Zoekresultaten 20201-20250 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/267T
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 12-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:144
Klager is voorzitter van de VVE van het gebouw waar verweerster (tandarts) haar praktijk heeft gevestigd. Klager verwijt verweerster dat zij hem als patiënt uit haar praktijk heeft gezet vanwege zijn gedrag tijdens een vergadering van de VVE. Gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:260 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-779/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 05-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:260
Voorzittersbeslissing. Klacht is niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-230/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:254
Verzet tegen een voorzittersbeslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-515/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 14-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:248
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:261 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-774/DH/DH
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:261
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van een wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:255 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-359/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:255
Tussenbeslissing waarin de raad de deken heeft opgedragen nader onderzoek te verrichten naar de klacht, in het bijzonder naar de vraag of verweerster een beslagrekest heeft ingediend bij de rechtbank.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-739/DH/RO
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 14-11-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:249
Voorzittersbeslissing. Klacht ingediend na de vervaltermijn en aldus niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/140
- Datum publicatie: 12-12-2018
- Datum uitspraak: 12-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:146
Klager verwijt de verweerder dat hij stelt dat klager zich onder psychiatrische behandeling moet stellen, zonder hem te hebben gezien of gesproken. Hij heeft hiermee het vermoeden bevestigd dat klager psychotisch zou zijn, terwijl dit nooit is gediagnostiseerd. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338738 KL RK 18-81
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 13-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:44
Ter beoordeling ligt de vraag voor of de oud-notaris voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster kort voorafgaand aan en ten tijde van het passeren van het testament. De kamer overweegt dat het in eerste instantie aan de oud-notaris was om vast te stellen of erflaatster voldoende bekwaam was om de inhoud van de akte te begrijpen. Slechts als daarover bij haar gerede twijfel zou bestaan, diende zij de verdere stappen, zoals genoemd in het Stappenplan, in overweging te nemen. Van die twijfel was bij de oud-notaris geen sprake. Dat de oud-notaris tot een andere conclusie had moeten komen, is niet of onvoldoende gebleken. Naar het oordeel van de kamer kon en mocht de oud-notaris concluderen dat erflaatster wilsbekwaam was om haar testament op te maken. De kamer heeft daarom de klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336725 KL RK 18-61
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:45
Klagers stellen dat de notaris niet onafhankelijk, onpartijdig en integer heeft gehandeld. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-077
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:193
Gegronde klacht tegen een arts. De arts had, onder meer in aanmerking nemend dat patiënte al vier dagen nauwelijks meer had gegeten of gedronken, koorts had ontwikkeld en die dag geen urineproductie meer had, tijdens de visite de desbetreffende ochtend wel degelijk rekening moeten houden met de mogelijkheid dat patiënte niet lang meer te leven had. De arts had dit ook als zodanig moeten communiceren met klager (zoon van patiënte). De situatie van patiënte was dermate slecht dat van de arts gevergd had mogen worden dat hij dit naderende einde had onderkend en dit vervolgens met klager had besproken, zodat die zijn handelen hierop had kunnen afstemmen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2018/15
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:73
Klacht tegen verpleegkundige. Verweerster is werkzaam als ondersteuner Jeugd en Gezin in een huisartsenpraktijk. Zij realiseert met toestemming van de ouders een doorverwijzing van hun zoon naar het Centrum voor Jeugd en Gezin. De aan deze doorverwijzing ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn echter onvoldoende besproken met klager, te weten de vader. Klager is aldus onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn visie te geven op de verwijzing en de noodzakelijke hulp. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Groningen verklaart de klacht in zoverre gegrond en waarschuwt verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-073
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:194
