We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13001-13050 van de 47613 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/378087 / KL RK 20-120

    Klacht over de totstandkoming van partnerschapsvoorwaarden. Klager stelt dat hij niet juist is geïnformeerd en onvoldoende is voorgelicht over de consequenties die de partnerschapsvoorwaarden voor hem konden hebben. Naar het oordeel van de kamer lag het, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager, op de weg van de notaris om nadrukkelijk aandacht te besteden aan de (mogelijke) verschillen in vermogensposities tussen klager en zijn partner. De notaris had klager expliciet moeten informeren over de consequenties voor zijn vermogen bij een eventuele echtscheiding. Zelfs als de stelling van de notaris juist zou zijn dat klager en zijn partner op voorhand al een voorkeur hadden voor een algehele gemeenschap van goederen, dan nog behoorde het tot zijn taak om klager voor te lichten over de rechtsgevolgen van de verschillende opties en te verifiëren of de gemaakte keuzes aansloten bij zijn wensen. Dat de notaris dit heeft nagelaten acht de kamer tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer heeft dit onderdeel van de klacht gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping opgelegd, met veroordeling in de proceskosten conform de richtlijn.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/358621 / KL RK 19-116

    Verwaarlozing identificatie- en Belehrungspflicht. Algemeen belang vordert voortzetting behandeling klacht en gegrondverklaring daarvan en maakt opleggen maatregel noodzakelijk. Bij de oplegging van deze maatregel weegt de kamer mee dat het verzuim van de notaris niet alleen de kernwaarden van het notariaat raakt maar ook dat een vergelijkbaar verzuim voor het BFT al eerder een grond vormde een klacht tegen deze notaris in te dienen. Deze klacht werd door deze kamer gegrond verklaard met oplegging van de maatregel van berisping en een boete van € 10.000,00. Oplegging van een zwaardere maatregel lijkt daarom gerechtvaardigd. Echter vanwege verzachtende feiten en omstandigheden wordt volstaan met berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/237

    Klaagster verwijt verweerder, neuroloog, onder meer geen juiste diagnose te hebben medegedeeld (aanwezigheid tumor), terwijl deze door de radioloog duidelijk was beschreven. Hierdoor heeft zij zeven jaar met een groeiende tumor en bijbehorende klachten rondgelopen zonder hiervoor behandeld te zijn. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/361386 / KL RK 19-139

    Verwacht mag worden dat een notariskantoor waar leveringsakten voor onroerend goed gepasseerd worden, de kantoororganisatie zo inricht dat bij de voorbereiding van een dergelijke akte, zorgvuldig aandacht wordt besteed aan de beschrijving van de perceeloppervlakte. Dit is immers een wezenlijk onderdeel van de door de notaris middels de leveringsakte uit te voeren koopovereenkomst. De vraag echter of de notaris zijn werkzaamheden op dit punt voldoende zorgvuldig heeft verricht of doen verrichten, kan in deze zaak niet beantwoord worden. Wat betreft de onterecht uitbetaling uit het depot wordt de klacht gegrond verklaard, vanwege het adequate handelen van de notaris snel nadien zonder oplegging maatregel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/370244 / KL RK 20-60

    Geoordeeld wordt dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd waarom zij vindt dat de notaris haar onvoldoende heeft geïnformeerd, onvoldoende bereikbaar was en/of niet adequaat gereageerd heeft. Hetzelfde geldt voor het verwijt dat de notaris ten onrechte zijn dienstverlening geweigerd zou hebben of partijdig gehandeld dan wel zijn beroepsgeheim geschonden zou hebben. Ook in de stukken geen steun voor deze aantijgingen te vinden. Klacht ongegrond op alle onderdelen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/375734 / KL RK 20-107

    De notaris heeft zijn bevindingen vastgelegd in het verslag wilscontrole, dat zich samen met de uitgebreide gespreksnotities in het dossier bevindt. De notaris heeft er niet voor gekozen deze bevindingen tevens vast te leggen in de akte waarbij het testament is opgemaakt. De notaris stelt zich evenwel terecht op het standpunt dat het Stappenplan daartoe ook niet verplicht. Vaststelling van de wilsbekwaamheid van erflaatster voldoende zorgvuldig. Klacht op deze en overige punten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:94 Raad van Discipline Amsterdam 21-272/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster de doorhaling van het hoger beroep heeft gestagneerd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:82 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200268W

