ECLI:NL:TGDKG:2026:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770816 / DW RK 25/201 KM/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:83 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-09-2026 |
| Datum publicatie: | 12-10-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/770816 / DW RK 25/201 KM/WdJ |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Dagvaarding is aangebracht bij de civiele kamer van de rechtbank in plaats van de bij de kantonrechter. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de gerechtsdeurwaarder kan de stelling van klaagster dat de dagvaarding zonder overleg is uitgebracht niet worden vastgesteld. Verder kan het de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat de eerste dagvaarding niet is ingetrokken. Klacht ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 7 september 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/770816 / DW RK 25/201 KM/WdJ ingesteld door:
[ ],
gevestigd te [ ],
klaagster,
gemachtigde: [ ],
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij brief met bijlagen, ingekomen op 13 juni 2025, heeft klaagster een klacht ingediend tegen (een medewerkster van het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 1 augustus 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 22 juni 2026 alwaar klaagster is vertegenwoordigd door haar gemachtigde en de gerechtsdeurwaarder is verschenen. De uitspraak is bepaald op 7 september 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij e-mail van 24 maart 2025 heeft de gemachtigde van klaagster de gerechtsdeurwaarder verzocht om over te gaan tot betekening van een dagvaarding, na controle van de conceptdagvaarding.
- Bij exploot van 25 maart 2025 is [ ], gedagvaard te verschijnen ter zitting van de rechtbank Midden-Nederland tegen 16 april 2025.
- Bij e-mail van 26 maart 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder het dagvaardingsexploot alsmede de nota naar de gemachtigde van klaagster gezonden.
- Op 7 april 2025 heeft de gemachtigde van klaagster telefonisch contact met het gerechtsdeurwaarderskantoor opgenomen, nadat zij bekend raakte met de onjuiste forumkeuze.
- Bij e-mail van 8 april 2025 heeft de gemachtigde van klaagster de gerechtsdeurwaarder verzocht tot betekening van de dagvaarding, betreffende een civiele procedure, over te gaan, na controle van de conceptdagvaarding.
- Bij exploot van 16 april 2025 is [ ], opnieuw gedagvaard te verschijnen ter zitting van de rechtbank Midden-Nederland tegen 30 april 2025, onder intrekking en buiten effectstelling van de betekende dagvaarding van
25 maart 2025.
- Bij e-mail van 25 april 2025 heeft de gemachtigde van klaagster een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend.
- Bij e-mail van 14 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht van de gemachtigde van klaagster gereageerd.
- Hierop is over een weer tussen de gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder gecommuniceerd.
3. De klacht
Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat:
a: de eerste dagvaarding ten onrechte op 26 maart 2025 bij de civiele kamer van de rechtbank Midden-Nederland is aangebracht, in plaats van bij de kantonrechter;
b: het herstelexploot te laat aan de rechtbank is toegezonden, met als gevolg dat het exploot als nieuwe dagvaarding is beschouwd en opnieuw griffierecht is geheven;
c: het gerechtsdeurwaarderskantoor de fout aanvankelijk heeft erkend, maar later is teruggekomen op de erkenning.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak voor enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met wat een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen medewerkers van een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a stelt de kamer vast dat de gemachtigde van klaagster op 24 maart 2025 een concept-dagvaarding heeft aangeleverd, die op meerdere punten niet correct was. Klaagster stelt dat de dagvaarding is uitgebracht zonder voorafgaand overleg. De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat na ontvangst van de concept-dagvaarding direct op 24 maart 2025 telefonisch contact met de gemachtigde van klaagster is opgenomen. Hierbij zijn de nietigheden en gebreken in de concept-dagvaarding besproken, waarop de gemachtigde van klaagster onder meer heeft aangegeven dat de dagvaarding bij de rechtbank moest worden aangebracht en niet bij de kantonrechter. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van de gerechtsdeurwaarder, is de stelling van klaagster niet vast komen te staan en daarmee evenmin dat sprake is geweest van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Het klachtonderdeel wordt als ongegrond afgewezen.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b wordt het volgende overwogen. Uit de overgelegde producties en wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de gemachtigde van klaagster op 7 april 2025 contact met de gerechtsdeurwaarder heeft opgenomen, nadat zij van de tegenpartij had vernomen dat de dagvaarding verkeerd was aangebracht. De gerechtsdeurwaarder heeft vervolgens een nieuwe dagvaarding uitgebracht, onder intrekking en buiten effectstelling van de eerdere dagvaarding van 25 maart 2025. De gemachtigde van klaagster stelt dat sprake is van een herstelexploot, terwijl uit het exploot duidelijk blijkt dat sprake is van een nieuwe dagvaarding. Bovendien werd nu opgeroepen voor de afdeling kanton, terwijl de eerste dagvaarding voor afdeling civiel was. Het had dan ook op de weg van de gemachtigde van klaagster gelegen om de dagvaarding van 25 maart 2025 bij de rechtbank in te trekken. Dat zij dit niet heeft gedaan, kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten. Van een advocaat mag immers verwacht worden dat zij weet dat in het geval van het uitbrengen van een nieuwe dagvaarding zij de eerder uitgebrachte dagvaarding zelf moet intrekken bij de rechtbank.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c ontkent de gerechtsdeurwaarder uitdrukkelijk dat hij de gemaakte fout in eerste instantie heeft erkend. De gerechtsdeurwaarder stelt dat klaagster op 7 april 2025 met het gerechtsdeurwaarderskantoor heeft gebeld om te vertellen dat ze zelf een foutje heeft gemaakt. Nu ook in dit verband niet kan worden vastgesteld wie het gelijk hier aan zijn zijde heeft, dient dit klachtonderdeel als ongegrond te worden afgewezen.
5.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, mr. B. Brokkaar en R. Elshof, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.