Zoekresultaten 20201-20250 van de 47538 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:158 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180014
- Datum publicatie: 27-08-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:158
Klacht tegen advocaat van de wederpartij, dat hij onnodige procedures is gestart, niet onafhankelijk is ten opzichte van zijn client en niet de-escalerend wil werken, is ook in hoger beroep ongegrond. Klagers verzoek om schadevergoeding (onnodig gemaakte proceskosten) wordt afgewezen, omdat niet buiten twijfel is dat de vordering doorde civiele rechter zal worden toegewezen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/121 en 122
- Datum publicatie: 27-08-2018
- Datum uitspraak: 22-08-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:14
SHE/2017/121 De notaris heeft niet eerst een conceptakte toegestuurd. Vader wilde zo spoedig mogelijk tot ondertekening overgaan. De notaris had niet aan die druk van vader moeten en mogen toegeven. De notaris had er beter aan gedaan om meer tijd te nemen tussen het opstellen en het passeren van het testament. Klacht tegen de notaris gegrond. Gelet op de beperkte werkzaamheden van de notaris in het dossier geen maatregel. SHE/2017/122 De kandidaat-notaris had, toen hem duidelijk werd dat vader de telefonisch doorgegeven aanpassing van het testament niet leek te begrijpen, pas op de plaats moeten maken en op dat moment de relevante conceptakte achter moeten laten en op een later tijdstip terug kunnen komen om in een gesprek met vader de reikwijdte van de aanpassing te bespreken. In plaats daarvan heeft de kandidaat-notaris derden erbij gehaald, die tegengestelde belangen hadden en wiens samenzijn eerder door de kandidaat-notaris als “ijzig” was omschreven. Door aldus te handelen en daaropvolgend de akte te passeren, heeft de kandidaat-notaris niet de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht die men, gelet op het bepaalde in artikel 17, eerste lid, Wna, van een kandidaat-notaris mag verwachten. De kamer zal de klacht tegen de kandidaat-notaris dan ook gegrond verklaren. Daarbij acht de kamer het passend en geboden om aan hem de maatregel van een waarschuwing op te leggen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:165 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180049B
- Datum publicatie: 27-08-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:165
Klacht over advocaat wederpartij. Kernwaarde partijdigheid. Het hof is, anders dan de raad, van oordeel dat verweerster de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet heeft overschreden door de formulering van de stellingen van haar cliënte in de civiele procedure. De uitlatingen van verweerster waren functioneel nu verweerster deze heeft gedaan teneinde te voldoen aan haar stelplicht in een civiele procedure en ter onderbouwing van het standpunt van haar cliënte. Het hof verklaart de klacht alsnog ongegrond en vernietigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:159 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180112
- Datum publicatie: 27-08-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:159
Klacht tegen eigen advocaat, dat hij onder meer toezeggingen niet is nagekomen, is ook in hoger beroep ongegrond.De grief tegen de klachtomschrijving faalt. Geen ruimte voor nieuwe klachten in hoger beroep. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:160 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180102
- Datum publicatie: 27-08-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:160
Hoger beroep tegen de beslissing van de wrakingskamer van de raad. Appelverbod (art. 515 lid 5 WvSv). Het verzoek om doorbreking van dit verbod wordt afgewezen. Geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:172 Raad van Discipline Amsterdam 18-519/A/A
- Datum publicatie: 27-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:172
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder klager inadequaat heeft bijgestaan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180042
- Datum publicatie: 27-08-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:161
Verzet tegen beslissing voorzitter dat beroep van klaagster wordt afgewezen vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Verzet ongegrond. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De redenen die klaagster heeft aangevoerd vormen geen rechtvaardiging voor het te laat instellen van het hoger beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 098/2018
- Datum publicatie: 24-08-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:150
null
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/125
- Datum publicatie: 24-08-2018
- Datum uitspraak: 18-06-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:13
Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 15 juni 2018 Het verzoek tot w raking van de wrakingskamer wordt niet in behandeling genomen. Een verzoek tot wraking moet worden ingesteld onmiddellijk als de feiten en omstandigheden waarop het berust bekend geworden zijn. Klagers wisten al sedert de oproeping voor de behandeling van de samenstelling van de wrakingskamer. Indiening vrijdagmiddag voorafgaand aan de zitting op maandagmiddag is te laat. Voor de goede orde merkt de kamer nog het volgende op. Klagers melden in hun e-mailbericht bij de indiening van dit wrakingsverzoek dat zij ervan uitgaan dat de zitting van 18 juni 2018 niet doorgaat. Het is aan de kamer om te bepalen of een zitting doorgang vindt. De aanname van klagers dat de zitting niet doorgaat en het niet verschijnen van klagers bij de behandeling van het wrakingsverzoek komt voor verantwoordelijkheid van klagers. Ten aanzien van het wrakingsverzoek van 17 februari 2017 Ter zake de bevoegdheid om het wrakingsverzoek te beoordelen zou men op kunnen werpen dat de kamer niet over haar eigen wraking mag oordelen. Echter, uit de beslissing van 11 december 2017, nr. 200.226.004/01 van het Gerechtshof Amsterdam leidt de kamer af dat zij hiertoe wel de bevoegdheid heeft, zodat de kamer tot beoordeling van het wrakingsverzoek overgaat. Inhoudelijk oordeelt de kamer aldus: in een wrakingsverzoek dat gericht is tegen alle leden van een college is een verzoeker (in dit geval: klagers) niet ontvankelijk omdat daarin niet een verband gelegd wordt tussen een tuchtrechter en een concrete zaak, zoals de via artikel 100 van de Wna toepasselijke bepalingen van het Wetboek van Strafvordering eisen. Dit maakt dat klagers niet-ontvankelijk zijn in hun wrakingsverzoek.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:60 Accountantskamer Zwolle 18/337 Wtra AK
- Datum publicatie: 24-08-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:60
Betrokkene was de accountant van een onderneming en van de vennootschappen van de vennoten van de onderneming. Over de afwikkeling van de vennootschap onder firma liepen en lopen procedures. Een van de klachten ziet op een schriftelijke verklaring van betrokkene die is ingebracht in een van deze procedures. Aannemelijk is dat deze verklaring is afgelegd op een tijdstip dat betrokkene niet meer stond ingeschreven in het accountantsregister. Daarom is deze klacht niet-ontvankelijk. De klacht dat betrokkene frauderende praktijken van een van de vennoten heeft genegeerd is niet aannemelijk gemaakt. Dat geldt ook voor de klacht dat betrokkene partij heeft gekozen voor deze vennoot. Deze twee klachten zijn dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180076
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:149
Klacht eigen advocaat. Verweerder heeft eerst een declaratie naar klaagster gestuurd en pas later de Raad voor Rechtsbijstand verzocht de verleende toevoeging in te trekken. Hiermee heeft verweerder in strijd met gedragsregel 18 lid 2 (gedragsregel 24 lid 2, oud) gehandeld. Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170120
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:150
Klacht over eigen advocaat. De deken heeft op verzoek van het hof in de tussenbeslissing (ECLI:NL:TAHVD:2017:267) nader onderzoek ingesteld en van zijn bevindingen verslag gedaan bij het hof over de vraag waaraan het bedrag van € 200.000,- op de derdengeldenrekening van verweerder is gespendeerd. Eindbeslissing: Het hof stelt vast dat verweerder de conclusies van de deken op geen enkele wijze heeft weersproken. Het hof is van oordeel dat verweerder zich doelbewust aan de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen heeft proberen te onttrekken door zich van middelen te bedienen om de constateringen van de deken te verdoezelen. Door het overboeken van (forse) bedragen van de derdengeldrekening naar de kantoorrekening dan wel privérekeningen van verweerder en zijn kantoorgenoot, waarvoor geen deugdelijke onderbouwing is gegeven, heeft verweerder zijn eigen financiële (privé en kantoor)belang voorop gesteld en niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerder heeft door het overtreden van belangrijke regels in ernstige mate gehandeld in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid. Schrapping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:151 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170002
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:151
