Zoekresultaten 20951-21000 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-257a
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:109
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft na de anamnese en het lichamelijk onderzoek op goede gronden besloten om niet tot doorverwijzing over te gaan en ingezet op expecatief beleid. Het lichamelijk onderzoek gaf geen reden om te denken aan een zygoma fractuur. Er zijn geen aanwijzingen dat de klachten die klaagster heeft gehouden, een duidelijke relatie hebben met het afwachtende beleid. Overigens ware het beter geweest als de huisarts volledig verslag had gedaan van het door hem verrichte onderzoek en het ingezette beleid. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/151
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:103
Klager dient een klacht in tegen zijn huisarts vanwege onvoldoende zorg. Klager verwijt de huisarts dat hij niet de juiste onderzoeken heeft verricht en niet op tijd heeft doorverwezen naar een uroloog. Klager heeft de diagnose van uitgezaaide prostaatkanker gekregen, die volgens hem voorkomen of behandeld had kunnen worden bij een diagnose in vroeg stadium. Tevens voelt klager zich in de steek gelaten door zijn huisarts. Deels gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-065
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:110
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft zich ingespannen en heeft klaagster serieus genomen. Het College ziet geen aanwijzingen dat klaagster (eerder) doorverwezen had moeten worden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/183
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:47
Klaagster wordt kort na een bezoek aan de huisarts (verweerder) tot twee keer toe met spoed opgenomen in het ziekenhuis vanwege acute hartklachten. Zij verweerder dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen. Klacht ong egrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-296c
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:111
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd. Het voorschrijven van metofrmine in plaats van metformax was een geëigende behandeling, omdat metformax niet geregistreerd is in Nederland. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/31
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:48
Klaagster laat liposuctie en lipofilling uitvoeren door verweerder, cosmetisch arts en (voorheen)werkzaam als radioloog. Tijdens de operatie ervaart klaagster veel pijn. Als klaagster vraagt naar de werking van de door verweerder gebruikte laser demonstreert verweerder dit en ontstaat er een schroeiplek op een stukje afdeklaken. Het resultaat van de operatie valt klaagster tegen en zij dient verschillende klachten in. Klachten gedeeltelijk gegrond en verweerder wordt de maatregel waarschuwing opgelegd. Het college overweegt dat het van groot belang is dat er meer duidelijkheid komt aan welke eisen van bekwaamheid cosmetisch artsen moeten voldoen en dat er duidelijke richtlijnen moeten komen ten aanzien van de inrichting van hun praktijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-257c
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:112
Ongegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft de ingreep naar aanleiding van de zygoma fractuur op een juiste wijze en geheel in overeenstemming met de normen van de beroepsgroep verricht. Ook het medisch dossier was zorgvuldig bijgehouden. Uit de CT-scan blijkt niet dat een metaaldeeltje is achtergebleven. Ook de nazorg roept geen bedenkingen op. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018-05
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49
Klaagster heeft een colonoscopie ondergaan nadat bij een bevolkingsonderzoek naar darmkanker werd geconstateerd dat er bloed bij haar ontlasting zat. Verweerder heeft tijdens het onderzoek een perforatie geconstateerd. Het verwijt dat verweerder geen colonoscopie had moeten verrichten, maar een CT-scan, wordt door het college ongegrond bevonden. Tijdens de intake voor het onderzoek kwamen geen argumenten naar voren die een hoger dan normaal risico op complicaties zouden kunnen geven. Het verwijt dat verweerder klaagster niet heeft bezocht op de afdeling waar ze na het onderzoek werd opgenomen, acht het college eveneens ongegrond omdat de lezing van partijen uiteen lopen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/069
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:90
Klager dient een klacht in tegen de huisarts van zijn zus. Klager verwijt de verweerster het niet helpen en negeren van bezorgde familie, op basis van de privacywetgeving. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-257b
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:113
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft klaagster lichamelijk onderzocht en heeft op goede gronden besloten om niet tot doorverwijzing voor een foto over te gaan en ingezet op een expectatief beleid. Het lichamelijk onderzoek gaf geen reden om te denken aan een zygoma factuur. Er zijn geen aanwijzingen dat de klachten die klaagster heeft gehouden, een duidelijke relatie hebben met het afwachtende beleid. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018-30
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:50
