Zoekresultaten 12851-12900 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-097a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Het College overweegt dat er voor de verloskundige goede redenen waren om zich zorgen te maken over het eetpatroon en de (mogelijke) effecten daarvan op de gezondheidstoestand van het gezin, in het bijzonder de kinderen, de (nog ongeboren) baby en klaagster. Daarnaast vormde het tekort aan ijzer bij klaagster daadwerkelijk een gevaar als klaagster bij de bevalling erg zou gaan bloeden. De collega van de verloskundige heeft een melding gemaakt volgens de toepasselijke meldcode “Huiselijk geweld en kindermishandeling” en ingevolge die meldcode behoorde het ook tot haar professionele verantwoordelijkheid om zo te handelen. Zij mocht de melding dus niet achterwege laten. Dat de verloskundige deze melding heeft ondersteund, kan haar daarom niet worden verweten. Het College is voorts van oordeel dat de verloskundige tijdens de visite op 27 december 2018 de juiste afweging heeft gemaakt om de baby van klagers naar de kinderarts te verwijzen. Het College overweegt dat het daarbij aan de verloskundige is om in te schatten of een ambulance moet worden ingeschakeld. Daar bestaat geen verplichting toe en de situatie waarin de baby zich bevond gaf daarvoor ook geen aanleiding. De verloskundige heeft de juiste inschatting gemaakt om geen ambulance in te schakelen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:83 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210062

    Appelverbod. Klager stelt hoger beroep in tegen een verzetsbeslissing van de raad. Op grond van artikel 46h lid 7 Advocatenwet staat tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-879/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond. Verweerder heeft onvoldoende gesteld ter onderbouwing van het verzoek tot het vaststellen van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van het levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige dochter. Niet is gebleken dat verweerder klaagster correct en volledig heeft geadviseerd over de kansen en risico’s van het door klaagster namens de dochter ingediende verzoek tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud en studie van de dochter. Vast staat dat de rechtbank het verzoek, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie en als niet steunend op de wet, heeft afgewezen. De raad is van oordeel dat verweerder ook op dit punt is tekortgeschoten in zijn bijstand en advisering aan klaagster. Bij het indienen van het verzoekschrift heeft verweerder de door klaagster aangereikte stukken ter onderbouwing van het verzoek tot toevertrouwing van de zoon niet ingediend. Verweerder heeft naar voren gebracht dat hij van oordeel was dat het niet in klaagsters belang was om de stukken in het geding te brengen en dat hij om die reden van het indienen van die stukken heeft afgezien. Het moge zo zijn dat verweerder als dominus litis de leiding van de zaak heeft, maar waar het de taak van de advocaat is om een verzoek deugdelijk te onderbouwen met de voorhanden zijnde stukken en het bovendien voor verweerder duidelijk was dat klaagster er groot belang aan hechtte dat de stukken onder de aandacht van de rechter werden gebracht, had het op zijn weg gelegen om zijn negatieve advies over het in het geding brengen van de stukken schriftelijk aan klaagster uiteen te zetten, opdat hierover bij klaagster geen misverstand zou kunnen ontstaan. Verweerder heeft dit nagelaten, hetgeen hem tuchtrechtelijk moet worden aangerekend. De raad is van oordeel dat de door verweerder genoemde omstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor het tijdsverloop tussen het in behandeling nemen van klaagsters zaak en de indiening van het verzoek voorlopige voorzieningen. Een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen heeft immers naar zijn aard een spoedeisend karakter, zodat verweerder bij het opstellen en indienen daarvan voortvarendheid had moeten betrachten. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2021/69

    Klacht tegen huisarts. Klaagster wendde zich in 2019 met – onder andere – een plekje op haar bovenlip tot haar huisarts. Beklaagde dacht dat het om een koortslip ging en schreef daarop afgestemde medicatie voor. Ondanks dat de plek niet wegging bleef beklaagde er tijdens volgende consulten van uitgaan dat het om een koortslip ging. Op een bepaald moment werd klaagster door een waarnemer gezien die twijfelde en klaagster doorverwees naar de dermatoloog. Vastgesteld werd dat het plekje een plaveiselcelcarcinoom betrof. Klaagster verwijt beklaagde dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en klaagster niet heeft doorverwezen. Daarnaast verwijt zij beklaagde het feit dat ze niets meer van haar heeft gehoord. Het college verklaart de klacht gegrond en legt aan beklaagde een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:84 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200222