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft een dag voor de zitting de kamer gewraakt omdat geen toestemming is verleend tot het maken van geluids- en beeldopnamen van de zitting. ​​​Bij gebrek aan wrakingsgronden kan de wrakingskamer niet vaststellen om welke reden ten aanzien van verweerders van het uitgangspunt dat zij onpartijdig zijn zou moeten worden afgeweken. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:89 Raad van Discipline Amsterdam 21-270/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van curator kennelijk ongegrond. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het standpunt in te nemen dat sprake is van paulianeus handelen. Verder niet gebleken dat verweerster feiten heeft geponeerd waarvan zij wist of behoorde te weten dat die onjuist waren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.183

    Klacht tegen verpleegkundige. De beklaagde verpleegkundige is werkzaam op een ambulance. Na een melding (A2) bij de ambulancedienst van de huisarts van klaagster vanwege een verdenking op urosepsis, is de verpleegkundige samen met een collega naar het huis van klaagster gegaan. In het huis was ook de zoon (gemachtigde) van klaagster aanwezig. Klaagster is door beklaagde en zijn collega meegenomen met de ambulance en naar de afdeling SEH van het ziekenhuis gebracht. Vanwege de thuissituatie van klaagster en de daarover ontstane zorgen bij de verpleegkundige, heeft hij de procedure tot het doen van een zorgmelding in werking gesteld. De klacht houdt in: 1. Onzorgvuldige hulpverlening; en 2. Incorrecte bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.222

    Klacht tegen verpleegkundige. D e klacht betreft de moeder van klaagster/schoonmoeder van klager. Klager was ook de huisarts van zijn schoonmoeder. De verpleegkundige was werkzaam in het verpleeghuis waar patiënte woonde. Na het overlijden van patiënte is de verpleegkundige door de politie als getuige gehoord over de gebeurtenissen rond de dood van patiënte. Klagers hebben 17 klachtonderdelen geformuleerd en verwijten de verpleegkundige - kort gezegd - dat hij zonder onderbouwing negatieve uitspraken over klager heeft gedaan, dat hij het dossier van patiënte na haar overlijden meermaals heeft ingezien, haar privacy en zijn beroepsgeheim heeft geschonden en uitspraken over de gesteldheid van patiënte heeft gedaan die zijn deskundigheid te buiten gaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht over het ongeoorloofd inzien van het medisch dossier van patiënte gegrond verklaard. Verder zijn klagers in een klachtonderdeel deels niet-ontvankelijk verklaard en is de klacht voor het overige ongegrond verklaard, waarbij over twee klachtonderdelen niet geoordeeld hoefde te worden. Aan de verpleegkundige is een waarschuwing opgelegd. De verpleegkundige heeft hierin berust. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers, Daarmee blijft de opgelegde waarschuwing staan.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-249/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De klacht is niet-ontvankelijk ex artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet. Het beroep op toepassing van artikel 46 lid 2 Advocatenwet wordt verworpen. Niet valt in te zien dat klager pas kon klagen na ontvangst van het arrest, noch dat voor het indienen van de klacht juridische kennis is vereist.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:91 Raad van Discipline Amsterdam 21-136/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster de zaak van klager onvoldoende voortvarend heeft behandeld. Verweerster heeft ook niet geweigerd de zaak van klager aan te brengen bij de rechtbank en evenmin heeft zij onvoldoende voortvarend meegewerkt aan de overdracht van de toevoeging en het sturen van haar urenspecificatie aan de opvolgend advocaat van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:85 Raad van Discipline Amsterdam 20-739/A/A