Klaagster wordt door plastisch chirurg aan de verkeerde straal geopereerd. Klaagster verwijt verweerder dat dit is gebeurd en verwijt hem eveneens dat er geen excuses is gemaakt. Eerste klachtonderdeel gegrond, tweede klachtonderdeel ongegrond. Er wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-296b
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:114
Ongegronde klacht tegen een arts. Het voorschrijven van metformine in plaats van metformax was een geëigende behandeling, omdat metformax niet geregistreerd is in Nederland. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/109
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:11
Overschrijding klachttermijn: klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-433
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:180
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klaagster in beide opdrachtbevestigingen meegedeeld dat hij zijn werkzaamheden pas zal voortzetten na betaling van de (voorschot-)declaratie. Verweerder mocht deze voorwaarde, die heel gebruikelijk is, stellen. Vast staat dat klaagster de declaraties van verweerder, ondanks meerdere verzoeken daartoe, niet heeft voldaan. In het licht hiervan kan het verweerder niet tuchtrechtelijk verweten worden dat hij in de zaak van de loods geen werkzaamheden voor klaagster heeft verricht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 643728/NT 18-9
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:17
Klaagster verwijt de notaris dat hij haar broer heeft bevoordeeld bij de verdeling van de nalatenschap. Ook zou hij niet hebben gereageerd op diverse informatieverzoeken van klaagster en haar adviseur. Dat de schenking aan de broer van klaagster moest worden verrekend bij de verdeling van de nalatenschap is echter niet komen vast te staan. Daarvoor is immers noodzakelijk dat erflaatster de inbrengverplichting schriftelijk zou hebben vastgelegd, bij voorbeeld in haar testament, maar daarvan is niet gebleken. De notaris mocht er van uitgaan dat de adviseur van klaagster de aan haar versterkte informatie met klaagster zou delen en hoefde daarom ook niet in te gaan op door klaagster zelf verzonden brieven of berichten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-679
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:176
Klaagster, een vennootschap, beklaagt in deze klachtzaak het hele advocaten- en notarissenkantoor (NV) en in twee gelijktijdig aanhangig gemaakte klachtzaken twee advocaten (17-680 en 17-681) van dat kantoor. Klaagster wordt ontvangen in haar klacht, nu zij een concreet onderbouwd verwijt jegens het advocatenkantoor in zijn totaliteit heeft gemaakt over haar kantoororganisatie. De raad oordeelt de klacht ongegrond. Het staat het een advocatenkantoor vrij om zich naar potentiële cliënten overtuigend te presenteren en daarbij te werken aan haar imago. Weliswaar schept een presentatie als dat van verweerster onder meer op haar website en bij intakegesprekken met cliënten dat zij een goed degelijk kantoor is met veel specialisaties in huis en samenwerkingsmogelijkheden met notarissen en deurwaarders heeft, bepaalde verwachtingen, maar deze zijn naar het oordeel van de raad niet zodanig dat deze pretenties tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 642913/NT 18-5
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:18
Klaagster meent dat de notaris in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheidsplicht van artikel 17 van de Wet op het notarisambt. Een notaris dient er volgens klaagster voor zorg te dragen dat het in de verklaring van artikel 5:122 lid 5 BW vermelde bedrag wordt ingehouden op de koopsom, dan wel dat dit bedrag op een andere wijze wordt verrekend. De notaris heeft dat echter niet gedaan, maar er tot twee keer voor gekozen om de door verkoper aan de VvE verschuldigde bijdragen niet te verrekenen, omdat, zo heeft klaagster begrepen, verkoper de openstaande vordering niet wilde voldoen en er geen gelden meer resteerden op de derdengeldrekening. De kamer is van oordeel dat uit het systeem van de wet juist niet volgt dat door de notaris bedragen moeten worden ingehouden of verrekend. Indien dat het geval was geweest, zou de zin ontbreken aan de bepaling over hoofdelijke aansprakelijkheid van de verkrijger van het appartementsrecht voor bedoelde bedragen, zoals in lid 3 van artikel 5:122 BW is bepaald. De verklaring van de VvE is niet bestemd om de VvE zekerheid te bieden voor de betaling van eventuele achterstallige bijdragen aan de VvE, maar dient ervoor om duidelijkheid te verschaffen over de reikwijdte van de aansprakelijkheid van de verkrijger. In dit geval heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet alleen juist maar ook zorgvuldig gehandeld. Hij heeft immers na afweging van de belangen de overdracht laten doorgaan, de VvE daarvan op de hoogte gesteld en de verkrijgers ingelicht over hun juridische positie, die vervolgens uitdrukkelijk door de respectieve verkrijgers is aanvaard. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-680
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:177
