Zoekresultaten 1-20 van de 6777 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/59
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:26
De zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van klagers moeder. Op grond van haar testament zijn klager en zijn zus de enige erfgenamen. Moeder heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van een andere notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. De betreffende kandidaat-notaris heeft die benoeming aanvaard en meteen daarna het kantoor van de beklaagde notaris in haar plaats gesteld. Klager is ontevreden over de manier waarop (de medewerkers van) de notaris hun/zijn werkzaamheden hebben/heeft verricht en hij heeft bezwaar tegen (de hoogte van) de kosten die voor die werkzaamheden in rekening zijn gebracht.De klacht wordt voor een deel niet-ontvankelijk verklaard (te laat ingediend) en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-330/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:115
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het uitvoeren van de aan haar verstrekte opdracht. Zij heeft geprobeerd de betalingsachterstand van de kinderalimentatie buiten het geschil te houden, maar heeft er terecht op gewezen daar niet omheen te kunnen als de wederpartij daarin niet meegaat. Verweerster heeft haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/67 en SHE/2026/25
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:27
De kandidaat-notaris heeft de leveringsakte gepasseerd, waarbij aan de klager een erfpachtrecht is geleverd met betrekking tot een appartementsrecht. De (bloot) eigendom van het appartementsrecht behoort toe aan Stichting DNGB Fonds I. Deze constructie wordt de Duokoop-constructie genoemd.De klager heeft de aankoop van het erfpachtrecht gefinancierd met een geldlening van zijn moeder (de klaagster). De kandidaat-notaris heeft ook de hypotheekakte gepasseerd, waarin de geldleningsovereenkomst is vastgelegd en de klager een hypotheekrecht heeft gevestigd op het erfpachtrecht ten behoeve van de klaagster.De klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij in strijd met zijn zorgplicht, onderzoeksplicht, informatie- en waarschuwingsplicht heeft gehandeld rondom de totstandkoming van deze akten en de koopovereenkomst. Daarnaast vinden zij dat de kandidaat-notaris de eerder door hen kenbaar gemaakte klachten niet juist heeft afgehandeld.De klachten worden gegrond verklaard, voor zover deze betrekking hebben op de informatieplicht van de kandidaat-notaris. Hij had de klager moeten uitleggen wat de levering van het erfpachtrecht precies inhield en hij had de klaagster moeten uitleggen wat het hypotheekrecht op het erfpachtrecht precies inhield. De kandidaat-notaris had de klagers ook moeten uitleggen welke specifieke gevolgen en risico’s hieraan zijn verbonden. Dat heeft de kandidaat-notaris onvoldoende gedaan en daarom is aan hem tweemaal een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:318 Hof van Discipline 's Gravenhage 260179
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:318
Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. De aanwijzingsbevoegdheid van de deken is een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden. Een gegronde reden tot afwijzing kan daarom zijn dat de verzoeker niet kan aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. Dit betekent dat de deken mocht verzoeken om toezending van de afwijzingsberichten van de zes door klager benaderde advocaten. Daarmee heeft de deken volgens het hof de inspanningsverplichting van klager om zelf een advocaat te vinden niet verkeerd uitgelegd. Onder verwijzing naar de uitspraak van het hof van 1 mei 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:132) overweegt het hof verder dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen mag worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-413/DB/LI/D
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:112
Dekenbezwaar. Verweerder onttrekt zich stelselmatig aan het toezicht door de deken. Ook zijn er grote zorgen rondom de financiële continuïteit van zijn kantoor en heeft verweerder niet voldaan aan zijn verplichtingen uit de Voda. Schrapping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:319 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167V
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:319
Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de verwijzingsverzoeken van klager van diens klachten over verweerders 1 t/m 3 te komen dan die van de voorzitter. De klachten van klager over verweerders 1 en 2 hebben betrekking op het klachtonderzoek van verweerder 2 naar de klacht van klager over verweerder 1. Klager had na afronding van het onderzoek en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over verweerster 1 ter beslissing aan de raad van discipline kunnen voorleggen. In die procedure had klager ook al zijn bezwaren mee kunnen nemen over de wijze waarop het klachtonderzoek is uitgevoerd door verweerder 2, de duur van het klachtonderzoek en de door verweerder 2 genomen procedurele beslissingen. Verweerster 3 is geen advocaat zodat het advocatentuchtrecht op haar niet van toepassing is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-500/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:113
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Verweerder heeft niet integer gehandeld met zijn derdengeldenrekening, door de gelden in depot vrij te geven aan zijn cliënten, terwijl niet vaststond dat zij de rechthebbenden waren. Ook heeft hij daarmee in strijd gehandeld met ter zitting gemaakte schikkingsafspraken. Schending kernwaarde (financiële) integriteit. Voorwaardelijke schorsing van 6 weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:320 Hof van Discipline 's Gravenhage 260203
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:320
Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat klaagster haar verzoek om aanwijzing van een advocaat onvoldoende heeft onderbouwd en toegelicht – ook nadat zij daarover expliciet is bevraagd door de deken. De onderbouwing van het aanwijzingsverzoek is de verantwoordelijkheid van de aanvrager, in dit geval klaagster. Dat klaagster dit heeft nagelaten te doen, ligt in haar risicosfeer. Dit nalaten heeft ertoe geleid dat de deken gegronde redenen had om geen advocaat aan te wijzen aan klaagster (HvD 8 december 2025, ECLI:NL:TAHVD:2025:255).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-400/DB/OB
- Datum publicatie: 05-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:114
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Klacht over het niet (tijdig) indienen een verzoek tot het eenhoofdig gezag over de kinderen slaagt niet. Verweerster heeft toegelicht dat een dergelijk verzoek niet thuishoorde in de uithuisplaatsingsprocedure, omdat daar niet de moeder van de kinderen maar Jeugdbescherming de wederpartij was. Verweerster was ook niet gehouden om dat verzoek (eerder) te doen, aangezien zij daar niet achterstond. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:213 Raad van Discipline Amsterdam 26-675/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:213
