Zoekresultaten 121-140 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-656/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:68 Accountantskamer Zwolle 24/3943 Wtra AK

    Klaagster is gescheiden. In het kader van de beëindiging van hun huwelijk hebben klaagster en haar ex-partner in 2014 een convenant gesloten waarin zij afspraken hebben gemaakt over de vaststelling en verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. De afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de ex-partner maakte hiervan deel uit. Betrokkene zou – samen met prof.dr. [B] – als opdrachtnemer onder het convenant de gemaakte afspraken ten uitvoer leggen. Klaagster stelt dat betrokkene zijn opdracht tot op heden niet heeft uitgevoerd. Klaagster vindt dit tuchtrechtelijk verwijtbaar. De Accountantskamer oordeelt dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld bij de uitvoering van het convenant. De klacht is in zoverre gegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-454/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerster mocht klager rechtstreeks aanschrijven, aangezien hij geen advocaat meer had die hem vertegenwoordigde. Zij heeft niet gedaan alsof de dagvaarding al betekend was. Verweerster mocht klager vragen om zijn huidige adres zodat de dagvaarding daar betekend kon worden. Dat zij klager later heeft geïnformeerd over de openbaar betekende dagvaarding, is niet klachtwaardig maar juist zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9298

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Het college kan niet vaststellen dat de longarts klager niet serieus heeft genomen en dat onderzoeken te laat zouden zijn verricht. Binnen een periode van vier werken nadat het de longarts duidelijk werd dat klager niet opknapte, terwijl er op dat moment nog geen vermoeden van maligniteit was en de klachten van klager ook pasten bij al eerder gestelde diagnoses, zijn allerlei onderzoeken bij klager verricht die uiteindelijk toch tot de diagnose kanker hebben geleid. De longarts heeft er vervolgens voor gekozen om de uitkomst van het biopt en dat het om kanker ging telefonisch met klager te bespreken, omdat zij klager niet onnodig ongerust wilde maken door de telefonische afspraak om te laten zetten in een poli afspraak. Het college oordeelt dat deze keuze in dit geval onwenselijk en spijtig, maar niet verwijtbaar is. Dat het anders had gekund, betekent niet dat het in dit geval anders had gemoeten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-672/DH/RO

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Binnen de tuchtprocedure heeft de tuchtrechter geen ruimte om de door verweerder namens de verhuurder ingenomen standpunten inhoudelijk op juistheid te toetsen en/of te verifiëren. De tuchtrechter toetst het handelen van verweerder aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en in dat verband heeft de voorzitter bij de beoordeling van de klachtonderdelen de juiste toetsingskaders toegepast. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-477/DH/RO 26-478/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk omdat zij geen bestaande rechtspersoon is. Klager kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH

    Verzet gegrond. Klager is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft zich onvoldoende ingezet voor zijn cliënte en ook de inhoud van zijn werk was onder de maat. Hij heeft geen zicht gehouden op de afspraken uit de schikking en de termijn die daarbij gold. Evenmin heeft hij actie ondernomen nadat deze termijn was verstreken. Schending kernwaarde deskundigheid. Belangrijke afspraken en informatie zijn door verweerder niet schriftelijk vastgelegd, waardoor bij klaagster verwarring is ontstaan over de voortgang van haar zaak. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 260259 260260 260261

    Klacht over deken niet verwezen. De vijf klachten van klaagster over verweerster hebben betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd naar aanleiding van de tuchtklachten die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een tuchtklacht over een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-734/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat bij de teruggeleiding van het (minderjarige) kind naar Nederland. Kernverwijt is dat verweerder geen teruggeleidingsprocedure is gestart. Klager en verweerder waren nog in gesprek over de te voeren strategie en de vraag welke procedure zou worden gestart. Niet onbegrijpelijk dat toen nog geen opdrachtbevestiging is gestuurd. De keuze van verweerder om de teruggeleiding te willen bewerkstelligen via een echtscheidingsprocedure met voorlopige voorzieningen is een reële en te verdedigen strategie. De opdracht om een teruggeleidingsprocedure te starten heeft verweerder nooit aangenomen Klacht daarom ongegrond. Geen sprake van (grove) foute in de procedure over vervangende toestemming paspoort. Van een strafrechtelijke procedure was (bij aanvang) nog geen sprake en verweerder heeft de opdracht voor een strafrechtelijke procedure ook nooit aanvaard. Klacht over de toevoegingsaanvraag, de procedure bij de RvR en einde bijstand eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-724/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250271

