Zoekresultaten 22351-22400 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-100

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De rapporten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit vaste tuchtrechtelijke jurisprudentie. De verzekeringsarts kon volstaan met een onderzoek op basis van het dossier met daarin onder meer verschillende verzekeringsgeneeskundige onderzoeken, met daarin de anamnese van klager. Niet is gebleken dat de verzekeringsarts in redelijkheid niet tot de conclusie kon komen dat niet buiten twijfel staat dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid voortkwam uit een andere oorzaak. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-644/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij in familierechtelijk geschil kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/229

    Klager, ex heroïne-verslaafde, klaagt erover dat verweerster, arts bij een stichting die (ex) verslaafden medisch begeleid, hem geen herhaalrecepten verstrekt voor methadon en temazepam. Tevens beklaagt hij zich erover dat hij blijkt te zijn uitgeschreven als patiënt bij de stichting. Verweerster voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 317/2016

    Vaatchirurg zet terecht in op conservatief beleid bij pt met ernstige vasculaire problematiek; heeft telefonisch verzoek aanvraag te doen voor second opinion- zonder persoonlijk spreekuur contact- kunnen weigeren . Klachten ongegrond..

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-054

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het deskundigenrapport voldoet aan de eisen die voortvloeien uit vaste tuchtrechtelijke jurisprudentie. De lezing van klager en de verzekeringsarts verschillen op het punt of wel of niet van de zijde van klager is verzocht om medische informatie op te vragen, zodat niet is komen vast te staan dat klager aan de verzekeringsarts heeft verzocht om nadere informatie op te vragen bij zijn behandelaren. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-663/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat gedeeltelijke niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 318/2016

    De medicatie die verweerder in verband met ernstige vasculaire problematiek heeft voorgeschreven zijn in lijn met de richtlijn cardiovasculair risicomanagement. Dat pt als gevolg daarvan ernstige bijwerkingen heeft ervaren doet hieraan niet af. klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-081

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft een verklaring afgelegd over klager aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het is vaste rechtspraak dat een deskundige zeer terughoudend dient te zijn bij het afgeven van een verklaring waarvan hij weet dat deze in een juridische procedure kan worden gebruikt. Zeker in het kader van zo’n gevoelig onderwerp als de verblijfplaats van een jong kind en verweerders achtergrond in de GGZ had de verpleegkundige ervan doordrongen moeten zijn dat niet lichtvaardig een verklaring met dat doel afgegeven had mogen worden. De verpleegkundige was te stellig in zijn oordelen en heeft deze niet of nauwelijks onderbouwd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-749/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat in asielprocedure kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A

    Klaagster verwijt verweerder dat als bezwaarverzekeringsarts zonder onderzoek van klaagster en zonder een uitnodiging voor een spreekuurbezoek, zijn taak als bezwaarverzekeringsarts niet naar behoren heeft vervuld. Verweerder heeft zich gedragen als een verlengstuk van UWV, aldus klaagster. Volgens klaagster kan de door verweerder opgestelde rapportage vanuit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek niet doorstaan. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2017:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-012a

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Er zijn geen aanwijzingen dat de verpleegkundige klager niet serieus heeft genomen. Toen de toestand van patiënte achteruit ging, heeft zij meermalen de arts geconsulteerd. In overleg met de arts heeft zij verdere pogingen tot afnemen van bloed gestaakt. Of zij klager heeft weggestuurd en ruzie heeft gemaakt is niet komen vast te staan. Gelet op de uitgebreide verslaglegging van haar bevindingen tijdens haar dienst, is er geen aanleiding om aan te nemen dat de overdracht van de dienst niet zorgvuldig is geweest. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-467/DH.MN-a-b

    Klacht tegen eigen advocaten over kwaliteit dienstverlening ongegrond. Klagers miskennen de eigen verantwoordelijkheid van de advocaat om een inschatting te maken van de goede en kwade kansen van een zaak. Behandeling van de zaak overdragen aan een kantoorgenoot is in de gegeven omstandigheden geoorloofd. Niet naleving eigen klachtregeling is onzorgvuldig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:194 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-761/DB/LI