Klaagster, een vennootschap, heeft in deze klachtzaak verweerder beklaagd en gelijktijdig het hele advocaten- en notarissenkantoor (17-679) en een toenmalige collega mr. B bij dat advocatenkantoor (17-681). Klaagster is met een incassozaak naar verweerder gegaan, waarna blijkens de opdrachtbevestiging van het kantoor de opdracht heeft aanvaard met verweerder als behandelaar. Klaagster heeft kort daarna ingestemd met de overdracht van zijn incassozaak naar de toenmalige collega van verweerder, mr. B. De raad stelt vast dat er geen concrete klachten zijn over de werkzaamheden van verweerder in het dossier van klaagster. Dat verweerder tijdens de waarneming in de vakantie van mr. B. actief verwijtbaar heeft gehandeld, is gesteld noch gebleken. Nu verweerder in de betreffende periode waarin de verweten gedragingen hebben plaatsgevonden niet de patroon van mr. B. was, dan wel dat mr. B. anderszins onder zijn zeggenschap viel, kunnen haar handelingen en nalaten niet aan verweerder worden toegerekend. Van een dergelijke (verdergaande) toezichtplicht op mr. B. is geen sprake. Aan een inhoudelijke beoordeling van de verschillende klachtonderdelen komt de raad dan ook niet meer toe. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:178 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-681
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:178
Klaagster, een vennootschap, heeft in deze klachtzaak verweerster (toen nog advocaat) beklaagd en gelijktijdig het hele advocaten- en notarissenkantoor (17-679) en haar toenmalige collega mr. D (17-680). Klaagster is met haar incassozaak naar mr. D gegaan, welke incassozaak kort daarna, met instemming van klaagster, is overgedragen aan verweerster. Na een voor klaagster gunstig vonnis, heeft verweerster klaagster op zorgvuldige wijze geïnformeerd over de te nemen stappen bij beslaglegging op de verschillende roerende zaken van de wederpartij, klaagster daarbij meermaals en in duidelijke bewoordingen gewezen op de verschillende risico’s en het kostenplaatje daarvan. Klaagster heeft met die werkwijze ook ingestemd, zodat verweerster klaagster in zoverre naar behoren heeft bijgestaan. Het verdere verwijt, dat verweerster na kennisname van de door haar opgevraagde uittreksels uit het Octrooiregister klaagster niet meteen heeft gewaarschuwd dat het beslag op de octrooien waardeloos zou zijn als de jaartaksen niet tijdig betaald zouden worden, oordeelt de raad gegrond. Verweerster heeft de informatie uit de uittreksel met betrekking tot de octrooien naar het oordeel van de raad onvoldoende geduid. Niet is gebleken dat verweerster (meteen) daarna informatie heeft ingewonnen, zo nodig bij een deskundige, dan wel actie heeft ondernomen dan wel klaagster heeft gewaarschuwd over het mogelijke risico van het vervallen van de octrooien bij niet tijdige betaling van de jaartaksen, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Dat was vooral het geval nu in correspondentie van verweerster met klaagster steeds terugkwam dat octrooien lastig en ingewikkeld zijn en de aangezochte interne en andere notarissen de executieveiling niet wilden doen. De enkele omstandigheid dat er mogelijkerwijs geen sprake is van schade, omdat het wellicht niet mogelijk was dat een derde alsnog die jaartaksen zou betalen, speelt slechts een rol in het kader van eventuele schade in een civiele procedure, maar is niet doorslaggevend en toch verwijtbaar in een tuchtrechtelijk geding als de onderhavige. In zoverre heeft het handelen van verweerster niet voldaan aan de van haar als advocaat te verwachten kwaliteitseisen en oordeelt de raad deze klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/27, 28 en 29
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 13-06-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:8
Herhaalde verzoeken tot wraking van dezelfde leden. Omdat klager in zijn tweede verzoeken tot wraking geen feiten of omstandigheden heeft voorgedragen die pas na zijn eerdere verzoeken tot wraking aan hem bekend zijn geworden, verklaart de kamer de tweede verzoeken tot wraking kennelijk ongegrond zodat deze niet in behandeling worden genomen. Deze verzoeken worden zonder behandeling ter zitting afgewezen o.g.v. art. 3 lid 3 Wrakingsprotocol. Nu de eerdere verzoeken tot wraking niet-ontvankelijk zijn verklaard (ECLI:NL:TNORSHE:2018:5) en deze tweede verzoeken, die bij voorbaat zijn gedaan, kennelijk ongegrond zijn, is de wrakingskamer bovendien van oordeel dat deze laatste verzoeken zodanig lichtvaardig zijn gedaan dat indiening van een volgend verzoek tot wraking als misbruik van recht moet worden gekwalificeerd. Daarbij neemt de wrakingskamer mede in aanmerking dat de behandeling van deze (zesde) tuchtklacht tegen de notaris nu al tweemaal is geschorst als gevolg van de wrakingsverzoeken van klager. O.g.v. art. 3 lid 3 Wrakingsprotocol ziet de wrakingskamer daarom aanleiding te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/99
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 18-06-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:10
