Zoekresultaten 1651-1700 van de 47441 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:255 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8083
- Datum publicatie: 28-10-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:255
Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de uroloog werkzaam is. De uroloog heeft onder meer een trans urethrale resectie van de blaas en een cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas) bij de patiënt uitgevoerd. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden.Klaagster verwijt de uroloog in vijf klachtonderdelen dat hij niet de zorg heeft geleverd die van hem mocht worden verwacht. Zij verwijt de uroloog onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het uitvoeren van de TUR-blaas en de cystoscopie, en dat hij niet tijdig het medisch dossier van de patiënt heeft afgegeven aan de nabestaanden. De uroloog voert verweer.Het college komt tot het oordeel dat de uroloog ten aanzien van één klachtonderdeel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, te weten ten aanzien van het niet tijdig afgeven van het medisch dossier van de patiënt aan klaagster, en dat dit klachtonderdeel gegrond is en de klacht voor het overige ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2801 VZ
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 01-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:171
Voorzittersbeslissing: Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder (patiënte) is verleend in het ziekenhuis. De arts was destijds arts in opleiding op de SEH en betrokken bij de behandeling van patiënte op de SEH van het ziekenhuis. Klaagster is – kort gezegd – niet tevreden over de zorg die haar moeder daar kreeg, deze was onvoldoende, waardoor haar moeder is komen te overlijden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:206 Hof van Discipline 's Gravenhage 240346D
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:206
Klacht door deken voortgezet in algemeen belang. De raad heeft verweerder de maatregel van schrapping opgelegd op grond van ontoereikende dienstverlening en het niet naar behoren meewerken aan overdracht van het dossier. Het hof is van oordeel dat in deze zaak geen redenen aan het algemeen belang ontleend aanwezig waren om de behandeling van de klacht voort te zetten. Het hof vernietigt de beslissing van de raad tot voortzetting van de behandeling alsmede de beslissing op de klacht en stelt de klacht buiten behandeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2803 VZ
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 01-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:172
Voorzittersbeslissing: De moeder van klaagster (patiënte) is in het ziekenhuis waar de chirurg werkt behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is uiteindelijk overleden.De chirurg heeft met patiënte en klaagster gesproken, en uitgelegd dat er geen voordeel te behalen was bij een leverresectie. Volgens klaagster heeft de chirurg tijdens dit consult gezegd dat hij, na het afronden van de chemotherapie, bereid was om nogmaals te kijken of een operatie mogelijk was. Klaagster verwijt de chirurg dat hij deze afspraak niet is nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:207 Hof van Discipline 's Gravenhage 250006
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:207
Klagers, curatoren in een faillissement, waren verwikkeld in een procedure, waarin ter discussie stond of een financiering door de voormalige moedermaatschappij van de failliet in het kader van een management buy-out (voorzienbaar) onvoldoende was geweest. Klagers hebben een deskundigenbericht in het geding gebracht ter onderbouwing van hun standpunt. De advocaat van de wederpartij heeft in een akte de juistheid van de berekening in het deskundigenbericht betwist. Klagers verwijten hem dat hij gedragsregels 1 en 8 heeft geschonden door in en buiten rechte feitelijke informatie te verstrekken waarvan hij wist, dan wel behoorde te weten, dat die onjuist is en door wezenlijke informatie aan de rechter te onthouden. Het hof is van oordeel dat het niet ging om feitelijke gegevens, maar om gemaakte berekeningen, die kunnen verschillen naar gelang men een andere invalshoek of andere uitgangspunten hanteert. Het kon klagers duidelijk zijn dat slechts een reactie werd gegeven op (onderdelen van) de berekening van hun deskundige. Ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7875
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:128
Klacht tegen verpleegkundig specialist over het verschaffen van onjuiste en onvolledige informatie over klaagster en haar ex-partner, een cliënt van verweerster, in een brief aan Veilig Thuis.Klacht is ontvankelijk en deels gegrond is en het college legt een waarschuwing op.Met betrekking tot de ontvankelijkheid oordeelt het college dat klaagster dient te worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1, aanhef en onder a van de Wet BIG, omdat zij nadelige gevolgen van de verklaring van verweerster heeft ondervonden, althans heeft kunnen ondervinden.Het college oordeelt dat verweerster VT onvolledig en onzorgvuldig heeft voorgelicht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2742 Verzet
