Zoekresultaten 1-20 van de 48584 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8166

    Klacht van de partner van de inmiddels overleden patiënt tegen psychotherapeut ongegrond. Klaagster verwijt de psychotherapeut – kort gezegd – onvoldoende zorg aan de patiënt, het niet hebben voldaan aan regelingen en onvoldoende transparantie nadat de patiënt was overleden. Het college is van oordeel dat er regelmatig een suïcide risicotaxatie/risico-inschatting heeft plaatsgevonden en dat het verhogen van het risico van laag naar midden een begrijpelijke conclusie was. Dat de psychotherapeut niet strikt heeft toegezien op eerdere indiening van een crisissignaleringsplan kan het college volgen. Er was geen reden voor de psychotherapeut om het beroepsgeheim te doorbreken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9533

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt de psycholoog dat hij hem ten onrechte heeft uitgenodigd voor een intakegesprek, terwijl uit de triage al zou blijken dat geen sprake was van PTSS, en dat ten onrechte een bedrag van € 1.549,06 bij de zorgverzekeraar is gedeclareerd. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de beslissing om klager voor een intake uit te nodigen door een triagist is genomen en op basis van de verwijzing een reële diagnostische vraag bestond. Ook was de psycholoog niet betrokken bij de declaratie of de hoogte daarvan.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9055

    Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg, die werd geconsulteerd door huisarts via digitale consultatie (DICO) vanwege een mogelijke scheur in klagers kuitspier. Klager verwijt verweerder dat hij eerder actie had moeten ondernemen ten aanzien van het fixeren van zijn enkel, klager persoonlijk had moeten onderzoeken en zijn advies aan de huisarts daarop had moeten baseren. Ook zou de chirurg ten onrechte advies hebben uitgebracht terwijl hij de door de huisarts meegestuurde bijlagen niet kon openen. Er was geen aanleiding om de enkel van klager te fixeren of om klager te zien. De chirurg kon en mocht zijn advies baseren op de informatie die hij tot zijn beschikking had.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9276

    Klagers dienen meerdere klachten in namens hun 14-jarige zoon tegen een verpleegkundig specialist. De zoon komt met een gebroken hand op de spoedeisende hulp. Er volgt een discussie tussen verweerder en klagers over de vraag of de zoon kan worden behandeld zonder dat klagers aanwezig zijn. De situatie escaleert waarbij verweerder een mogelijke melding bij Veilig Thuis benoemt. Klagers verwijten verweerder een onheuse bejegening, het verstrekken van onjuiste informatie en het meewerken aan onrechtmatige verstrekking van onjuiste gegevens aan de huisarts. Het college verklaart de klachten ongegrond met uitzondering van het prematuur benoemen van een mogelijke Veilig-Thuismelding. Omdat verweerder van de situatie heeft geleerd, excuses heeft aangeboden en de zorg voor de zoon steeds vooropstond, legt het college geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-729/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster was niet verplicht om klaagster vooraf te informeren over het voornemen om (conservatoir) beslag te leggen. Zij heeft dat bovendien wel gedaan. Verder niet gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de rechter. Van onnodig grieven geen sprake.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9277

    Ouders klagen tegen een arts. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. Klagers zijn van mening dat onjuist is gehandeld door de arts en dat er onjuiste informatie staat in de brief aan de huisarts waaronder de naam van de arts staat. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9278

    Ouders klagen tegen een superviserend chirurg. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. Klagers zijn van mening dat onjuist is gehandeld door de chirurg en dat er onjuiste informatie staat in de brief aan de huisarts waaronder de naam van de arts staat. Daarnaast zou de chirurg het inzagerecht in het medisch dossier hebben gefrustreerd. Het college is van oordeel dat de chirurg geen verwijt kan worden gemaakt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9279

    Ouders klagen tegen een superviserend chirurg. De 14-jarige zoon van klagers heeft een breuk in zijn hand na een incident op school en gaat met een leraar naar de SEH. Op enig moment is er een discussie tussen de ouders en een andere zorgverlener over de aanwezigheid van een volwassene en het naar huis gaan van de zoon. De situatie escaleert. De ouders klagen erover dat de chirurg niet heeft ingegrepen in die situatie, een partijdige verklaring over het gebeurde heeft afgelegd en er niet voor heeft gezorgd dat het telefoongesprek in een vertrouwelijke gespreksomgeving heeft plaatsgevonden. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9916

    Voorzittersbeslissing kennelijk ongegronde klacht. Klager, verblijvend in een FPC, verwijt verpleegkundige dat zij hem heeft willen insluiten en hem niet heeft onderzocht, terwijl hij ernstige ademhalingsklachten had. Uit medisch dossier volgt dat de klachten zeer serieus zijn genomen en de huisarts is ingeschakeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-170/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht van een dochter over de advocaat van de moeder in een bewindvoeringskwestie. Klaagster heeft geen eigen, rechtstreeks betrokken belang bij de klachtonderdelen die gaan over verweerders declaraties aan haar moeder en de wijze waarop hij haar heeft bijgestaan in de procedures. Voor zover klaagster wel belang heeft in haar klachten, zijn deze ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-238/DH/RO