    Klacht van curatoren over advocaat van de failliet. Nadat de raad klagers niet-ontvankelijk hebben verklaard omdat klagers het vermogensrechtelijk nadeel van de gezamenlijke schuldeisers niet voldoende concreet hebben gemaakt, verklaart het hof de curatoren in beroep ontvankelijk in hun klacht. Het hof oordeelt dat de curatoren in het onderhavige geval een klachtrecht toekomt als zij aannemelijk maken dat het beklaagde handelen van de advocaat de vermogensrechtelijke belangen van de gezamenlijke schuldeisers in brede zin raakt of kan raken, waaronder ook valt de belemmering van curatoren bij het onderzoeken van verhaalsmogelijkheden. Niet vereist is dat de curatoren daarbij concrete financiële nadelige gevolgen van de schuldeisers aantonen. In dit geval hebben de curatoren voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door het handelen van verweerster maanden later zijn benoemd als curator, zij daardoor pas later de hen toekomende middelen voor verhaal konden inzetten en zij extra uren ten laste van de boedel hebben gemaakt voor de door verweerster geëntameerde beroepsprocedure. Hierdoor hebben de curatoren, als belangenbehartigers van de gezamenlijke schuldeisers, een eigen rechtstreeks belang voldoende aannemelijk gemaakt. De klacht van de curatoren tegen verweerster heeft het hof in beide onderdelen ongegrond verklaard. Verweerster komt als advocaat wederpartij grote vrijheid toe de belangen van haar cliënte te behartigen en zij mag daarbij in beginsel vertrouwen op de informatie die haar cliënte haar verstrekt. Dat het gerechtshof heeft overwogen dat de stellingen van verweerster de grens van het geloofwaardige overschrijden, betekent niet dat verweerster op voorhand nader onderzoek had moeten verrichten naar de juistheid van die stellingen dan wel dat zij die informatie namens haar cliënte niet mocht inbrengen. Ook stond het verweerster vrij een beroepsprocedure namens haar cliënte te entameren tegen de tussentijdse beëindiging van de WSNP, nu haar cliënte daar belang bij had vanwege een reëel zicht op de schone lei.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-743/DB/LI

    Verzet. Klacht tegen advocaat van de wederpartij is door de voorzitter met toepassing van de juiste maatstaf als kennelijk ongegrond afgewezen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/10

    Beklaagde is als specialist ouderengeneeskunde werkzaam bij de instelling waar de echtgenote van klager opgenomen is geweest. Beklaagde heeft te weinig regie over de gevoerde zorg gevoerd en is niet zorgvuldig geweest ten aanzien van het medicatiebeleid. Daar komt bij dat de beklaagde heeft verzuimd om de familie voldoende bij de behandeling te betrekking en te rapporteren. Het college acht de klacht gedeeltelijk gegrond en legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-148a

    Klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft vijf andere vergelijkbare klachten ingediend tegen (verzekerings)artsen (die zaken zijn bekend onder dossiernummers 2020-148b, 2020-148c, 2020-148d, 2020-148e en 2020-148f). Klaagster klaagt als collega. Onder omstandigheden kunnen ook collega’s van beroepsbeoefenaren als rechtstreeks belanghebbenden worden beschouwd. In zo’n geval moet de klagende collega als medische professional echter wel een concreet eigen belang hebben, dat bovendien verband houdt met de individuele gezondheidszorg (ECLI:NL:TGZCTG:2017:225). Klaagster klaagt er in feite over dat beklaagde haar werk niet goed gedaan heeft en dat daardoor de cliënt van klaagster is benadeeld. Klaagster heeft echter niet gesteld in welk concreet eigen belang zij daardoor zou zijn geraakt. Ook anderszins is niet gebleken dat klaagster door het handelen van beklaagde in haar professionele autonomie of op een andere manier in een eigen belang is geschaad (ECLI:NL:TGZCTG:2016:155). Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in de klachten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210003D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft kort voor de in overleg met hemzelf bepaalde nieuwe zittingsdatum de verdediging neergelegd omdat zijn verzoek om aanhouding was afgewezen en heeft, nadat aldus uitstel was verkregen, zich opnieuw als advocaat van zijn cliënt gesteld om de behandeling van de zaak voort te zetten. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder met het neerleggen van de verdediging een dag vóór de zitting, een disproportioneel middel heeft gehanteerd om voor een tweede maal uitstel te bewerkstelligen. Verweerder heeft daarmee de belangen van de overige procesdeelnemers (zoals het OM, de getuige en zijn raadsman), alsmede de voortgang van het strafproces, nodeloos en op ontoelaatbaar wijze geschaad en hierbij niet de goede rechtsbedeling als bedoeld in artikel 10a Advocatenwet voor ogen gehad. Dit klemt te meer nu de vervolging van de cliënt van verweerder deel uitmaakte van een veel grotere strafzaak met in totaal twaalf verdachten, waarvoor meerdere zittingsdagen waren gereserveerd. Een dergelijk lichtvaardig onjuist gebruik van een belangrijk middel voor een advocaat om de belangen van zijn cliënt te dienen is bepaald onzorgvuldig en schadelijk voor het aanzien van de advocatuur. Gedeeltelijke vernietiging dekenbezwaar, bekrachtiging maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-981/DB/OB