    Gegronde klacht over de wederpartij. Verweerder heeft met het overleggen van een conceptrapport van de Raad voor de Kinderbescherming in het kader van het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor onvoldoende oog gehad voor de belangen en rechten van klaagster (en haar zoon) en die belangen nodeloos heeft geschaad. Hiermee heeft hij de grenzen van de hem toekomende vrijheid overschreden. Verweerder heeft zich niet gerealiseerd dat het conceptrapport ook aan de getuigen zou worden doorgezonden en was niet zeker over de kans van slagen van het verzoek om getuigenverhoor. Hij beschikte niet over voldoende juridische kennis en deskundigheid om deze procedure aanhangig te maken. Aldus heeft hij de kernwaarde deskundigheid geschonden. De raad acht het opleggen van de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-38

    Op grond van artikel 1 van de Verordening bevordering vakbekwaamheid is ieder lid van de KNB verplicht zich zodanig te scholen en bij te scholen op vakinhoudelijk gebied, op het gebied van het notarieel management en op het gebied van de notariële dienstverlening, dat hij beschikt over de kennis die gezien zijn functie noodzakelijk is voor een goede beroepsuitoefening. In artikel 2 van voornoemde Verordening jo artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid is vastgesteld dat het aantal opleidingspunten dat een lid moet behalen in een tijdvak van twee jaren 40 punten bedraagt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:92 Raad van Discipline Amsterdam 21-201/A/A

    Voorzittersbeslissing, Klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft gedragsregel 27 niet overtreden. Hij heeft geen mededelingen gedaan over de inhoud van de gevoerde schikkingsonderhandelingen. Ook heeft verweerder zich niet onnodig grievend uitgelaten over klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:86 Raad van Discipline Amsterdam 20-451/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-05 (2020.V1-UAL Lobito)

    Op 19 november 2019 in de ochtend heeft men aan boord van het ms UAL Lobito ontdekt dat het schip tijdens slecht weer 2 lege containers (TEU) was verloren. Vermoedelijk is dat gebeurd op 18 november 2019 ter hoogte van Kaap Finisterre terwijl het schip onderweg was van Dakar (Senegal) naar Antwerpen (België). Dit incident is op 19 november 2019 door de reder aan de ILT gemeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:32 Accountantskamer Zwolle 20/1901 Wtra AK

    Klacht over aanbrengen wijzigingen in voor toetsing geselecteerde dossiers; klacht gegrond. Oplegging maatregel van berisping. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door wijzigingen aan te brengen in een voor toetsing geselecteerd samenstellingsdossier, zonder dit aan de toetsers te melden, niet eerlijk en oprecht heeft opgetreden. Hij heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. De maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand zou in dit geval passend en geboden zijn geweest. Betrokkene heeft zich inmiddels echter als accountant uit het register laten uitschrijven, zodat het opleggen van de maatregel van tijdelijke doorhaling niet zinvol is. De Accountantskamer zal daarom de maatregel van berisping opleggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:87 Raad van Discipline Amsterdam 20-726/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.372

    Klacht tegen oogarts. Klaagster was sinds 1989 bekend op de oogafdeling van het ziekenhuis. De klacht betreft de behandeling van klaagster door de oogarts in de periode december 2010 tot juli 2014. Klaagster verwijt de oogarts dat zij a) geen diagnose dan wel een verkeerde diagnose heeft gesteld, doordat zij geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan, b) ondanks herhaald verzoek geen scan heeft laten maken, c) te lang met klaagster heeft gesold met betrekking tot de voorgestelde operatie, waarbij zij zelf geen regie heeft gehouden maar dit heeft overgelaten aan de orthoptist, d) ook toen in 2014 de pucker opnieuw werd geconstateerd, niet in actie is gekomen, maar steeds is blijven hangen op de voorgestelde strabismusoperatie, en e) door het delay in de behandeling ernstige schade aan de ogen van klaagster heeft veroorzaakt, waardoor meerdere operaties nodig zijn geweest in een ander oogziekenhuis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft verklaard dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:33 Accountantskamer Zwolle 20/1919 Wtra AK

    Klacht over aanbrengen wijzigingen in voor toetsing geselecteerde dossiers; klacht gegrond. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door wijzigingen aan te brengen in een voor toetsing geselecteerd samenstellingsdossier, zonder dit aan de toetsers te melden, niet eerlijk en oprecht heeft opgetreden. Hij heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. De maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:88 Raad van Discipline Amsterdam 21-269/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet is komen vast te staan dat verweerder identiteitsfraude heeft gepleegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/369184 KL RK 20-50

