ECLI:NL:TADRSHE:2026:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:119
Datum uitspraak: 12-10-2026
Datum publicatie: 12-10-2026
Zaaknummer(s): 26-256/DB/ZWB
Onderwerp: Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: Advocaat in hoedanigheid van deken of tuchtrechter
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: 26-256/DB/ZWB

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 12 oktober 2026

in de zaak 26-256/DB/ZWB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 26 mei 2026 op de klacht van:

klaagster


over:

mr. E.A.C. van de Wiel

Deken van de Orde van Advocaten in

Noord-Nederland

verweerster

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 2 mei 2025 heeft klaagster tegen verweerster een klacht ingediend. Op 26 maart 2026 heeft de raad het dossier met kenmerk K25-037 van de deken ontvangen.

1.2 Bij beslissing van 26 mei 2026 heeft de voorzitter van de raad de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

1.3 Bij e-mail van 24 juni 2026 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 31 augustus 2026. Verschenen zijn klaagster en verweerster, bijgestaan door mr. S, stafjurist.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van de e-mail van klaagster met bijlagen 20 en pagina 1 en 2 van bijlage 21 van 18 augustus 2026.

2 FEITEN EN KLACHT

2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

3 VERZET

3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:

De klachten zijn wel degelijk ontvankelijk nu de voorzitter niet is uitgegaan van de juiste/volledige feiten en de klachten onjuist zijn samengevat. De voorzitter heeft ten onrechte geoordeeld dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Klaagster heeft namelijk gewacht met het indienen van een klacht totdat het Hof van Discipline in de klachtzaak B een oordeel had gegeven. 

4 BEOORDELING
 

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klaagster niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. V.E.J. Noelmans, voorzitter, mrs. A.A.T. van Ginderen, S.M.P.T. Ruijs-Kreté, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 12 oktober 2026.

Griffier                                                            Voorzitter

Verzonden op: 12 oktober 2026