    Verweerder trad op in hoedanigheid van voorzitter van klachtencommissie. Hem is opgedragen niet meer op klager te reageren. Vertrouwen in advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-879

    Verzet ongegrond over eigen advocaat. Mogelijkheid gefinancierde rechtsbijstand met klager besproken en gemaakte financiële afspraken zorgvuldig bevestigd. Dossier na einde werkzaamheden afgegeven.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:189 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-827/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerder zich ten onrechte als cassatieadvocaat heeft voorgedaan, noch dat was afgesproken dat hij geen werkzaamheden zou verrichten voordat toevoeging was afgegeven, nocht dat er geen duidelijke financiële afspraken zijn gemaakt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:190 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-584/DB/OB/D

    In strijd gehandeld met artikel 6.27 lid 3 Voda door een contante betaling in ontvangst te nemen van € 6.100,--, zonder voorafgaand aan het aanvaarden van die betaling overleg met de deken te voeren en zonder dat sprake was van feiten en omstandigheden die het in ontvangst nemen van contante betalingen rechtvaardigden. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 014/2017

    Klacht tegen longarts. Anders dan verweerder is het college van oordeel dat verweerder in zijn reactie aan de verzekeringsarts een oordeel en een medisch advies heeft gegeven. Hij had dit niet mogen doen zonder klaagster zelf te zien en te onderzoeken. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:191 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-582/DB/OB/D

    Gehandeld in strijd met de Voda door gedurende elf maanden geen invulling te geven aan het twee handtekeningen vereiste. Gegrond..Waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:192 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-073/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerder feiten heeft geponeerd waarvan hij de onwaarheid kende of behoorde te kennen. Verweerder mocht in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij gehoor geven aan het verzoek van zijn cliënte om niet meer met klagers te communiceren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:193 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-828/DB/ZWB

    Deels kennelijk ongegrond omdat van feitelijke juistheid niet is gebleken. Deels niet-ontvankelijk wegens termijn-overschrijding.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:188 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-583/DB/OB/D

    In strijd gehandeld met artikel 6.27 lid 3 Voda door binnen een periode van één jaar meerdere contante betalingen in ontvangst te nemen met een totaalbedrag van € 6.100,--, zonder voorafgaand aan het aanvaarden van die betalingen overleg met de deken te voeren en zonder dat sprake was van feiten en omstandigheden die het in ontvangst nemen van contante betalingen rechtvaardigden. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 023/2017

    Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot kinderarts. De zoon van klagers is in de periode van maart tot en met augustus 2014 onder behandeling geweest bij verweerster. Verweerster wordt verweten dat zij in deze periode onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar en behandeling heeft gegeven voor de actuele problemen van hun zoon, dat zij ten onrechte geen neuroloog in consult heeft geroepen, dat zij niet in staat was om op een passend niveau met klagers te communiceren, dat zij verwijzingen naar derden niet tijdig heeft doorgestuurd, dat zij geen waarheidsgetrouw dossier heeft gevoerd, dat zij niet heeft gezorgd voor voldoende observatie door verpleegkundigen tijdens de opname van hun zoon en dat zij zich niet heeft gehouden aan de opnamedoelen en deze doelen niet heeft bereikt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/233

    Verweerder brengt als verzekeringsarts adviezen uit in het kader van de Vreemdelingenwet 2000. Klager verwijt verweerder een onzorgvuldig rapport te hebben afgeleverd en dat het niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17152

    Inspectie voor de Gezondheidszorg. Seksueel grensoverschrijdend gedrag. De verpleegkundige is, geleid door zijn affectieve gevoelens, gedurende circa één jaar het (privé)leven van de psychisch kwetsbare patiënte binnengedrongen ter vervulling van eigen behoeften, wensen en gevoelens. Initiatief kwam steeds van de verpleegkundige. Zijn rol was voor patiënte volstrekt onduidelijk en onprofessioneel. Na beëindiging van de behandelrelatie voortzetting van de contacten op eenzelfde, indringende en ongeoorloofde wijze. De meerdere (onnodige) aanrakingen moeten vanuit de intentie van verweerder als seksueel getint worden geacht. Niet zelf tot het inzicht gekomen dat hij zijn professionele grenzen heeft overschreden. Doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 024/2017

