Zoekresultaten 1-20 van de 48499 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9372

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager is op vrijwillige basis behandeld in een ggz-instelling. Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij onzorgvuldig is geweest in het verrichten van de diagnostiek en de (medicamenteuze) behandeling en dat zij verplichtingen inzake informed consent en dossiervorming niet is nagekomen. Het college oordeelt dat de verpleegkundig specialist uitvoerig en zorgvuldige diagnostiek en vervolgonderzoek heeft verricht. Van onzorgvuldigheid in de medicamenteuze behandeling is niet gebleken. Haar verslaglegging was adequaat en gaf een objectieve weergave van het beloop van de behandeling en de gemaakte keuzes. Geen aanleiding om te twijfelen aan vereiste informed consent. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9934

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in een verwijsbrief voor de dochter van klaagster een opmerking opgenomen over klaagsters psychiatrische problematiek. De huisarts had deze informatie niet zonder toestemming van klaagster mogen opnemen in de verwijsbrief. De huisarts heeft zich na het incident toetsbaar en leerbaar opgesteld en heeft adequaat gereageerd. Het college vindt het daarom niet nodig een maatregel op te leggen

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:222 Raad van Discipline Amsterdam 26-182/A/A

    Raadsbeslissing; verweerster heeft in haar brief aan klager vermeld dat haar cliënte, wanneer beslag niet mogelijk zou zijn omdat klager zijn bezittingen elders heeft ondergebracht, de publiciteit zal zoeken over de wijze waarop klager haar cliënte heeft benadeeld. Door op deze wijze te dreigen met media-aandacht heeft verweerster de belangen van klager op ontoelaatbare wijze geschaad. Verweerster heeft zodoende gehandeld in strijd met de wijze waarop een advocaat zich tegenover de wederpartij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt behoort te gedragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:324 Hof van Discipline 's Gravenhage 250326W

    Wrakingsverzoek. Aanvullende wrakingsgrond in repliek over het proces-verbaal (nog) tijdig ingediend, maar ongegrond. Het proces-verbaal is minder gedetailleerd dan de weergave van verzoekster, maar verschilt inhoudelijk weinig. Ook de overige wrakingsgronden zijn ongegrond nu zij met name gaan over de wijze waarop de voorzitter de regie heeft gevoerd op de zitting. Verzoekster heeft een onjuiste opvatting over hoor en wederhoor op de zitting. Hoor en wederhoor betreft het debat tussen partijen, niet een debat tussen één partij en het hof. Ook heeft verzoekster een verkeerd beeld van de wijze waarop een rechter de feiten vaststelt. De (tucht)rechter onderzoekt niet zelf actief wat de feiten zijn, maar hij stelt feiten vast op basis van wat partijen aanvoeren en wat door partijen als bewijs wordt aangevoerd. De (tucht)rechter is geen onderzoeksrechter. Verzoekster heeft tijdens de zitting over het wrakingsverzoek twee wrakingsverzoeken ingediend, die zijn afgewezen. Beide verzoeken kwamen er in de kern op neer dat de zitting niet verliep zoals verzoekster wenste en zagen dus op de gang van zaken op zitting. Omdat verzoekster elke keer een verzoek tot wraking indient om haar zin door te drijven over de regie op de zitting is sprake van misbruik van recht en bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:223 Raad van Discipline Amsterdam 26-714/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in 2021 een medische verklaring gebruikt, ten aanzien waarvan in 2025 door het medisch tuchtcollege is geoordeeld dat de betreffende arts die niet had mogen afgeven. Dat betekent echter niet dat verweerster in 2021 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van misleiding en belangenverstrengeling is ook geen sprake. Die klachtonderdelen worden kennelijk-ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zien op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte, niet zijnde klaagster, en in die verhouding komt klaagster geen klachtrecht toe, zodat die klachtonderdelen kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:217 Raad van Discipline Amsterdam 26-691/A/A

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft aanvankelijk samen met de primaire behandelaar de zaak van klager gedaan. Na overstap van de primaire behandelaar heeft deze het dossier meegenomen. Het was aan die advocaat om klager daarover te informeren. Verdere klacht is te laat ingediend en daarmee niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:325 Hof van Discipline 's Gravenhage 250255

    Klacht over (voormalig) eigen advocaat. Raad verklaart deels gegrond, maar legt geen maatregel op aangezien verweerder is getroffen door een hersenbloeding en al is uitgeschreven van het tableau. Hof constateert dat datgene dat zijdens verweerder is aangevoerd niet als namens hem kan worden aangemerkt zodat het ervoor gehouden wordt dat geen verweer is gevoerd. Volgt bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:224 Raad van Discipline Amsterdam 26-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. In een arbeidsrechtelijk geschil tussen klaagster en haar werkgever werd de werkgever bijgestaan door verweerder. Klaagster werd bijgestaan door haar eigen advocaat. Het geschil is, na onderhandelingen, geëindigd in een vaststellingsovereenkomst. Klaagster verwijt verweerder dat hij daarbij onvoldoende met de belangen van klaagster rekening heeft gehouden. De voorzitter van de raad is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu hij niet de belangen van klaagster behartigde maar die van de werkgever. Klaagster had zelf een advocaat die haar belangen behartigde. Dat, zoals klaagster lijkt te stellen, de werkgever de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst niet goed nakomt, kan verweerder niet worden aangerekend of verweten. De klacht wordt kennelijk-ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:218 Raad van Discipline Amsterdam 26-709/A/A

    voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat heeft gedaan. Klaagster of haar advocaat heeft tegen vermeende onjuiste feiten en standpunten verweer kunnen voeren in de verschillende procedures. Het behoort verder niet tot de taak van de tuchtrechter om over de juistheid van standpunten in een civielrechtelijk geschil een oordeel te geven. Dat is voorbehouden aan de civiele rechter, tenzij duidelijk is dat de verwerende advocaat de in de beslissing genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de voorzitter echter niet gebleken. Deels kennelijk ongegrond, deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:236 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9844

    Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de ggz. De verpleegkundige heeft gedurende ongeveer een maand een persoonlijke en seksuele relatie gehad met een cliënte die werd behandeld in de ggz-instelling waar verweerder destijds als verpleegkundige werkte. Dit contact heeft plaatsgevonden na de klinische opname, waar cliënte op dat moment nog wel ambulant werd behandeld. De verpleegkundige heeft het hem verweten gedrag direct erkend, meegewerkt aan het onderzoek van de IGJ, reflecterend vermogen getoond en zich in alle fasen open en toetsbaar opgesteld. Hij heeft een behandeltraject gevolgd bij een psycholoog en werkt op dit moment niet als verpleegkundige. Afwijking uitgangspunt onvoorwaardelijke schorsing. Geheel voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, waarbij onder meer als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verpleegkundige een supervisietraject dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-504/DH/DH

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte heeft verweerster in haar stukken de standpunten van haar cliënte verwoord, zonder daarbij de gerechtvaardigde belangen van klager uit het oog te verliezen. De door verweerster gebruikte bewoordingen zijn binnen de context van het al jaren gevoerde debat tussen partijen en de opstelling van klager daarbij, naar het oordeel van de voorzitter functioneel en niet grievend geweest. Dat klager dat wel zo heeft ervaren, maakt dat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Van schending van de gedragsregels 26 en 27 is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455514 / KL RK 25-114

    Nu de nalatenschap in overeenstemming met de testamenten van erflater is afgewikkeld en klager geen boedelgemachtigde meer is, acht de kamer het door klager aangevoerde niet voldoende voor het aannemen van een redelijk belang van klager bij zijn klacht. Ook het door klager benoemde belang van aangifte levert naar het oordeel van de kamer onvoldoende grond op voor het aannemen van een redelijk belang. Niets staat er immers aan in de weg voor klager om (alsnog) aangifte te doen. Voor zover klager met zijn verwijzing naar een (niet nader gespecificeerd) maatschappelijk belang meent een algemeen belang bij zijn klacht te hebben, overweegt de kamer dat dit eveneens onvoldoende is voor het aannemen van een redelijk belang. Dit zou de zekere begrenzing die artikel 99 lid 1 Wna beoogt aan te brengen in de kring van klachtgerechtigden illusoir maken. De kamer komt zodoende tot het oordeel dat de voorzittersbeslissing de klacht van klager terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaart in verband met gebrek aan redelijk belang en in stand moet blijven. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:322 Hof van Discipline 's Gravenhage 260433

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting van klaagster op haar klacht over de deken leidt de voorzitter af dat deze klacht betrekking heeft op de wijze waarop de deken de klacht van klaagster over mr. Van der V in onderzoek heeft. Het klachtrecht is evenwel niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en/of de wijze waarop de deken zijn onderzoek uitvoert. Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. Van der V laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster al haar bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10212

    Klacht tegen een huisarts. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:323 Hof van Discipline 's Gravenhage 250439W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Misbruik van recht. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele stelling van verzoeker dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt omdat verweerders in eerdere zaken mogelijk onwelgevallige beslissingen hebben genomen, geen uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid koesteren, noch dat de bij verzoeker kennelijk bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Gelet op de lichtvaardige wijze waarop verzoeker (wederom) het wrakingsmiddel heeft ingezet, bepaalt de wrakingskamer met toepassing van artikel 7.3 van het wrakingsprotocol dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak wegens misbruik van recht niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10393

    Klacht tegen een arts. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10394

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.