    Door de akte van aanvaarding en overdracht executele van 11 april 2020 te laten passeren heeft de notaris willens en wetens de schorsingsbeslissing van de kantonrechter van 13 januari 2020 genegeerd, terwijl de aard en strekking van de schorsingsbeslissing voor hem duidelijk geweest moeten zijn. De notaris had de eindbeslissing op het ontslagverzoek moeten afwachten, alvorens al dan niet de executele te aanvaarden en/of over te dragen. Anders dan de notaris meent, is naar het oordeel van de kamer niet gebleken dat destijds sprake was van (acute) noodzaak tot beheer van de nalatenschap of van gegronde vrees dat de nalatenschap langere tijd onbeheerd zou blijven.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.130

    Klacht tegen oogarts. Klager is op datum X in het oogheelkundig centrum gezien tijdens een spoedconsult door de oogarts. Twee weken later heeft klager naar het oogheelkundig centrum gebeld in verband met nieuwe klachten aan het oog. Hij kon pas een week later terecht voor een afspraak. Diezelfde avond is in een ander ziekenhuis een netvliesloslating geconstateerd en is klager geopereerd. Enkele maanden later heeft een klachtgesprek plaatsgevonden tussen klager en de oogarts. Klager verwijt de oogarts dat a) hij klager tijdens het spoedconsult op datum X niet zorgvuldig heeft onderzocht, hij op datum X niet naar klager heeft geluisterd en hij op datum X een controle afspraak heeft gemaakt voor zes weken later, b) klager pas een week later terecht kon voor een afspraak toen hij twee weken na datum X belde in verband met nieuwe klachten, en c) hij klager tijdens het klachtgesprek onprettig heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard, klachtonderdeel 3 gedeeltelijk gegrond verklaard, aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het beroep van de arts richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en de gedeeltelijke gegrondverklaring van klachtonderdeel 3. Het incidenteel beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 1 en de gedeeltelijke ongegrondverklaring van klachtonderdeel 3. Het Centraal tuchtcollege beslist conform het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt beide beroepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.081

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is dochter, mentor en wettelijk vertegenwoordiger van patiënte. De verpleegkundige was werkzaam in het verpleeghuis waar patiënte woonde. De echtgenoot van klaagster was de huisarts van patiënte. Na het overlijden van patiënte is de verpleegkundige door de politie als getuige gehoord over de gebeurtenissen rond de dood van patiënte. Klaagster heeft 6 klachtonderdelen geformuleerd en verwijt de verpleegkundige dat zij het beroepsgeheim heeft geschonden, ondeskundige uitspraken heeft gedaan, geruchten heeft verspreid en bij de medicatieverstrekking zwaarwegende fouten heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:74 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-213

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/250

    Samenvatting: Klager verwijt verweerster, GZ-psychologe, dat zij zonder zijn toestemming (valse en belastende) informatie heeft verstrekt aan Veilig thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, zijn ex-echtgenote en de bedrijfsarts en dat zij niet de richtlijnen voor behandeling van een burn-out heeft gevolgd. Verweerster voert verweer. Gegrond berisping

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-930

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Beroep op misbruik van klachtrecht faalt. Niet gebleken dat de door verweerder ingediende stukken vervalst zouden zijn. Vraag of sprake is van spoedeisend belang is door de voorzieningenrechter beantwoord. Niet gebleken dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënte klagers belangen onnodig of onevenredig en zonder redelijk doel heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:75 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-206