    Klacht tegen de curator in het faillissement van de onderneming van klagers. Belangrijkste klacht is dat verweerder eerst een schikking heeft getroffen met klagers, maar vervolgens aangifte heeft gedaan van mogelijke faillissementsfraude. De raad is van oordeel dat deze melding behoort tot de bevoegdheden van een curator en dat verweerder bij de uitoefening van die bevoegdheid niet onbetamelijk heeft gehandeld. Deze en ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:334 Hof van Discipline 's Gravenhage 260157

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster is de advocaat van de ex-partner van klager met wie hij in een familierechtelijke procedure is verwikkeld. De raad heeft alle in hoger beroep nog aan de orde zijnde klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof is het eens met de beslissing van de raad voor zover die bij het hof voorligt. Verweerster mocht bij het overleggen van het toestemmingsformulier uitgaan van de juistheid van de informatie van haar cliënte. Daarnaast was het overleggen van het toestemmingsformulier en de foto van de zoon van partijen functioneel en had het een redelijk doel. In het algemeen en ook in dit geval is er geen reden om te oordelen dat het belang van het kind gedragsregel 27 opzij zou moeten zetten. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:252 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-220/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde deskundigheid en gedragsregel 16, door belangrijke afspraken niet schriftelijk vast te leggen, zoals de strategie. Ook heeft verweerder nagelaten proactief gegevens en documenten op te vragen. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden, voorwaardelijke schorsing van 2 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:246 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-292/DH/RO

    Klacht tegen de eigen advocaat. Het gaat om bijstand in verband met de hersteloperatie van het toeslagenschandaal. Klaagster verwijt verweerster dat zij te lang heeft gewacht met het indienen van een beroep niet tijdig beslissen als gevolg waarvan klaagster dwangsommen is misgelopen.Verweerster voerde als kantoorbeleid om slechts beroep niet tijdig beslissen in te dienen, als zij zelf beschikte over de beschikking en aldus data kon controleren. Hoewel verweerster er herhaaldelijk om vroeg duurde het lang voordat zij de beschikking van klaagster ontving. De raad is van oordeel dat het beleid op zichzelf niet onzorgvuldig is en dat het in relatie tot de zaak klaagster ook niet als onzorgvuldig is aan te merken. De raad acht onvoldoende aannemelijk dat klaagster, als eerder beroep niet tijdig beslissen was ingediend, het maximum bedrag aan dwangsommen ontvangen zou hebben. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:335 Hof van Discipline 's Gravenhage 260092

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster heeft verweerder bijgestaan bij het indienen van klachten tegen de politie. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. De raad heeft geoordeeld dat niet iedere beroepsfout tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert en heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Hof van Discipline oordeelt dat de beroepsfout van verweerster wel tuchtrechtelijk verwijtbaar is, maar dat er gronden zijn om af te zien van het opleggen van een maatregel. Het hof heeft hierbij meegewogen dat verweerster zich als een redelijk handelend advocaat heeft ingespannen om de gemaakte fout te herstellen. Zo heeft zij onder meer haar excuses heeft aangeboden, getracht om de klacht alsnog behandeld te krijgen en haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar op de hoogte gebracht van de fout.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:247 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-309/DH/DH/D

    Dekenbezwaar over kwaliteit en kantoororganisatie. Gedurende een aantal jaren zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde gesprekken daarover hebben niet voorkomen dat er in 2026 toch weer een vergelijkbaar signaal over verweerster is ontvangen. Zij heeft zittingen gemist en cliënten niet altijd gesproken. Uit het kantooronderzoek blijkt dat de schriftelijke vastlegging ernstig tekortschiet. Verweerster staat onvoldoende open voor reflectie. Gelet op het hardnekkige karakter, de eerst en aard van het gedrag en het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, volgt een schorsing van 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-438/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een geschil met een makelaar. Dossier via rechtsbijstandsverzekeraar bij verweerder gekomen. Verweerder had niet de verplichting om daadwerkelijk een procedure te starten. Hij mocht, na bestudering van de stukken, tot een oordeel komen over de (on)haalbaarheid van de zaak. Niet gebleken dat het door verweerder gegeven advies onjuist is. Verweerder heeft (wellicht te) lang geprobeerd om klagers zaak ‘rond’ te krijgen, maar heeft daarbij steeds klagers belangen op het oog gehad. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet gebleken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-406/DB/OB

    Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-509/DH/DH/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft zich langdurig onttrokken aan het toezicht door de deken. Nadat er eindelijk contact was, is hij zijn toezeggingen om de gevraagde informatie alsnog aan te leveren niet nagekomen. Ook voor veel van zijn cliënten is verweerder niet bereikbaar geweest, wat heeft geleid tot een stroom aan tuchtklachten tegen verweerder, waarbij hij ook niet meewerkt aan het onderzoek van de deken. Verweerder is inmiddels geschorst op grond van artikel 60b Advocatenwet. Ook daarna is hij onbereikbaar gebleken voor de deken, maar hij heeft wel de tijd gehad om werkzaamheden te verrichten, in strijd met de aan hem opgelegde schorsing. Verweerder blijkt ook niet een (verplichte) beroepsaansprakelijkheidsverzekering te hebben. Verweerder ziet nog steeds niet in het dat niet verantwoord is dat hij in zijn huidige staat rechtszoekenden bijstaat. De raad heeft niet het vertrouwen gekregen dat verweerder doordringen is van de ernst van de situatie. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-405/DB/OB

    Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.