    Klacht tegen kinderarts. Verweerster is in de periode van maart tot en met augustus 2014 als supervisor en als kinderarts betrokken geweest bij de behandeling van de zoon van klagers. Verweerster wordt verweten dat zij ten onrechte heeft geweigerd een neuroloog in consult te roepen, dat zij niet in staat was om op passend niveau met klagers te communiceren, dat zij verwijzingen naar derden niet tijdig heeft doorgestuurd, dat zij geen waarheidsgetrouw dossier heeft gevoerd, dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar en behandeling heeft gegeven voor de actuele problemen van hun zoon, dat zij als supervisor onvoldoende supervisie heeft gegeven, waardoor de behandeling van hun zoon onvoldoende was, dat zij duidelijk en betrokken aanwezig had moeten zijn bij de behandeling en dat zij de casus van hun zoon na de intake had moeten laten overnemen door een specialist. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 223/2017

    Klacht apotheker tegen apotheker over schending regelgeving bij overname patiënten. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 224/2017

    Klacht apotheker tegen apotheker over schending regelgeving bij overname patiënten. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 084/2017

    Klacht tegen psychiater die tijdens de vakantie van de behandelend psychiater heeft waargenomen. Klager heeft Risperdal voorgeschreven gekregen, waarna hij problemen kreeg met ejaculatie. Verweerder heeft besloten bloedonderzoek te laten verrichten maar met het veranderen van de medicatie te wachten tot de behandelend psychiater weer terug was van vakantie. Klager verwijt verweerder dat deze hem ten onrechte geen andere medicatie heeft voorgeschreven. Gelet op het belang van voorzetting van de ingezette behandeling en de noodzaak om bij een aanpassing in de antipsychotica een zorgvuldige afweging te meken, heeft verweerder ervoor mogen kiezen om de behandeling over een wijziging in de medicatie over te laten aan de behandelend psychiater. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/074

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat de arts een onzorgvuldig medisch advies heeft uitgebracht, in die zin dat hij onder andere ten onrechte in zijn medisch advies persisteert in zijn stelling dat de tinnitus geen ongevalsgevolg is. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:187 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-581/DB/OB/D

    Financiële praktijkvoering van verweerders kantoor jarenlang niet in overeenstemming met de vigerende regelgeving, voortvloeiend uit respectievelijk de Boekhoudverordening, de Verordening op de administratie en de financiële integriteit en de Voda. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 322/2016

    Klager is op basis van een TBS maatregel opgenomen. Hem is eind 2015 een inperkende maatregel tot een onvrijwillige geneeskundige behandeling opgelegd. Klager verwijt zijn behandelend psychiater dat deze de dwangbehandeling voortzet ondanks andersluidende afspraken. Het college oordeelt dat het behandelteam heeft kunnen concluderen dat er onvoldoende basis was voor het staken van de procedure a-behandeling, het aanvragen van verlof en het inzetten van een resocialisatietraject.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2017:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/073

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat de arts een onzorgvuldig medisch advies heeft uitgebracht, in die zin dat hij onder andere ten onrechte in zijn medisch advies persisteert in zijn stelling dat de tinnitus geen ongevalsgevolg is. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:172 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626877 / DW RK 17/388

    Het verzet is buiten de termijn van veertien dagen door de kamer ontvangen. Klager dient dan ook in het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:173 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632300 / DW RK 167/715

    Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij na het ingediende herstelplan niet voldoende pro actief heeft gehandeld om de negatieve ratio’s aan te pakken. Gesteld noch gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder, anders dan dat er een negatieve bedrijfsvoering bestond, overigens tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder steeds openheid van zaken heeft gegeven. Het BFT heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de gerechtsdeurwaarder met de door hem verrichte acties onvoldoende actief en voortvarend heeft gehandeld, zoals hem wordt verweten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:170 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620052 / DW RK 16/1319