    Klacht tegen advocaat wederpartij over overleggen medische gegevens van klaagster in een familiezaak. De raad heeft de handelwijze van verweerster gelegd naast de meetlat van de uitspraak van het Hof van Discipline van 21 augustus 2020 (ECLI:NL:TAHVD: 2020:142). In die uitspraak is overwogen dat het overleggen van medische gegevens in een procedure gerechtvaardigd kan zijn voor zover in de gegeven omstandigheden een reëel belang bij adequate rechtsbijstand daartoe noopt. Daarbij dient dat belang te worden afgewogen tegen het belang van de betrokkene niet nodeloos te worden geschaad door het overleggen van diens medische gegevens. Bij de beantwoording van de vraag of die noodzaak of relevantie bestaat heeft de advocaat een eigen verantwoordelijkheid en dient hij een eigen afweging te maken, mede rekening houdend met de belangen van klager om niet nodeloos te worden geschaad door overlegging van die medische gegevens. Deze afweging kan achteraf door de tuchtrechter worden getoetst. Indien en voor zover het in het geding brengen van medische gegevens noodzakelijk en dus toelaatbaar is, behoeft daarvoor geen voorafgaand overleg te worden gevoerd met de wederpartij of de deken en is evenmin toestemming noodzakelijk van degene wiens medische gegevens het betreft. De raad is van oordeel dat verweerster met het overleggen van de medische gegevens en in het verlengde daarvan met het in het processtuk opnemen van stellingen over de medische situatie van klaagster binnen haar eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid is gebleven en een afweging heeft gemaakt op de wijze zoals door het hof is aangegeven. Voorts mocht verweerster in beginsel afgaan op de mededeling van haar cliënt over de wijze waarop hij stukken had verkregen (aanwezig in de echtelijke woning).

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-029

    Voorzittersbeslissing. Het verwijt dat verweerster een beroepsmogelijkheid ongebruikt voorbij heeft laten gaan en bepaalde stukken niet of te laat heeft ingediend, is te algemeen gesteld en niet met feiten onderbouwd. Verder heeft verweerster gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-352

    Verzetschrift niet-ontvankelijk wegens termijn overschrijding. Als reden voor deze termijnoverschrijding noemen klagers dat zij tweemaal op het verkeerde been zijn gezet. De eerste maal omdat bovenaan de beslissing een andere datum stond vermeld dan onderaan de beslissing en de tweede maal op grond van van de griffie ontvangen informatie. Deze omstandigheden leveren naar het oordeel van de raad echter geen bijzondere omstandigheid op die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Blijkens hun weergave van het telefoongesprek met de griffie kenden klagers de ingangsdatum van de verzettermijn, onderaan de beslissing was de verzettermijn vermeld alsmede dat deze een dag na verzending ging lopen en tijdens het telefoongesprek met de griffie is niet over een concrete einddatum van de verzettermijn gesproken. Dat klagers ervan uit gingen dat de verzettermijn op 12 november 2020 verliep komt voor hun risico. De termijnoverschrijding is dan ook niet toelaatbaar (verschoonbaar).

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-052

    Termijn van 1 dag voor het opvragen van verhinderdata in kort geding is gelet op de voorafgegane correspondentie en de spoedeisendheid van het kort geding niet onredelijk kort. Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om in overleg met zijn cliënt een aanhangig gemaakte procedure voort te zetten. Geen eigen belang bij klacht over de financiële afspraken tussen de advocaat van de wederpartij. Klacht gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-507

    Klacht tegen eigen advocaat over handelwijze rond incassotraject en onvoldoende informeren over appelmogelijkheid. Vast staat dat verweerder twee e-mails van klager niet heeft beantwoord. Voor wat betreft het incassotraject overweegt de raad dat klager verweerder moeilijk kan verwijten e-mails van hem niet beantwoord te hebben omdat klager zelf eerdere e-mails van verweerder onbeantwoord had gelaten en zijn toezegging om met een betalingsvoorstel te komen niet was nagekomen en dat dit in ieder geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alsmede dat het uitbrengen van een openbare dagvaarding minder prettig is maar daarmee nog niet klachtwaardig en dat de dagvaarding in kwestie op de wijze, zoals verweerder dat heeft gedaan, juridisch correct kon worden uitgebracht. Voorts overweegt de raad dat partijen van mening verschillen over wat er de binnen de appeltermijn aan uitleg en advies over de mogelijkheden en kansen in hoger beroep is gegeven. Hier wreekt zich dat verweerder belangrijke informatie niet schriftelijk heeft vastgelegd, hetgeen voor zijn risico komt. Op grond van gedragsregel 16 dient een advocaat zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken en dient hij ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Uitleg over de mogelijkheid van en de kansen in een (spoed) appel en de afspraken die daarover tussen klager en verweerder zijn gemaakt zijn bij uitstek onderwerpen die tot de informatieplicht zoals bedoeld in genoemde gedragsregel behoren. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-535