Klacht over advocaat wederpartij. Advocaat schendt kernwaarden deskundigheid, integriteit en onafhankelijkheid door namens zijn cliënt kansloze/nutteloze procedures te starten tegen klagers in privé. Voorts heeft hij het (dreigen met het) doen van strafrechtelijke aangifte als pressiemiddel gebruikt. Tevens is hij verantwoordelijk voor grievend taalgebruik door één van zijn juridisch medewerkers. De slotconclusie is dat verweerder een structurele kruistocht jegens klagers voert. Schorsing drie maanden vanaf moment dat verweerder zou worden toegelaten tot het tableau. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:152 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180002
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:152
Eindbeslissing. Klacht advocaat wederpartij. Het hof acht - alles afwegende - het, gelet op de discrepantie tussen de deskundigenrapporten in de letselschadezaak en het grote financiële belang van de cliënte van verweerster (schadeverzekeraar), in de onderhavige zaak niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster haar cliënte niet heeft weerhouden een observatieonderzoek naar klagers door een privaat onderzoeksbureau te laten uitvoeren teneinde te bezien of daarmee de conclusies van een deskundige konden worden versterkt, hoezeer daarmee ook een ernstige inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van klagers. Dat de rechtbank in een later vonnis, nadat verweerster de betreffende conclusie al had genomen, het observatierapport heeft bestempeld als onrechtmatig verkregen bewijs doet aan het voorgaande niets af. Verder acht het hof het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerster onder verwijzing naar de deskundigenrapporten een beroep heeft gedaan op wetsartikelen en daarbij wettelijke termen, zoals ‘opzettelijke misleiding’, heeft gehanteerd. Bekrachtiging. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180050
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:153
Klacht over eigen advocaat. Het doorlopen van een interne klachtenprocedure van het kantoor van de advocaat in kwestie is geen vormvereiste voor de toegang tot de onderhavige tuchtprocedure. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de inboedellijst niet bij de rechtbank in te dienen. In het licht van de kernwaarde deskundigheid (zie art. 10a lid 1 sub c Advocatenwet) lag het op de weg van verweerder om navraag te doen bij zijn cliënt als hij een document, dat in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt nodig is voor het voeren van de procedure, niet (tijdig) heeft ontvangen van zijn cliënt. Voorts acht het hof niet geloofwaardig dat verweerder een klachtbrief van klager niet heeft ontvangen. Het is tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder niet heeft gereageerd op de klachtbrieven van klager. Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 180060
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:147
Klacht advocaat wederpartij. Het hof is van oordeel dat de inhoud van de mails tussen verweerster en de advocaat van klager geen blijk geeft van chantage door verweerster, maar eerder van een op zich zelf verstandige poging confraterneel aan te sturen op de-escalatie van het conflict. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht dat verweerster het dagboek van klager heeft ingebracht in de procedure bij het gerechtshof in 2012, omdat de termijn van drie jaren als bedoeld in art. 46g lid 1 sub a Aw was verstreken. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klager wel ontvankelijk is in zijn klacht over de verstrekking van zijn dagboek door verweerster aan een onderzoeksbureau. Het hof verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Al zou verweerster het dagboek ter beschikking van het onderzoeksbureau hebben gesteld, dan is dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit onderzoeksbureau is in opdracht van de cliënte van verweerster gevraagd een deskundig en objectief onderzoek in te stellen naar de informatie die de cliënte van verweerster over klager heeft. De deskundige heeft de relevantie van het aangeboden materiaal beoordeeld en verwerkt in het uiteindelijke rapport dat voor de cliënte van verweerster van belang kon zijn in het kader van het geschil dat aan de rechter is voorgelegd. Dit past binnen de ruime mate van vrijheid van een advocaat om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Klacht deels niet-ontvankelijk. Voor zover ontvankelijk verklaard, is de klacht ongegrond. Deels bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:154 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180201
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:154
Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klaagster door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:148 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180047
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:148