    De kamer acht het tuchtrechtelijk laakbaar dat de gerechtsdeurwaarder de ontvangen gelden gelijk aan de opdrachtgever heeft doorgestort, zonder bij de werkgever te verifiëren hoe hoog het totaal beslagen bedrag was. De gerechtsdeurwaarder heeft hiermee het risico genomen dat er mogelijk een tweede beslaglegger was die zich niet had kunnen melden. Klacht gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:171 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/611125 / DW RK 16/682

    Geen reactie op betalingsvoorstel klager. De kamer overweegt dat het weliswaar netter zou zijn geweest indien de gerechtsdeurwaarders op de e-mail van klager van 11 april 2016 hadden gereageerd, maar is van oordeel dat het voor klager met de e-mail van de gerechtsdeurwaarders van 11 april 2016 voldoende duidelijk had kunnen en moeten zijn dat van klager alleen nog een betaling werd verwacht en dat niet meer op nadere voorstellen zou worden ingegaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-630/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk/kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:318 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.490

    Klager heeft bij de gemeente een aanvraag voor ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingediend. Er is bij klager sprake van complexe psychische problematiek. De gemeente heeft de aanvraag ter beoordeling doorgestuurd naar een onafhankelijke organisatie voor sociaal-medische expertise. Verweerder, arts, is in dienst van deze organisatie en was met het onderzoek belast. Klager verwijt verweerder dat hij 1) heeft geweigerd klager te voorzien van informatie, 2) klager geen recht op inzage en afschrift van zijn dossier heeft gegeven, 3) ten aanzien van klager het recht op privacy en geheimhouding van medische gegevens heeft geschonden, 4) ten aanzien van klager het recht op correctie niet heeft nageleefd, 5) jegens klager toezeggingen niet is nagekomen, 6) heeft geweigerd (delen van) het dossier van klager te vernietigen, 7) met betrekking tot de rapportage geen open en toetsbare instelling heeft, 8) klager op enig moment moedwillig heeft genegeerd, 9) klager geen reactietermijn van tien werkdagen heef gegund om huurtoeslag correctierecht uit te oefenen, 10) de relatie met de gemeente belangrijker heeft gevonden dan zijn relatie met klager, 11) gehandeld heeft als verlengstuk van de gemeente, 12) een extreem trage werkwijze heeft, en 13) een zeer slechte rapportage heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle onderdelen afgewezen. Nadat klager beroep heeft ingesteld tegen deze beslissing, heeft het Centraal Tuchtcollege klachtonderdeel 3 alsnog gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-734/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:312 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.315

    Klacht tegen cardio-thoracaal chirurg. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de zoon van klagers, hierna patiënt. Een week na zijn geboorte is patiënt in verband met diverse ernstige afwijkingen aan hart en halsvaten opgenomen in het ziekenhuis waar verweerder als cardio-thoracaal chirurg werkzaam is. Na verschillende ingrepen is na circa twee maanden in een gesprek met klagers meegedeeld dat het behandelteam tot de conclusie is gekomen dat de hartafwijking niet operabel is en dat de behandeling moet worden stopgezet. Na de door klagers gewenste second opinion wordt patiënt overgeplaatst naar een ander ziekenhuis waar hij een week later wordt geopereerd. Weer een maand later wordt patiënt uit het ziekenhuis ontslagen. Patiënt is goed hersteld. Klagers verwijten verweerder de manier waarop hij heeft beslist over het leven van patiënt door hem ten onrechte niet te verwijzen naar een andere beroepsbeoefenaar voor een second opinion en klagers geen second opinion aan te bieden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-769/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft uitdrukkelijk en gemotiveerd het standpunt betrokken dat klaagster hem toestemming heeft gegeven om in beide zaken namens haar op te treden. Gelet op de gemotiveerde reactie van verweerder had van klaagster mogen worden verwacht dat zij haar stellingen nader had toegelicht en gestaafd met bewijs. Dat heeft zij echter niet gedaan. In het dossier bevindt zich geen enkele aanwijzing voor de juistheid van de stellingen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:319 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.492