    Klacht tegen eigen advocaat over zonder toestemming van klager zenden van vertrouwelijke informatie en een procesadvies aan de rechtsbijstandverzekeraar, die de zaak naar verweerster had doorverwezen. Verweerster had met klager een advocaat - cliënt relatie zoals bedoeld in de Advocatenwet en de Gedragsregels. Dat verweerster door Achmea wordt betaald doet daaraan niet af. Derhalve moest verweerster de in artikel 46 Advocatenwet opgenomen zorgplicht jegens de cliënt in acht nemen en was zij verplicht tot geheimhouding van wat haar door klager is toevertrouwd. Het was verweerster bekend, althans had verweerster bekend moeten zijn, dat klager geen toestemming had verleend om gegevens omtrent de zaak aan Achmea te verstrekken. Desondanks heeft verweerster zonder klager daarin vooraf te kennen, laat staan daarvoor toestemming te vragen, een aan klager verzonden brief aan Achmea doorgezonden, vragen van Achmea over de inhoudelijke kant van de zaak beantwoord en aan Achmea een weliswaar voorlopig maar wel degelijk als zodanig te beschouwen (proces) advies gegeven. Daarmee heeft klaagster niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. De verweten handelwijze raakt de vertrouwelijkheid, zijnde één van de kernwaarden waardoor de advocatuur zich laat leiden. Het is van wezenlijk belang dat cliënten in vertrouwen alles in volle openhartigheid kunnen wisselen met een advocaat. Schending van bedoelde kernwaarde is een ernstig vergrijp, dat in beginsel een forse maatregel noodzakelijk maakt. In dit geval wordt geen maatregel opgelegd omdat verweerster nog maar net beëdigd was, weinig begeleiding had, haar excuses heeft aangeboden en de ernst van verweten handelwijze inziet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:308 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-213

    Voorzittersbeslissing. Verweerster diende als partijdige belangenbehartiger in het belang van haar cliënt in de gegeven omstandigheden alsnog bij de rechtbank een verzoek in te dienen om de een gewijzigde zorgregeling vast te stellen. Een minnelijke regeling verdient weliswaar de voorkeur maar daarover is tussen partijen vergeefs overleg gevoerd. Kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-919

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de diensteverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-921

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft klager diverse keren uitgelegd dat geen sprake was van een bestuursrechtelijke procedure maar van een civiele kwestie. Afspraak over betalen eigen bijdrage door klager volgt uit de e-mailscorrespondentie. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-087b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Voor een behandeling – en dus ook voor een second opinion – van een minderjarige tot zestien jaar is er toestemming nodig van beide gezaghebbende ouders. Klager en de moeder van de dochter zijn gescheiden en zij hebben beiden het gezag over de dochter. Dit betekent dat ook de moeder moet instemmen met een behandeling. Beklaagde merkt terecht op dat hij niet zonder meer kon aannemen dat ook de moeder instemde met de gevraagde second opinion. Er was op het moment van het consult geen sprake van een acute situatie waarin de toestemming van de moeder niet kon worden afgewacht. Ook het advies van beklaagde om, na het verkrijgen van de toestemming van de moeder, naar de kinderarts te gaan om de second opinion te regelen is een zorgvuldige handelwijze. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2481