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het onderzoek en de afwegingen van de huisarts waren verdedigbaar en overeenkomstig de beroepsnormen. Hoewel het jammer is dat de familie de huisarts na het overlijden van patiënte in het kader van de nazorg al eerder had verwacht, is er geen aanwijzing dat hierover afspraken zijn gemaakt, terwijl het de huisarts niet kan worden tegengeworpen dat hij deze wens van de familie niet zo heeft begrepen. Ook komt niet vast te staan dat de huisarts bewust onwaarheden heeft verteld over de laatste momenten van patiënte. De huisarts was verder niet op de hoogte van de wens van patiënte om te doneren. Nu bij een onbekende doodsoorzaak in beginsel orgaandonatie niet mogelijk is, valt het de huisarts niet tegen te werpen dat hij deze kwestie niet met de echtgenoot heeft besproken. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 116/2018
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:186
Klacht IGJ tegen arts, voorheen radioloog. Behandeling betreft liposuctie van patiënt in privékliniek. Teveel vet weggehaald en regels van patiëntveiligheid geschonden. Postoperatieve zorg is nog steeds niet naar behoren geregeld. Klacht gegrond: berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-026b
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:195
Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster belde voor de tweede maal met de praktijk van de huisarts in verband met klachten bij haar twee weken oude baby. Naar aanleiding van de klachten stelde de huisarts een consult voor of voorschrijven van medicatie. Het College overweegt dat nu de huisarts niet heeft aangedrongen op een consult, het in de rede had gelegen dat zij het telefoongesprek van de assistente had overgenomen en zelf met klaagster had gesproken en goed had doorgevraagd. Vast staat verder dat de huisarts dit niet heeft gedaan en ook niet het dossier heeft ingezien. Of zij na lichamelijk onderzoek van de baby had moeten doorverwijzen, kan niet met zekerheid worden gezegd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/330744 KL RK 17-211
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 06-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:42
De notaris heeft van de broer van klaagster de opdracht gekregen om een volmacht van hem en klaagster aan de notaris tot opzegging van de hypotheek op te stellen. Die hypotheek was in 1995 ten behoeve van moeder gevestigd op de horecazaak van de broer. De schuld ten behoeve waarvan de zekerheid was gevestigd, was volgens de broer al lang geleden door hem afgelost. Omdat moeder inmiddels was overleden, had de broer de handtekening van klaagster nodig om de hypotheek alsnog te kunnen doorhalen. Klaagster vindt dat zij niet deskundig en professioneel is bijgestaan door de notaris. Klaagster verwijt de notaris dat zij klaagster niet goed heeft voorgelicht over de volmacht en de gevolgen als klaagster haar medewerking zou verlenen dan wel zou weigeren. De kamer overweegt dat de notaris in opdracht werkte van de broer. De notaris wekte bij klaagster echter de indruk de belangen van klaagster te behartigen. Dit mede vanwege de lange relatie tussen klaagster en de notaris en de inspanningen van de notaris om voor klaagster alternatieve zekerheid te creëren. Klaagster verkeerde in een afhankelijke positie en kon zelf onvoldoende een beoordeling maken van haar rechtspositie. Zij leunde op het advies van de notaris. Er was sprake van tegengestelde belangen tussen de broer en klaagster. Vanwege die tegengestelde belangen had de notaris zich moeten onthouden van advies en klaagster moeten doorverwijzen. De kamer heeft daarom dit klachtonderdeel gegrond verklaard. Op de gegrondverklaring van een klacht past in beginsel een tuchtrechtelijke reactie. De kamer legt de notaris op basis van de specifieke omstandigheden van het geval geen tuchtmaatregel op en licht dit als volgt toe. De notaris heeft onbaatzuchtig haar diensten verleend, terwijl zij daar niet toe gehouden was. Met de beste bedoelingen heeft zij klaagster zo goed mogelijk proberen bij te staan. In dat licht bezien is een tuchtmaatregel niet op zijn plaats.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 117/2018
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:187
Klacht tegen anesthesioloog deels gegrond. Waarschuwing .Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld mbt dossiervoering. Het anesthesieverslag is niet conform de norm en stopmoment VI is niet correct uitgevoerd en vastgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-026c
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:196
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft zich onvoldoende laten leiden door de alarmerende waarnemingen van de ouders en het gegeven dat klaagster met de twee weken oude baby al voor de tweede keer dat weekend op de huisartsenpost was verschenen met ernstigere verschijnselen dan de dag ervoor. Het progressieve verloop van het ziektebeeld had de huisarts moeten alarmeren. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334716 KL RK 18-33
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 06-11-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:43