    Vast staat dat verweerster, nadat uitspraak was bepaald, het Hof heeft aangeschreven zonder vooraf verkregen toestemming van klaagsters advocaat. Verweerster heeft toegelicht dat zij de van haar cliënt verkregen informatie onder de aandacht van het Hof heeft willen brengen omdat deze naar haar mening van groot belang was voor de door het Hof te geven beschikking. Ofschoon het de taak van verweerster was om de belangen van haar cliënt te behartigen en de raad begrijpt dat verweerster het in het belang van haar cliënt achtte dat het Hof van de van haar cliënt verkregen informatie op de hoogte werd gesteld, stond het haar niet vrij om die informatie zonder voorafgaande toestemming van klaagsters advocaat aan het hof toe te sturen. Nadat de uitspraak is bepaald, is het de advocaat op grond van gedragsregel 21 lid 3 immers niet geoorloofd zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden. De raad is van oordeel dat verweerster van dit handelen een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Verweerster is afgegaan op de door haar cliënt aangeleverde gegevens van de website van klaagsters werkgever en klaagsters LinkedIn pagina en naar het oordeel van de raad mocht verweerster ook op die informatie afgaan. Omstandigheden op grond waarvan verweerster de juistheid van de door haar cliënt aangereikte informatie had moeten verifiëren zijn gesteld noch gebleken, terwijl die informatie naar achteraf is gebleken ook juist was. Klachtonderdeel 2 is derhalve ongegrond. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat het stadium van het tot stand brengen van een minnelijke regeling reeds was gepasseerd, omdat klaagster niet bereid was gebleken tot het treffen van een regeling. De raad overweegt dat, als tussen partijen de bereidwilligheid om elkaar tegemoet te komen ontbreekt dan wel in onvoldoende mate aanwezig is, de advocaat uiteindelijk niet veel anders kan dan de opdracht van de cliënt om formele paden te bewandelen te volgen. Het stond verweerster dan ook vrij en het was zelfs haar taak om haar cliënt bij te staan in de procedure bij het Hof en datgene te doen wat in haar ogen in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënt noodzakelijk was. Ook klachtonderdeel 3 is derhalve ongegrond. Klachtonderdeel 1 gegrond, nu verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door te handelen in strijd met gedragsregel 21. De gewraakte brief is conform het verzoek van klaagsters advocaat ingetrokken. Niet is gebleken dat klaagster door het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster enig nadeel heeft ondervonden. Om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/375742 KL RK 20-108

    Klacht van twee legatarissen over de afwikkeling van de nalatenschap door de notaris. Ondanks dat de nalatenschap positief lijkt te zijn, kan de notaris er als executeur voor kiezen om de uitbetaling van de legaten op te schorten. De klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:110 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/52

    Klacht over het handelen van de notaris als boedelnotaris bij de afwikkeling van een echtscheidingsconvenant. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/348855 / KL RK 19-17

    ABC-transactie. De beoordelingen en de afwegingen die de notaris bij haar werkzaamheden in deze specifieke zaak heeft dienen te maken, zijn wellicht juridisch en praktisch veelomvattend en complex te noemen, maar dit neemt niet weg dat deze beoordeling en afweging de notaris uit hoofde van haar ambt zijn toevertrouwd en dat zij deze met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient uit te voeren. De kamer is van oordeel dat de notaris wat dat betreft tekort is geschoten. Klacht gegrond. Wegens verzachtende omstandigheden maatregel beperkt tot berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/212

    Klager verwijt verweerder, optredende als medisch adviseur in zijn advisering niet onafhankelijk is geweest. Verweerder heeft in deze zaak betreffende klager een medisch advies geschreven in een aansprakelijkheidskwestie én in een tuchtrechtprocedure tegen een andere verweerder. Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/378087 / KL RK 20-120