Voorzittersbeslissing. Klagers hebben zich beklaagd over ingenomen stellingen, uitlatingen en bewijsstukken tijdens een procedure. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerster heeft geen tuchtrechtelijke normen overschreden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:315 Hof van Discipline 's Gravenhage 260198
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:315
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klaagster mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:214 Raad van Discipline Amsterdam 26-686/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:214
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de belangen van haar cliënte behartigd, zonder de belangen van klager nodeloos te schaden. Van het starten van kansloze procedures is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8846
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder meer dat zij voorafgaand aan die crisismaatregel niet is onderzocht en gehoord, dat zonder medische onderbouwing tijdelijke verplichte zorg is toegepast en dat er geen volledige verslaglegging is. In deze specifieke situatie is het begrijpelijk en te billijken dat de psychiater, als zorgverantwoordelijke, niet aan de wettelijke verplichting om klaagster opnieuw te beoordelen heeft voldaan. Wel had zij haar gevoerde beleid in het medisch dossier moeten opnemen. Klacht deels gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Geen maatregel
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:316 Hof van Discipline 's Gravenhage 260200
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:316
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het aanwijzingsverzoek heeft betrekking op een procedure die zou moeten dienen buiten Nederland en dus buiten het arrondissement Amsterdam. De deken beschikt gelet op de formulering van artikel 13 Advocatenwet uitsluitend over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in het arrondissement van die deken. Deze beperking tot het eigen arrondissement sluit aan bij de bevoegdheidsverdeling van de organen van de Nederlandse orde van advocaten en van de orden in de arrondissementen zoals geregeld in artikelen 17 tot en met 36 van de Advocatenwet. De deken beschikt gelet hierop niet over de bevoegdheid een advocaat aan te wijzen voor het verlenen van bijstand in de door klaagster gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:215 Raad van Discipline Amsterdam 26-693/A/NH
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:215
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond in alle onderdelen. Niet is is gebleken dat verweerster bewust onjuiste informatie naar voren heeft gebracht of dat verweerster wat betreft de kennelijk moeizame onderhandelingen tussen partijen een verwijt valt te maken. Evenmin is gebleken dat verweerster berichten van of namens klager stelselmatig onbeantwoord heeft gelaten of anderszins onvoldoende voortvarend heeft behandeld. Verweerster heeft met haar uitlatingen niet de grenzen van het betamelijk overschreden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:209 Raad van Discipline Amsterdam 26-200/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 28-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:209
Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad is verweerder zodanig tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klager dat een maatregel op zijn plaats is. Verweerder heeft erkend dat hij onvoldoende met klager heeft gecommuniceerd. Tijdens de zitting van de raad heeft hij blijk gegeven van zelfreflectie op zijn handelen en het effect daarvan op klager. Verweerder heeft uitgelegd dat zijn handelwijze het gevolg was van zijn sociale zekerheidspraktijk met de nodige hectiek en heeft toegezegd in toekomstige dossier afspraken en belangrijke informatie schriftelijk beter vast te leggen voor de cliënten. Nadat verweerder bekend is geworden met de onvrede van klager over de gang van zaken, heeft hij naar het oordeel van de raad voldoende gedaan om mee te denken over een oplossing. Dat verweerder niet zelf het door klager gewenste herzieningsverzoek voor klager wilde doen, stond hem vrij. Klager kon daarvoor immers een andere advocaat inschakelen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9254
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft een medische verklaring opgesteld in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel voor klager. Klager verwijt de psychiater in kwestie met name – samengevat – dat zij in haar medische verklaring feitelijke onjuistheden heeft opgenomen, waarbij zij deze verkeerde informatie heeft ontvangen van de ex-partner van klager. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat zij haar diagnose heeft gebaseerd op basis van deze verkeerde informatie en daarnaast haar diagnose ook niet goed heeft onderbouwd. Het college kan de psychiater volgen in haar diagnostische overwegingen en voorlopige diagnose. Overige klachtonderdelen ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:317 Hof van Discipline 's Gravenhage 260192
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:317
Beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod. De gronden van klager zien op schending verschillende internationaalrechtelijke beginselen. Het hof verwijst naar zijn vaste rechtspraak waarin reeds is beslist dat de tuchtrechtrechtspraak zoals die voor advocaten is georganiseerd niet in strijd is met het EVRM (zie Hof van Discipline, 8 april 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:87 en Hof van Discipline, 26 augustus 2016, ECLI:NL:TAHVD:2016:164 en de rechtspraak waarna in die laatste uitspraak wordt verwezen). De gronden raken niet aan de fundamentele rechtsbeginselen die mogelijk grond opleveren voor doorbreking van het appelverbod, zoals schending van hoor en wederhoor, (vergelijk: HvD 28 augustus 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:168, ECLI:NL:TAHVD:2017:169 en HR 23 juni 1995, NJ 1995/661).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:216 Raad van Discipline Amsterdam 26-699/A/A
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:216
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klager gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9373
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters en de zorgmachtiging is uiteindelijk niet aangevraagd. Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in de diagnostiek en voorbereiding van de zorgmachtiging. Het feit dat de psychiater PTSS niet als primaire diagnose heeft gesteld acht het college navolgbaar. Van onzorgvuldigheid is niet gebleken. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 339
- Volgende pagina zoekresultaten