Klager verwijt de notaris dat hij door onvoldoende te rechercheren, het nalaten van gebruik van gelegaliseerde handtekeningen, partijen onvoldoende te informeren over de (rechts-)gevolgen van hun handelen en zijn geheimhoudingsplicht te schenden, bij de boedelafwikkeling en het passeren van de (levens) testamenten niet gehandeld met de ‘grootst mogelijke zorgvuldigheid’, zoals artikel 17 Wna voorschrijft. Daarnaast verwijt klager de notaris dat hij door onvoldoende te rechercheren en onderzoek te doen naar de transacties, het niet opschorten van zijn dienstverlening en het niet melden van ongebruikelijke transacties (dan wel de redenen om niet tot melding over te gaan vast te leggen), bij het verzorgen van de aandelentransacties en de oprichting van een BV niet gehandeld met de ‘grootst mogelijke zorgvuldigheid’, zoals artikel 17 Wna voorschrijft. De naleving van deze verplichtingen zijn relevant voor de rechtszekerheid en moeten juist voorkomen dat een notaris optreedt als facilitator bij mogelijk witwassen en het financieren van terrorisme, mede gezien zijn rol als poortwachter. De notaris heeft de klachten grotendeels erkend. De klachten worden door de kamer grotendeels gegrond verklaard. Ten aanzien van de op te leggen maatregel overweegt de kamer dat door de notaris structurele en ernstige normschendingen zijn begaan. Ten onrechte heeft de notaris zich volkomen lijdelijk opgesteld. Dit terwijl de rol van de notaris al geruime tijd veranderd is. De notaris heeft echter blijk gegeven de klachtwaardigheid van zijn handelen in te zien en heeft meerdere maatregelen genomen om fouten in de toekomst te voorkomen. Voorts heeft de kamer rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de notaris die speelden in de periode waarop de klacht betrekking heeft. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-026d
- Datum publicatie: 11-12-2018
- Datum uitspraak: 11-12-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:197
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft de twee weken oude baby van klaagster deugdelijk onderzocht. Bij dit onderzoek had de huisarts niet geconstateerd dat sprake was van neusvleugelen of intrekkingen, voorts had de baby geen koorts en hoestte zij niet. De gestelde diagnose van een neusverkoudheid is derhalve verdedigbaar. Zij heeft voorts in redelijkheid kunnen menen dat een doorverwijzing naar het ziekenhuis niet geïndiceerd was. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/345
- Datum publicatie: 10-12-2018
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:142
Verweerder in hoedanigheid van huisarts bij de huisartsenpost wordt verweten dat hij slechts marginaal onderzoek heeft verricht ten gevolge waarvan het kind van klagers later is komen te overlijden. Volgens klagers heeft verweerder in de gegeven omstandigheden niet gehandeld zoals van een redelijk professioneel arts mag worden verwacht. Gelet op de door klagers geuite klachten en de leeftijd van hun kind was volgens klagers uitgebreid en nader onderzoek en/of doorverwijzing naar een specialist aangewezen. Er is volgens klagers ook te weinig oog geweest voor de door hen geuite zorgen. De klachten zijn door verweerder betwist. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/336
- Datum publicatie: 10-12-2018
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:143
Verweerder in hoedanigheid van huisarts wordt verweten dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld althans een diagnose heeft gemist ten gevolge waarvan het kind van klagers is komen te overlijden. Volgens klagers heeft verweerder in de gegeven omstandigheden niet gehandeld zoals van een redelijk professioneel arts mag worden verwacht. Voorafgaand aan het consult is het kind van klagers gezien op de huisartsenpost. Tijdens het consult waren er signalen dat de gezondheidstoestand van het kind van klagers verslechterd was en was uitgebreid en nader onderzoek en/of doorverwijzing aangewezen. Er is volgens klagers te weinig oog geweest voor de door hen geuite zorgen en er is door verweerder te veel gefocust op de eerder gestelde diagnose op de huisartsenpost. De klachten zijn door verweerder betwist. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/256
- Datum publicatie: 10-12-2018
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:145
Klaagster dient een klacht in tegen de psychiater die informatie heeft verstrekt aan derden zonder haar toestemming. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/150
- Datum publicatie: 07-12-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:141
Klaagster is in 2016 geopereerd door verweerder (orthopeed) aan haar rechterknie. Klaagster verwijt verweerder dat hij niet goed heeft geluisterd naar zijn klachten na de operatie. Tevens verwijt zij hem een foute diagnose en verkeerde behandeling. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 063/2018
- Datum publicatie: 07-12-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:184
Hoewel het doornemen van de nervus hypoglossus een medische fout is, levert deze fout geen tuchtrechtelijk verwijt op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 133/2018
- Datum publicatie: 07-12-2018
- Datum uitspraak: 07-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:185
Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot psychiater betreffende dwangbehandeling in TBS-setting. Het college wijst op de rechtsgang bij de RSJ. Verweerder heeft als arts-assistent een eigen verantwoordelijkheid, ook als hij onder spervisie werkt. Procedure dwangbehandeling zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:182 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-731/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:182