Klacht eigen advocaat. Niet gebleken is dat, zoals klaagster stelt, een vaste prijsafspraak zou zijn gemaakt tussen verweerder en klaagster. Voorts hoefde verweerder geen toevoeging aan te vragen, omdat klaagster een zakelijk geschil heeft voorgelegd aan verweerder. Verder is niet gebleken dat de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder onder de maat is. Wel valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij zich in strijd met gedragsregel 28 lid 2 op een retentierecht en een eerder ingenomen standpunt van de deken beriep. De situatie van klaagster en verweerder was namelijk al snel anders ontwikkeld dan waar de deken vanuit mocht gaan en verweerder houdt een eigen verantwoordelijkheid om in lijn met de gedragsregels ( ic 28 lid 2) te handelen. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:155 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180073
- Datum publicatie: 23-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:155
Art. 13-beklag. Niet ontvankelijk in beklag wegens overschrijding zes weken-termijn uit art. 13 lid 3 Advocatenwet. Geen (valide) argumenten gesteld of gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar zouden kunnen maken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-383/DB/ZWB
- Datum publicatie: 22-08-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:112
Niet gebleken dat verweerder klager niet heeft teruggebeld noch dat hij de zaak niet voortvarend genoeg ter hand heeft genomen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/41
- Datum publicatie: 22-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:58
Klacht tegen bedrijfsarts. Verweerder wordt verweten dat hij in strijd met zijn beroepsgeheim en zonder toestemming van klager de werkgever van klager heeft geïnformeerd over diens medicatiegebruik en in vervolg hierop de werkgever actief heeft geadviseerd in dat verband de loondoorbetaling van klager op te schorten. Volgens verweerder had hij hiervoor toestemming van klager en was het destijds, in 2011, niet ongeoorloofd de werkgever te informeren zoals verweerder deed. Het college is allereerst niet gebleken van enige toestemming van klager. Voorts oordeelt het college dat het een bedrijfsarts ook in 2011 niet was toegestaan een werkgever medische informatie over de werknemer te verschaffen en dat verweerder derhalve zijn beroepsgeheim jegens klager heeft geschonden. Met betrekking tot het advies van verweerder aan de werkgever van klager om de loondoorbetaling op te schorten heeft het college geoordeeld dat dit – ook in 2011 – onzorgvuldig was. Adviseren over loondoorbetaling behoort uitdrukkelijk niet tot de taak van de bedrijfsarts. Het is de werkgever die op basis van informatie van de bedrijfsarts over de arbeids(on)geschiktheid van de werknemer de medische belastbaarheid c.q. medische mogelijkheid tot werkhervatting van de werknemer, beoordeelt of de werknemer bij verzuim recht heeft op doorbetaling. Conclusie: klacht gegrond met als maatregel berisping.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1839
- Datum publicatie: 22-08-2018
- Datum uitspraak: 22-08-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:68
Gz-psycholoog. Klacht: geen neuropsychologisch onderzoek verricht voor hersenoperatie en klaagster alleen gezien bij intake. College: gegrond. Neuropsychologisch onderzoek was uitgangspunt. Er kon niet worden uitgegaan van voldoende relevantie onderzoek uit 2004. Klaagster was toen 19 jaar oud en heeft ondertussen relevante ontwikkeling doorgemaakt. Geen verslaglegging in dossier. Onvoldoende inzicht in eigen handelen. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-384/DB/ZWB
- Datum publicatie: 22-08-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:111
Niet gebleken dat verweerder had toegezegd om klager terug te bellen en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet te woord te staan toen klager op verweerders kantoor verscheen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1833
- Datum publicatie: 22-08-2018
- Datum uitspraak: 22-08-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:69
Gz-psycholoog. Klacht: verweerster had niet mogen rapporteren over klaagster, de dochter van de gemachtigde van klaagster, gezien de professionele relatie tussen verweerster en de gemachtigde van klaagster (1), rapport voldoet niet aan de eisen (2 en 3), ondeugdelijke methodiek en geen inzage- en correctierecht aangeboden (4). College: (1) gegrond omdat er sprake was van een conflictueuze situatie, (2) en (3) ongegrond, (4) gegrond wat betreft niet melden inzage- en correctierecht. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-612/DH/RO
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 17-08-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:173