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:173
Verzet. Klacht tegen een medisch adviseur. Klager verwijt de medisch adviseur dat hij: a) een onjuist rapport heeft opgesteld onder andere omdat er een onjuistheid in het rapport staat over het huisbezoek en lichamelijk onderzoek op 24 augustus 2020; b) de stukken en de jurisprudentie over dit onderwerp (de vraag of er bij klager een medische noodzaak bestond voor het ontvangen van sekszorg) niet goed heeft geïnterpreteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen a en b gedeeltelijk gegrond verklaard en de medisch adviseur een waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep voor zover het beroep ziet op het gegrond verklaarde deel van klachtonderdeel a en het beroep voor het overige afgewezen omdat het beroep van klager niet leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het verzet van klager tegen die beslissing ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:208 Hof van Discipline 's Gravenhage 250049
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:208
Klager verwijt verweerder hij in strijd met gedragsegel 25 rechtstreeks contact heeft gehad met een cliënte van klager. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerder een berisping opgelegd. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7759
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:129
Klacht tegen een BIG-geregistreerd verpleegkundige die als forensisch therapeutisch werker werkte op een groep met kwetsbare jongeren. Klacht is ontvankelijk en gegrond en het college legt een berisping op.Met betrekking tot de ontvankelijkheid oordeelt het college dat de werkzaamheden van verweerstermede tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige worden gerekend. Het verwijt aan verweerster heeft betrekking op grensoverschrijdend gedrag in haar relatie met een cliënt van de instelling. Het stellen van grenzen en het bewaken daarvan hoort zeker tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige. Het college is derhalve van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht.Het college is van oordeel dat door het uitwisselen van telefoonnummers en het schrijven van briefjes er meer dan professioneel contact geweest tussen verweerster en de jongere. Verweerster heeft hiermee de grenzen van professioneel handelen overschreden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2971 wraking
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 27-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:174
Wrakingsverzoek gericht tegen een lid-jurist. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van (de schijn van) vooringenomenheid door het lid-jurist gezien de wijze waarop de vragen werden gesteld en de onterechte conclusies die het lid-jurist aan de antwoorden van verzoeker verbond. Het wrakingsverzoek is afgewezen door de wrakingskamer van het College.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:209 Hof van Discipline 's Gravenhage 250076
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:209
Klacht tegen de eigen advocaat over ontoereikende bijstand in huurzaak. Hof bekrachtigt de ongegrondverklaring door de raad.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8221
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:130
Klacht tegen verpleegkundige vanwege grensoverschrijdend gedrag. Klacht gegrond en doorhaling.Het college komt tot de conclusie dat sprake is geweest van een langdurige, waarschijnlijk twee jaren durende zeer intieme relatie met patiënte, waarbij verweerder patiënte heeft bewogen om de relatie te verzwijgen. Het college acht, op basis van de door de getuige afgelegde verklaring welke door de verweerder niet is weersproken, ook voldoende vaststaan dat sprake is geweest van seksueel contact tussen verweerder en patiënte. De betekent dat de klacht gegrond is.De forse overschrijding van de voor verweerder geldende beroepsnorm heeft voor patiënte tot een zeer onveilige situatie geleid. Het college ziet, gelet op het gebrek aan inzicht bij verweerder en daarmee de kans op herhaling en de absentie op de zitting (waardoor verweerder zich ook niet toetsbaar opstelt), aanleiding om verweerders inschrijving in het BIG-register door te halen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2777
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:175
Klaagster heeft bij het Regionaal Tuchtcollege een klacht ingediend tegen (vrijwel) de gehele afdeling neurologie van het ziekenhuis, over de behandeling van haar moeder. De voorzitter van dat college heeft klaagster in de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat klaagster niet klaagt over één of meer met naam genoemde personen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in het hiertegen ingestelde beroep, wegens overschrijding van de beroepstermijn. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:210 Hof van Discipline 's Gravenhage 250101
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:210