Gebrekkige communicatie. Vaststaat dat de notaris stelselmatig niet op e-mails en telefoontjes heeft gereageerd en dat hij klager, die moest constateren dat de notaris zich niet aan gemaakte afspraken hield, daardoor in het ongewisse heeft gelaten over de verdere voortgang van de beoogde transactie. Bovendien staat vast dat de notaris, ondanks herhaald verzoek van klager, geen duidelijke offerte heeft uitgebracht en dat de notaris klager er niet over heeft geïnformeerd dat hij het dossier op enig moment aan de kandidaat-notaris had overgedragen. Verder staat vast dat de notaris, naar het zich laat aanzien als gevolg van onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en/of onvoldoende dossierkennis en/of een slechte overdracht van het dossier aan de kandidaat-notaris, bij klager onduidelijkheid heeft laten ontstaan, onder meer in verband met een erfdienstbaarheid en in verband met de vraag of het al dan niet noodzakelijk was om een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst op te nemen. Opgemerkt wordt dat het herhaald telefonisch onbereikbaar zijn, afgezien van de ergernis die dit oproept, het vertrouwen in het notariaat niet ten goede komt. Nu de notaris evenmin heeft gereageerd op drie verzoeken van de KNB om op de klacht van klager te reageren en hij ook de twee verzoeken van de kamer om op deze klacht te reageren onbeantwoord heeft gelaten, zie de kamer (ook) daarin een aanwijzing voor een gebrekkige wijze van communiceren van de notaris. Gegrond met oplegging van waarschuwing en besluit tot openbaarmaking van de maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-345
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:179
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster feiten heeft geponeerd waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs had moeten kennen en voorts geen sprake van onnodige grievende uitlatingen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/71
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 18-06-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:9
Informatieplicht, passeren akte van levering van woning bij volmacht. Ten tijde van het passeren van de akte was klager voor de helft eigenaar van de woning; daarom moet hij worden aangemerkt als partij bij de akte. Volgens art. 43 lid 1 Wna moet een notaris de partijen bij de akte en de bij het verlijden van de akte eventueel verschijnende andere personen tijdig voor het passeren van de akte de gelegenheid geven om van de inhoud van de akte kennis te nemen. De toegevoegd notaris, die bekend was met de familieomstandigheden en de langdurige detentie van klager (die dus een vaste verblijfplaats had), heeft vooraf echter geen concept van de akte aan klager toegezonden. Bovendien heeft zij klager voorafgaand aan het passeren van de akte geen toelichting gegeven op de zakelijke inhoud daarvan, hem niet gewezen op de gevolgen die voor partijen uit de inhoud van de akte voortvloeien en hem ook overigens vooraf op geen enkele wijze geïnformeerd over de op handen zijnde eigendomsoverdracht van de woning, terwijl zij hem bovendien pas twee jaar later, nadat klager daar zelf om had gevraagd, een afschrift van de akte van levering en van de depotovereenkomst heeft toegezonden. Daardoor heeft klager al die tijd in het ongewisse verkeerd over zijn (mede-) eigendom en zijn financiële situatie. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:57 Accountantskamer Zwolle 18/256 Wtra AK
- Datum publicatie: 27-07-2018
- Datum uitspraak: 27-07-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:57
De door een medewerker van betrokkene verrichte werkzaamheden, waarvoor kennis en vaardigheden van de accountant vereist zijn, vinden hun oorsprong in de aan betrokkene verstrekte opdracht zodat betrokkene voor deze werkzaamheden tuchtrechtelijk aansprakelijk is. Dit geldt te meer nu betrokkene en de desbetreffende medewerker gezamenlijk samenstelwerkzaamheden verrichtten en stukken met vermelding van het logo van het accountantskantoor werden verzonden. Betrokkene heeft, deels via zijn medewerker, op meer punten het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden, door: - niet te toetsen of de aan de omzet- en liquiditeitsprognoses ten grondslag liggende veronderstellingen en schattingen juist en reëel waren en of de aan de financiering verbonden rente en aflossingen waren meegenomen; - niet de risico’s te benoemen die zijn verbonden aangaan van een overeenkomst, hoewel dit uit de op hem rustende zorgplicht voortvloeit en cliënt zich in privé borg diende te stellen voor de terugbetaling van de lening; - geen specificatie van de facturen te verstrekken en in deze weigering te volharden, ondanks een daartoe strekkend verzoek van de cliënt; - als tekenend accountant niet zelf de jaarrekening over 2015 met zijn cliënt te bespreken, hoewel hiertoe aanleiding was, nu de jaarrekening een negatief vermogen liet zien en daarnaast sprake was van een krappe liquiditeit met een langlopende financiering vanuit privé en een relatief zwaar negatief resultaat. - geen persoonlijk contact te hebben met (een vertegenwoordiger) van zijn cliënten voor de aanvang van de uitvoering van de opdracht. Maatregel: Berisping
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:226 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.499
- Datum publicatie: 27-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:226