60ab Aw (primair) afgewezen. 60b Aw (subsidiair) toegewezen. Verweerder is niet in staat zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen en is onvoldoende bereikbaar voor de deken. de financiële situatie van het kantoor van verweerder is zorgwekkend en staat aan een goede praktijkuitoefening in de weg.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-255
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:140
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Onder meer niet gebleken dat de verzekeringsarts geen of onvoldoende onderzoek heeft verricht of onjuist gerapporteerd heeft. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:237 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2016.498
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:237
Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht behelst drie klachtonderdelen ter zake van de inhoud van de rapportage, de onderliggende rapportages en de aanpak van het onderzoek en de termijnen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege wijst hier een tussenbeslissing waarin twee van de drie klachtonderdelen worden afgewezen. Van belang is de overweging van het College dat het College het onwenselijk acht dat er binnen de forensische setting een ander invulling wordt gegeven aan het begrip ‘werkaantekeningen’ en daarmee aan de regel omtrent het medisch dossier, zonder dat daar regelgeving aan ten grondslag ligt die voor onderzochten kenbaar is. Ter zake van het derde klachtcategorie over de inhoud van de rapportage acht het College zich nog onvoldoende voorgelicht en wordt een aanvullend vooronderzoek gelast.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-027b
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:134
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts (in opleiding tot oogarts). Klaagster is geopereerd door een oogarts, de arts in opleiding tot oogarts heeft geassisteerd tijdens de operatie. Onduidelijk is gebleven of tijdens het preoperatieve gesprek onbetwistbaar is besproken dat klaagster niet door een leerling geopereerd wilde worden en dat zij ook geen leerlingen aan haar wilde. Hierover verschillen partijen van mening. Het ontbreken van verslaglegging van het preoperatieve gesprek levert in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180057
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:143
Verzet tegen de beslissing van de voorzitter van het hof dat de Advocatenwet aan appellanten niet de mogelijkheid biedt om in hoger beroep te komen van de beslissing van de raad, nu appellanten niet behoren tot de in artikel 56 lid 1 Advocatenwet genoemde personen en voor derde partijen geen rechtsgang bij het hof is. Het verzet is ongegrond. Appellanten zijn in de klachtprocedure geen partij. Voor zover appellanten in hun verzetschrift een zelfstandig verzoek hebben gedaan te mogen tussenkomen in de hoger beroepsprocedure tussen klager en verweerder, wordt dat afgewezen. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid dat een derde tussenkomt in een tussen andere partijen aanhangige klachtprocedure.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-969/DH/DH
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 13-08-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:180
Verzet ongegrond. Klacht naar aanleiding van een klager onwelgevallig, negatief cassatieadvies.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-040/DH/DH
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 30-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:174
Klaagster en verweerder zijn zus en broer. De broer is tevens advocaat. Tussen beiden wordt al jarenlang geprocedeerd. Verweerder treedt daarbij de ene keer op als advocaat en de andere keer in privé-hoedanigheid. Daardoor is het niet altijd goed mogelijk zijn hoedanigheid in het specifieke geval te onderscheiden. Deze vermenging brengt met zich dat twee klachtonderdelen gegrond worden verklaard. Allereerst heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld door aan een door hem ingeschakelde advocaat een ten name van de moeder van partijen gestelde volmacht ter beschikking te stellen. De moeder was namelijk niet meer in staat een volmacht af te geven. Daarnaast heeft die advocaat een valse factuur in het geding gebracht. En verweerder moet worden geacht daarmee te hebben ingestemd. In beide gevallen is de handelwijze van verweerder schadelijk voor het vertrouwen in de advocatuur en in zijn eigen beroepsuitoefening. Voor het overige is de klacht ongegrond. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder legt de raad een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 2 weken op.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-241