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:211 Hof van Discipline 's Gravenhage 250268
- Datum publicatie: 27-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:211
Tweede schorsing 60ab wordt door het hof met onmiddellijke ingang opgeheven. De raad heeft zich voor de toewijzing van het 60ab-verzoek primair gebaseerd op een nog in hoger beroep lopende schrappingsbeslissing van de raad van 28 oktober 2024, maar daarnaast ook op een door de deken ter zitting gegeven toelichting op het op handen zijnde coachingstraject van verweerder. Het coachingstraject is echter door de deken niet aan het 60ab-verzoek ten grondslag gelegd en de raad is bij zijn beslissing bovendien uitgegaan van onvolledige informatie. Bij beslissing van heden heeft het hof voorts de schrappingsbeslissing van 28 oktober 2024 vernietigd en de (door de deken in het algemeen belang voortgezette) klacht buiten behandeling gesteld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:194 Raad van Discipline Amsterdam 25-132/A/A 25-133/A/A
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:194
Raadsbeslissing; klacht over verweerders is ongegrond. Gedragsregel 15 biedt geen bescherming. Hiervoor moet er op enig moment een cliëntrelatie zijn geweest. Daarvan is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:195 Raad van Discipline Amsterdam 25-294/A/A
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:195
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:251 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8318
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:251
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. Bij klaagster is tijdens een spoedconsult door een andere tandarts geconstateerd dat er sprake was van onder meer een fors angulair botdefect. Klaagster verwijt de tandarts dat zij deze problematiek in de jaren daarvoor gemist heeft, terwijl dit aanleiding had moeten zijn voor het doen van uitgebreid parodontaal onderzoek. Ook verwijt zij de tandarts slechte dossiervorming. Voor het college is op basis van het dossier onvoldoende komen vast te staan dat de tandarts klaagster erop gewezen heeft dat ook bij regelmatige adequate controle en mondhygiëne toch nog een plotselinge verergering van de parodontale problemen zou kunnen optreden. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:196 Raad van Discipline Amsterdam 25-486/A/NH
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:196
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft namens haar cliënt (de ex-partner van klaagster) in een familierechtelijk processtuk geschreven dat voor zover haar cliënt weet, er sprake is geweest van ongewenst seksueel gedrag door de vader van klaagster. Niet is gebleken dat verweerster hiermee informatie heeft verstrekt waarvan zij de onwaarheid kende of kon kennen. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. Klachtonderdeel b) richt zich niet op de (on)waarheid van de informatie die verweerster namens haar cliënt heeft gegeven, maar – kort gezegd – op de toelaatbaarheid daarvan. De raad oordeelt dat dit klachtonderdeel wel gegrond is en dat verweerster met hetgeen zij heeft geschreven in het verweerschrift de grenzen heeft overschreden van de haar toekomende vrijheid om de belangen van haar cliënt te behartigen. Verweerster had kunnen volstaan met een algemene toelichting op de problemen die speelden binnen het gezin, zonder expliciet de link te leggen met vermeend ongewenst seksueel gedrag van de vader van klaagster. Verweerster had zich moeten realiseren dat deze informatie – die alleen vanuit haar cliënt tot haar is gekomen, zonder dat daarbij aanvullend of ondersteunend bewijsmateriaal beschikbaar was – ook (deels) onwaar zou kunnen zijn. Oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8141
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd. Klager is onder meer van mening dat de behandeling die hij heeft ondergaan onzorgvuldig is uitgevoerd, waarbij ernstige complicaties zijn ontstaan. Verder verwijt hij de tandarts de ernst van de situatie te hebben onderschat en een gebrek aan adequate communicatie en begeleiding door de tandarts. De tandarts heeft adequaat gehandeld. Niet gebleken van lekkage van natriumhypochloriet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/32 en SHE/2025/08
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 19-05-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:17
De klacht gaat over de verkoop en economische levering van het appartement van klagers moeder in 2016 en het in 2017 gepasseerde levenstestament van klagers moeder. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat de klacht te laat is ingediend en heeft de klacht daarom wegens niet-ontvankelijkheid terstond afgewezen (SHE/2024/32). Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dit verzet ongegrond verklaard (SHE/2025/8).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:197 Raad van Discipline Amsterdam 25-292/A/A
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:197
