Zoekresultaten 61-80 van de 48575 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770816 / DW RK 25/201 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:83
Dagvaarding is aangebracht bij de civiele kamer van de rechtbank in plaats van de bij de kantonrechter. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de gerechtsdeurwaarder kan de stelling van klaagster dat de dagvaarding zonder overleg is uitgebracht niet worden vastgesteld. Verder kan het de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat de eerste dagvaarding niet is ingetrokken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:90 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771065 DW RK 25/204 BB/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:90
Klager beklaagt zich onder meer over de hoogte van de beslagvrije voet, de vordering en dat er bankbeslag is gelegd terwijl klager in detentie verbleef. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. De klacht ten aanzien van het niet tijdig reageren op zijn verzoeken om een overzicht is gegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd en veroordeling in de proceskosten van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-010/DB/ZWB/D 26-663/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:118
Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op klachten 25-009 en 26-453/DB/ZWB. Gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten ter zake van het optreden van verweerder tijdens zijn piketdienst, het optreden van verweerder in het schuldbemiddelingstraject van mevrouw Z en de daarmee samenhangende klacht, het optreden van verweerder bij de afwikkeling van de (klacht-)zaak van mevrouw G, de communicatie met en het verlenen van medewerking aan onder andere de deken en de naleving van de regelgeving ter zake derdengelden. De in de onderhavige dekenbezwaren gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen oplegging van een zware maatregel. Verweerder heeft gedurende lange periode en op meerdere manieren het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad is van oordeel dat de door verweerder geschetste persoonlijke omstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor de gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten. Verweerders handelwijze is temeer verwijtbaar omdat hem eerder, na de behandeling van het dekenbezwaar op 24 februari 2025, uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden zijn gedrag te verbeteren en hij heeft toegezegd dat ook te zullen doen. Van de beloofde verbetering is echter niet gebleken, terwijl verweerder met zijn houding ter zitting van de raad er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen daadwerkelijk in te zien. Gelet op de samenhang met de klachten in de klachtzaken 26-453/DB/ZWB en 25-009/DB/ZWB, waarin door de raad bij beslissingen van vandaag aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken respectievelijk een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken worden opgelegd, zal de raad in de onderhavige beslissing op de dekenbezwaren volstaan met oplegging van een schorsing voor de duur van 26 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-135/DH/DH
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:242
Herstelbeslissing behorend bij ECLI:NL:TADRSGR:2026:214
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773220 / DW RK 25/256 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:84
De gerechtsdeurwaarders hebben weliswaar geen gebruik gemaakt van briefpapier en enveloppen van het gerechtsdeurwaarderskantoor, maar hebben de envelop met de brief van 25 juni 2025 wel gefrankeerd met de frankeermachine van het kantoor. De brief is hiermee duidelijk herleidbaar tot het gerechtsdeurwaarderskantoor. Ook zijn e-mailberichten verzonden vanaf het kantoor e-mailadres van de gerechtsdeurwaarders en hebben zij een dossiernummer in hun e-mail van 3 juli 2025 vermeld. Verder zijn de brieven van de gerechtsdeurwaarders redelijk intimiderend van aard. Nu de gerechtsdeurwaarders bewust of onbewust de noodzakelijke terughoudendheid uit het oog zijn verloren en de schijn hebben gewekt hun ambtelijke gewicht ten eigen bate, althans ten bate van hun zoon te gebruiken, verklaart de kamer de klacht gegrond en wordt de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden geacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:119
26-256/DB/ZWB
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9030
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:157
Klacht tegen huisarts. Klager heeft door de huisarts oxycodon voorgeschreven gekregen in verband met nekpijnklachten. Klager maakt de huisarts verschillende verwijten over zijn begeleiding bij het gebruik/de afbouw van de oxycodon en zijn bejegening van klager. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:85 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776547 / DW RK 25/381 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:85
Beslissing op verzet. Klager stelt dat de vordering niet klopt en dat de gerechtsdeurwaarder weigert de vordering te specificeren. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9036
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:158
Klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft klaagster behandeld voor een gebitsrenovatie en daarbij door een andere tandarts geplaatste kronen verwijderd en veranderd. Klaagster ervaart aanhoudende pijn- en andere gezondheidsklachten. Zij verwijt de tandarts het schenden van professionele normen door onder meer: onvoldoende en misleidende voorlichting voorafgaand aan de behandeling en daardoor geen informed consent; inadequate nazorg en bagatelliseren van de klachten; technische fouten en nalatigheid; onvoldoende en te late verwijzing naar gespecialiseerde tandheelkundige zorg. De klacht is deels gegrond en voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:86 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778484 / DW RK 25/453 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:86
Beslissing op verzet. Klager stelt dat de gerechtsdeurwaarder er verantwoordelijk voor is dat de verkeerde partijen zijn gedagvaard. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-511/DB/LI
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:120
Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening grotendeels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij op grove wijze is tekort geschoten in de belangenbehartiging van en de communicatie met klaagster. Aldus heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Verweerder heeft bij klaagster een bedrag van € 1.500,- in rekening gebracht, terwijl onduidelijk is gebleven welke werkzaamheden hij voor klaagster heeft verricht. Gelet daarop zal aan verweerder een voorwaardelijke geldboete van € 3.000,- worden opgelegd, met als bijzondere voorwaarde dat verweerder een bedrag van € 1.500,- aan klaagster betaalt. Indien verweerder dat bedrag niet, of niet tijdig, aan klaagster heeft betaald, zal verweerder alsnog de geldboete moeten betalen. De raad gaat ervan uit dat verweerder het zover niet laat komen en zijn verantwoordelijkheid richting klaagster neemt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9372
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager is op vrijwillige basis behandeld in een ggz-instelling. Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij onzorgvuldig is geweest in het verrichten van de diagnostiek en de (medicamenteuze) behandeling en dat zij verplichtingen inzake informed consent en dossiervorming niet is nagekomen. Het college oordeelt dat de verpleegkundig specialist uitvoerig en zorgvuldige diagnostiek en vervolgonderzoek heeft verricht. Van onzorgvuldigheid in de medicamenteuze behandeling is niet gebleken. Haar verslaglegging was adequaat en gaf een objectieve weergave van het beloop van de behandeling en de gemaakte keuzes. Geen aanleiding om te twijfelen aan vereiste informed consent. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9934
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in een verwijsbrief voor de dochter van klaagster een opmerking opgenomen over klaagsters psychiatrische problematiek. De huisarts had deze informatie niet zonder toestemming van klaagster mogen opnemen in de verwijsbrief. De huisarts heeft zich na het incident toetsbaar en leerbaar opgesteld en heeft adequaat gereageerd. Het college vindt het daarom niet nodig een maatregel op te leggen
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:220
Raadsbeslissing; ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:221
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:75 Accountantskamer Zwolle 25/3206 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:75
Klaagster heeft een aantal vennootschappen verkocht aan een andere vennootschap, waarbij een deel van de koopsom schuldig werd gebleven. Na een aantal jaren bleek de koper niet aan haar betalingsverplichtingen jegens klaagster te kunnen voldoen. Betrokkene was de samenstellend accountant van de koper. De klacht gaat onder meer over rekening-courant opnames en over door betrokkene opgestelde jaarrekeningen voor de koper. De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:222 Raad van Discipline Amsterdam 26-182/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:222
Raadsbeslissing; verweerster heeft in haar brief aan klager vermeld dat haar cliënte, wanneer beslag niet mogelijk zou zijn omdat klager zijn bezittingen elders heeft ondergebracht, de publiciteit zal zoeken over de wijze waarop klager haar cliënte heeft benadeeld. Door op deze wijze te dreigen met media-aandacht heeft verweerster de belangen van klager op ontoelaatbare wijze geschaad. Verweerster heeft zodoende gehandeld in strijd met de wijze waarop een advocaat zich tegenover de wederpartij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt behoort te gedragen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:324 Hof van Discipline 's Gravenhage 250326W
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:324
Wrakingsverzoek. Aanvullende wrakingsgrond in repliek over het proces-verbaal (nog) tijdig ingediend, maar ongegrond. Het proces-verbaal is minder gedetailleerd dan de weergave van verzoekster, maar verschilt inhoudelijk weinig. Ook de overige wrakingsgronden zijn ongegrond nu zij met name gaan over de wijze waarop de voorzitter de regie heeft gevoerd op de zitting. Verzoekster heeft een onjuiste opvatting over hoor en wederhoor op de zitting. Hoor en wederhoor betreft het debat tussen partijen, niet een debat tussen één partij en het hof. Ook heeft verzoekster een verkeerd beeld van de wijze waarop een rechter de feiten vaststelt. De (tucht)rechter onderzoekt niet zelf actief wat de feiten zijn, maar hij stelt feiten vast op basis van wat partijen aanvoeren en wat door partijen als bewijs wordt aangevoerd. De (tucht)rechter is geen onderzoeksrechter. Verzoekster heeft tijdens de zitting over het wrakingsverzoek twee wrakingsverzoeken ingediend, die zijn afgewezen. Beide verzoeken kwamen er in de kern op neer dat de zitting niet verliep zoals verzoekster wenste en zagen dus op de gang van zaken op zitting. Omdat verzoekster elke keer een verzoek tot wraking indient om haar zin door te drijven over de regie op de zitting is sprake van misbruik van recht en bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:223 Raad van Discipline Amsterdam 26-714/A/NH
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:223
Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in 2021 een medische verklaring gebruikt, ten aanzien waarvan in 2025 door het medisch tuchtcollege is geoordeeld dat de betreffende arts die niet had mogen afgeven. Dat betekent echter niet dat verweerster in 2021 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van misleiding en belangenverstrengeling is ook geen sprake. Die klachtonderdelen worden kennelijk-ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zien op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte, niet zijnde klaagster, en in die verhouding komt klaagster geen klachtrecht toe, zodat die klachtonderdelen kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:217 Raad van Discipline Amsterdam 26-691/A/A
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 05-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:217
voorzittersbeslissing. Verweerder heeft aanvankelijk samen met de primaire behandelaar de zaak van klager gedaan. Na overstap van de primaire behandelaar heeft deze het dossier meegenomen. Het was aan die advocaat om klager daarover te informeren. Verdere klacht is te laat ingediend en daarmee niet-ontvankelijk.