Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

ECLI:NL:TGZREIN:2020:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19107

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2020:19
Datum uitspraak: 04-03-2020
Datum publicatie: 04-03-2020
Zaaknummer(s): 19107
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: Verwijt aan huisarts dat hij patiënt, 15 jaar oud, bij verdenking torsio testis niet heeft verwezen naar de uroloog nadat de huisarts de testis zelf handmatig had teruggedraaid. Daarnaast schending informatie- en instructieplicht. College: NHG-Behandelrichtlijn Acute epididymitis bij volwassenen. De huisarts had patiënt gezien leeftijd en klachten met spoed naar de uroloog moeten verwijzen. Kunstfout dat de richtlijn niet gevolgd is zonder toereikende verklaring. De huisarts heeft dit ook erkend. Ook ontoereikend vangnetadvies gegeven. Berisping. 

Uitspraak: 4 maart 2020

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 11 juni 2019 ingekomen klacht van:

[A]

wonende te [B]

klager

gemachtigde mr. C.M.G. Smeets-Gubbels (voorheen mr. R. van der Steen) te Apeldoorn

tegen:

[C]

huisarts

werkzaam te [D]

verweerder

gemachtigde mr. L. Beij te Utrecht

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-          het klaagschrift;

-          de machtiging van 28 mei 2019, ontvangen van klager;

-          het verweerschrift;

-          de brieven van 9 en 15 januari 2020 van de gemachtigde van klager;

-          de pleitaantekeningen van klager en de gemachtigde van klager.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het aangeboden mondelinge vooronderzoek.

De klacht is ter openbare zitting van 29 januari 2020 behandeld. Partijen waren aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigden.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende.

Klager treedt op als wettelijk vertegenwoordiger van zijn zoon (hierna: de patiënt, geboren in 2004).

De patiënt heeft sinds 2015 meermaals kenbaar gemaakt dat hij pijnklachten ervoer aan en rondom zijn geslachtsorgaan. De huisarts heeft de patiënt in verband hiermee twee keer gezien, te weten op 12 december 2015 en 5 november 2018.

Op 6 maart 2019 is de patiënt vanwege hevige pijnklachten rondom zijn geslachtsorgaan met spoed naar verweerder als waarnemend huisarts gegaan. Verweerder overwoog de diagnose torsio testis en rond 15.15 uur heeft verweerder bij de patiënt de rechter testis gedraaid, waarna de pijn wegzakte. Verweerder heeft de patiënt een aantal keren op en neer laten springen om te bekijken of de pijnklachten waren afgenomen. Verweerder zag, ondanks dat klager tot twee keer toe aan verweerder heeft gevraagd of de patiënt niet naar het ziekenhuis moest gaan, geen aanleiding de patiënt voor nader onderzoek te verwijzen naar een uroloog.

In het medisch dossier staat onder meer:

“06-03-2019   S pijn re testis eci

                        O re testis ¼ terug gedraaid daarna duidelijk klachten vermindering

                        E torsio testis ?

                        P voor nu expt bij weer toenemende klachten retour.”

Later die dag, rond 18.00 uur, keerde de pijn in alle hevigheid terug en zijn klager en de patiënt naar de huisartsenpost gegaan. Na enkele onderzoeken (waaruit de 3-voudige torsio testis bleek zonder doorbloeding) werd de patiënt om 21.00 uur geopereerd. Toen bleek dat zijn rechter testikel necrotisch was en is besloten om deze te verwijderen en de linker testis vast te zetten.

3. Het standpunt van klager

Klager verwijt verweerder dat hij, nadat hij de diagnose torsio testis bij de patiënt (klagers zoon) had gesteld en behandeld had (handmatige detorsie van de testis), de patiënt niet ter controle heeft doorgestuurd naar een uroloog. Ook wordt verweerder schending van zijn informatie- en instructieplicht verweten omdat hij niet heeft verteld dat de mogelijkheid bestond dat de testis weer zou kunnen terugdraaien en hoe in dat geval te handelen.

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft naar voren gebracht dat hij zich tijdens het consult niet bewust heeft  afgevraagd of hij bekwaam of bevoegd was. In zijn loopbaan als arts heeft hij van een uroloog gehoord/geleerd dat je een torsio altijd als “het boek moet open” terug moet draaien. Tijdens het onderzoek van de testis heeft hij dit een kwart slag met de rechter testis gedaan. Tijdens de zitting heeft verweerder hierover nader verklaard dat dit de eerste keer was dat hij deze behandeling gaf. 10 à 15 jaar geleden had verweerder ook een patiënt met een dreigende torsio testis en toen heeft de uroloog hem verteld hoe hij het terugdraaien moest doen. Verweerder heeft een uroloog nooit zien voordoen hoe dat moest.