    Specialist ouderengeneeskunde wordt verweten dat hij: 1. de wil van klager en zijn familie niet heeft gerespecteerd door patiënte (klagers moeder) morfine toe te dienen, terwijl klager daar geen toestemming voor gegeven had. Hierdoor was er voor de familie geen mogelijkheid meer om met moeder te communiceren; 2. in strijd met de wens van klager en de familie het actief behandelbeleid ten aanzien van patiënte heeft laten omzetten naar niet actief beleid en niet heeft meegedeeld dat de familie deze beslissing kon overrulen; 3. patiënte tweemaal te laat heeft ingestuurd naar het ziekenhuis; 4. tekortgeschoten is in de communicatie, omdat: - hij zonder voorafgaande kennisgeving pas vier uur later is verschenen op een afspraak op de dag vóór het overlijden van patiënte; - aan klager en de familie geen gelegenheid is geboden om ’s nachts bij patiënte te waken; - hij niet aan de familie heeft meegedeeld dat patiënte bij de cardioloog was uitbehandeld voor hartfalen en in feite al vaststond waaraan zij zou overlijden en de familie vanaf dat moment niet bij moeder zou hebben toegelaten, maar pas op het laatste moment. De familie mocht in verband met Covid-19 bijna drie maanden niet bij patiënte zijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-087a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager is ontvankelijk in de klacht, nu zijn dochter op het moment van het indienen van de klacht 12 jaar oud was . Klager is dus bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de dochter met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Beklaagde heeft binnen een korte tijd de dochter tweemaal gezien en klager eenmaal. Na het tweede contact met de dochter, heeft beklaagde een spoedverwijzing gemaakt voor de kinderarts met daarbij het verzoek om een systemische aanpak, zoals overigens ook door klager gewenst. Deze verwijzing is een zorgvuldige en adequate handelwijze geweest. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2291

    Klager verwijt verweerster: 1) dat zij na herhaaldelijke en nadrukkelijke verzoeken op 18 juli 2019 en 22 augustus 2019 weigerde om onderzoek naar de feiten te doen; 2) dat zij doelbewust zijn moeder grote angsten heeft aangejaagd en een onterechte rechtsgang heeft ingezet; 3) dat zij zich zonder te legitimeren, onder valse voorwendselen in het woonhuis van zijn moeder zou hebben binnengedrongen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-162

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De beklaagde heeft weliswaar niet zelf de brieven opgesteld en deze niet zelf aan de echtgenoot overhandigd, maar hij heeft door ondertekening van de verwijsbrieven verantwoordelijkheid genomen voor de verwijzing en voor de inhoud ervan. Ook is hij als huisarts verantwoordelijk voor de wijze waarop in zijn praktijk de door hem ondertekende verwijsbrieven worden verstrekt. Door in dit geval zonder klaagsters toestemming de verwijsbrieven mee te geven aan haar echtgenoot, heeft beklaagde zijn beroepsgeheim geschonden. Beklaagde heeft zonder toestemming van klaagster een derde de gelegenheid gegeven kennis te nemen van haar medische gegevens. Het feit dat de enveloppen dichtgeplakt waren, maakt dit niet anders. Beklaagde heeft daarbij nagelaten te verifiëren of klaagster een verwijzing wenste en of zij er mee instemde dat haar echtgenoot ook haar verwijsbrief zou meenemen terwijl in die brief episodes uit haar medisch dossier stonden opgenomen, met alle gevolgen van dien voor klaagster. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/26

    Klacht tegen huisarts. Klager wendde zich in 2020 met oorpijn tot zijn huisarts. Er werd een ontsteking van de gehoorgang vastgesteld en klager kreeg medicatie. De klachten namen toe en er werd een middenoorontsteking vastgesteld. Klager werd ook met enige spoed verwezen naar de KNO-arts. Uiteindelijk werd klager pas op een later moment, nadat hij er zelf achteraan moest gaan, gezien door de KNO-arts. Hij verwijt beklaagde 1) dat deze zijn klachten onvoldoende serieus heeft genomen, 2) dat beklaagde een onjuiste diagnose heeft gesteld en 3) dat beklaagde onvoldoende nazorg heeft verleend. Het college is van oordeel dat alleen het derde klachtonderdeel gegrond is. Beklaagde krijgt hiervoor een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2021-005

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft erkend dat hij in principe de toestemming van beide ouders met gezag nodig had om de dochters van klager in zijn praktijk in te schrijven. Hij heeft uitgelegd dat hij nog niet eerder een vergelijkbaar geval had meegemaakt. De werkwijze binnen de groepspraktijk waar beklaagde werkt is onmiddellijk gewijzigd naar aanleiding van dit voorval. Het standaardinschrijfformulier is hierop aangepast. Voorts heeft beklaagde zich bij herhaling verontschuldigd voor het veel te lang uitblijven van zijn reactie op het schrijven en mailen door klager. D e administratieve inrichting van de praktijk is zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen . Klacht gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-183