    Klacht over de totstandkoming van partnerschapsvoorwaarden. Klager stelt dat hij niet juist is geïnformeerd en onvoldoende is voorgelicht over de consequenties die de partnerschapsvoorwaarden voor hem konden hebben. Naar het oordeel van de kamer lag het, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager, op de weg van de notaris om nadrukkelijk aandacht te besteden aan de (mogelijke) verschillen in vermogensposities tussen klager en zijn partner. De notaris had klager expliciet moeten informeren over de consequenties voor zijn vermogen bij een eventuele echtscheiding. Zelfs als de stelling van de notaris juist zou zijn dat klager en zijn partner op voorhand al een voorkeur hadden voor een algehele gemeenschap van goederen, dan nog behoorde het tot zijn taak om klager voor te lichten over de rechtsgevolgen van de verschillende opties en te verifiëren of de gemaakte keuzes aansloten bij zijn wensen. Dat de notaris dit heeft nagelaten acht de kamer tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer heeft dit onderdeel van de klacht gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping opgelegd, met veroordeling in de proceskosten conform de richtlijn.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/358621 / KL RK 19-116

    Verwaarlozing identificatie- en Belehrungspflicht. Algemeen belang vordert voortzetting behandeling klacht en gegrondverklaring daarvan en maakt opleggen maatregel noodzakelijk. Bij de oplegging van deze maatregel weegt de kamer mee dat het verzuim van de notaris niet alleen de kernwaarden van het notariaat raakt maar ook dat een vergelijkbaar verzuim voor het BFT al eerder een grond vormde een klacht tegen deze notaris in te dienen. Deze klacht werd door deze kamer gegrond verklaard met oplegging van de maatregel van berisping en een boete van € 10.000,00. Oplegging van een zwaardere maatregel lijkt daarom gerechtvaardigd. Echter vanwege verzachtende feiten en omstandigheden wordt volstaan met berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/237

    Klaagster verwijt verweerder, neuroloog, onder meer geen juiste diagnose te hebben medegedeeld (aanwezigheid tumor), terwijl deze door de radioloog duidelijk was beschreven. Hierdoor heeft zij zeven jaar met een groeiende tumor en bijbehorende klachten rondgelopen zonder hiervoor behandeld te zijn. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/361386 / KL RK 19-139

    Verwacht mag worden dat een notariskantoor waar leveringsakten voor onroerend goed gepasseerd worden, de kantoororganisatie zo inricht dat bij de voorbereiding van een dergelijke akte, zorgvuldig aandacht wordt besteed aan de beschrijving van de perceeloppervlakte. Dit is immers een wezenlijk onderdeel van de door de notaris middels de leveringsakte uit te voeren koopovereenkomst. De vraag echter of de notaris zijn werkzaamheden op dit punt voldoende zorgvuldig heeft verricht of doen verrichten, kan in deze zaak niet beantwoord worden. Wat betreft de onterecht uitbetaling uit het depot wordt de klacht gegrond verklaard, vanwege het adequate handelen van de notaris snel nadien zonder oplegging maatregel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/370244 / KL RK 20-60

    Geoordeeld wordt dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd waarom zij vindt dat de notaris haar onvoldoende heeft geïnformeerd, onvoldoende bereikbaar was en/of niet adequaat gereageerd heeft. Hetzelfde geldt voor het verwijt dat de notaris ten onrechte zijn dienstverlening geweigerd zou hebben of partijdig gehandeld dan wel zijn beroepsgeheim geschonden zou hebben. Ook in de stukken geen steun voor deze aantijgingen te vinden. Klacht ongegrond op alle onderdelen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/375734 / KL RK 20-107

    De notaris heeft zijn bevindingen vastgelegd in het verslag wilscontrole, dat zich samen met de uitgebreide gespreksnotities in het dossier bevindt. De notaris heeft er niet voor gekozen deze bevindingen tevens vast te leggen in de akte waarbij het testament is opgemaakt. De notaris stelt zich evenwel terecht op het standpunt dat het Stappenplan daartoe ook niet verplicht. Vaststelling van de wilsbekwaamheid van erflaatster voldoende zorgvuldig. Klacht op deze en overige punten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:94 Raad van Discipline Amsterdam 21-272/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster de doorhaling van het hoger beroep heeft gestagneerd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:82 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200268W

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft een dag voor de zitting de kamer gewraakt omdat geen toestemming is verleend tot het maken van geluids- en beeldopnamen van de zitting. ​​​Bij gebrek aan wrakingsgronden kan de wrakingskamer niet vaststellen om welke reden ten aanzien van verweerders van het uitgangspunt dat zij onpartijdig zijn zou moeten worden afgeweken. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:89 Raad van Discipline Amsterdam 21-270/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van curator kennelijk ongegrond. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het standpunt in te nemen dat sprake is van paulianeus handelen. Verder niet gebleken dat verweerster feiten heeft geponeerd waarvan zij wist of behoorde te weten dat die onjuist waren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.183