Klager verwijt verweerster dat zij als advocaat van een vennootschap (de Vennootschap) heeft opgetreden, terwijl zij ook (indirect) bestuurder en (indirect) aandeelhouder is van deze Vennootschap. Volgens klager kan verweerster niet als advocaat het belang dienen van de Vennootschap, terwijl zij tegelijkertijd een eigen belang heeft als aandeelhouder en bestuurder. Klager heeft erop gewezen dat er feitelijk sprake was van een geschil tussen de aandeelhouders van de Vennootschap. Door de Vennootschap als advocaat bij te staan heeft verweerster zich volgens klager schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Klager wijst er verder op dat verweerster buitensporige kosten heeft gedeclareerd aan de Vennootschap. Door deze gang van zaken heeft de Vennootschap, en daarmee indirect ook klager, schade geleden. De raad volgt klager niet in zijn stellingen en oordeelt dat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Het klachtrecht komt alleen toe aan degene die rechtstreeks in zijn belang is of kan worden getroffen. De raad is van oordeel dat klager als (indirect) aandeelhouder en (voormalig) bestuurder van de Vennootschap, hoogstens een afgeleid belang heeft bij de klacht, maar dat dit onvoldoende is om zijn klacht over verweerster ontvankelijk te achten. Klager is dan ook niet-ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8207
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over twee consulten, dat ze beide keren te lang heeft moeten wachten, onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de tweede behandeling niet zorgvuldig is uitgevoerd. Dat klaagster heeft moeten wachten is vervelend, maar leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. Het is niet ongebruikelijk dat de tandarts heeft gewezen op voedingssupplementen, een verwijzing naar een website is voldoende. De werkwijze rondom de verdoving is niet onzorgvuldig geweest. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:65 Accountantskamer Zwolle 25/1520 Wtra AK 25/1521 Wtra AK
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:65
voorzittersbeslissing, de klacht tegen twee accountants is onvoldoende concreet en niet feitelijke onderbouwd. Daarom verklaart de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:191 Raad van Discipline Amsterdam 25-185/A/A
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:191
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:192 Raad van Discipline Amsterdam 25-212/A/NH
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:192
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:193 Raad van Discipline Amsterdam 25-188/A/A
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:193
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder staat de dementerende vader van klaagster bij in een procedure waarbij de kinderen ondercuratelestelling hebben verzocht. Klaagster heeft als wederpartij geen rechtstreeks belang bij haar klachten over verweerders bijstand aan de vader. Veder is niet gebleken dat verweerder zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten of bewust onwaarheden heeft verkondigd over de medische situatie van de vader. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2652
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:165
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Doorhaling. De verpleegkundige heeft tijdens zijn dienstverband een affectieve en seksuele relatie gehad met een patiënte. Hij heeft deze relatie niet gemeld en hij heeft de patiënte verzocht om de relatie geheim te houden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht (nagenoeg) geheel gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep tegen de zwaarte van de aan hem opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de maatregel van doorhaling terecht is opgelegd en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2667
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:166
Klacht tegen een chirurg. Bij patiënte, echtgenote van klager, was sprake van een postoperatieve complicatie die door CT-scans werd gemonitord. De chirurg, hoofdbehandelaar, heeft geen kennis genomen van de beelden van een bepaalde CT-scan en het verslag van de radioloog, omdat hij toen niet in het ziekenhuis was en de betreffende scan niet heeft aangevraagd. In het verslag van die scan beschrijft de radioloog een verdenking van een tumorrecidief. Deze conclusie heeft de chirurg niet vernomen en niet met patiënte gedeeld. Dit wordt de chirurg verweten door klager. Als deze verdenking in een volgend radiologisch verslag wordt verhaald, wordt de chirurg op vrijdagmiddag (in zijn vrije tijd) telefonisch geïnformeerd. Hij besluit deze informatie pas met patiënte te delen in het reeds geplande familiegesprek op de daaropvolgende maandagmiddag. Klager verwijt de chirurg dat hij (a) niet heeft gehandeld op basis van informatie die toen wel beschikbaar was en (b) onjuiste informatie heeft verstrekt omdat hij de scan niet tijdig heeft besproken waardoor wijlen patiënte, echtgenote van klager, zeer ernstig extra heeft geleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Klager heeft van deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b. alsnog gegrond, maar legt aan de chirurg geen maatregel op. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de chirurg juist verantwoordelijkheid heeft willen nemen door het gesprek over de tumorrecidief zelf te voeren, maar hij heeft de impact en de gevolgen hiervan op patiënte (en haar familie) verkeerd ingeschat. Het Centraal Tuchtcollege verwijt de chirurg bovendien dat hij collega-artsen heeft geïnstrueerd cruciale bevindingen niet aan patiënte te vertellen, ook niet als patiënte daar om zou vragen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2707