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts. Het College stelt vast dat beklaagde erkent dat hij verantwoordelijk is voor de uitschrijving van de dochters van klager uit zijn praktijk, op verzoek van de ex-echtgenote van klager. Het verzoek is weliswaar aangenomen en behandeld door een van de assistentes van de praktijk, maar beklaagde heeft dit verzoek gefiatteerd. Beklaagde heeft toegelicht dat hij in de veronderstelling verkeerde dat klager op de hoogte was van het verzoek tot uitschrijving van de dochters en had aangenomen dat dit in het verlengde lag van de door de rechtbank verleende toestemming tot verhuizing en inschrijving in de school van de kinderen . Omdat beklaagde de dochters zonder te informeren naar de toestemming van de vader met gezag heeft uitgeschreven is dit onderdeel van de klacht gegrond. De administratieve inrichting van de praktijk is zodanig aangepast, dat een herhaling niet meer voor kan komen. Het overige klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/108

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich in 2018 in zijn vinger gezaagd met elektrische cirkelzaag. Hij wendde zich tot de doktersdienst waar hij door beklaagde werd gezien. Zij beoordeelde de wond en gaf de aanwezige triagiste opdracht om de wond te hechten en het consult af te ronden. Klager kreeg geen antibiotica. Enkele dagen na het consult raakte klagers vinger ernstig ontstoken. Hij heeft van zijn eigen huisarts alsnog antibiotica gekregen. Een deel van de functionaliteit van zijn vinger is klager kwijtgeraakt. Hij verwijt beklaagde 1) dat zij aan hem geen antibiotica heeft voorgeschreven, 2) dat zij het hechten heeft overgelaten aan triagiste in plaats van een plastisch chirurg en 3) dat hij geen advies heeft gekregen over hoe te handelen bij ontstekingsverschijnselen. Het college overweegt dat de verwijten niet terecht zijn en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/16

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op vier melkveebedrijven (droogzetters en mastitis preparaten) in strijd te hebben gehandeld met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Het Veterinair Beroepscollege komt tot de slotsom dat de dierenarts tekort is geschoten in de naleving van de (administratieve) verplichtingen voor het voorschrijven en de aflevering van antibiotica als bedoeld in artikel 5.14 en 5.17 van de Regeling diergeneeskundigen en bijlage 9 van de Regeling diergeneesmiddelen. Voorts heeft de dierenarts in strijd gehandeld met artikel 2.8 van de Wet dieren en de registratiebeschikkingen en bijsluiters ten aanzien van de toepassing van de diergeneesmiddelen Avuloxil, Curaclox en Albiotic Formula. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/184

    Klaagster dient een klacht in tegen een (basis-)arts, die in het kader van de Wmo 2015 een sociaal medisch advies heeft gegeven aan de gemeente waar klaagster woonachtig is. Klaagster verwijt verweerder de procedures niet goed in acht te hebben genomen (waaronder de toepassing van het correctierecht) en zich onheus te hebben gedragen door ongepaste grappen te maken, aldus klaagster. Verweerder voert verweer en stelt onder andere dat hij aan het einde van het gesprek met klaagster haar heeft voorgehouden wat de strekking van zijn advies zou zijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-143

    Klaagster niet ontvankelijk in haar klacht tegen een huisarts. Vast staat dat beklaagde geen behandelrelatie heeft of heeft gehad met klaagster. De relatie tussen klaagster en beklaagde betrof enkel een privérelatie waarbij zij directe buren zijn. Het College is van oordeel dat de verweten gedragingen van beklaagde louter betrekking hebben op de relatie van onderlinge buren en dus alleen op de privésfeer. De verweten gedragingen zijn niet van dien aard dat sprake is van weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Dit betekent dat de verweten uiting - waarvan beklaagde overigens met klem heeft betwist dat zij dit überhaupt heeft gezegd - niet kan worden getoetst aan de tuchtnormen zodat klaagster alleen al op die grond niet ontvankelijk wordt verklaard in haar klacht.