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Hoewel er door verweerster vanwege een levensbedreigende ziekte geen verweerschrift is ingediend, is het College na bestudering van het dossier tot de conclusie gekomen zich voldoende voorgelicht te achten om in deze zaak thans tot een beslissing te kunnen komen. Niet gebleken dat de verzekeringsarts op niet onafhankelijke wijze tot haar oordeel is gekomen. Niet kan haar worden verweten dat zij geen eigen audiologisch onderzoek heeft verricht bij klager, omdat zij bij een behandelend kno-arts informatie heeft ingewonnen. Klacht voor het overige ook ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:238 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.405
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:238
Klacht tegen psychiater. Klaagster is (ongeveer) vijftien jaar lang door verweerder (psychiater) behandeld voor (ernstige) psychiatrische problematiek, waaronder ernstige depressies waarbij zij ook suïcidepogingen heeft gedaan. Op enig moment wordt klaagster in het ziekenhuis opgenomen vanwege een combinatie van een delier en trombocytopenie met hematomen. De klacht houdt in dat verweerder: 1) is tekortgeschoten in de zorg aan klaagster door niet eerder te handelen bij de verhoogde lithiumspiegel; 2) is tekortgeschoten in de zorg aan klaagster door haar niet eerder te behandelen voor de afwijkende trombocytenwaarde; 3) zijn zorgplicht niet is nagekomen door stelselmatig zijn regierol als hoofdbehandelaar niet uit te voeren; 4) onzorgvuldig heeft gehandeld door klaagster niet te behandelen ten aanzien van het delier dat zij doormaakte, als ook door klaagster, haar echtgenoot, de huisarts of zijn team niet te informeren over zijn vermoeden dat klaagster een delier had; 5) niet competent was en/of onvoldoende ervaring had om EMDR bij patiënten met complexe PTSS toe te passen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 1 tot en met 4 gegrond en klachtonderdeel 5 ongegrond verklaard. Aan de psychiater is de maatregel van berisping opgelegd. De psychiater stelt principaal beroep in tegen de gegrondverklaring van klachtonderdelen 1 tot en met 4 maar legt zich in zijn beroepschrift neer bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat hij, gegeven de omstandigheden, onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld in de periode van 13 oktober 2016 tot 24 oktober 2016. Voor zover het beroep van de psychiater is gericht tegen de hoogte van de aan hem opgelegde maatregel slaagt het beroep. Het Centraal Tuchtcollege acht in het onderhavige geval de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Het door klaagster ingestelde incidenteel beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 5 wordt verworpen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het ten aanzien van dat klachtonderdeel gegeven oordeel van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-070
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:135
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klager is een dag na het bezoeken van de huisarts overleden aan Acuut Coronair Syndroom. Niet is gebleken dat de huisartsonvoldoende acht heeft geslagen op de voorgeschiedenis van de zoon van klager. Er bestonden, ook volgens de NHG-standaard ACS, onvoldoende aanwijzingen voor cardiale problematiek. Daarom was er geen aanleiding voor het maken van een ECG of insturen van de zoon naar een ziekenhuis. De huisarts kon op basis van de voorgeschiedenis, de (hetero)anamnese en de niet alarmerende resultaten van het lichamelijk onderzoek in redelijkheid tot haar differentiaaldiagnose en beleid komen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:144 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180066
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:144
Klacht over advocaat wederpartij ook in hoger beroep deels gegrond. Verweerder heeft zich in de dagvaarding onnodig grievend over de wederpartij uit te laten door gebruik te maken van zeer persoonlijke brieven met gevoelige inhoud om daaraan vervolgens vergaande conclusies te verbinden betreffende de relatie tussen klager en zijn ouders. Het hof ziet in hetgeen verweerder heeft aangevoerd geen aanleiding om de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing te verlichten. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-136/DH/RO
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 13-08-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:181
Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-810/DH/RO
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:175
Verweerder heeft de betaling van een (gering) bedrag door klager op zijn derdenrekening over het hoofd gezien en vervolgens beslag gelegd ten laste van klager. Dit is onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. Er wordt geen maatregel opgelegd, omdat klager heeft verzuimd om verweerder er naar aanleiding van herhaalde betalingsverzoeken op te wijzen dat hij al betaald had.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-022