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:167
De hoogbejaarde moeder van klagers (hierna: patiënte) is na een val opgenomen in het ziekenhuis vanwege een gebroken heup. De verpleegkundig specialist AGZ heeft naar aanleiding van signalen tijdens de opname die konden wijzen op ontspoorde mantelzorg een melding gedaan bij Veilig Thuis. Klagers verwijten de verpleegkundig specialist AGZ dat hij de melding heeft gedaan zonder dat hier goede redenen voor waren. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2731
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:168
Klacht tegen een chirurg. Klagers zijn broer en zus. De moeder van klagers, hierna: de patiënte, is thuis ten val gekomen waardoor haar rechterheup is gebroken. De patiënte is opgenomen in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam was. Klagers verwijten de chirurg dat zij, ondanks hun duidelijke en herhaaldelijk uitgesproken wens, heeft afgezien van een operatie bij de patiënte na haar opname in het ziekenhuis en zich heeft beperkt tot pijnbestrijding. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2758
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:169
Klacht tegen een cosmetisch arts. Klager kwam bij de arts met de wens voor een halslift, facelift en een ooglidcorrectie. Begin juni 2023 heeft de arts klager geopereerd. Klager is ontevreden over het resultaat van de behandeling en stelt dat hij onvoldoende is ingelicht over de gevolgen van de ingreep voor zijn haardracht en bakkebaarden. Daarnaast verwijt klager dat de arts hem onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:204 Hof van Discipline 's Gravenhage 250342
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 23-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:204
Afwijzing verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit artikel 46c lid 3 Advocatenwet en de Leidraad Dekenaal Onderzoek volgt niet dat een deken verplicht is om na zijn onderzoek van een klacht een dekenvisie te geven. Verder is het indienen van een klacht over de deken niet het ge-eigende middel om diens aanpak of wijze van onderzoek (in zijn hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen en evenmin om de eerder ingediende klacht (en de toelichting daarop) – die heeft geleid tot de verwijzing naar verweerder (in zijn hoedanigheid van deken) – inhoudelijk te herhalen of nader toe te lichten.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2541
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:170
Klacht tegen internist die woont en werkt op Curaçao. Het handelen waar de klacht op ziet heeft ook daar plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft zich daarom onbevoegd verklaard om de klacht in behandeling te nemen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard om de klacht in behandeling te nemen. De tekst van de Wet BIG noch de toelichting op die wet of de wetgeschiedenis rechtvaardigen namelijk de conclusie dat de werking van de wet is beperkt tot handelingen of een hulpvraag binnen Nederland. Het Centraal Tuchtcollege doet vervolgens de klacht zelf af (ongegrond).
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:205 Hof van Discipline 's Gravenhage 250336
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 23-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:205
Klacht over deken niet verwezen. Ne-bis-in-idem-beginsel. Dekenbezwaar. Er kan niet opnieuw worden geklaagd over gedragingen van een advocaat/deken waarover de tuchtrechter eerder al (onherroepelijk) heeft geoordeeld. Dekenbezwaar is nog in behandeling. Het gaat niet aan om in die nog lopende procedure al een ‘tegenklacht’ tegen verweerder in te dienen die ziet op hetzelfde feitencomplex.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2584
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:164
Klacht tegen een verpleegkundige die al een aantal jaar werkzaam is als juridisch medewerker Bezwaar en Beroep. Hij heeft een bezwaarschrift van klager tegen een indicatiebesluit behandeld. Klager klaagt er onder meer over dat de verpleegkundige zonder toestemming van klager inzage heeft gehad in diens medische dossier en dat hij in het kader van de bezwaarprocedure heeft geweigerd een deskundig medisch advies op te vragen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat het handelen van de verpleegkundige niet valt onder de eerste of tweede tuchtnorm en verklaart klager daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7442