    Klacht tegen orthopeed. Links-rechts verwisseling. In plaats van een halve knieprothese links is bij hem een halve knieprothese rechts uitgevoerd. De Inspectie verwijt de orthopeed 1) dat hij voorafgaand aan de operatie geen correcte time-out procedure heeft uitgevoerd, 2) dat hij daarna de OK hefet veraten en bij terugkomst niet opnieuw de zijde van de knieopetatie/de markering op het been heeft geverifieerd alvorens tot de operatie over te gaan en 3) dat hij tijdens de operatie niet het beeldmateriaal heeft bekeken ter controle van de zijde toen hij dacht dat de ingreep ook endiscopisch had gekund. Het RTG legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-633/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van deken kennelijk niet-ontvankelijk, nu klaagster geen belang heeft bij de klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:313 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2015.316

    Klacht tegen apotheker. De klacht is door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. In beroep trekken klagers hun beroep ter terechtzitting in. De gemachtigde van de apotheker stelt daarop dat, gelet op het feit dat artikel 65 lid 10 van de Wet BIG op grond van artikel 73 lid 7 van de Wet BIG in de procedure in beroep van toepassing is, (ook) bij intrekking van het beroep de behandeling van het beroep dient te worden voortgezet in het geval degene over wie is geklaagd zulks verlangt of in het geval het Centraal Tuchtcollege beslist dat de behandeling van het beroep om redenen, aan het algemeen belang ontleend, moet worden voortgezet. Op basis hiervan verzoekt de apotheker om voortzetting van de behandeling van het beroep. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de Wet BIG niet de mogelijkheid biedt om bij intrekking van het beroep de behandeling van het beroep, op verlangen van de degene over wie is geklaagd of om redenen aan het algemeen belang ontleend, voort te zetten. Nu klagers - niet hun klacht maar - alleen hun beroep hebben ingetrokken en de apotheker geen - incidenteel - beroep heeft ingesteld, staakt het Centraal Tuchtcollege de behandeling van het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-399/DH/NH

    Voorzitter. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van deken deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:320 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.029

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster was zwanger van haar zevende kind. De twee kinderen van haar twee voorgaande zwangerschappen zijn een dag na de geboorte respectievelijk intrauterien overleden. Klaagster is na een (hoge) kunstverlossing bevallen van haar zevende kind. De baby is na de bevalling onderzocht door een kinderarts en geobserveerd door de kraamafdeling. Klaagster en haar baby zijn na onderzoek door een kinderarts ontslagen. Drie dagen later is geconstateerd dat de baby ten gevolge van een kernicterus (een hersenbeschadiging ten gevolge van te hoog billuribinegehalte) gehandicapt is geraakt. Klaagster verwijt verweerster (gynaecoloog) dat gezien de voorgeschiedenis veel eerder besloten had moeten worden tot een keizersnede, zoals met klaagster afgesproken. Er is niet goed naar haar geluisterd. Aangezien, in strijd met hetgeen gebruikelijk is, niet drie maanden voor de uitgerekende bevallingsdatum maar korter voor de bevalling is gestopt met Acetylsalicylzuur, moet ervan worden uitgegaan dat het bloed van de baby tijdens de bevalling verdund was. Verweerster heeft klaagster ten onrechte een uur laten persen. Met name wordt verweerster verweten dat zij niet direct een sectio heeft gedaan. Volgens klaagster had zij daarvoor getekend. En zij verwijt verweerster dat zij teveel risico heeft genomen door klaagster vaginaal te laten bevallen. Zij heeft vijfmaal (vergeefs) een vacuümextractie geprobeerd, en daarna nog een keer een extractie met de forceps. Dit terwijl reeds in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 19 augustus 2001 een artikel was verschenen met de titel “De hoge vacuümextractie: terecht obsoleet gezien de risico’s voor het kind” met als citaat uit het handboek ‘Williams Obstretics’: “hoge extractie, hetzij door een tangverlossing, hetzij door vacuümverlossing, heeft geen plaats in de moderne verloskunde.” Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle heeft de klacht ongegrond verklaard en deze afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft dit oordeel en neemt dit over.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:314 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.348

    Klacht tegen gynaecoloog na niet-succesvolle IUI behandeling. Klagers hebben vier klachten ingediend, die door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond zijn verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Klagers verwijten de gynaecoloog allereerst dat hij hen eerst IUI-behandeling heeft geboden en niet direct voor IVF/ICSI gekozen heeft, ondanks de leeftijd van klaagster (41 jaar). In de gegeven situatie bestonden geen contra-indicaties voor IUI en de gynaecoloog heeft met het gekozen beleid geen onjuiste behandeling ingezet. Er was bij klagers ook sprake van informed consent ten aanzien van de IUI-behandeling. Tevens verwijten klagers de gynaecoloog dat hij onnodig en niet lege artis een cyste heeft verwijderd. Een onnodige en niet lege artis verrichte ingreep is niet aan de orde geweest. De ingreep, waarbij de cyste transvaginaal is aangeprikt en leeggezogen, heeft zoals gebruikelijk, zonder verdoving plaatsgevonden. Dit is met klaagster besproken en levert geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Daarnaast verwijten klagers de gynaecoloog dat hij een deel van de behandeling (het legen van een spuitje bij één van de IUI-behandelingen) aan klager heeft overgelaten en dat er sprake was van een onheuse bejegening. Standpunten van partijen hierover lopen uiteen en het medisch dossier biedt geen steun voor de stellingen van klagers hieromtrent.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-645/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Gelet op de stukken komt de voorzitter tot het oordeel dat niet is gebleken dat verweerster klaagster in april 2014 ten onrechte een negatief cassatieadvies heeft gegeven. Dat zij in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden van de advocatuur volgt evenmin uit het dossier. Ook overigens is de voorzitter niet gebleken dat verweerster tekort is geschoten ten opzichte van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:321 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.030

    Klacht tegen gynaecoloog en een kinderarts. Klaagster was zwanger van haar zevende kind. De twee kinderen van haar twee voorgaande zwangerschappen zijn een dag na de geboorte respectievelijk intrauterien overleden. Klaagster is na een (hoge) kunstverlossing bevallen van haar zevende kind. De baby is na de bevalling onderzocht door een kinderarts en geobserveerd door de kraamafdeling. Op 10 maart 2006 zijn klaagster en haar baby na onderzoek door een kinderarts ontslagen. Drie dagen later is geconstateerd dat de baby ten gevolge van een kernicterus (een hersenbeschadiging ten gevolge van te hoog billuribinegehalte) gehandicapt is geraakt. Verweerder was de supervisor van de kinderarts. Klaagster verwijt verweerder (kinderarts): a. dat de baby op 10 maart 2006 ten onrechte en na onvoldoende onderzoek naar huis is gestuurd; verweerder had haar toen zelf moeten onderzoeken. Bij dupliek stelt klaagster dat de baby bij de uitdrijving hersenletsel heeft opgelopen, vandaar de subdurale bloedingen; b. dat de zwelling op haar achterhoofd ten onrechte is aangezien voor oedeem en niet als een groot cefaal hematoom; c. dat verweerder onvoldoende alert is geweest op de mogelijkheid van hyperbilirubinaemie ten gevolg van een groot cefaal hematoom. Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle heeft de klacht ongegrond verklaard en deze afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft dit oordeel en neemt dit over.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:315 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.026

    Klacht tegen kno-arts. Klager had ernstige problemen met zijn gehoor en bij hem is door verweerder een Cochleair Implantaat geplaatst. Klager verwijt verweerder onder meer onvoldoende voorlichting en onvoldoende voor- en nazorg. Voorts klaagt klager er over dat de operatie niet door verweerder zelf maar door een leerling is verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.