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:136
Gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager kwam op consult bij de verzekeringsarts voor een expertiserapport van een onafhankelijke verzekeringsgeneeskundige in het kader van een beroepsprocedure. De verzekeringsarts had volgens de normen van de beroepsgroep kennis moeten nemen van het dossier van klager, in ieder geval voor zover dit nodig was om zich ervan te vergewissen dat zij de opdracht kon verrichten, ook voor wat betreft haar onafhankelijkheid ten opzichte van de arts op wiens beoordeling de bestreden beslissing gebaseerd was. Zij heeft klager noch tijdens het consult, noch op enig moment (kort) nadien, op de hoogte gebracht van haar positie in deze opdracht en heeft de kwestie aan haar werkgever overgelaten, met als ongewenst gevolg dat haar werkgever het onderzoeksverslag van haar heeft gebruikt om mede op basis daarvan alsnog een expertiserapport te doen opstellen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:145 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180074
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:145
Klacht tegen advocaat van de wederpartij, dat hij een kansloze zaak heeft aangenomen met als doel zichzelf te verrijken en klager en zijn echtgenote daardoor onnodig op kosten heeft gejaagd, is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-806/DH/RO
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 13-08-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:182
Verzet ongegrond. De klacht is erop gericht dat verweerder de rechtbank onjuist heeft geïnformeerd in een procedure tegen klagers.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-663/DH/RO
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 30-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:176
Verzet gedeeltelijk gegrond. Klachten deels ongegrond en deels gegrond. Verweerder heeft zijn werkzaamheden voor klager gestaakt zonder klager daarvan op deugdelijke wijze in kennis te stellen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-076
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:137
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is, ervan uitgaande dat onvoldoende is gebleken dat hij toestemming had om het medische dossier van klaagster op te vragen en in zijn advies te betrekken, op zorgvuldige wijze tot zijn advies gekomen. Het advies is in lijn met de informatie die klaagster volgens de aantekeningen van verweerder aan hem heeft verstrekt. De administratie van de werkgever zorgt voor verdere verzending van rapportages, deze gang van zaken acht het College plausibel. Niet gebleken dat de bedrijfsarts niet onafhankelijk is. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:146 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180075
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:146
Klacht tegen eigen advocaat. Deels gegrond. Verweerder heeft in financieel opzicht onzorgvuldig en in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit gehandeld door zonder schriftelijke toestemming van klager en klaagster een declaratie te verrekenen met op de derdengeldenrekening ontvangen gelden. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:183 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-651/DH/DH
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 13-08-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:183
Verzet tegen de voorzittersbeslissing waarin klager wegens overschrijding van de klachttermijn niet-ontvankelijk is verklaard is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-644/DH/DH
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 30-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:177
Verzet, tussenbeslissing. Klaagster stelt dat verweerder haar onheus heeft bejegend. Volgens de deken heeft klaagster haar klacht onvoldoende feitelijk onderbouwd, maar ontbreekt bij de deken de mogelijkheid om getuigen te horen. De voorzitter heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Klaagster heeft in haar klacht en in verzet verzocht om getuigen te horen. De klacht is van oordeel dat de klacht onvoldoende is onderzocht en verklaart het verzet in zoverre gegrond. De zaak worden verwezen naar de deken voor nader onderzoek.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-015
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:138
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De stelling dat de bedrijfsarts nader onderzoek noodzakelijk achtte om tot een conclusie te komen of er wel of niet sprake was van een beroepsziekte en dat hij daarom (nog) niet tot melding was overgegaan, ontmoet bij het College geen bedenkingen. Dit geldt ook voor het stellen van de diagnose. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 643905 / NT 18-10