Klacht tegen psychiater. De psychiater was de behandelaar van klagers (inmiddels ex-) vriendin (verder: patiënte). Klager heeft de psychiater medio oktober 2016 ongevraagd een brief geschreven waarin hij zijn zorgen uitte over het gedrag van zijn ex-vriendin. Deze brief was door klager niet als vertrouwelijk aangemerkt. Op 5 januari 2017 heeft klager verweerder nogmaals een brief geschreven over zijn ex-vriendin die hij wel als vertrouwelijk heeft aangemerkt. De psychiater heeft beide brieven aan zijn patiënte gegeven. De patiënte heeft de brieven gebruikt bij haar aangifte van stalking door klager. Klager verwijt de psychiater dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden doordat hij zonder klagers toestemming de door klager aan verweerder geschreven brieven aan klagers ex-vriendin heeft gegeven. Het RTG heeft vastgesteld dat tussen klager en de psychiater geen behandelrelatie bestond. De bemoeienis van klager met de zorgrelatie tussen de psychiater en patiënte verdient geen bescherming in de zin dat hij gerechtigd zou zijn om een tuchtklacht in te dienen tegen de psychiater nu de patiënte gedurende twee maanden een relatie heeft gehad met klager en die relatie, toen patiënte bij de psychiater in behandeling kwam, reeds een maand voorbij was. Het handelen van verweerder waar de klacht op ziet heeft geen betrekking op het belang van de individuele gezondheidszorg en klager kan daarom evenmin als klachtgerechtigd worden aangemerkt op grond van de tweede tuchtnorm. Het RTG verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep, nu de aanvullende gronden van het beroep buiten de termijn zijn ingekomen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep omdat de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn zijn aangevuld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:227 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.101
- Datum publicatie: 27-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:227
Klacht tegen psychiater. Klager, geboren in 1925, is onder andere bekend met een cognitieve stoornis met gedragsverandering. Klagers zoon belde in mei 2017 met de SEH omdat de thuissituatie van klager onhoudbaar was geworden, waarna klager op de SEH werd onderzocht. De behandelend geriater vroeg de psychiater te beoordelen of er een indicatie bestond voor gedwongen opname. De psychiater concludeerde dat hiervan sprake was en gaf een geneeskundige verklaring af. Klager werd vervolgens overgeplaatst naar een bejaardentehuis. Klager is van mening dat de psychiater zich beter had moeten verdiepen in de oorzaak van zijn klachten alvorens hem gedwongen op te laten nemen. Dan had de psychiater kunnen constateren dat klagers situatie het gevolg was van een delier als gevolg van klagers blaasontsteking en was klager een gedwongen opname bespaard gebleven. Klager verwijt de psychiater: 1) dat hij klager ten onrechte gedwongen heeft laten opnemen, en; 2) dat hij medisch onzorgvuldig en ondeskundig heeft gehandeld. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het RTG en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:153 Raad van Discipline Amsterdam 18-420/A/NH
- Datum publicatie: 27-07-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:153
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 111/2018
- Datum publicatie: 26-07-2018
- Datum uitspraak: 26-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:148
Klacht tegen huisarts. Het college is van oordeel dat verweerster zorgvuldig heeft gehandeld door bij zichzelf na te gaan of zij zichzelf bekwaam en bevoegd achtte om het middel PrEp voor te schrijven. Naar het oordeel van het college is het alleszins te billijken dat verweerster de beslissing heeft genomen om niet zelf deze medicatie voor te schrijven. Zij heeft klager verwezen naar andere zorgverleners deskundig op dit gebied. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 112/2018
- Datum publicatie: 26-07-2018
- Datum uitspraak: 26-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:149
Klacht tegen huisarts. Klacht kennelijk ongegrond. Verweerder is slechts betrokken bij de klacht in het kader van collegiaal overleg en kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de beslissing van een collega. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:235 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-691 17-692
- Datum publicatie: 26-07-2018
- Datum uitspraak: 30-10-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:235
Voorzittersbeslissing: klacht van klagers (bestuurders van gefailleerde onderneming) over het optreden van de faillissementscurator (verweerder sub 1) en de advocaat van verweerder sub 1 (verweerder sub 2). Naar het oordeel van de voorzitter hebben verweerders een vrijheid om een schikking te beproeven en hebben zich daarbij redelijk opgesteld jegens klagers. Niet is gebleken dat verweerders misbruik hebben gemaakt van hun positie als respectievelijk curator en advocaat. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:224 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.018
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:224
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is werkzaam als trambestuurder. Na een ziekmelding is hij gezien door de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft ingezet op situationele arbeidsongeschiktheid. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij A) heeft verzuimd advies in te winnen en medische informatie op te vragen bij de behandelend specialist, B) dat hij het verhaal van klager niet serieus heeft genomen en de door klager meegebrachte foto’s niet heeft bestudeerd, C) dat hij pas op 8 juni 2016 beperkingen heeft vastgesteld en heeft geweigerd de beperkingen met terugwerkende kracht per 26 mei 2016 te noteren, D) dat hij de werkgever van klager volgt en daarom geen urenbeperking heeft opgelegd ten aanzien van aangepaste werkzaamheden, E) dat hij het deskundigenoordeel van het UWV gebruikt om zijn standpunt en het standpunt van werkgever te rechtvaardigen ondanks dat de werkgever verkeerde, niet bestaande, stukken in het geding heeft gebracht bij het UWV, F) dat klager door het handelen van verweerder in conflict is geraakt met zijn werkgever en G) dat hij klager niet heeft verwezen naar de bedrijfspsycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-044