Het is nooit verweerders plan geweest om de patiënt niet in te sturen. Door de in zijn ogen forse snelle klachtenvermindering heeft hij zich laten verleiden om af te wachten. Dit had hij niet moeten doen. Tijdens de zitting heeft verweerder verklaard dat zijn vangnetadvies niet veilig genoeg is geweest, maar hij heeft zeker gezegd dat de patiënt contact moest opnemen als de klachten erger werden.

Reflecterend op zijn handelen, verklaart verweerder dat hij de patiënt sowieso in had moeten sturen. Op het moment heeft hij zich te veel laten leiden door de klachtenvermindering. Het is voor verweerder een leerpunt; bij verdenking van torsio testis altijd insturen. Verweerder heeft via klager aan de patiënt excuus aangeboden voor hoe het verlopen is en al zijn medewerking toegezegd. Tijdens de zitting is toegelicht dat de aansprakelijkheid is erkend en verweerder heeft verklaard dat hij verder niet dwars zal liggen.

5. De overwegingen van het college

De patiënt was 15 jaar oud ten tijde van de behandeling door verweerder op 6 maart 2019. Uit het medisch dossier blijkt dat verweerder de diagnose torsio testis overwoog.

Uit de NHG-Behandelrichtlijn Acute epididymitis bij volwassenen van 16 november 2016 (hierna: de richtlijn) blijkt onder meer:

De behandelrichtlijn Acute epididymitis bij volwassenen geeft richtlijnen voor de diagnostiek en het beleid van een (sub)acute ontsteking (< 6 weken) van de epididymis bij patiënten van 18 jaar en ouder. (…).

De keuze voor de leeftijdsgrens is gemaakt omdat torsio testis, de belangrijkste differentiaal diagnostische overweging bij acute epididymitis, vooral voorkomt bij patiënten onder de 18 jaar. (Sub)acuut ontstane eenzijdige klachten in het scrotum bij patiënten onder de 18 jaar vormen aanleiding voor een spoedindicatie voor aanvullende diagnostiek om een torsio testis uit te sluiten. Overleg met en verwijzing naar de uroloog is dan dus noodzakelijk.”

Volgens de richtlijn had verweerder patiënt gezien zijn leeftijd en klachten met spoed naar de uroloog moeten verwijzen voor aanvullende diagnostiek. Verweerder heeft deze richtlijn niet gevolgd, maar de rechter testis zelf teruggedraaid. Verweerder heeft geen reden aangevoerd om de richtlijn niet te volgen en patiënt niet te verwijzen, anders dan dat er na de behandeling een klachtenvermindering optrad. Verweerder erkent ook dat zijn handelen onjuist is geweest en dat hij niet had moeten afwachten.

Dit onderdeel van de klacht is gegrond.

Nog afgezien van het bovenstaande geldt bovendien dat hij bij de door hem gekozen behandelwijze tekortgeschoten is in zijn informatie- en instructieplicht. Uit het medisch dossier volgt weliswaar dat hij patiënt heeft laten weten dat hij bij toename van klachten moest terugkomen, maar dit zogeheten vangnetadvies was ontoereikend, zoals ook door verweerder is erkend. Zo heeft verweerder niet (uitdrukkelijk) verteld dat de testis weer zou kunnen terugdraaien en wat de gevolgen daarvan voor de patiënt zouden kunnen zijn. Ten onrechte leefde verweerder in de veronderstelling dat met zijn handelen de klacht (afdoende) was verholpen. Ook dit onderdeel van de klacht is gegrond.

De conclusie is dat de klacht in alle onderdelen gegrond wordt geacht.

Vervolgens komt het college toe aan de vraag of en zo ja, welke maatregel opgelegd moet worden.

Verweerder is twintig jaar huisarts en heeft in die jaren geen tuchtrechtelijk verleden opgebouwd. Ook heeft hij blijk gegeven in te zien dat hij anders had moeten handelen en alle medewerking aan de schadeafhandeling toegezegd.

Niettemin kan met een waarschuwing bij wijze van zakelijke terechtwijzing niet worden volstaan. Verweerder heeft een kunstfout begaan door zonder toereikende verklaring af te wijken van een niet mis te verstane richtlijn en hij heeft daarmee de patiënt (zonder hem deugdelijk te informeren) blootgesteld aan een onverantwoord risico, welk risico zich later ook heeft geopenbaard. Dit alles afwegend acht het college een berisping passend en geboden.

6. De beslissing

Het college:

-          verklaart de klacht gegrond;

-          legt aan verweerder de maatregel van berisping op.

Aldus beslist door E.C.M. de Klerk, voorzitter, T. Zuidema, lid-jurist, J.D.M. Schelfhout, M.A.M.U. Vermeulen en H.J. Weltevrede, leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van

I.H.M. van Rijn secretaris en uitgesproken door C.D.M. Lamers op 4 maart 2020 in aanwezigheid van de secretaris.