    Klacht tegen verpleegkundige. De beklaagde verpleegkundige is werkzaam op een ambulance. Na een melding (A2) bij de ambulancedienst van de huisarts van klaagster vanwege een verdenking op urosepsis, is de verpleegkundige samen met een collega naar het huis van klaagster gegaan. In het huis was ook de zoon (gemachtigde) van klaagster aanwezig. Klaagster is door beklaagde en zijn collega meegenomen met de ambulance en naar de afdeling SEH van het ziekenhuis gebracht. Vanwege de thuissituatie van klaagster en de daarover ontstane zorgen bij de verpleegkundige, heeft hij de procedure tot het doen van een zorgmelding in werking gesteld. De klacht houdt in: 1. Onzorgvuldige hulpverlening; en 2. Incorrecte bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.222

    Klacht tegen verpleegkundige. D e klacht betreft de moeder van klaagster/schoonmoeder van klager. Klager was ook de huisarts van zijn schoonmoeder. De verpleegkundige was werkzaam in het verpleeghuis waar patiënte woonde. Na het overlijden van patiënte is de verpleegkundige door de politie als getuige gehoord over de gebeurtenissen rond de dood van patiënte. Klagers hebben 17 klachtonderdelen geformuleerd en verwijten de verpleegkundige - kort gezegd - dat hij zonder onderbouwing negatieve uitspraken over klager heeft gedaan, dat hij het dossier van patiënte na haar overlijden meermaals heeft ingezien, haar privacy en zijn beroepsgeheim heeft geschonden en uitspraken over de gesteldheid van patiënte heeft gedaan die zijn deskundigheid te buiten gaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht over het ongeoorloofd inzien van het medisch dossier van patiënte gegrond verklaard. Verder zijn klagers in een klachtonderdeel deels niet-ontvankelijk verklaard en is de klacht voor het overige ongegrond verklaard, waarbij over twee klachtonderdelen niet geoordeeld hoefde te worden. Aan de verpleegkundige is een waarschuwing opgelegd. De verpleegkundige heeft hierin berust. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers, Daarmee blijft de opgelegde waarschuwing staan.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-249/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De klacht is niet-ontvankelijk ex artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet. Het beroep op toepassing van artikel 46 lid 2 Advocatenwet wordt verworpen. Niet valt in te zien dat klager pas kon klagen na ontvangst van het arrest, noch dat voor het indienen van de klacht juridische kennis is vereist.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:91 Raad van Discipline Amsterdam 21-136/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster de zaak van klager onvoldoende voortvarend heeft behandeld. Verweerster heeft ook niet geweigerd de zaak van klager aan te brengen bij de rechtbank en evenmin heeft zij onvoldoende voortvarend meegewerkt aan de overdracht van de toevoeging en het sturen van haar urenspecificatie aan de opvolgend advocaat van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:85 Raad van Discipline Amsterdam 20-739/A/A

    Gegronde klacht over de wederpartij. Verweerder heeft met het overleggen van een conceptrapport van de Raad voor de Kinderbescherming in het kader van het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor onvoldoende oog gehad voor de belangen en rechten van klaagster (en haar zoon) en die belangen nodeloos heeft geschaad. Hiermee heeft hij de grenzen van de hem toekomende vrijheid overschreden. Verweerder heeft zich niet gerealiseerd dat het conceptrapport ook aan de getuigen zou worden doorgezonden en was niet zeker over de kans van slagen van het verzoek om getuigenverhoor. Hij beschikte niet over voldoende juridische kennis en deskundigheid om deze procedure aanhangig te maken. Aldus heeft hij de kernwaarde deskundigheid geschonden. De raad acht het opleggen van de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-38

    Op grond van artikel 1 van de Verordening bevordering vakbekwaamheid is ieder lid van de KNB verplicht zich zodanig te scholen en bij te scholen op vakinhoudelijk gebied, op het gebied van het notarieel management en op het gebied van de notariële dienstverlening, dat hij beschikt over de kennis die gezien zijn functie noodzakelijk is voor een goede beroepsuitoefening. In artikel 2 van voornoemde Verordening jo artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid is vastgesteld dat het aantal opleidingspunten dat een lid moet behalen in een tijdvak van twee jaren 40 punten bedraagt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:92 Raad van Discipline Amsterdam 21-201/A/A