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:113
Kennelijk ongegronde klacht tegen orthopedisch chirurg. Het verwijt betreft onzorgvuldigheid in de nabehandeling van een heupoperatie (totale heupprothese) en in het ontslagtraject van patiënte uit het ziekenhuis, onvoldoende diagnostiek en onvoldoende regievoering. Normale protocollaire nabehandeling na plaatsing van andere cupmaat dan vooraf gepland. Medisch verantwoord ontslag. Geen verantwoordelijkheid voor de wijze waarop de thuiszorgorganisatie zorg verleent. Het regelen van de juiste zorg na ontslag was geen taak van de orthopedisch chirurg, ook niet in zijn hoedanigheid als regiebehandelaar. Geen aanleiding noch alarmsignalen die nader onderzoek vereisten. Het regiebehandelaarschap van de orthopedisch chirurg was geëindigd met het ontslag van de patiënte. Dat zij tijdens de afwezigheid van de orthopedisch chirurg wegens vakantie, wederom werd opgenomen, maakt niet dat hij opnieuw regiebehandelaar werd.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7718
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:114
Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerder heeft een medisch onderzoek verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerder dit onzorgvuldig gedaan, omdat hij heeft afgezien van noodzakelijk lichamelijk onderzoek, cruciale medische diagnoses niet (voldoende) heeft meewogen en zijn conclusie onvoldoende heeft onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7717
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:115
Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerster heeft een medisch onderzoek, inclusief lichamelijk onderzoek, verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerster dit onzorgvuldig gedaan, waardoor zijn aandoeningen niet adequaat zijn beoordeeld en gewogen en zijn beperkingen zijn onderschat. Klacht kennelijk ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8125
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:116
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Patiënte verwijt verweerster, neuroloog, dat verweerster bewust onjuistheden heeft vermeld in de verwijsbrief naar ziekenhuis B en dat verweerster de privacy van klaagster heeft geschonden door de medische gegevens van klaagster aan ziekenhuis B te sturen. Ook verwijt klaagster dat verweerster ziekenhuis B bij voorbaat heeft bedankt voor de overname van de behandeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:226 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:226
voorzittersbeslissing. De rechtsbijstandsverzekeraar van (de eenmanszaak van) klager heeft een zaak uitbesteed aan het (kantoor van) verweerster waarna het kantoor een voorschotnota inclusief btw aan de verzekeraar heeft gestuurd. Bij het eerste contact daarna heeft klager aan verweerster laten weten geen vertrouwen in haar deskundigheid en haar kantoor te hebben. Naar het oordeel van de raad is geen overeenkomst van opdracht tussen klager en verweerster tot stand gekomen. Dat de rechtsbijstandsverzekeraar de btw-kosten aan hun verzekerde heeft doorbelast, kan verweerster niet worden aangerekend. Haar kantoor heeft de voorschotnota gecrediteerd omdat geen werkzaamheden waren verricht. Kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk in het verwijt over het kantoor.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7951
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250
Gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een voorhoofdslift bij klaagster verricht. Zij verwijt de plastisch chirurg onder andere dat hij haar haargrens heeft verhoogd, terwijl zij hem expliciet heeft laten weten dit niet te wensen. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg de incisie te ver naar achteren heeft geplaatst. Door te kiezen voor een incisie áchter de haargrens heeft de plastisch chirurg ervoor gekozen om het voorhoofd van klaagster te verhogen, terwijl hem bekend was dat klaagster geen verhoogd voorhoofd wilde. Bovendien is in het (summiere) dossier niet genoteerd dat de plastisch chirurg met klaagster erover heeft gesproken dat haar voorhoofd als gevolg van de ingreep verhoogd zou gaan worden. Ook de twee andere klachtonderdelen zijn gegrond. Dat de plastisch chirurg op geen enkel moment tijdens de procedure heeft ingezien dat zijn handelswijze (op onderdelen) onjuist is geweest, acht het college zorgwekkend. Het college acht een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250018
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:200