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:121
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Het zou beter zijn geweest indien de ontvangst van de faxen was bevestigd aan (de gemachtigde van) klager en zij/hij was geïnformeerd over de wijze van verdere behandeling van deze faxen. Dit levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:218 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.052
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:218
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is door haar huisarts doorverwezen naar verweerder in verband met dubbelzien en geheugenstoornissen. Verweerder heeft als diagnose gesteld het syndroom van Balint op basis van een degeneratieve aandoening. Klaagster verwijt verweerder dat hij bewust een verkeerde diagnose heeft gesteld en doorverwijzing heeft geweigerd. Ook verwijt klaagster verweerder onwaarheden aan de huisarts te hebben verteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.497
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:212
Klacht van de inspectie tegen arts. Verweerster is basisarts en niet in het register ingeschreven als huisarts. De klacht van de inspectie houdt in dat verweerster zich begeeft op het terrein van de huisartsgeneeskundige zorg terwijl zij niet als zodanig geregistreerd staat, en voorts dat zij – kort gezegd – niet bekwaam is die huisartsgeneeskundige zorg te verlenen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard, de inschrijving van verweerster in het BIG-register doorgehaald, als voorlopige voorziening een schorsing van die inschrijving opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts. Nu het Centraal Tuchtcollege er ambtshalve van op de hoogte is dat de inschrijving van verweerster in het BIG-register reeds is doorgehaald omdat zij niet heeft voldaan aan de eisen voor herregistratie acht het Centraal Tuchtcollege de maatregel van een ontzegging van het recht tot herinschrijving in dat register aangewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:225 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.070
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:225
Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij buiten zijn medeweten de batchnummers van zijn medicijnen heeft omgewisseld, waardoor klager de verkeerde medicijnen heeft gekregen en daardoor bijwerkingen in de mond, lever en nieren heeft ervaren. Ook verwijt klager de huisarts dat zij niet heeft gereageerd op brieven van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2012:20 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6194
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 11-05-2012
- ECLI:NL:TAHVD:2012:20
Klager is niet-ontvankelijk in zijn verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad nu hij het verzetschrift niet zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:219 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.059
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:219
Klaagster kent een uitgebreide medische voorgeschiedenis met trombo-embolische incidenten, als gevolg waarvan haar rechterarm verlamd is geraakt. Vanwege een verstopping van de slagader naar haar linkerarm is voorgesteld klaagster te dotteren en een stent in de armslagader links te plaatsen. Deze ingreep is door een collega-radioloog met klaagster besproken. Een week nadien heeft de aangeklaagde radioloog de ingreep uitgevoerd. Tijdens de time-out voorafgaand aan de ingreep heeft klaagster tegen verweerder gezegd dat zij een benadering via de lies wilde en niet via de linker pols, omdat haar linker arm haar enige goede arm was. Daarop heeft de radioloog uitgelegd waarom volgens hem benadering via de pols beter en veiliger was dan via de lies. De radioloog heeft de ingreep verricht via de pols. Klaagster verwijt de radioloog: 1. dat hij zonder informed consent en tegen de uitdrukkelijke wil van klaagster, hetgeen was voorbesproken, de stent via de linkerpols heeft geplaatst; 2. dat de radioloog een beroepsfout heeft gemaakt; 3.dat de behandeling onjuist is geweest en/of er onjuiste c.q. onvoldoende informatie over de behandeling is verstrekt; en 4 dat er zeer ernstige complicaties zijn opgetreden, waarvan klaagster het risico niet had geaccepteerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster ontvankelijk in de klacht en overweegt dat hoewel het beter was geweest als de radioloog na zijn uitleg pas aan de ingreep was begonnen na uitdrukkelijke instemming van klaagster, het College het niet verwijtbaar acht dat hij in de gegeven omstandigheden is afgegaan op stilzwijgende instemming, bestaande uit de medewerking na de uitleg. Klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege geeft aan dat het informed consent al bij de voorbespreking met de collega radioloog tot stand is gekomen en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-056
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:116
Gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft de melding bij Veilig Thuis niet volgens de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling gedaan. Zij heeft de melding louter gebaseerd op de informatie die zij van cliënte (de ex-partner van klager) kreeg en het College rekent het zwaar aan dat zij een uitspraak heeft gedaan over vermoedelijke problematiek bij klager die niet is gebaseerd op een eigen waarneming. Zij heeft de melding gedaan zonder de kinderen van klager zelf te hebben gezien of gesproken. Berisping
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:213 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.543
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:213
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.347
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:207
Klacht tegen huisarts. De huisarts was vele jaren de huisarts van klager. In juni 2014 heeft een medewerkster van de gemeente telefonisch contact opgenomen met de huisarts in het kader van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg omdat de gemeente veel brieven van klager ontving. In augustus 2015 heeft een psychiater in opleiding contact met de huisarts opgenomen omdat hij informatie wilde over klager in verband met een rapportage ten behoeve van een rechtelijke machtiging. De huisarts heeft het dossier van klager op zijn verzoek eind 2015 vernietigd. De klacht van klager houdt in dat de huisarts direct had moeten ingrijpen toen hij hoorde wat de medewerkster van de gemeente en de psychiater in opleiding hem vertelden. De huisarts had hen de mond moeten snoeren. In eerste aanleg wordt de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klager wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2011:3 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6121
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 12-12-2011
- ECLI:NL:TAHVD:2011:3
De klacht dat door traag optreden de claim tegen de arts/ziekenhuis is verjaard en dat verweerder niet reageerde op telefoontjes en brieven van klaagster, is ook in hoger beroep gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing van 2 weken. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-243b
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:117
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De vragenlijst die de gz-psycholoog heeft gebruikt voor het psychodiagnostisch onderzoek is gevalideerd en wordt veelvuldig binnen de beroepsgroep gebruikt. Niet gebleken dat het rapport niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.527
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:220
Klacht tegen arts. Klager heeft bij de gemeente WMO-aanvragen gedaan. In dat kader is klager in opdracht van de gemeente door de arts gezien. Klager verwijt verweerder dat 1) de arts een medische keuring heeft uitgevoerd in een openbare ruimte, bij de opdrachtgevende gemeente, 2) Er een heftige discussie is gevoerd over het aanreiken van het medisch dossier, 3) sprake was van een “zeer intimiderend medisch onderzoek”, 4) de arts medische machtigingen heeft verstrekt die niet voldoen aan de eisen van de KNMG en dat de medische bijlagen daarbij deels verzonnen zijn, 5) keuringen zonder geldige gronden zijn afgewezen en 6) afwijzende adviezen aan de gemeente zijn verstrekt zonder klager in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.553
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:214
Klacht tegen neuroloog. Klager is door zijn huisarts naar verweerder verwezen vanwege klachten van doofheid van de rechterwijsvinger en paresthesieën. Verweerder heeft een neurologisch onderzoek en een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG) verricht bij klager en in een brief aan de huisarts een afwachtend beleid voorgesteld. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onjuiste diagnose en behandeling en onvoldoende onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.419
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:208
Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht houdt in dat de gz-psycholoog het correctierecht/het recht om bezwaren of opmerkingen te maken heeft geschonden door de door klager aan de kliniek verstrekte verklaring met bezwaren over die rapportage niet in bedoelde rapportage op te nemen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard op grond van het beginsel van concentratie van klachten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager wel ontvankelijk in de klacht overwegende dat het tuchtrecht geen (wettelijke) bepaling kent op grond waarvan een klager gehouden is zijn klachten tegen een zorgverlener alle tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig te maken. Het Centraal Tuchtcollege overweegt voorts dat de gz-psycholoog ofwel de schriftelijke verklaring met bezwaren van klager integraal in de Pro Justitia rapportage had moeten opnemen ofwel deze aan de rapportage had moeten hechten, maar legt geen maatregel op nu de geschonden regel niet eerder zo scherp is geformuleerd en de gz-psycholoog handelde conform de toen in de observatiekliniek gebruikelijke werkwijze.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17232
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 25-07-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:66