    Voorzittersbeslissing, Klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft gedragsregel 27 niet overtreden. Hij heeft geen mededelingen gedaan over de inhoud van de gevoerde schikkingsonderhandelingen. Ook heeft verweerder zich niet onnodig grievend uitgelaten over klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:86 Raad van Discipline Amsterdam 20-451/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-05 (2020.V1-UAL Lobito)

    Op 19 november 2019 in de ochtend heeft men aan boord van het ms UAL Lobito ontdekt dat het schip tijdens slecht weer 2 lege containers (TEU) was verloren. Vermoedelijk is dat gebeurd op 18 november 2019 ter hoogte van Kaap Finisterre terwijl het schip onderweg was van Dakar (Senegal) naar Antwerpen (België). Dit incident is op 19 november 2019 door de reder aan de ILT gemeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:32 Accountantskamer Zwolle 20/1901 Wtra AK

    Klacht over aanbrengen wijzigingen in voor toetsing geselecteerde dossiers; klacht gegrond. Oplegging maatregel van berisping. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door wijzigingen aan te brengen in een voor toetsing geselecteerd samenstellingsdossier, zonder dit aan de toetsers te melden, niet eerlijk en oprecht heeft opgetreden. Hij heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. De maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand zou in dit geval passend en geboden zijn geweest. Betrokkene heeft zich inmiddels echter als accountant uit het register laten uitschrijven, zodat het opleggen van de maatregel van tijdelijke doorhaling niet zinvol is. De Accountantskamer zal daarom de maatregel van berisping opleggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:87 Raad van Discipline Amsterdam 20-726/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.372

    Klacht tegen oogarts. Klaagster was sinds 1989 bekend op de oogafdeling van het ziekenhuis. De klacht betreft de behandeling van klaagster door de oogarts in de periode december 2010 tot juli 2014. Klaagster verwijt de oogarts dat zij a) geen diagnose dan wel een verkeerde diagnose heeft gesteld, doordat zij geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan, b) ondanks herhaald verzoek geen scan heeft laten maken, c) te lang met klaagster heeft gesold met betrekking tot de voorgestelde operatie, waarbij zij zelf geen regie heeft gehouden maar dit heeft overgelaten aan de orthoptist, d) ook toen in 2014 de pucker opnieuw werd geconstateerd, niet in actie is gekomen, maar steeds is blijven hangen op de voorgestelde strabismusoperatie, en e) door het delay in de behandeling ernstige schade aan de ogen van klaagster heeft veroorzaakt, waardoor meerdere operaties nodig zijn geweest in een ander oogziekenhuis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft verklaard dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:33 Accountantskamer Zwolle 20/1919 Wtra AK

    Klacht over aanbrengen wijzigingen in voor toetsing geselecteerde dossiers; klacht gegrond. Oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door wijzigingen aan te brengen in een voor toetsing geselecteerd samenstellingsdossier, zonder dit aan de toetsers te melden, niet eerlijk en oprecht heeft opgetreden. Hij heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. De maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van één maand is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:88 Raad van Discipline Amsterdam 21-269/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet is komen vast te staan dat verweerder identiteitsfraude heeft gepleegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/369184 KL RK 20-50

    Door de akte van aanvaarding en overdracht executele van 11 april 2020 te laten passeren heeft de notaris willens en wetens de schorsingsbeslissing van de kantonrechter van 13 januari 2020 genegeerd, terwijl de aard en strekking van de schorsingsbeslissing voor hem duidelijk geweest moeten zijn. De notaris had de eindbeslissing op het ontslagverzoek moeten afwachten, alvorens al dan niet de executele te aanvaarden en/of over te dragen. Anders dan de notaris meent, is naar het oordeel van de kamer niet gebleken dat destijds sprake was van (acute) noodzaak tot beheer van de nalatenschap of van gegronde vrees dat de nalatenschap langere tijd onbeheerd zou blijven.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.130

    Klacht tegen oogarts. Klager is op datum X in het oogheelkundig centrum gezien tijdens een spoedconsult door de oogarts. Twee weken later heeft klager naar het oogheelkundig centrum gebeld in verband met nieuwe klachten aan het oog. Hij kon pas een week later terecht voor een afspraak. Diezelfde avond is in een ander ziekenhuis een netvliesloslating geconstateerd en is klager geopereerd. Enkele maanden later heeft een klachtgesprek plaatsgevonden tussen klager en de oogarts. Klager verwijt de oogarts dat a) hij klager tijdens het spoedconsult op datum X niet zorgvuldig heeft onderzocht, hij op datum X niet naar klager heeft geluisterd en hij op datum X een controle afspraak heeft gemaakt voor zes weken later, b) klager pas een week later terecht kon voor een afspraak toen hij twee weken na datum X belde in verband met nieuwe klachten, en c) hij klager tijdens het klachtgesprek onprettig heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 2 gegrond verklaard, klachtonderdeel 3 gedeeltelijk gegrond verklaard, aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het beroep van de arts richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en de gedeeltelijke gegrondverklaring van klachtonderdeel 3. Het incidenteel beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 1 en de gedeeltelijke ongegrondverklaring van klachtonderdeel 3. Het Centraal tuchtcollege beslist conform het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt beide beroepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.081