Klacht over eigen advocaat. Klager is verdachte geweest in een strafzaak. Verweerder heeft hem bijgestaan. Klager verwijt verweerder dat hij niets heeft gedaan met het verzoek van klager om mediation met aangeefster (het slachtoffer) en dat hij geen hoger beroep in heeft gesteld, terwijl klager dat wel wilde. Het hof oordeelt dat gelet op het feit dat sprake was van een moeilijke relatie tussen klager en aangeefster die niet direct voorbij was, verweerder meer moeite had moeten doen om mediation tot stand te brengen en dat hij in ieder geval daarover voldoende met klager had moeten communiceren. Het behoort daarnaast tot de taak van een advocaat, die in een strafrechtelijke procedure in de eerste aanleg zijn cliënt bijstaat, om de termijn van het hoger te bewaken en te bespreken of er al dan niet hoger beroep dient te worden ingesteld. De onduidelijkheid die na de zitting tussen klager en verweerder over het instellen van hoger beroep is blijven bestaan, komt voor rekening van verweerder. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:227 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-199/AL/NN
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:227
Raadsbeslissing. De raad verklaart en klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 240307
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:201
Klacht over eigen advocaat. Klaagster is ontevreden over de wijze waarop verweerder haar heeft bijgestaan in onder meer een bijstandszaak, een kinderbijslagzaak en een paspoortenzaak. De raad heeft geconcludeerd dat het werk dat verweerder voor klaagster heeft verricht in deze drie zaken op alle vlakken voldeed aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof sluit zich – na toepassing van een ruimhartige uitleg van de beroepsgronden – bij dat oordeel aan. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-211/AL/NN
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:228
De raad heeft geoordeeld dat verweerder zich onnodig grievend over de wederpartij van zijn cliënt heeft uitgelaten. Verweerder heeft zich daarmee niet gedragen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad houdt er rekening mee dat verweerder eerder voor vergelijkbaar handelen door de tuchtrechter is veroordeeld. Ook wordt in aanmerking genomen dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond. Gelet op de aard en de ernst van het handelen van verweerder en rekening houdend met de hierboven genoemde omstandigheden, is de oplegging van een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 250058
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:202
Klacht tegen advocaat wederpartij. In een geschil tussen een meerderheidsaandeelhouder en een minderheidsaandeelhouder (25%) heeft verweerder de meerderheidsaandeelhouder bijgestaan. Klaagster handhaaft in hoger beroep alleen haar klacht dat verweerder bij een bespreking heeft gedreigd met een tegenclaim van € 90.000 om zo klaagster te bewegen de aandelen tegen een minimale waarde over te dragen. Het hof oordeelt dat verweerder voldoende heeft toegelicht hoe hij tot de tegenvordering is gekomen, dat deze tegenvordering in de dynamiek van de onderhandelingsbesprekingen is genoemd en dat deze vordering bij de verdere onderhandelingen die tot de vaststellingsovereenkomst hebben geleid niet meer aan de orde is gekomen. Het hof acht dit klachtonderdeel evenals de raad ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-605/DB/ZWB
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:149
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in een brief aan de rechtbank te spreken van “psychische/psychiatrische problematiek van moeder”. In zoverre kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 250042
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:203
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster bijgestaan in een door haar tegen haar verhuurder gevoerde procedure. Door een renovatie van onder meer haar appartement was er sprake van ernstige overlast. Verweerder heeft met klaagster besproken dat de vordering erop zou worden gebaseerd dat klaagster pas bij het ophalen van de sleutel werd geconfronteerd met de renovatieplannen voor het gehele complex en daarvóór niets wist van de renovatie. Dat laatste bleek tijdens de procedure feitelijk niet juist. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij haar zaak onzorgvuldig heeft behandeld, doordat hij voor de procedure bij de kantonrechter een onjuist feitelijk uitgangspunt heeft genomen waarvan hij had moeten weten dat dit onjuist was. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat niet is komen vast te staan dat verweerder had moeten weten dat hij een feitelijk onjuist uitgangspunt heeft genomen voor de procedure. De concept dagvaarding en pleitnota waren immers door klager becommentarieerd en goedgekeurd. Het hof oordeelt daarnaast dat klaagster wist dat verweerder de door haar aan hem toegezonden schadefoto’s niet wilde gebruiken in de procedure en dat het feit dat hij deze niet heeft gebruikt niet kan leiden tot de conclusie dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7822
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247
Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is geopereerd door de plastisch chirurg, waarbij meerdere ingrepen werden verricht. Klaagster heeft hierover meerdere klachten. De klachten komen erop neer dat sprake is geweest van onzorgvuldige preoperatieve voorlichting, een onzorgvuldige uitvoering van deze ingrepen en onzorgvuldigheden in de nazorg. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.