Klacht over advocaat wederpartij. Niet gebleken dat verweerster de memorie van antwoord d.d. 9 februari 2016 niet zelf heeft opgesteld noch dat zij in de memorie onwaarheden heeft vermeld, noch dat zij bij gelegenheid van het deskundigenonderzoek en een zitting respectloos is omgegaan met klagers. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2018:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 18/04
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TDIVBC:2018:6
Hond. Geen onjuiste dosering medicatie.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:176 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-798/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 28-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:176
Niet gebleken dat kwaliteit van de dienstverlening ondermaats was, noch dat klager verweerder heeft verzocht om het ziekenhuis aansprakelijk te stellen. Klacht deels kennelijk ongegrond, deels niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:230 Raad van Discipline Amsterdam 18-554/A/A/D
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:230
Zie ook 18-413/A/A. Dekenbezwaar. Verweerder heeft geen, althans geen afdoende verklaring kunnen geven voor zijn handelwijze, eruit bestaande dat hij creditfacturen heeft gestuurd aan Dumapa Holding B.V. en LW Holding B.V., nieuwe facturen heeft gericht aan de Stichting, waarbij het aan Dumapa Holding B.V. en LW Holding B.V. uitstaande bedrag is opgeknipt in kleinere bedragen en er “voorschot” op de (deel-)facturen aan de Stichting is gezet. Dit betreft kennelijk een onjuiste en misleidende weergave van de werkelijke bedoeling van partijen. Uit de stukken is voldoende aannemelijk geworden dat verweerder een en ander op deze wijze heeft ingestoken teneinde te voorkomen dat toezichthouder(s) zou/zouden bemerken dat de Stichting zorgdroeg voor betaling – naar men moet aannemen uit publieke middelen – van declaraties aan derde/commerciële partijen. Aldus heeft verweerder een constructie voorgesteld die erop neerkomt dat met de (feitelijk) bestuurster van Stichting, mevrouw C, een afspraak werd gemaakt die de toezichthouder(s) (mogelijk) als niet geoorloofd zou/zouden aanmerken. Bezwaar in beide onderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken (één maatregel voor de onderhavige zaak en de heden gegrond verklaarde klacht).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:224 Raad van Discipline Amsterdam 18-477/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:224
Klacht over eigen advocaat. Klaagster deels niet-ontvankelijk vanwege verstrijken driejaarstermijn, klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:200 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180104
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:200
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door (na de beëindiging van de relatie met klager) de vreemdelingenpolitie aan te schrijven over valse persoonsgegevens van klager en daarbij de namen van klager en diens BSN-nummer te vermelden. Verweerder heeft als rechtvaardiging gesteld dat klager een iraanse spion is. Aan de vraag of dat een rechtvaardiging is, is het hof niet toegekomen omdat verweerder dat onvoldoende heeft onderbouwd.Ook heeft hij geen vooroverleg met de deken gepleegd. Hierdoor heeft verweerder in strijd met het vertrouwensbeginsel (art. 10a Advocatenwet) en de geheimhoudingsplicht (art. 11a Advocatenwet) gehandeld. Klacht gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling. Vernietiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:237 Raad van Discipline Amsterdam 18-767/A/NH
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 26-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:237
Gegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, onder meer door nagekomen producties van de wederpartij niet tijdig aan klaagster door te sturen, de zitting onvoldoende voor te bereiden, ter zitting onvoldoende verweer te voeren en het verzoek om partneralimentatie zonder overleg met klaagster in te trekken. In de gegeven omstandigheden ziet de raad aanleiding een voorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken op te leggen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:183 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-680/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:183
Civielrechtelijk geschil tussen voormalig kantoorgenoten. Geen rol voor tuchtrechter. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:177 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-907/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 30-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:177
Verweerster zag geen mogelijkheid om met succes een art. 843a Rv procedure aanhangig te maken. Dat is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:320 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.071
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:320