    In deze zaak wordt geklaagd over een advocaat die uitlatingen over klager heeft gedaan op LinkedIn. Het hof is evenals de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) van oordeel dat niet gebleken is dat in het gewraakte LinkedIn-bericht feiten zijn gesteld waarvan verweerder wist of behoorde te weten dat deze onjuist zijn. Verweerder heeft geen misbruik gemaakt van zijn geheimhoudingsplicht door niet de naam te noemen van de cliënt van klager die verweerder had benaderd en die verweerder aanhaalt in het betreffende LinkedIn-bericht. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-009/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen (letselschade)advocaat. Verweerder heeft klager terecht verwijzen naar een arbeidsrechtadvocaat omdat hij geen verstand had van het arbeidsrecht. Ook mocht hij proberen om te klacht onderling met klager op te lossen. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager onder druk te zetten om op betalende basis verder te werken, terwijl klager in aanmerking kwam voor een toevoeging. Omdat verweerder zijn voorstel niet heeft herhaald en hij helder heeft gemaakt te weten dat toevoegingszaken de aandacht moeten krijgen die zij verdienen, gaat de raad ervan uit dat verweerder in het vervolg anders zal handelen. Gegrond zonder oplegging van maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 260152

    Beklag artikel 13 Advocatenwet gedeeltelijk gegrond. In tegenstelling tot de deken maakt het hof uit de stukken niet op dat klaagster de notarissen alleen aansprakelijk wil stellen. In haar verzoek om aanwijzing geeft klaagster aan ook tegen de notarissen een procedure te willen starten. Het aanwijzingsverzoek van klaagster strekt daarmee verder dan wat de deken heeft aangevoerd (alleen aansprakelijk stellen). Op dit onderdeel heeft de deken het aanwijzingsverzoek te beperkt opgevat. Daarmee ontvalt in zoverre de grondslag aan de beslissing van de deken. De deken zal dan ook opnieuw moeten beslissen op het verzoek van klaagster voor zover dit op de kwestie aangaande de notarissen ziet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-863/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in de echtscheidingsprocedure. Kern van de verwijten is dat verweerster klaagster niet goed heeft bijgestaan en onder druk heeft gezet bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel voorstelbaar is dat klaagster druk heeft gevoeld om een keuze te maken, blijkt niet dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet. Verweerster heeft klaagster juist duidelijk geadviseerd en haar de opties voorgelegd, waarbij zij klaagster erop heeft gewezen dat het klaagster is die de keuze moet maken. Niet gebleken van onvoldoende advisering of onvoldoende belangenbehartiging. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/05

    Optreden als boedelnotaris bij verstoorde familieverhoudingen, terwijl de executeur een medewerker van het notariskantoor is. Om schijn van belangenverstrengeling/partijdigheid te voorkomen, doet een notaris er goed aan erop bedacht te zijn dat het vragen kan oproepen als hij/zij als boedelnotaris optreedt in een zaak waar hij/zij nauwer bij betrokken is dan gebruikelijk: dat kan ten koste gaan van het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en daarom kan het aanbeveling verdienen om zo’n opdracht door te verwijzen naar een notaris van een ander kantoor. Ministerieplicht. Rol boedelnotaris in het algemeen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9063

    Ongegronde klacht van een nabestaande van een patiënt tegen een MDL-arts. Bij de behandeling patiënt werd uitgegaan van galwegkanker. Klaagster verwijt de MDL-arts dat onvoldoende onderzoek werd gedaan naar de mogelijkheid van IgG4 gerelateerde ziekte, dat niets werd gedaan met de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en dat geweigerd werd prednison voor te schrijven.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8277

    Klaagster klaagt erover dat de psychiater zich tijdens een intakegesprek onheus heeft gedragen tegenover haar en haar moeder. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater zich onheus heeft gedragen, omdat de verklaringen van partijen daarover uiteenlopen en hiervoor geen bewijs is. De eerste twee klachtonderdelen zijn daarom ongegrond. Klaagster is niet-ontvankelijk in het derde klachtonderdeel over de bejegening van moeder, omdat alleen moeder daarover kan klagen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465

    IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.