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 09-08-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:19
Naar het oordeel van de kamer kan niet worden vastgesteld dat klager de akte of een concept daarvan op 15 mei 2007 van de notaris heeft gekregen. Niet in geschil is evenwel dat klager en zijn ex-echtgenote kort na 29 mei 2007 de volmacht voor de akte op het kantoor van de notaris hebben ondertekend. Daarin heeft klager verklaard de akte te hebben ontvangen, met de inhoud daarvan bekend te zijn en op de hoogte te zijn van het gegeven dat de eigendom overgaat belast met een hypotheekrecht zoals omschreven in de akte. De kamer gaat er op basis van die door klager ondertekende volmacht vanuit dat klager de onder 1j. aangehaalde brief van 29 mei 2007, waarbij de akte als bijlage was gevoegd, moet hebben ontvangen. Dat klager en zijn vrouw niet hebben gelezen waarvoor zij hebben getekend komt de kamer niet aannemelijk voor. 5.4 Dat betekent dat de hiervoor bedoelde vervaltermijn is gaan lopen vanaf de ontvangst van de akte door klager kort na 29 mei 2007, de dag waarop de notaris de akte in elk geval per post aan klager en zijn ex-echtgenote heeft toegezonden. De kamer is van oordeel dat in ieder geval vanaf dat tijdstip voor klager de mogelijkheid bestond om kennis te nemen van de verwijten, die hij de notaris thans maakt. Dat het perceel met een enorme hypotheek was voorbelast blijkt immers meteen bij kennisname van de akte. De klacht is op 18 februari 2018 ingediend, dus ruim na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren. De kamer komt dan ook niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de door klager aan het adres van de notaris gemaakte verwijten, waarbij de kamer nog wel opmerkt dat de notaris niet heeft weersproken dat hij geen invulling heeft gegeven aan zijn Belehrungspflicht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:141 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180072
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:141
Beroep art. 9j lid 7 Aw. Appellant wenst een aantekening te krijgen bij de Hoge Raad en heeft met dat doel de Algemene Raad verzocht hem vrijstelling te verlenen van het vereiste van onvoorwaardelijke inschrijving als advocaat (art. 9j lid 6 jo. lid 1 Aw). Appellant is niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen de afwijzende beslissing van de Algemene Raad. De mogelijkheid om in beroep te gaan tegen een beslissing tot weigering van het verzoek om aantekening op het tableau als advocaat bij de Hoge Raad, en tot weigering van de vrijstelling, wordt in de wet (art. 9j lid 7 Aw) slechts toegekend aan de advocaat. Appellant is niet als advocaat ingeschreven op het tableau van de Orde. Het beroep op artikel 4.11 lid 3 Voda kan niet tot een andere conclusie leiden.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-038
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:139
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is ontvankelijk in haar klacht. De arts heeft op goede gronden betoogd dat er tussen de BMR-vaccinatie en het ontstaan van autisme geen relatie bestaat, geen aanleiding voor de arts om hierover voorafgaand aan de BMR-vaccinatie iets tegen klaagster te zeggen en er is geen enkele aanwijzing dat de BMR-prik de oorzaak kan zijn van ASS of een (andere) handicap bij de zoon van klaagster. Wat er tijdens het consult is gezegd kan het College niet vaststellen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:236 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2016.497
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:236
Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht behelst drie klachtonderdelen ter zake van de inhoud van de rapportage, de onderliggende rapportages en de aanpak van het onderzoek en de termijnen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege wijst hier een tussenbeslissing waarin twee van de drie klachtonderdelen worden afgewezen. Van belang is de overweging van het College dat het College het onwenselijk acht dat er binnen de forensische setting een ander invulling wordt gegeven aan het begrip ‘werkaantekeningen’ en daarmee aan de regel omtrent het medisch dossier, zonder dat daar regelgeving aan ten grondslag ligt die voor onderzochten kenbaar is. Ter zake van het derde klachtcategorie over de inhoud van de rapportage acht het College zich nog onvoldoende voorgelicht en wordt een aanvullend vooronderzoek gelast.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 404
- Pagina: 405
- Pagina: 406
- ...
- Pagina: 951
- Volgende pagina zoekresultaten