De neurochirurg heeft klager niet onvoldoende geïnformeerd over de informed consent, nu het medisch dossier een brief van de neurochirurg aan de huisarts bevat waaruit valt af te leiden dat klager voorafgaand aan de operatie geïnformeerd is over de aard van de ingreep en de eventuele complicaties. Ook blijkt uit deze brief dat klager akkoord is gegaan met de voorgestelde ingreep. Omdat klager zich jaren later tot de neurochirurg heeft gewend met het verzoek om een telefonisch consult, is daarmee een behandelrelatie met klager ontstaan waarbinnen de neurochirurg gerechtigd was om informatie over klager in te winnen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2011:4 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6091
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 19-12-2011
- ECLI:NL:TAHVD:2011:4
Klacht tegen patroon en stagiaire. De klacht tegen de stagiaire is ongegrond omdat hij ten tijde van het verweten handelen nog geen advocaat was. De klachten tegen de patroon dat hij ten onrechte de indruk heeft gewekt dat hij bij de echtscheiding ook de belangen van klager zou behartigen, ten onrechte heeft aangegeven dat het tekenen van de akte van berusting alleen gevolgen zou hebben voor de inschrijving van de echtscheiding en niet voor de alimentantie, en dat hij, ondanks de belofte nadat hij klager de akte van berusting had laten ondertekenen, niet meer heeft gedaan om het alimentatievraagstuk in der minne op te lossen, zijn gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-016
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:118
Gegronde klacht tegen een huisarts. De (waarnemend) huisarts had op grond van de NHG Standaard Visusklachten meer regie moeten nemen om te zorgen dat klager binnen korte termijn door een oogarts werd gezien in verband met mouches volantes en lichtflitsen. Zij had dit duidelijker in de verwijsbrief moeten vermelden en betere instructies moeten geven aan alle betrokkenen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.528
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:221
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager en zijn ex-echtgenote hebben via hun advocaten gecorrespondeerd over de mogelijkheid hun twee kinderen te laten beoordelen door een psycholoog. Bureau Jeugdzorg stuurt de op de kinderen betrekking hebbende stukken naar de gz-psycholoog. Klager stemt niet in met deze door de moeder voorgestelde psycholoog. Op verzoek van klager stuurt de gz-psycholoog deze stukken daarom weer terug. Zij had de stukken toen al gelezen en daarover met de ex-echtgenote gesproken. Klager verwijt de gz-psycholoog o.m. dat zij zonder toestemming van beide ouders is gestart met oriënterende gesprekken en niet heeft gereageerd op door hem ingesproken voicemailberichten. Klager verwijt de gz-psycholoog voorts dat zij zonder toestemming van beide ouders en zonder de kinderen en beide ouders te hebben gesproken, schriftelijke verklaringen heeft afgelegd over o.m. het welbevinden van de kinderen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond, voor zover deze betrekking heeft op één van de schriftelijke verklaringen en waarschuwt de gz-psycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht voor het overige af. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover deze de klacht heeft afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.433
- Datum publicatie: 25-07-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:209
Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht houdt in dat de psychiater 1) het correctierecht/het recht om bezwaren of opmerkingen te maken heeft geschonden door de door klager aan de kliniek verstrekte verklaring met bezwaren over die rapportage niet in de rapportage op te nemen, 2) heeft gehandeld in strijd met het recht op afschrift van (een deel van) het medisch dossier, door klager niet de verklaring te verstrekken die hij zelf schriftelijk heeft ingediend (en waarover hij thans zelf niet meer beschikt) noch de schriftelijke gegevens omtrent de tijdens zijn opname gehouden groepsgesprekken, 3) zich niet bereikbaar heeft opgesteld (inzake de onder 2 bedoelde verzoeken), 4) weigert medewerking te verlenen aan het indienen van een klacht bij de klachtencommissie en 5) niet beschikt over een klachtenregeling conform de Wkkgz. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 1 op grond van het beginsel van concentratie van klachten en de klachten voor het overige afgewezen. Klager komt in beroep van de klachtonderdelen 1 en 4. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager wel ontvankelijk in klachtonderdeel 1 overwegende dat het tuchtrecht geen (wettelijke) bepaling kent op grond waarvan een klager gehouden is zijn klachten tegen een zorgverlener alle tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig te maken. Het Centraal Tuchtcollege overweegt voorts dat de psychiater ofwel de schriftelijke verklaring met bezwaren van klager integraal in de Pro Justitia rapportage had moeten opnemen ofwel deze aan de rapportage had moeten hechten, maar legt aan de psychiater geen maatregel op nu de geschonden regel niet eerder zo scherp is geformuleerd en de psychiater handelde conform de toen in de observatiekliniek gebruikelijke werkwijze. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 419
- Pagina: 420
- Pagina: 421
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten