ECLI:NL:TGDKG:2026:85 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776547 / DW RK 25/381 KM/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:85
Datum uitspraak: 07-09-2026
Datum publicatie: 12-10-2026
Zaaknummer(s): C/13/776547 / DW RK 25/381 KM/WdJ
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. Klager stelt dat de vordering niet klopt en dat de gerechtsdeurwaarder weigert de vordering te specificeren. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 7 september 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 30 september 2025 met zaaknummer C/13/771651 DW RK 25/223 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/776547 / DW RK 25/381 KM/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klager,

tegen:

[  ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde,

gemachtigde: [  ].

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier, ingekomen op 30 juni 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij e-mails, ingekomen op 30 juni 2025 en 20 en 22 augustus 2025. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 29 augustus 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij e-mail met bijlage, ingekomen op 8 september 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder het verweerschrift aangevuld. Bij beslissing van 30 september 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij e-mail, ingekomen op 2 oktober 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Bij e-mail, ingekomen op 3 maart 2026, heeft de gerechtsdeurwaarder op het verzet gereageerd. Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 11 juni 2026, heeft klager zijn verzet aangevuld. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 22 juni 2026 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, met kennisgeving, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op 7 september 2026.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

3. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           De gerechtsdeurwaarder is belast met de executie van een hypotheekakte van 1 september 2023 en een hypotheekakte van 13 juni 2024.

-           Bij e-mail van 22 april 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder geïnformeerd dat hij een advocaat heeft ingeschakeld, omdat hij geen reactie op zijn eerdere bericht had ontvangen.

-           Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder klager medegedeeld dat de e-mail van klager is voorgelegd aan de opdrachtgever.

-           Bij e-mail van 24 april 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder geïnformeerd dat hij een kort geding procedure ging opstarten, omdat hij nog steeds geen aantoonbare reactie had gekregen.

-           Bij e-mail van 6 mei 2025 is klager verzocht het verschuldigde bedrag binnen vijf dagen te voldoen teneinde de executieverkoop van zijn woning(en) te voorkomen.

-           Bij e-mail van 13 mei 2025 is namens klager verzocht om een inhoudelijke reactie op zijn e-mails van 12 en 24 april 2025, alvorens de opdrachtgever in rechte te betrekken.

-           Bij e-mail van 14 mei 2025 is aan klager de titel waaruit de hoofdsom blijkt en een overzicht van de ontvangen betalingen verstrekt. Verder is meegedeeld dat de gerechtsdeurwaarder een herinnering aan de opdrachtgever had verzonden om te reageren op de door klager eerder verzonden e-mailberichten.  

-           Bij separate e-mail van 14 mei 2025 is de reactie van de opdrachtgever aan klager verstrekt, waarbij is meegedeeld dat niet meer zal worden gereageerd op berichten van klager en de gerechtsdeurwaarder genoodzaakt is de executie voort te zetten.

-           Vervolgens heeft (de gemachtigde van) klager de vordering meermalen betwist en verzocht om een onderbouwing van de vordering, waarop de gerechtsdeurwaarder steeds (namens de opdrachtgever) heeft gereageerd.

4. De oorspronkelijke klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat:

a: de gerechtsdeurwaarder weigert de bedragen van de vordering te specificeren, ondanks meerdere verzoeken hiertoe;

b: de gerechtsdeurwaarder zeer onredelijk blijft en er enkel op uit lijkt te zijn om klager opzettelijk financieel dan wel psychisch te willen schaden;

c: hij de gerechtsdeurwaarder kenbaar heeft gemaakt dat de vordering niet klopt en de gerechtsdeurwaarder niet met tegenbewijs komt;

d: de gerechtsdeurwaarder op onrechtmatige basis de beslagen aan het adres van klager heeft aangezegd.

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.2 Ten aanzien van klachtonderdelen a en c overweegt de voorzitter dat uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder meermalen stukken en een specificatie van de vordering aan klager heeft verzonden. Klager heeft de vordering meermalen betwist, maar heeft de betwisting niet onderbouwd. Niet duidelijk is welke gegevens klager verder wil ontvangen. Er kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt op deze klachtonderdelen.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de voorzitter dat deze niet nader door klager onderbouwde stellingen onvoldoende zijn om tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder vast te stellen. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat steeds op correcte wijze met klager is gecorrespondeerd. Dat klager hierbij niet de reacties heeft ontvangen die hij liever had gezien, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Dit klachtonderdeel wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel d overweegt de voorzitter dat klager zijn klacht niet nader heeft toegelicht of onderbouwd, zodat tuchtrechtelijk laakbaar handelen niet kan worden vastgesteld.

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

6. De gronden van het verzet

6.1 In verzet heeft klager aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder nimmer gehoor heeft gegeven aan de verzoeken van klager dan wel zijn advocaat, om de vordering cijfermatige te onderbouwen.

6.2 Klager heeft verder aangevoerd dat de door de gerechtsdeurwaarder gelegde executoriale beslagen vexatoir van aard zijn. Daarnaast stelt klager dat de gerechtsdeurwaarder een juridische misslag heeft begaan. Klaarblijkelijk mag aanvullend executoriaal beslag worden gelegd op aanverwante vermogensbestanddelen, maar dan dient de eerdere verpande zaak wel te worden uitgewonnen alvorens een tot een nieuwe executieverkoop mag worden overgegaan.

6.2 Klager heeft tevens aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder alles in het werk heeft gesteld om herfinanciering onmogelijk te maken door de aflosnota pas “twee voor twaalf” aan de notaris te overleggen.

7. Het verweer in verzet

In verzet heeft de gerechtsdeurwaarder de door klager aangevoerde gronden gemotiveerd betwist. Voor zover nodig wordt hierna op dat verweer ingegaan.

8. De beoordeling van de gronden van het verzet

8.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Ten aanzien van de door klager gestelde gelegde executoriale beslagen overweegt de kamer dat van dergelijke beslagen in dit dossier niet is gebleken.

8.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

8.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, mr. B. Brokkaar en R. Elshof, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.