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is dochter, mentor en wettelijk vertegenwoordiger van patiënte. De verpleegkundige was werkzaam in het verpleeghuis waar patiënte woonde. De echtgenoot van klaagster was de huisarts van patiënte. Na het overlijden van patiënte is de verpleegkundige door de politie als getuige gehoord over de gebeurtenissen rond de dood van patiënte. Klaagster heeft 6 klachtonderdelen geformuleerd en verwijt de verpleegkundige dat zij het beroepsgeheim heeft geschonden, ondeskundige uitspraken heeft gedaan, geruchten heeft verspreid en bij de medicatieverstrekking zwaarwegende fouten heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:74 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-213

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/250

    Samenvatting: Klager verwijt verweerster, GZ-psychologe, dat zij zonder zijn toestemming (valse en belastende) informatie heeft verstrekt aan Veilig thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, zijn ex-echtgenote en de bedrijfsarts en dat zij niet de richtlijnen voor behandeling van een burn-out heeft gevolgd. Verweerster voert verweer. Gegrond berisping

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-930

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Beroep op misbruik van klachtrecht faalt. Niet gebleken dat de door verweerder ingediende stukken vervalst zouden zijn. Vraag of sprake is van spoedeisend belang is door de voorzieningenrechter beantwoord. Niet gebleken dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënte klagers belangen onnodig of onevenredig en zonder redelijk doel heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:75 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-206

    Klacht tegen advocaat wederpartij over overleggen medische gegevens van klaagster in een familiezaak. De raad heeft de handelwijze van verweerster gelegd naast de meetlat van de uitspraak van het Hof van Discipline van 21 augustus 2020 (ECLI:NL:TAHVD: 2020:142). In die uitspraak is overwogen dat het overleggen van medische gegevens in een procedure gerechtvaardigd kan zijn voor zover in de gegeven omstandigheden een reëel belang bij adequate rechtsbijstand daartoe noopt. Daarbij dient dat belang te worden afgewogen tegen het belang van de betrokkene niet nodeloos te worden geschaad door het overleggen van diens medische gegevens. Bij de beantwoording van de vraag of die noodzaak of relevantie bestaat heeft de advocaat een eigen verantwoordelijkheid en dient hij een eigen afweging te maken, mede rekening houdend met de belangen van klager om niet nodeloos te worden geschaad door overlegging van die medische gegevens. Deze afweging kan achteraf door de tuchtrechter worden getoetst. Indien en voor zover het in het geding brengen van medische gegevens noodzakelijk en dus toelaatbaar is, behoeft daarvoor geen voorafgaand overleg te worden gevoerd met de wederpartij of de deken en is evenmin toestemming noodzakelijk van degene wiens medische gegevens het betreft. De raad is van oordeel dat verweerster met het overleggen van de medische gegevens en in het verlengde daarvan met het in het processtuk opnemen van stellingen over de medische situatie van klaagster binnen haar eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid is gebleven en een afweging heeft gemaakt op de wijze zoals door het hof is aangegeven. Voorts mocht verweerster in beginsel afgaan op de mededeling van haar cliënt over de wijze waarop hij stukken had verkregen (aanwezig in de echtelijke woning).

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-029

    Voorzittersbeslissing. Het verwijt dat verweerster een beroepsmogelijkheid ongebruikt voorbij heeft laten gaan en bepaalde stukken niet of te laat heeft ingediend, is te algemeen gesteld en niet met feiten onderbouwd. Verder heeft verweerster gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:76 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-352

    Verzetschrift niet-ontvankelijk wegens termijn overschrijding. Als reden voor deze termijnoverschrijding noemen klagers dat zij tweemaal op het verkeerde been zijn gezet. De eerste maal omdat bovenaan de beslissing een andere datum stond vermeld dan onderaan de beslissing en de tweede maal op grond van van de griffie ontvangen informatie. Deze omstandigheden leveren naar het oordeel van de raad echter geen bijzondere omstandigheid op die de termijnoverschrijding rechtvaardigt. Blijkens hun weergave van het telefoongesprek met de griffie kenden klagers de ingangsdatum van de verzettermijn, onderaan de beslissing was de verzettermijn vermeld alsmede dat deze een dag na verzending ging lopen en tijdens het telefoongesprek met de griffie is niet over een concrete einddatum van de verzettermijn gesproken. Dat klagers ervan uit gingen dat de verzettermijn op 12 november 2020 verliep komt voor hun risico. De termijnoverschrijding is dan ook niet toelaatbaar (verschoonbaar).

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-052

    Termijn van 1 dag voor het opvragen van verhinderdata in kort geding is gelet op de voorafgegane correspondentie en de spoedeisendheid van het kort geding niet onredelijk kort. Het staat de advocaat van de wederpartij vrij om in overleg met zijn cliënt een aanhangig gemaakte procedure voort te zetten. Geen eigen belang bij klacht over de financiële afspraken tussen de advocaat van de wederpartij. Klacht gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:77 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-507

    Klacht tegen eigen advocaat over handelwijze rond incassotraject en onvoldoende informeren over appelmogelijkheid. Vast staat dat verweerder twee e-mails van klager niet heeft beantwoord. Voor wat betreft het incassotraject overweegt de raad dat klager verweerder moeilijk kan verwijten e-mails van hem niet beantwoord te hebben omdat klager zelf eerdere e-mails van verweerder onbeantwoord had gelaten en zijn toezegging om met een betalingsvoorstel te komen niet was nagekomen en dat dit in ieder geval niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alsmede dat het uitbrengen van een openbare dagvaarding minder prettig is maar daarmee nog niet klachtwaardig en dat de dagvaarding in kwestie op de wijze, zoals verweerder dat heeft gedaan, juridisch correct kon worden uitgebracht. Voorts overweegt de raad dat partijen van mening verschillen over wat er de binnen de appeltermijn aan uitleg en advies over de mogelijkheden en kansen in hoger beroep is gegeven. Hier wreekt zich dat verweerder belangrijke informatie niet schriftelijk heeft vastgelegd, hetgeen voor zijn risico komt. Op grond van gedragsregel 16 dient een advocaat zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken en dient hij ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Uitleg over de mogelijkheid van en de kansen in een (spoed) appel en de afspraken die daarover tussen klager en verweerder zijn gemaakt zijn bij uitstek onderwerpen die tot de informatieplicht zoals bedoeld in genoemde gedragsregel behoren. Dit onderdeel van de klacht is gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-535

    Klacht tegen eigen advocaat over zonder toestemming van klager zenden van vertrouwelijke informatie en een procesadvies aan de rechtsbijstandverzekeraar, die de zaak naar verweerster had doorverwezen. Verweerster had met klager een advocaat - cliënt relatie zoals bedoeld in de Advocatenwet en de Gedragsregels. Dat verweerster door Achmea wordt betaald doet daaraan niet af. Derhalve moest verweerster de in artikel 46 Advocatenwet opgenomen zorgplicht jegens de cliënt in acht nemen en was zij verplicht tot geheimhouding van wat haar door klager is toevertrouwd. Het was verweerster bekend, althans had verweerster bekend moeten zijn, dat klager geen toestemming had verleend om gegevens omtrent de zaak aan Achmea te verstrekken. Desondanks heeft verweerster zonder klager daarin vooraf te kennen, laat staan daarvoor toestemming te vragen, een aan klager verzonden brief aan Achmea doorgezonden, vragen van Achmea over de inhoudelijke kant van de zaak beantwoord en aan Achmea een weliswaar voorlopig maar wel degelijk als zodanig te beschouwen (proces) advies gegeven. Daarmee heeft klaagster niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. De verweten handelwijze raakt de vertrouwelijkheid, zijnde één van de kernwaarden waardoor de advocatuur zich laat leiden. Het is van wezenlijk belang dat cliënten in vertrouwen alles in volle openhartigheid kunnen wisselen met een advocaat. Schending van bedoelde kernwaarde is een ernstig vergrijp, dat in beginsel een forse maatregel noodzakelijk maakt. In dit geval wordt geen maatregel opgelegd omdat verweerster nog maar net beëdigd was, weinig begeleiding had, haar excuses heeft aangeboden en de ernst van verweten handelwijze inziet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:308 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-213

    Voorzittersbeslissing. Verweerster diende als partijdige belangenbehartiger in het belang van haar cliënt in de gegeven omstandigheden alsnog bij de rechtbank een verzoek in te dienen om de een gewijzigde zorgregeling vast te stellen. Een minnelijke regeling verdient weliswaar de voorkeur maar daarover is tussen partijen vergeefs overleg gevoerd. Kennelijk ongegrond.