Klacht tegen een drietal huisartsen. De klacht houdt in dat de huisarts: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de door klaagster geuite klachten en ondanks dat klaagster steeds zelf haar verdenking van borstkanker uitsprak, het niet nodig achtte de mamma te onderzoeken, waardoor een te lange periode is voortgeborduurd op een foutieve diagnose en waardoor met de vertraging van minstens een jaar met de behandeling van borstkanker (links) en lymfogene uitzaaiingen kon worden gestart met alle negatieve gevolgen van dien; 2. de NHG-standaard Diagnostiek van mammacarcinoom heeft genegeerd; 3. geen aantekeningen heeft gemaakt van het afwijken van de NHG-standaard; 4. niet adequaat heeft gereageerd op de rapportage na het radiologisch onderzoek, althans deze eerst na een periode van bijna een jaar pas te delen met klaagster en haar niet eerder door te verwijzen voor aanvullende diagnostiek, terwijl de inhoud van de rapportage daar wel aanleiding toe gaf; 5. niet heeft meegewogen dat voor patiënten met een joods Oost-Europese achtergrond, zoals klaagster, de kans op het krijgen van borstkanker significant groter is, zodat ook op die grond eerder tot aanvullende diagnostiek had moeten worden besloten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:231 Raad van Discipline Amsterdam 18-493/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:231
Zie ook 18-531/A/A/D. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft in verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor nagelaten de rechter te informeren over de reeds aanhangige procedures en de betrokkenheid van klager daarbij. Gelet op de verwevenheid van de verschillende onderdelen van het fonds en de omstandigheid dat de verklaringen van de te horen getuigen tot bewijs zouden kunnen dienen in de reeds aanhangige bodemprocedure tegen die onderdelen van het fonds had het op de weg van verweerder gelegen om (ook) de gedaagden in de bodemprocedure als gerekwestreerden op te nemen. Aldus heeft verweerder minder partijen in het verzoekschrift vermeld dan waarvan in werkelijkheid sprake is. Tot slot had het naar het oordeel van de raad op de weg van verweerder gelegen om, gelet op de omstandigheid dat klager alle eerder in procedures betrokken onderdelen van het fonds bijstond, bij klager te verifiëren of hij ook OWGP bijstond. In geval van een bevestigend antwoord had verweerder klager, gelijktijdig met toezending aan de rechtbank een afschrift van het verzoekschrift moeten doen toekomen. Doordat verweerder heeft gehandeld zoals hij heeft gedaan heeft het er alle schijn van dat hij heeft getracht wederhoor door de cliënten van klager te verhinderen bij de behandeling van het door verweerder, namens de heer G, ingediende verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Klacht gegrond. Berisping (één maatregel voor de onderhavige zaak en het heden gegrond verklaarde dekenbezwaar) en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:225 Raad van Discipline Amsterdam 18-524/A/NH
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:225
Klacht van voormalig cliënt over advocaat. Verweerder heeft tegen klager opgetreden terwijl zijn kantoor eerder voor hem (en zijn vennootschap) heeft opgetreden. Verweerder heeft zich begeven in een situatie waarin hij de kans liep ten koste van zijn voormalige cliënt in een belangenconflict te raken. Klaagster had redelijke bezwaren als bedoeld in de derde voorwaarde van gedragsregel 7 lid 5, waardoor het verweerder niet vrijstond tegen klager op te treden. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:238 Raad van Discipline Amsterdam 18-420/A/NH
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 26-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:238
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:184 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-905/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 29-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:184
Laatste dossier in 2014 overgedragen. Klacht ingediend op 20 juni 2018, derhalve na verstrijken termijn ex 469 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:178 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-505/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:178
Klager klaagt over de bijstand van verweerder, in diens hoedanigheid van advocaat van klagers moeder. Ofschoon het begrijpelijk is dat klager zich de belangen van zijn moeder aantrekt is de raad van oordeel dat klager niet (voldoende gemotiveerd) heeft gesteld in welk eigen belang dat de op verweerders optreden van toepassing zijnde gedragsregels beogen te beschermen hij rechtstreeks is of kan worden getroffen. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:321 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.072
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:321
Klacht tegen een drietal huisartsen. De klacht houdt in dat de huisarts: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de door klaagster geuite klachten en ondanks dat klaagster steeds zelf haar verdenking van borstkanker uitsprak, het niet nodig achtte de mamma te onderzoeken, waardoor een te lange periode is voortgeborduurd op een foutieve diagnose en waardoor met de vertraging van minstens een jaar met de behandeling van borstkanker (links) en lymfogene uitzaaiingen kon worden gestart met alle negatieve gevolgen van dien; 2. de NHG-standaard Diagnostiek van mammacarcinoom heeft genegeerd; 3. geen aantekeningen heeft gemaakt van het afwijken van de NHG-standaard; 4. niet adequaat heeft gereageerd op de rapportage na het radiologisch onderzoek, althans deze eerst na een periode van bijna een jaar pas te delen met klaagster en haar niet eerder door te verwijzen voor aanvullende diagnostiek, terwijl de inhoud van de rapportage daar wel aanleiding toe gaf; 5. niet heeft meegewogen dat voor patiënten met een joods Oost-Europese achtergrond, zoals klaagster, de kans op het krijgen van borstkanker significant groter is, zodat ook op die grond eerder tot aanvullende diagnostiek had moeten worden besloten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:232 Raad van Discipline Amsterdam 18-531/A/A/D
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:232
Dekenbezwaar. Zie ook 18-493/A/A. Naar het oordeel van de raad heeft het er alle schijn van dat verweerder heeft gepoogd de wederpartij en de rechterlijke macht te misleiden, door een constructie op te zetten met het kennelijke doel om wederhoor door de (materieel) belanghebbenden bij het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor te voorkomen en de rechtbank niet juist te informeren over de werkelijk belanghebbenden bij het verzoek. Bezwaar gegrond. Berisping (één maatregel voor de onderhavige zaak en de heden gegrond verklaarde klacht).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:179 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-857/DB/LI
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 29-11-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:179
Bij vervulling taak als curator niet zodanig gedragen dat daardoor vertrouwen in advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:322 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.073
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:322
Klacht tegen een drietal huisartsen. De klacht houdt in dat de huisarts: 1.niet adequaat heeft gereageerd op de door klaagster geuite klachten en ondanks dat klaagster steeds zelf haar verdenking van borstkanker uitsprak, het niet nodig achtte de mamma te onderzoeken, waardoor een te lange periode is voortgeborduurd op een foutieve diagnose en waardoor met de vertraging van minstens een jaar met de behandeling van borstkanker (links) en lymfogene uitzaaiingen kon worden gestart met alle negatieve gevolgen van dien; 2. de NHG-standaard Diagnostiek van mammacarcinoom heeft genegeerd; 3. geen aantekeningen heeft gemaakt van het afwijken van de NHG-standaard; 4. niet adequaat heeft gereageerd op de rapportage na het radiologisch onderzoek, althans deze eerst na een periode van bijna een jaar pas te delen met klaagster en haar niet eerder door te verwijzen voor aanvullende diagnostiek, terwijl de inhoud van de rapportage daar wel aanleiding toe gaf; 5. niet heeft meegewogen dat voor patiënten met een joods Oost-Europese achtergrond, zoals klaagster, de kans op het krijgen van borstkanker significant groter is, zodat ook op die grond eerder tot aanvullende diagnostiek had moeten worden besloten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:233 Raad van Discipline Amsterdam 18-600/A/A/D
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 23-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:233
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:227 Raad van Discipline Amsterdam 18-478/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:227
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:323 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.191
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:323
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Verweerder is als specialist ouderengeneeskunde werkzaam in het woonzorgcentrum waar de moeder van klager verbleef. De broer van klager stond bij dit woonzorgcentrum als eerste contactpersoon geregistreerd. Verweerder heeft besloten om de moeder van klager niet naar een ziekenhuis te verwijzen en maximale zorg in het verpleeghuis te starten. De moeder van klager is overleden. Klager verwijt verweerder dat 1) hij zijn moeder niet naar het ziekenhuis heeft verwezen en ten onrechte is afgegaan op het oordeel van zijn broer, de eerste contactpersoon, en 2) dat hij onjuist heeft gehandeld tijdens de start van het stervenstraject nadat de moeder van klager door toedoen van het woonzorgcentrum zeer verzwakt was geworden en haldol is toegediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:234 Raad van Discipline Amsterdam 18-873/A/A
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 19-11-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:234
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond. Een klachtenfunctionaris heeft een grote mate van vrijheid bij de wijze waarop hij de klachtafhandeling inricht en op ingebrachte klacht beslist. Niet gebleken dat verweerder bij de afhandeling van de klacht zodanig onjuist heeft gehandeld of beslist of zich anderszins zodanig heeft gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:180 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-633/DB/OB
- Datum publicatie: 06-12-2018
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:180
Dat verweerster in de verdelingsprocedure heeft gesteld dat sprake is van een schuur en in de pachtprocedure heeft gesteld dat slechts sprake is van een overkapping betekent niet dat zij bewust de feiten heeft verdraaid nu de kwalificatie pas relevant werd in de pachtprocedure. Evenmin onnodig grievend uitgelaten. Ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 404
- Pagina: 405
- Pagina: 406
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten