een duidelijk onderbouwde veterinaire noodzaak voor de directe inzet van dit derde keuze antibioticum is gebleken. Gegrond, volgt onvoorwaardelijke geldboete van € 250.